Journalist en schrijver Cees van Hoore dook in het verleden van de Belgische auteur Jean Gustave Schoup (1893-1944). ‘Onderzoeksjournalisten die zich bezighouden met de Tweede Wereldoorlog zijn een uitstervend ras.’

STEUN RO

‘Het lijk bij de Keukenhof’ is een verhaal vol verraad en helden. Jean Gustave Schoup deserteerde in de Eerste Wereldoorlog na gewond te zijn geraakt en debuteerde in 1933 met een boek over die tijd. In de Tweede Wereldoorlog wordt hij, met dertien kogels doorzeefd, in een weiland nabij de bloeiende Keukenhof gevonden De daders waren twee leden van het Rotterdamse verzet. Een van hen was Hendrik-Jan Scheffer, die in 1976 als voorzitter door Van Agt uit de onderzoekscommissie Menten werd gezet voor een naoorlogse liquidatie.

Cees van Hoore zette er graag zijn tanden in en schreef er een kloek werk over: 'Schoup was een talentvol schrijver maar ook een oplichter, die schermde met zijn contacten met de Duitse Sicherheitsdienst. Hij vertelde het verzet dat hij gearresteerde verzetsstrijders vrij kon kopen met behulp van deze contacten. Maar hij stak het geld in eigen zak. Daarom is hij geliquideerd, mijn inziens terecht.'

Decor oorlogsfilm

Journalist Cees van Hoore, 65 jaar, kort baardje, korte leren jas, sjouwt altijd met een tas vol dossiers. Opgepikt bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, het Nationaal Archief of uit een kast met provinciale annalen. Bij deze ontmoeting in het Restaurant 1e Klasse op Amsterdam CS, dat met de zware balken en parketvloer moeiteloos past in het decor van een oorlogsfilm, liggen op een tafeltje de schriften met interviews van veelal hoogbejaarden ooggetuigen. Hij heeft haast. 'Ik wil de overgeleverde geschiedenis opschrijven voordat die voor altijd verloren gaat.'

Hannie Schaft

Veel zaken ploos hij uit, niet altijd tot volle tevredenheid van geschiedschrijvers die bestaande aureolen boven verzetshelden liever onaangetast laten. 'Toen ik opperde dat verzetsstrijdster Hannie Schaft in 1944 per vergissing in plaats van Pieter Faber, een beruchte oorlogsmisdadiger, diens vader in Haarlem had doodgeschoten, viel dat niet in goede aarde. Je kwam niet aan het imago van 'Het meisje met de rode haren'. Evenmin wordt het gewaardeerd als je schrijft dat op de erebegraafplaats in Loenen vlak na de oorlog niet alleen verzetsmensen maar ook gefusilleerde criminelen lagen begraven. Criminelen, wiens lijken ze later in het geheim hebben opgegraven en ergens anders hebben gedeponeerd.'

Auschwitz

Zijn palmares is indrukwekkend. Hij ontdekte de verblijfplaats van de voortvluchtige Klaas Carel Faber in het Zuid-Duitse Ingolstadt. 'Tijdens de lunch kreeg ik een telefoontje.' Hij ploos de geschiedenis uit van Frits van Bijnen, 'een sjacheraar', die in Leiden door infiltratie de arrestatie en dood van 25 verzetsmensen op zijn geweten heeft. En hij volgde de sporen van de jood Arnold Noach die ongeveer 30 joodse onderduikers in Haarlem verried, onder wie zijn verloofde en toekomstige schoonouders. Zelfs een vierjarig kind stierf in Auschwitz door zijn verraad. 'Noach vluchtte naar Frankrijk. De Nederlandse justitie wist dat, maar heeft de man zelfs nooit verhoord en de zaak is geseponeerd.'

Hij reconstrueerde de moord op ir. Felix Guljé, directeur van de Hollandsche Constructie Werkplaatsen in Leiden. Guljé werd verdacht van economische collaboratie en op 1 maart 1946 doodgeschoten. De verzetsstrijdster die hem liquideerde was Atie Visser. Ze openbaarde dat zelf op haar 96e. 'Bijna niemand werd voor handeldrijven met de nazi's veroordeeld, tot grote woede van het verzet.'

