In een afgelegen kustdorpje aan de Atlantische kust van Nicaragua gaan mensen er dagelijks op uit om te strandjutten. Er spoelen geregeld drugs of dollars aan, die door drugsboten worden gedumpt wanneer de kustwacht hen achtervolgt.

STEUN RO

6 december 2015 – Zaterdagochtend. Het strand van het Nicaraguaanse dorpje Bluefields ligt vol zeewier en plasticafval, aangespoeld tijdens het stormachtige weer van de afgelopen dagen. Het regenseizoen is begonnen en de golven zijn hoog; de ideale omstandigheden dus om te gaan strandjutten voor de 62-jarige Javier Duncan.

‘Als drugsboten op open zee ontdekt worden, dumpen ze direct hun lading,’ vertelt Duncan, die eropuit is met zijn machete, een versleten rugzak en zijn hond. ‘Hoe minder bewijsmateriaal er op hun boot gevonden wordt, hoe beter. Het gaat om tassen vol cocaïne of vaten vol geld, afhankelijk van de richting die de boot uit vaart. Genoeg mensen hier hebben dergelijke dingen gevonden.’

Cocaïne wordt geproduceerd van de bladeren van cocaplanten, die op grote schaal worden geteeld in Colombia, Bolivia en Peru. De drugs worden via Venezuela naar het noorden vervoerd – dat mensen op het hoogste niveau hierbij betrokken zijn, bleek weer toen twee familieleden van de Venezolaanse president afgelopen november werden opgepakt in Haïti met 800 kilo cocaïne in hun vliegtuig.

Van Eerten_Bluefields2
Javier Duncan, Beeld: Eline van Nes

‘Iedereen weet waar de kustwacht naar zocht’

Duncan is niet de enige vandaag op het strand. Er lopen vrouwen die bakjes lunch naar hun mannen brengen, een jongen keert terug met een vale boei over zijn schouder. Het gebeurt zeker niet dagelijks, maar als de inwoners drugs vinden kunnen zij die via via terug verkopen aan de smokkelaars. Voor een kilo cocaïne wordt ongeveer 4.000 euro betaalt. De drugs wordt vervoerd in zakken van vijfentwintig pakketten van een kilo, dus soms wordt er in één klap een ton gevonden.

‘Toch is het moeilijk de drugs veilig te verkopen,’ vertelt Duncan. ‘Er zijn veel mensen tegelijk op zoek: de smokkelaars, de kustwacht, andere dorpelingen. Als iemand weet dat jij een zak die vierduizend dollar waard is in je huis hebt liggen, wordt het gevaarlijk.’

De enige strandtent die open is, wordt gerund door een man die ook Javier heet. Hij verblijft dag en nacht in zijn tent. Soms wordt hij ’s nachts wakker door het geblaf van zijn honden omdat geüniformeerde kustwachten voorbij lopen. Urenlang zoeken die het strand af met hun zaklantaarns, om vroeg in de ochtend terug te keren. Daarna komen de dorpelingen: vrouwen, kinderen, ouderen. Iedereen weet waar de kustwacht naar zocht.

Maar ook Javier ziet het gevaar in het vinden van de drugs. ‘Zij weten niet altijd wat voor problemen ze zich op de hals halen. Het zou niet de eerste keer zijn dat er iemand hier wordt doodgeschoten en beroofd van zijn vondst.’

Aangezien er in het afgelegen dorp weinig werk te vinden is – het is niet per autoweg te bereiken – verdienen de meeste mensen hun geld met vissen of stenen scheppen, wat zij voor een paar duppies per kilo verkopen. De vroegere weelde, uit de periode toen Bluefields nog een haven was die onder het protectoraat van Groot-Brittannië viel, is in het dorp allang vergeten.

