Toen de inkomsten van freelancejournalist Joost van der Wegen een dieptepunt bereikten, gooide hij het roer om. Nu werkt hij als fixer voor buitenlandse media en geeft hij journalistieke rondleidingen op de Wallen. “Mijn les is geweest: kom uit je comfortzone.”

STEUN RO

Van der Wegen verkocht zijn eerste journalistieke stukje in de jaren ’80 aan een regionale krant. Sindsdien belicht hij de rauwe randjes van Nederland. De journalist schreef over misdaad voor Panorama, Metro, Crimesite, Vrij Nederland, politievakbladen en hij schreef het boek Onder spanning: werken bij de politie. Maar Van der Wegen moest meer doen om zijn verdienmodel gezond te houden. Daarom werkt hij als fixer voor buitenlandse journalisten en productiehuizen.

Hoe ben je fixer geworden?
“Dat fixen kwam voort uit een andere activiteit: rondleidingen geven. Ik ging een keer met een vriendin naar de NDSM-werf in Amsterdam en legde uit wat de geschiedenis van de werf was. Die vriendin vond dat ik daar werk van moest maken. Ze noemde de website Gidsy.com. Dat was een local guide-website van twee Nederlandse jongens.”

Gidsy.com. Daar konden particulieren zich aanbieden als gids. Heb je daar geld mee verdiend?
“Ik gaf rondleidingen voor 7,50 euro per persoon en kreeg meteen goede recensies op Gidsy, wat belangrijk was voor de klandizie. Later heb ik de prijs wat verhoogd. Daarnaast waren er allerlei bureaus die wilden dat ik rondleidingen voor hen ging doen. Zo ben ik een keer met 14 Duitse dames de Wallen op gegaan. Ik gaf een krimi-toer op basis van mijn misdaadreportages. Dat was de zwaarste avond van mijn leven, maar ik heb op die manier wel in het openbaar leren spreken.”

Hoe leidde dat soort rondleidingen tot werk als fixer?
“Kort daarna werd ik benaderd door een Engels productiehuis, dat in Amsterdam een televisieprogramma maakte. Ik heb een aantal dagen geholpen met onderzoek en ik heb ze wegwijs gemaakt in de stad. Toen zei de dame waarmee ik samenwerkte dat ik fixer zou moeten worden. Dat woord was mij alleen bekend uit oorlogsgebieden, maar in de televisiewereld bleek dat heel normaal te zijn.”

Hoe heb je dat aangepakt?
“Ik heb een aantal URL’s vastgelegd, waaronder fixeramsterdam.com, en ik heb een blogspotje in elkaar geknutseld. Daarop publiceerde ik een beschrijving van de eerste twee à drie projecten, inclusief foto’s. Ik stond al snel bovenaan in de zoekresultaten van Google.”

Nederlanders spreken aardig Engels. Waarom hebben productiemaatschappijen een fixer nodig?
“Omdat een beetje filmploeg 5.000 euro per uur kost. En omdat die buitenlandse televisieproductiemaatschappijen de weg niet weten. Ze hebben ondersteuning nodig. Die varieert van hoe je het snelst een auto kunt huren voor een goede prijs, tot aan het regelen van een filmshoot in de toren van de Oude Kerk op de Wallen. Ze hebben een local nodig, die een netwerk heeft. Ik vraag bij wijze van spreken op het schoolplein van mijn kind of iemand de sleutel van een bepaald gebouw kan regelen.”

Kun je een voorbeeld noemen van een fixerklus? Wat heb je bijvoorbeeld voor de New York Times gedaan?
“Voor de New York Times ben ik mee geweest naar het Wildersproces. Om te vertalen, maar ook omdat ik al zo’n twintig jaar over misdaad schrijf en procesrecht op de universiteit heb gedaan. Daardoor ben ik thuis in de hele arena rondom de rechtbank. Ik moest diegene op tijd oppikken, de file omzeilen, wifi regelen. Zo praktisch is het dan ook wel weer. Maar ik vertaalde ook wat de rechter zei en ik weet precies wie waar staat. Daardoor kan ik snel iets checken bij een collega of even een advocaat aan zijn jasje trekken.”

