Het onderzoek naar de rol van de KLM in de vlucht van nationaal-socialisten naar Latijns-Amerika dateert al sinds 1947.

STEUN RO

Tussen 1947 en 1948 verzocht de toenmalige Amerikaanse ambassadeur Herman B. Baruch in Den Haag herhaaldelijk de KLM te stoppen met het vervoeren van nazi’s naar Zuid-Amerika. Het KLM-bestuur toentertijd was van mening dat een dergelijk onderzoek het imago van het luchtvaartbedrijf zou schaden. Bovendien was het toen druk bezig nieuwe landingsrechten te werven in oa Zuid-Amerika. Boven alles ontkende het bestuur alle aantijgingen. KLM vloog immers niet op het toen al bekende nazi-broeinest Buenos Aires in 1946! Wel op de Uruguayaanse hoofdstad Montevideo. Wat echter het bestuur vergeten te melden was dat KLM in haar advertenties melding maakte van een uitstekende nachtbootverbinding tussen Montevideo en Buenos Aires.

Onder druk zouden de passagierslijsten toch aan Baruch overhandigd zijn. Wat daarmee uiteindelijk is gebeurd is onbekend. Of het vervoer van nazi’s door de KLM onder Noord-Amerikaanse druk werd beëindigd, moet ontkennend op geantwoord worden.

Bijna vijftig jaar later

In 1996 en in 2007 werd de KLM opnieuw gevraagd of het bestuur een dergelijk onderzoek zou ondersteunen. Opnieuw werden in internationale dagbladen aandacht besteed aan de rol van de KLM in het vervoer van nazi’s naar Argentinië. Een aantal betrokken medewerkers die nazi’s had voortgeholpen werd genoemd, zoals de mysterieuze Herr Frick. Nazi’s uit Duitsland zou hij in Zwitserland tegen hoge vergoedingen aan boord van KLM-vliegtuigen hebben laten instappen die als eindbestemming Buenos Aires hadden. Wie deze personen waren werd niet onthuld.

Het bestuur van de KLM zou er opnieuw naar kijken. Vervolgens gebeurde er niets. Zelfs anno 2019, zo bleek uit een interview met voormalig NIOD-medewerker en historicus Gerard Aalders in het blad Schipholwatch, zou de luchtvaartmaatschappij afkerig zijn om dit verleden te onderzoeken. Een dergelijk onderzoek zou te veel kosten aldus het artikel. Bovendien was de helft van het bestuur tegen een dergelijk onderzoek. Het zou er niet van komen.

Dood spoor?

Opnieuw leek het nieuws in niets te verzanden. Er zou geen onderzoek gepleegd worden naar de achtergronden. Of dat de beschuldigingen daadwerkelijk ergens op gebaseerd waren. Een gemiste kans om voor eens en altijd helderheid over deze periode te scheppen. Toch zijn er inmiddels meerdere publicaties waarin passagiers genoemd worden die tussen 1947 en 1954 door de KLM, hetzij via Schiphol, via Stockholm of Kloten, Zwitserland door de maatschappij vervoerd werden. Eén ervan is de beruchte kampdokter van Buchenwald, de Deen Carl Vaernet, via Stockholm. Andere betreffen geselecteerde nazi-technici die voor Mercedes Benz Argentina SA via Zwitserland werden overgevlogen.

Teveel vragen

Het gaat echter niet alleen om de passagiers waarnaar gekeken moet worden. De vraag die gesteld moet worden, is of bewezen kan worden dat de KLM doelbewust nazi’s vervoerde en wie daarachter zat? Waren op de achtergrond commissarissen of andere medewerkers of vertegenwoordigers betrokken in deze vluchtroute? Of blijft het bij geruchten? Wat was bijvoorbeeld de rol van de commissaris van de KLM Prins Bernhard? Wie vertegenwoordige KLM in Zuid-Amerika en in het bijzonder Argentinië? Met wie had de luchtvaartmaatschappij in die periode een samenwerkingsverband gesloten? Zaten daar ook maatschappijen bij die nazi’s vervoerden? Was er een deal met de geallieerde inlichtingendiensten om nazispecialisten uit te laten wijken? Dat zijn belangrijke vragen die in zo’n onderzoek gesteld moeten worden. Een aantal van deze vragen kan nu al beantwoord worden.

Contacten met het Vaticaan

Recente publicaties tonen aan dat prins Bernhard en koningin Wilhelmina nazi’s wilde ruilen voor de Belgische koninklijke familie (NRC 30-04-2019) in ruil voor een vrije passage van nazi kopstukken naar Zwitserland en het Vaticaan. Prins Bernhard onderhield persoonlijk contact met leden van het Vaticaan en in het bijzonder monseigneur Montini om te bemiddelen voor zijn moeder Armgard en broer Aschwin (AD, 22-01-2021). Van Montini is inmiddels bekend dat hij na de bevrijding aan het hoofd zou staan van de rattenlijn van het Vaticaan.