Beeld: Eline van Nes
Beeld: Eline van Nes

De Atlantische regio van Nicaragua heeft een moordcijfer van 39-44 per 100.000 inwoners, drie keer zo hoog als de rest van het land, maar nog altijd lager dan de door drugsbendes verscheurde landen als Guatemala en Honduras. Volgens de organisatie InsightCrime, die de georganiseerde misdaad in Midden-Amerika onderzoekt, is de drugsroute in de afgelopen jaren veranderd. Waar vroeger vliegtuigen direct van Colombia naar Honduras vlogen, wordt de tocht nu vaak opgebroken in kleinere etappes met kleine vliegtuigjes of speedboten langs de kust. Oorzaak hiervan is de sterkere controle in de Caraïbische zee, en incidenten als de twee drugsvliegtuigen die in 2012 in Honduras uit de lucht geschoten werden. De bewoners van Bluefields zien sindsdien vaker drugs en geld aanspoelen.

Geldwisselaars

Wanneer de inwoners een vat met dollars vinden – het geld waarmee de drugs gekocht worden, reist terug vanuit de VS naar Zuid-Amerika in vaten vol briefjes van twintig – kunnen ze die kwijt bij de geldwisselaars in de stad. Bij de bank is het verplicht om jezelf te identificeren bij een storting, en het is verdacht als een arme arbeider ineens zo veel geld heeft. De geldwisselaars kunnen het geld wel naar de bank brengen, en verdienen ruim aan de wisselkoers die zij de strandjutters rekenen.

‘Ik heb mensen met honderdduizenden dollars zien komen,’ vertelt een geldwisselaar uit Bluefields, die zijn naam niet gepubliceerd wil zien. ‘Het maakt hen niet uit wat voor koers ze krijgen, als ze hun dollars maar kunnen wisselen. Als het om erg hoge bedragen gaat, moet ik naar Amerika om het kwijt te raken. Tijdens dat soort trips ben ik niet bang voor de douane; het gevaar is eerder dat iemand weet dat ik met zo veel geld onderweg ben.’

Ooit een weelderige haven, Beeld: Eline van Nes
Ooit een weelderige haven, Beeld: Eline van Nes

De geldwisselaar zag ooit zelf een drugsvangst gebeuren op zee. Het was slecht weer, waardoor de golven groot waren, wat de ideale omstandigheden zijn voor de drugsrunners om zich buiten zicht te kunnen bewegen. Eerst zag de geldwisselaar de drugsboot, razend snel over het water bewegen, daarna zag hij het vliegtuig dat er achteraan zat. Hij zag de vaten die in het water gegooid werden, waarna de boot een rivier inschoot om zich te verstoppen onder de mangrove bomen.

‘Het is slecht geld’

Zodra de dorpelingen hun vondst eenmaal hebben omgezet in de lokale valuta, kunnen zij dat niet zomaar uitgeven. De politie houdt hen streng in de gaten: in een dorp waar mensen overleven van visserij of het werken in de vele kleine steengroeves voor tien euro per dag, valt het op als iemand opeens veel geld heeft. Al eerder werden inwoners gearresteerd als ze ineens een dure auto voor de deur hadden staan. Van hen wordt namelijk verwacht dat zij hun vondst op het politiebureau afgeven.

Drie jongens stoppen bij de strandtent van Javier. Over hun schouders dragen ze scheepstouw en aangespoelde boeien. Ze vertellen hoe ze die ochtend om vier uur al vertrokken zijn om de hele kustlijn langs te lopen. Er zou zes dagen geleden een container van een vrachtschip gevallen zijn, vol tanks met butagas. Maar uiteraard hadden ze de hoop ook andere dingen te vinden. Wanneer ze doorgelopen zijn kijkt Javier hen nog lang na.

‘Het is slecht geld,’ zegt hij. ‘Ik zou het niet willen aanraken. Ik heb er nog nooit iemand gelukkig van zien worden.’

Over de auteur:

Jurriaan van Eerten reist samen met fotografe Eline van Nes door Latijns-Amerika. Zij maken reportages die op een persoonlijke manier het alledaagse leven verbeelden.

Lees ook:

Trippen in de jungle

Jurriaan van Eerten (1983) is freelance journalist. Zijn werk is o.a. gepubliceerd in Het Parool, Trouw, Vice en Al Jazeera English. Samen met fotografe Eline van Nes maakt hij human-interest verhalen over Latijns-Amerika. Zij willen niet de politicus op wie gestemd wordt belichten, maar juist de persoon die het stemvakje inkleurt.