Verdient dat fixen goed, als je het vergelijkt met het schrijven van journalistieke teksten?
“Dat wisselt een beetje. De journalistiek blijft de journalistiek. Hoe zal ik dat uitdrukken… De dagprijs die je krijgt, is een redelijke dagprijs in dit vakgebied. Maar dat is ook een dagprijs die je in Nederland bijna niet meer krijgt als schrijvend journalist.”

Is dat de reden waarom je bent gaan fixen?
“Drie à vier jaar geleden ontdekte ik dat communicatiemedewerkers het schrijfwerk voor vakbladen overnamen. En ik ontdekte dat ik voor een stukje in de landelijke krant, een primeur zelfs, hetzelfde betaald kreeg als voor mijn eerste stukje in de regionale krant ergens in de jaren ’80. Toen dacht ik: hier eindigt de reële kans om rond te komen van de freelancejournalistiek in Nederland. Op een gegeven moment kun je wel doorwerken, maar dan gaat de kwaliteit van de verhalen over een ondergrens. Ik kon niet meer op pad, alles moest via de telefoon.”

“Nu word ik gebeld door buitenlandse journalisten en productiehuizen die kant-en-klaar werk hebben. Ik hoef dus niet meer te leuren, vooraf research te doen en te pitchen voordat ik een klus heb. Als ik dat wel doe, houd ik er 250 a 350 euro aan over. Maar dan ben ik er in totaal drie dagen mee bezig geweest. Het fixerwerk is een mooi alternatief, dat goed heeft uitgepakt.”

Dat fixerwerk is dus een blijvertje?
“De routine van het fixen blijkt heel leuk en aantrekkelijk. Het is bovendien goed betaald, als je meewerkt aan commercials. Ik zal er niet zo snel afscheid van nemen. Het is interessant om een extra pijler te hebben als ondernemer. Die kan zekerheid bieden. En als je die zekerheid hebt, kun je voor minder geld een boek schrijven of een rechtbankverslag maken voor Reporters Online.”

Dus jouw journalistieke teksten worden deels gefinancierd dankzij jouw fixerwerk?
“Ja, ik ben nu op drie terreinen bezig en die lopen mooi in elkaar over. Als ik bijvoorbeeld met toeristen naar de bloemenveiling ga, leer ik die locatie kennen. Dat komt van pas wanneer ik later met een Engelse filmploeg op pad ga, die daar wil filmen. Dan heb ik die locatie al gescout. Betaald en wel. En door mijn rondleidingen weet ik ontzettend veel over de Wallen, wat nieuw journalistiek werk oplevert. Ik schreef een goed-verkocht stuk over toerisme in dat gebied en een artikel over het geweld dat daar de laatste tijd plaatsvindt.”

Ben je blij met de verhouding tussen journalistiek en niet-journalistiek werk?
“Toen ik merkte dat titels verdwenen en ik nog maar vijftig euro voor een stukje tekst kreeg, bekroop mij het gevoel dat ik het dunne lijntje met de journalistiek zou kwijtraken. Maar door een nieuwe stap te zetten, ontdekte ik nieuwe manieren om te verdienen aan journalistieke kennis en informatie. Mijn les is geweest: ga uit je comfortzone. Ergens buiten die comfortzone ligt de kans om wat te bereiken. En voor je het weet brengt dat je meer, dan je je daarvoor had kunnen voorstellen.”

(Dit interview is onderdeel van De Pegel, een zoektocht naar nieuwe verdienmodellen voor freelancejournalisten. Kijk voor meer informatie op www.depegel.media)

contact@sjoerdarends.com'
    Schrijft over nieuwe technologie en media