In 1951 deed Prins Bernhard Argentinië aan. Het was een zakenreis dat gepaard ging met veel smeergeld om de deals te sluiten. De overheid was hiervan op de hoogte. Tijdens zijn bezoek werd de prins vergezeld door voormalig SS Kriegsberichter Wim Sassen. Hij was door de Argentijnse president Juan Perón aangesteld als tolk. Tijdens zijn rondreis bezocht Bernhard de Argentijnse militaire luchtvaart academie in Córdoba, waar Argentinië’s eerste straalvliegtuig werd gedemonstreerd. Het was ontworpen door Focke Wolf ontwerper Kurt Tank die in 1946 via de Scandinavische rattenlijn naar Argentinië was uitgeweken en direct daar aan de slag ging. In het Argentijnse blad Todo es Historia is een foto beschikbaar waarbij Tank aan prins Bernhard het instrumentenpaneel van de jet laat zien. Prins Bernhard als fervent luchtvaart enthousiast zou hem ongetwijfeld in ieder geval bij naam gekend hebben.

Swissair en FAMA

Uit voorgaande onderzoeken bleek dat KLM nauw samenwerkte met Swissair, maar minder is bekend over de verstrengeling tussen de KLM en de Argentijnse luchtvaartmaatschappij FAMA (later AA) van Alberto Dodero. In Buenos Aires onderhield KLM-personeel de Argentijnse vloot. Een aantal KLM-piloten voerde opdrachten uit voor FAMA. In Amsterdam was het kantoor van FAMA gevestigd in hetzelfde gebouw als KLM en het Noord-Amerikaanse Panam. De leiding van de Argentijnse luchtvaartmaatschappij was in handen van de Argentijn Wessels van Leyden. Een zoon van Nederlandse ouders. Zijn broer was ambassadeur die emigranten naar Argentinië verwelkomde. Op de schepen van onder meer de multinational Dodero werden duizenden vluchtelingen en nazi’s naar Argentinië vervoerd. Ook op Nederlandse lijndiensten kwamen duizenden ontheemden, vissers, boeren, doopsgezinden, etc., aan op de dokken van Buenos Aires die hun geluk wilden beproeven in het nieuwe land.

De rol van inlichtingendiensten

Dat geallieerde inlichtingendiensten betrokken waren in het laten ontsnappen van gezochte oorlogscriminelen is ruimschoots aan bod gekomen in publicaties over Operatie Paperclip, Safe Haven en in het onderzoek van Uki Goñi, The Real Odessa (2002), waarin nazi-geleerden, technici en contraspionage-experts door de geallieerden werden veiliggesteld. In Nederland was dat niet anders. Ook medewerkers van de BNV hebben, zoals in de zaak Wim Sassen en Andries Riphagen, meegeholpen in het wegwerken van beruchte collaborateurs.

Openheid

Dat in de toekomst meer namen vrijkomen van dubieuze passagiers aan boord van KLM-vliegtuigen uit die periode zal niet lang op zich wachten. Steeds meer archieven worden opgesteld voor het publiek. Of de KLM doelbewust nazi’s tegen hoge vergoedingen vervoerde zal een stuk harder bewezen kunnen worden. Dat kan alleen als er volledige inzage wordt verleend in de archieven van de KLM, de inlichtingendienst, de dossiers van de Argentijnse immigratiedienst en het Nationaal Archief. Alleen door middel van een grootschalig onderzoek kunnen de feiten voor een deel achterhaald worden. Het achterhalen van de identiteit zal lastig zijn. Niet iedereen vloog natuurlijk onder zijn eigen naam en vele archieven zijn in het verleden “opgeschoond.” Toch is er genoeg ruimte om duidelijkheid hierin te verschaffen. Daar is dan wel medewerking voor nodig.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
tarzanvanlimburg@gmail.com'
    Botman is een onafhankelijke non-fictie auteur betreffende de volgende onderwerpen Tweede Wereldoorlog geschiedenis, inlichtingendiensten, biografieën over collaborateurs en spionnen, Koude Oorlog, huurlingen in Afrika en Indonesië, onafhankelijkheidsstrijd RMS, clandestiene operaties MI6 en CIA. Alle informatie is verkregen door intensief archief onderzoek, interviews en privécollecties. Inmiddels zijn er over deze onderwerpen vier non-fictie boeken bij Uitgeverij Aspekt verschenen: De intriges van de gebroeders Sassen (2013), De Tarzan van Limburg (2019), Beruchte Collaborateurs op vrije voeten (2020) en De Nederlandse Rattenlijn (2021), plus een aantal artikelen in de Alkmaarse Courant, De Morgen, Het Nieuwsblad, Het Parool en de Oud Hagenaar.