Nederland is ‘s werelds grootste exporteur van bloembollen. Het levert de sector jaarlijks 1,4 miljard euro op. Bollenkwekers gebruiken uiteenlopende bestrijdingsmiddelen tegen schimmels en insecten die virussen kunnen verspreiden. Omwonenden maken zich al jaren zorgen. Krijgen zij het gif ook binnen en hoe schadelijk is dat? Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren: “Sommige middelen zouden per direct verboden moeten worden.”

STEUN RO

Marlies van Oosten (48) woont al 15 jaar tussen de kleurige bloembollenvelden in Voorhout. “Ik kon er ook echt van genieten”, zegt ze, “tot de dag dat bij mijn dochtertje van toen 8 jaar kanker werd geconstateerd. Dat is nu een paar jaar geleden. De artsen vonden een kwaadaardige tumor achter haar oog. Ik kan het niet bewijzen, maar het zette me wel aan het denken; is al dat gif dat over de velden wordt verspreid misschien de boosdoener? Gelukkig heeft mijn dochter de kanker overwonnen, maar toch… Er zijn meerdere gevallen van kanker in mijn straat. Vlak bij mijn huis – op nog geen 10 meter afstand – wordt gewoon rondgereden met de giftractor. Dat kan toch niet goed zijn? Als je ernaar informeert, krijg je van de boer en gemeente te horen alles conform de norm wordt gedaan. Maar ik zet intussen grote vraagtekens bij deze normen.”

Ook Liesbeth (59) woont dichtbij een bollenveld. Ze wil graag anoniem blijven maar wel haar verhaal vertellen. Een jaar geleden is borstkanker bij haar geconstateerd. “Ik weet dat mijn ziekte geen enkel verband hoeft te hebben met het gebruik van bestrijdingsmiddelen, maar het spookt wel zo nu en dan door mijn hoofd. Ik woon bijna letterlijk óp een bollenveld. Er wordt een paar keer per jaar gespoten, dan denk je wel: hoe staat de wind? Heb ik mijn ramen wel dicht? Komt het niet in mijn tuin terecht? Toen ik hier pas kwam wonen heb ik Milieudefensie gebeld en die verzekerde mij dat sinds DDT als bestrijdingsmiddel is afgeschaft, het veilig is. Tja, daar vertrouw je dan maar op.”

Sinds DDT is afgeschaft, zou het veilig zijn. Daar vertrouw je dan maar op als omwonende.

Zeer serieus

Minister Schippers laat via haar woordvoerder weten dat ze de zorgen van omwonenden zeer serieus neemt. In Nederland wonen ongeveer 90.000 mensen binnen 50 meter van een bloembollen- of fruitperceel. In welke mate zij worden blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen, is nooit eerder onderzocht. Na lang aandringen van toxicologen en bezorgde bewoners won de regering advies in bij de Gezondheidsraad. De raad adviseerde een blootstellingsonderzoek. Dit onderzoek voert het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op dit moment uit. Om bestrijdingsmiddelen op te sporen moeten omwonenden onder andere hun urine inleveren. Het onderzoek kost 8,9 miljoen euro en loopt voor de bloembollen tot en met 2018. Aan de Tweede Kamer is toegezegd dat in een volgende fase wordt gekeken naar fruitboomgaarden. Aan de hand van de uitkomsten bij de bollenteelt kan worden bezien welk aanvullend onderzoek dan nodig is. Ondertussen maken omwonenden en andere betrokkenen zich zorgen. “Dat neemt minister Schippers zeer serieus” aldus haar woordvoerder. “Daarom is er voor gekozen parallel aan het blootstellingsonderzoek alvast inzicht te krijgen in mogelijke gezondheidseffecten. Het RIVM is gevraagd om te verkennen hoe deze effecten in kaart kunnen worden gebracht. Dat onderzoek loopt nog en wordt door het RIVM en enkele onderzoekspartners uitgevoerd.” Anton Rietveld van het RIVM, coördineert deze gezondheidsverkenning, waarvan de resultaten begin 2017 bekend zullen zijn. De centrale vraag is: zijn er verschillen tussen mensen die binnen een bepaalde afstand van landbouwpercelen wonen, vergeleken met mensen die daar veel verder vanaf wonen.

Buitenlands onderzoek: omwonenden lopen risico’s op kinderleukemie en aandoeningen van het zenuwstelsel.

Kinderleukemie

Uit buitenlands onderzoek, zo meldde de Gezondheidsraad, zijn aanwijzingen dat omwonenden risico lopen op kinderleukemie en aandoeningen van het zenuwstelsel. Kijkt het RIVM naar deze ziekten?

