“Kritische vragen” over de media zijn een goede zaak. Maar we vergeten al snel de rol die technologie speelt in de coronadiscussie. Want hoe beïnvloeden sociale media het debat? Nou, dat wordt simpel in ons brein “gemasseerd”.

STEUN RO

Wel een mondkapje of toch weer niet? Aan deze discussie lijkt geen einde te komen. Of het nu helpt – desnoods als schijnveiligheid – of niet, premier Rutte vond dat het een verantwoordelijkheid is van ons ‘eigenzinnige Nederlanders’, maar ging toch overstag onder de maatschappelijke druk en pleit nu met een zeer dringend advies om de kapjes te dragen in de openbare ruimtes. Thijs Broer schreef in Vrij Nederland al dat het een liberaal excuus van Rutte was om toe te geven aan de druk en dat wij Nederlanders onszelf prima kunnen aanpassen. Maar waarom blijven we toch die discussie voeren?

In de media worden we continu doodgegooid met meningen over mondkapjes. Van bekende Nederlanders – vaak van het niveau die ík als millennial niet eens ken – en wetenschappers tot boze Gerda’s op Facebook die “onderzoek” hebben gedaan. Iedereen heeft wel iets te melden. We fokken elkaar op en dat eigenzinnige Nederland begint ineens behoorlijk – liberaal – te verharden.

Discussie is goed

Dat er kritisch wordt gekeken naar de manier waarop er in de media wordt gesproken over de coronamaatregelen – en bijvoorbeeld de mondkapjesplicht – is naar mijn mening een goede zaak. Sterker nog, het is je goed recht om ‘kritische vragen’ te stellen, om even het groepje bekende Nederlanders vrij te citeren.

Maar we moeten niet vergeten dat een groot deel van deze discussie ook afhankelijk is van technologisch determinisme. De rol van technologie in ons dagelijks leven is alom aanwezig, maar we schijnen te vergeten dat we ook daar kritische vragen over mogen stellen. Taylor Lorenz schreef in oktober 2018 al in The Atlantic dat Twitter de retweet-knop zou moeten verwijderen. Want wat begon met een sympathieke gedachte om informatie sneller te verspreiden, leidde in veel gevallen tot een naar algoritme met tweets die je liever niet wilde lezen. In Juli 2019 sloot ontwikkelaar Chris Wetherell in een interview met Buzzfeed zich hierbij aan en zei dat ze ‘een vierjarige een geladen pistool hadden gegeven’.

The Medium is the Massage – Marshall McLuhan

Als zelfs de ontwikkelaars van socialemediaplatformen al spijt hebben van de tools die ze hebben ontwikkeld, waarom zijn wij ‘nuchtere Nederlanders’ dan toch zo vatbaar voor die technologische vernuftigheden? Mediawetenschapper Marshall McLuhann schreef in 1967 de beroemde woorden: “the medium is the massage”. En met massage doelt McLuhann op de manier waarop media de hersenen van de mens als ontvanger als het ware ‘masseren’. De mainstream media weet de mensen altijd op een zeer pakkende wijze te benaderen, maar met de opkomst van onder meer sociale media werd de ontvanger ineens de persoon die het medium voedde. En zo begonnen we elkaar steeds meer te masseren.

Het stond op Facebook, dus het is waar

Hoe vaak er wel niet door boze mensen wordt geroepen dat ze ‘de feiten’ op ‘Facebook’ hebben gelezen. Allemaal leuk en aardig, maar Facebook is wat dat betreft net Wikipedia, een medium of platform waar iedereen iets aan kan passen. In hoeverre is een ‘feit’ dan nog een feit te noemen?

Wat er speelt in de maatschappij is heus niet alleen op sociale media te vinden. Ik ken zat mensen die hun Facebookprofiel hebben verwijderd. Zelf gebruik ik Facebook alleen nog maar als digitale verjaardagskalender, maar daar is alles wel mee gezegd. Nee, mijn informatie haal ik toch uit de mainstreammedia. Maar dat wil niet zeggen dat alles wat daar gezegd wordt juist is. Natuurlijk is er ruimte voor tegenspraak van de gevestigde orde – hoewel Maurice de Hond keer op keer riep dat hij geen platform kreeg, maar ironisch genoeg met zijn roep om aandacht zelf alsnog een platform creëerde in de mainstream.

Het debat wordt overspoeld met virologen, artsen en deskundigen. Helaas zitten daar ook een groot aantal ‘zelfbenoemd deskundigen’ bij, waaronder de vele bekende Nederlanders die maar wat graag aanschuiven aan de talkshowtafels. Ze lijken tegenwoordig overal expert in te zijn. Althans, dat denken ze dus.

Dat brengt mij dus ook tot het gevaar dat waakt in de schreeuw van Viruswaarheid-voorman Willem Engel. De beste man die blijkbaar niet zijn opleiding had afgemaakt, zo vernam ik afgelopen week uit de mainstream media, claimt stellig dat de overheid de media instructies geeft hoe en wat ze moeten publiceren. Ik, die daarentegen wel mijn opleiding – in nota bene de media- en cultuurwetenschappen heeft afgerond – kan daar een leuke discussie over voeren en ik denk een hoop journalisten met mij. Journalisten zoeken hoor en wederhoor en proberen heus kritisch te zijn. Maar als je met oogkleppen op in het wild gaat roepen dat jíj gelijk hebt en de ander niet, dan is het trekken aan een dood paard als je een discussie wilt gaan voeren.

Fake news hebben we zelf in de hand, net als het verspreiden ervan

Het nieuws dat Engel en zijn kompanen verspreiden via sociale media hebben ze volledig zelf in de hand natuurlijk. Dat is het mooie van de technologie en het technologisch determinisme; de dominante rol die deze technologie speelt in het dagelijks leven. Vergelijk het met de ontstane ophef over Forum voor Democratie die een filmpje postte van Kamerlid Pieter Omtzigt in debat met Thierry Baudet. De antwoorden van Omtzigt waren op een totaal andere vraag dan dat in het filmpje werd beweerd, tot ergernis van veel politici, waaronder Omtzigt zelf. Maar hoe snel de volgers van Baudet op het internet deze informatie blindelings voor waarheid aannemen is verwonderlijk.

Fake news hebben we zelf in de hand, net als het verspreiden ervan. De een zegt dit, de ander zegt dat en weer een ander heeft er onderzoek naar gedaan door het te googlen. Nee, zo werkt onderzoek doen dus niet.

Geef de mainstream media een kans

Even terugkomend op de vraag waarom we toch maar de discussies blijven voeren over de coronamaatregelen. Het blijft van belang om de discussie met elkaar aan te gaan, maar nog meer is het van belang om te beseffen wanneer we informatie voor lief kunnen nemen en wanneer er toch echt vraagtekens mogen worden gezet bij bepaalde feiten. Zolang mensen ervan blijven uitgaan dat Facebook een betrouwbare bron is om zogeheten ‘onderzoek’ te kunnen doen, zal ik ervoor blijven pleiten dat mensen ook wat vaker de mainstream media mogen opzoeken.

Verbreed je horizon. Een debat kan nu eenmaal niet van een kant worden gevoerd. Daar heb je toch echt meerdere inzichten voor nodig en een open houding dat het ook prima is om van mening te kunnen veranderen. