Op Tweede Kerstdag is het tien jaar geleden dat de tsunami door Azië raasde. Vele miljoenen euro’s aan hulpverlening gingen er naar het gebied. In Thailand lijkt alles weer helemaal opgebouwd. Maar achter de glimlach schuilt een groot trauma.

STEUN RO

Wie in december met de ferry aankomt bij het Thaise eiland Koh Phi Phi, ziet op de steiger meteen dat het hoogseizoen is. Zwetende mensen, rolkoffers, grote rugzakken en mannen met gekleurde bordjes van resorts die om aandacht vechten. Toeristen die het in het gedrang lukt om een voet aan wal te zetten, worden door de mensenmassa vanzelf naar rechts door de smalle straatjes van het eiland geleid.

Kraampjes waar weinig bedekkende kleding wordt verkocht en meertalige duikscholen wisselen elkaar af. Op bijna elke hoek van de straat delen jonge barmedewerkers met een kater van gisteren hun flyers uit voor de avond die nog moet komen. Overal ruikt het naar zoet, kruidig eten en de emmers met sterke drank staan al uitgestald voor het feest dat vanavond gegarandeerd weer losbarst. Wie hier net aankomt, ziet een vakantie-eiland waar niks hoeft en alles kan.

Boven: 2004 (Foto: HiPhiPhi). Beneden: 2014 (foto: Toine Pennings)

Maar wie beter kijkt, kan tussen de schreeuwerige borden met 'today’s specials', 'wreck diving' en 'Thai massage' ook blauwe borden met een witte golf en een pijl ontdekken. De tekst is niet altijd even goed leesbaar, want de verf is hier en daar wat afgebladderd en de borden hangen soms achter een boom of op hun kop. 'Tsunami evacuation route' staat erop. Wie bij aankomst goed had opgelet, had ook meteen na de steiger aan de linkerkant een grote open vlakte gezien waar druk wordt gebouwd. Want dit is niet alleen een vakantie-eiland waar niks hoeft en alles kan. Het is ook een eiland dat nog steeds aan het opbouwen is wat een metershoge golf tien jaar geleden heeft verwoest.

Eiland van de dood

Op Tweede Kerstdag 2004 veranderde Koh Phi Phi in ‘het eiland van de dood’. Na een zware zeebeving en een muur van water die in heel Azië ruim 230.000 doden opeiste, was Koh Phi Phi een doorkijkeiland geworden. Bijna alle huizen waren weggevaagd en overal lagen lijken. Van de 36 Nederlandse slachtoffers die bij de ramp in Azië omkwamen, bevonden zich er 34 in Thailand. De toen 27-jarige Marcella Wiersma had er daar één van kunnen zijn. Ze woonde net een jaar op Koh Phi Phi, waar ze werkte in een bar. Maar begin december was ze naar Nederland gevlogen om een maand met haar familie en vrienden door te brengen. Die kerstochtend werd ze gewekt door haar moeder. ‘Marcella, je moet even naar de televisie kijken. Er is iets gebeurd.’

Twee weken later vloog Wiersma terug naar Thailand. ‘De eerste weken konden we alleen op dagtripjes naar het eiland. De golf had alles opgepakt, rondgecirkeld en ergens anders in stukken weer neergegooid. Het was een soort vuilnisbelt waar niemand kon wonen’, vertelt ze. ‘In het begin waren we vooral op zoek naar lijken. Die moesten geïdentificeerd en geborgen worden. Ik ben veel vrienden verloren en ik was net verliefd, die jongen heeft het ook niet overleefd.’

De eerste golf die over Koh Phi Phi spoelde, kwam van links. Een paar minuten later kwam er een tweede golf van rechts. (Foto: Toine Pennings)

Daarna kon de grote schoonmaak beginnen. ‘Dat was gewoon puin ruimen. Handschoenen aan, T-shirt om je gezicht binden en gaan. De stank was niet te harden. Het eiland lag ook vol met dode katten en er stonden bijna geen bomen meer die nog wat schaduw konden bieden’, legt ze uit. ‘Toch was het fijn. Je bent tenminste bezig en hoeft niet na te denken over wat je allemaal bent verloren. Het was de beste therapie die ik kan bedenken. We deden het met z’n allen en maakten het zo positief mogelijk. Elk restaurantje dat weer overeind stond, werd gevierd. Het ging langzaam, want we hadden nauwelijks geld. Maar het ging.’