Rietveld: “We richten ons in ons onderzoek niet op specifieke ziekten, maar op algemene ziekte- en sterftecijfers. Deze cijfers verbinden we aan postcodes en landgebruik.”

De postcodes bepalen hoe ver iemand van een landbouwperceel woont, is dat 50 of 100 meter? Bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is bekend hoe de percelen worden gebruikt en welke gewassen er in het verleden werden geteeld. Deze data worden naast elkaar gelegd door het RIVM.Rietveld: “Wat we in kaart willen brengen is of er een verband is tussen het voorkomen van bepaalde ziekten en het wonen bij een bepaald landbouwperceel.” Hij benadrukt dat dit nog niets zegt over een mogelijk verband tussen landbouwgif en bepaalde ziektebeelden, wat je misschien snel concludeert. Waarom iemand ziek wordt, kan te maken hebben met vele factoren. Een tussenresultaat wil en kan hij nog niet geven. “Ik zeg altijd: een tussenresultaat is geen resultaat.”

De kans bestaat dat de resultaten straks in januari meer onrust zullen veroorzaken dan dat ze zullen wegnemen. “Dat is een mogelijke uitkomst”, geeft Rietveld toe, en vervolgt: “Hoe de uitkomst van het onderzoek naar buiten wordt gebracht, is uiteraard aan de regering.”

De bollenteelt is big business.

Gevoelig dossier

Een lastige taak, gezien de gevoeligheid van het dossier. Waarom komt de overheid bijvoorbeeld nú pas met een blootstellingsonderzoek, terwijl omwonenden al jaren aan de bel trekken, gesteund door toxicologen, artsen en milieudeskundigen? Heeft de overheid liggen slapen of zijn de gezondheidsrisico’s van omwonenden ondergeschikt gemaakt aan de economische belangen?

De bollenteelt is big business. De exportwaarde bedraagt 1,4 miljard euro per jaar. De meeste bollen gaan naar het buitenland. “Maar grote afzetlanden, waaronder China worden steeds strenger”, aldus André Hoogendijk van de branchevereniging KAVB (Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur). “Vroeger mocht er bij wijze van spreken nog in één op de honderd bollen een virusje zitten, nu in geen enkele bol. Wij zijn overigens helemaal niet gelukkig met deze strengere normen. Een bloembol is en blijft een natuurproduct.” Wellicht iets voor de minister van Economische Zaken, oppert Hoogendijk om over te onderhandelen. Vooralsnog wil China virusvrije bollen. Spuiten dus. Maar hoe gevaarlijk is al dat gif voor omwonenden?

China wil virusvrije bloembollen. Spuiten dus. Maar hoe gevaarlijk is al dat gif voor omwonenden?

Zembla

Het tv-programma Zembla maakte in 2011 veel los met de documentaire Gif in de Bollenstreek. Hierin waarschuwt kinderarts P. Sauer van het Academisch Ziekenhuis in Groningen voor de schadelijke gevolgen van bestrijdingsmiddelen voor met name kinderen die nog in ontwikkeling zijn. “Dat zijn groepen kinderen nog in de baarmoeder en de heel jonge kinderen. Daarbij groeien bijvoorbeeld de hersenen nog.”

Maar het gebruik van bestrijdingsmiddelen is toch gereguleerd? Een kweker mag alleen middelen gebruiken die op hun werking zijn beoordeeld en officieel zijn toegelaten. Andere middelen zijn verboden.

Toxicologen waarschuwen dat de toelating van bestrijdingsmiddelen ‘volledig achterhaald’ is en dat de huidige normen een ‘schijnzekerheid’ bieden. Ze zijn met name bezorgd om de combinatie van de gebruikte bestrijdingsmiddelen en het stapeleffect. De vergunningen worden afgegeven voor de afzonderlijke gewasbeschermingsmiddelen, maar er wordt niet gekeken naar de combinatie van de middelen, noch naar de cumulerende effecten van veelvuldige blootstelling.

Toxicologen waarschuwen al jaren. De huidige normen bieden een ‘schijnzekerheid.’

Aannames

Het Ctgb (College voor Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden) is verantwoordelijk voor het afgeven van de vergunningen. Ctgb-directeur Luuk van Duijn benadrukt dat het college met ruime marges werkt. “De veiligheidsgrenzen die het Ctgb stelt zijn zodanig robuust dat de kans dat er toch iets mis gaat, bijvoorbeeld omdat de stof verkeerd wordt gebruikt of samen een met een andere stof wordt gebruikt, verwaarloosbaar klein is.”