Laatste der Mohikanen

Hij noemt zich de Laatste der Mohikanen, wat betreft dit soort intensieve WO2 onderzoeksjournalistiek. 'Vroeger had je veel van dit soort oorlogsverhalen in Vrij Nederland. Bij mijn krant, het Haarlems Dagblad, heb ik iedere centimeter tekst moeten bevechten. Soms bijna met slaande ruzie. Bijvoorbeeld bij een verhaal over de gebedsgenezer van Prins Bernhard. Ik had daarover een document gevonden in het archief van oorlogsmisdadiger Pieter Menten. Onze redactie wilde het niet publiceren en ik heb het toen doorgespeeld naar Netwerk, die er een documentaire over maakte. Een beetje vreemd vond ik het wel dat NIOD-onderzoeker Gerard Aalders ineens in die documentaire aan het woord kwam en citeerde uit dat document. Alsof hij het had opgedoken. Kijk, uiteraard zijn er academici aan de slag met dit soort research. Maar soms is een journalistieke aanpak handiger en vaak sneller. Historici laten soms een steen die erg vast zit liggen. Ik wrik die los en zie daaronder de pissebedden krioelen.'

Van Hoore ontdekte opvallende parallellen tussen het filmscript 'Geheim agent' van historicus Loe de Jong en het scenario van de film ‘Soldaat van Oranje, dat is gebaseerd op het boek van Erik Hazelhoff Roelfzema. 'Een flink gedeelte van de film is gebaseerd op de belevenissen van geheim agent Lodo van Hamel (1915-1941). Daar kwam ik achter toen ik in De Jongs script een scène tegenkwam met een watervliegtuig dat moet landen op het Tjeukemeer. Ik heb Paul Verhoeven toen gebeld en die bevestigde mijn theorie. Om de film nog spannender te maken, had hij er een belevenis van Lodo van Hamel aan toegevoegd.'

Nico Vijsma

Van Hoore heeft iets met de misdaad, geeft hij ruiterlijk toe. Hij was ooit zelf een schavuit. Vandaar dat hij zich goed kan verplaatsen in de denkwereld van zijn onderwerp. Hij werd goed bevriend met Nico Vijsma, die bekend werd door een grote vastgoedfraude. 'Ik schreef hem dat ik hem wilde interviewen. Hij vroeg me waarom. Ik zei dat ik een menselijk portret van hem wilde maken. ‘Sodemieter op met je menselijk portret!’, schreef hij terug. Toen heb ik hem een brief geschreven, een zeer persoonlijke brief, waarin ik hem ook iets over mezelf vertelde. We hebben anderhalf jaar met elkaar gecorrespondeerd. Hij is in het begin van dit jaar gestorven. Als je niets meer van me hoort, schreef hij, dan ben ik dood. Ik mis hem nog steeds.’

Revolver

Als een ware romanticus schrijft Van Hoore gedichten. Dit jaar werd zijn vijfde bundel 'De sneeuw blijft nergens op zee' gepubliceerd. Hij wijst op een van zijn favoriete verzen, het gedicht 'Wapen’, dat begint met de regels: 'Eens was ik jong en blond en keek ik hoe mij een revolver stond.'

Officieel is Cees van Hoore met pensioen. Maar samenzweerderig buigt hij zich voorover aan de tafel: 'Wist jij trouwens dat een oom van Erik Hazelhoff Roelfzema, een rechter, hartstikke fout is geweest in de oorlog? Die kon zijn recht vooruit gestoken arm bijna niet meer naar beneden krijgen.’

    Arnold Karskens is Neerlands meest onafhankelijke en ervaren oorlogsverslaggever. Muckraker. Nachtmerrie voor nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. Auteur van tienŒ boeken. Onderzoeksjournalist die nooit ‘nee!’ als antwoord accepteert. Lastig, dwars & gehaat door zijn vijanden, maar Last Man Standing voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.