Hoogste donatiebedrag ooit

Via een inzamelingsactie van Giro 555 doneerden Nederlanders meer dan 200 miljoen euro voor de tsunamislachtoffers. Nog altijd het hoogste bedrag dat ooit is opgehaald tijdens een dergelijke actie. Hiervan was 300.000 euro bestemd voor Thailand. Maar Wiersma zag het eerste half jaar geen enkele internationale hulp op het eiland verschijnen. ‘We moesten het in het begin volledig hebben van directe privédonaties. Terwijl we het vooral in die eerste maanden zo hard nodig hadden.’

Ook Emiel Kok (52) zag vanuit Nederland dat de hulpverlening maar moeilijk op gang kwam. Hij woonde vanaf 1991 op Koh Phi Phi en vertrok eind jaren negentig toen de crew van The Beach in zijn achtertuin een filmset begon te bouwen. Kok vluchtte voor het massatoerisme dat de Hollywoodfilm met Leonardo Dicaprio in de hoofdrol zou aantrekken, maar een paar dagen na de tsunami keerde hij tijdelijk terug naar zijn ooit zo geliefde eiland. ‘Een paar goede vrienden van me waren zwaar getroffen. Ze kregen geen hulp, dus ik ging helpen.’

Samen met zijn partner Ralph Toll richtte hij de stichting HiPhiPhi op. Daarmee lukte het om snel kleine initiatieven en giften met elkaar te verbinden en direct op het eiland te organiseren. ‘De Thaise regering had Koh Phi Phi officieel in quarantaine geplaatst, omdat het van het leeggespoelde eiland liever één groot luxe resort wilde maken dan dat de bewoners hun huizen en winkels weer zouden opbouwen’, vertelt Kok. Daarom mochten grote hulporganisaties er niet heen. ‘Omdat wij zo klein waren, konden we er in overleg met de autoriteiten toch de nodige hulp opzetten.’

Op de steiger van Koh Phi Phi worden toeristen verwelkomd door medewerkers van de vele hotels die weer op het eiland staan (Foto: Toine Pennings)

Thailand had daarnaast in eerste instantie alle buitenlandse hulp geweigerd. Ze waren geen derdewereldland en wilden dan ook hun hand niet ophouden. ‘Het was frustrerend om te horen hoeveel geld er in Nederland was opgehaald, maar in het rampgebied te zien dat er overal tekort aan was. Ralph is toen zelf bij de samenwerkende hulporganisaties van Giro555 gaan vragen of we alsjeblieft 15.000 euro konden krijgen om weeskinderen op te vangen. We konden laten zien waar het geld heen zou gaan, dus na enig aandringen hebben ze daar uiteindelijk mee ingestemd.’

Hotels van beton

De drie ton van Nederland en de vele donaties uit andere landen kwamen na lang wachten wel. Koh Phi Phi is tien jaar later weer een bruisend eiland, waar mensen genieten van de tropische omgeving en de muziek die tot diep in de nacht over het strand dreunt. Maar het is nooit meer hetzelfde geworden als voor de tsunami. Niemand praat erover, maar het trauma is er bij de mensen die gebleven zijn na tien jaar nog steeds.

‘We hebben nu een waarschuwingssysteem’, vertelt Wiersma. ‘Als er ergens op zee een zware aardbeving wordt gemeten, gaat er hier over het hele eiland een alarm af. Een paar keer per jaar worden we dan met z’n allen de berg opgejaagd. Zit je daar in de hitte, te wachten of er iets gebeurt. Meestal is het vals alarm.’ De dag erna zijn veel winkeltjes in het dorp dicht. Iedereen die er op 26 december 2004 bij was, wordt door het alarm weer herinnerd aan die donkere dag. Van de schrik sluiten mensen hun deuren en zoeken familie op het vaste land op. Pas na een paar dagen wordt alles weer normaal. De angst dat het water terug zal komen, is er altijd.

Maar dat is niet het enige. Waar vroeger alleen maar schattige, houten hutjes stonden, staan nu veel meer grote, betonnen hotels. ‘Sommige mensen die hier aankomen, klagen daarover. Ze vinden het niet idyllisch genoeg’, zegt Wiersma. ‘Dan moet ik uitleggen dat hier ooit een golf was die alles heeft weggespoeld en dat we dat in de toekomst liever niet meer willen.’ Hierdoor trekt het eiland wel andere toeristen aan dan vroeger. ‘Tien jaar geleden liepen hier vooral veel Scandinavische en Nederlandse backpackers rond. Nu zijn het steeds vaker Brazilianen, Chinezen en Russen’, legt Wiersma uit. Op het eiland wordt nu vooral heel veel geld verdiend. En elk jaar, op 26 december, worden de doden herdacht.