Toch is Van Duijn blij met het blootstellingsonderzoek van het RIVM, omdat dit onderzoek specifiek omwonenden betreft. “Wij keken altijd naar gebruiker, onbeschermde omstander en consument. Daarbij gingen we uit dat bij de onbeschermde omstander ook de omwonende wordt meegenomen. Sinds begin dit jaar hebben we een nieuw model, waarin ook expliciet omwonenden worden meegenomen. We hebben gekeken of de aanname klopte dat de aanvaardbare risico’s voor onbeschermde omstanders ook van toepassing zouden zijn voor omwonenden. We hebben 60 middelen als steekproef doorgenomen, en daaruit bleek dat er voor die middelen geen risico was voor omwonenden.”

Over de combinaties van bestrijdingsmiddelen, zegt Van Duijn dat er op dit moment in Europees verband aan een model wordt gewerkt om de effecten van de gewasbeschermingsmiddelen in combinatie met elkaar te kunnen meten. Wanneer dat klaar is, weet Van Duijn niet.

Ctgb-directeur Luuk van Duijn: “We werken met ruime marges.”

Urine

Ook André Hoogendijk van de KAVB is blij met het blootstellingsonderzoek. “Ik denk niet dat het onderzoek de onrust bij omwonenden helemaal zal wegnemen, maar we weten na afloop wel precies hoe we ervoor staan. Dat is ook in het belang van de telers. Telers zijn immers ook omwonenden!”

Hoe word je als omwonende eigenlijk blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen? “Dat kan op verschillende manieren”, aldus Mark Montforts, die het blootstellingsonderzoek bij het RIVM leidt. “Bestrijdingsmiddelen kunnen in de lucht zitten en verwaaien of verdampen. Daarom nemen we luchtmonsters binnen en buiten. De middelen kunnen neerslaan in huisstof. Een andere mogelijkheid is dat omwonenden de middelen naar binnen lopen via zand en stof. Ons onderzoeksteam levert daarom een deurmat om stof op te vangen. Daarnaast testen we de urine van omwonenden om te kijken of ze bestrijdingsmiddelen binnen hebben gekregen. Het gaat hier om het herkennen van trends: vinden we meer bestrijdingsmiddelen naarmate mensen dichter bij de teelt wonen of niet?”

De bestrijdingsmiddelen kunnen neerslaan in huisstof

Argwaan

Afhankelijk van de uitkomst zal door het kabinet worden gekeken naar passende maatregelen. Te denken valt aan het vergroten van een teelt- en spuitvrije zone door agrariërs, de aanleg van ecologische randen en het stimuleren van goed buurmanschap. “Als branchevereniging geloven we heel erg in dialoog”, aldus Hoogendijk van de KAVB. “Er zijn nu al heel wat whats app-groepjes. Dan meldt de teler aan de omwonenden dat hij gaat spuiten. De bewoners kunnen dan bijvoorbeeld zelf besluiten om hun was binnen te halen of de ramen dicht te doen. De KAVB organiseert ook Open Dagen. Op die dagen kun je als omwonende een kijkje nemen in de schuur van de bollenteler en vragen wat hij zoal spuit. Als teler kun je maar beter open zijn over wat je doet, anders wek je alleen maar argwaan.”

Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren: “Sommige middelen zouden per direct verboden moeten worden.”

Duurzame landbouw

Ondertussen kunnen bewoners die zich zorgen maken over het gebruik van landbouwgif in hun omgeving, met hun vragen en zorgen terecht op de website: www.gifklikker.nl. Het meldpunt Giflklikker is een initiatief van de Partij voor de Dieren, in samenwerking met Stichting Bollenboos.

“Samen met stichting Bollenboos pleiten wij in de Kamer al jaren voor strengere toetsingkaders”, aldus Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren. “En sommige middelen zouden per direct verboden moeten worden. We kregen de meerderheid van de Kamer al achter een verbod op het uiterst giftige metam-natrium en gevaarlijke schimmelbestrijders. Ook pleiten we voor extra maatregelen zoals de invoering van spuitvrije zones oplopend tot 150 meter. We knokken voor duurzame landbouw. Nederland heeft zo’n intensieve landbouw, dat maakt ons land uiteindelijk kapot.”

Dit verhaal is geschreven door Nicolline van der Spek, www.nicollinevanderspek.nl

    Nicolline van der Spek (1965) is historica en freelance journalist. De onderwerpen die regelmatig terugkeren in haar werk zijn gezondheid, maatschappelijke kwesties en reizen.