COLUMN // Deze week kwamen er in Brazilië vernieuwde biljetten van R$2 en R$5 in omloop. Een mooi moment om eens stil te staan bij de kopzorgen die de Braziliaanse munteenheid buitenlandse correspondenten bezorgt.

STEUN RO

En dan heb ik het niet eens over het feit dat de real nogal eens in waarde schommelt en dat de in Brazilië gevestigde – maar in euro’s, ponden of dollars betaalde – buitenlandcorrespondent aan zijn artikel, radioverslag of tv-reportage lang niet altijd evenveel overhoudt.

Nee, ik heb het over het woord ‘real’ zelf. Correspondenten – vooral degenen die zich bedienen van het geschreven woord – zijn zich er namelijk maar al te goed van bewust dat de naam van de Braziliaanse munteenheid nogal een struikelblok is. Het gros van de lezers – Braziliëfanaten uitgezonderd – zullen bij het zien van het woord ‘real’ immers eerst aan het Engelse woord voor ‘echt’ denken, vervolgens aan een Spaanse voetbalclub, en dan – heel misschien – aan een Zuid-Amerikaanse munt.

"Hee, zit jij daar ook mee?"

Lekker belangrijk, hoor ik u denken, maar dit is dus het soort vragen dat Braziliëcorrespondenten in onbewaakte ogenblikken bezighoudt. Een rondvraag onder mijn Nederlandstalige collega’s bleek een feest van herkenning. “Hee, zit jij daar ook altijd mee?” Één collega bleek zelfs steevast elk bedrag onmiddellijk in euro om te rekenen, zodat het rotwoord ‘real’ maar omzeild kon worden.

Spijker op een schoolbord

Zelf vond ik een zin als “een buskaartje kost drie real” altijd als een spijker op een schoolbord klinken. Niet alleen vanwege de gelijkenis met het Engels voor ‘echt’ en die Spaanse voetbalclub, maar ook omdat het gebruik van het enkelvoud ‘real’ in dit soort zinnen in het Portugees zo fout is als het maar kan. De Braziliaan gebruikt het meervoud: “a passagem é três reais.” 

Om beide redenen schreef ik in mijn artikelen jarenlang zinnen als “het buskaartje kost drie reais” – maar met een onprettig gevoel in mijn achterhoofd: je schrijft in het Nederlands immers ook niet “het buskaartje kost drie euro’s” maar “het buskaartje kost drie euro.” Deze grammaticafout kwam echter altijd zonder uitzondering door de eindredactie van de kranten waarvoor ik schreef. Achteraf gezien vraag ik me af hoeveel mensen er gedacht hebben dat de naam van de Braziliaanse munteenheid ‘reais’ was.

Professionele hulp

Een e-mail naar de taaladviesdienst van Genootschap Onze Taal loste de kwestie voor mij voor eens en voor altijd op – in die zin dat ik me neerleg bij hun advies. Opsommend: in het Nederlands zijn zinnen als “een buskaartje kost drie real” en “veel mensen verdienen zo’n duizend real per maand” (de voorbeeldzin van Onze Taal) als enige juist. Dat het om een munteenheid gaat, moet maar uit de context duidelijk worden.

Daarnaast moet in sommige gevallen – als het om losse muntstukken gaat – zelfs een Nederlandse meervoudsvorm van ‘real’ gebruikt worden: “de reals die daar liggen zijn van de schoonmaakster.” Dus niet het Portugese meervoud ‘reais’, want dat is – en daar heeft Onze Taal natuurlijk gelijk in – ‘voor de Nederlandse lezer geen vertrouwd woordbeeld.’ 

Schoonmaakster

Terzijde: het zal zonder kwade bijbedoelingen geschreven zijn, maar hoe typerend is het wel niet voor het beeld dat veel Nederlanders van Brazilianen hebben dat Onze Taal in haar voorbeeldzin juist een schoonmaakster deed aanrukken?

Desalniettemin, ik zal me voortaan aan de regels houden!

Alex Hijmans (1975) is internationaal correspondent en schrijver. Zijn standplaats is Salvador, de derde stad van Brazilie, waar hij in een volksbuurt woont en verder kijkt dan voetbal, samba en zogenaamde Wirtschaftswunderen. Hij schrijft, net zoals weleer voor de papieren De Pers, journalistieke reportages en persoonlijke columns. Met veel beeld en altijd met de blik van een local.

Geef een reactie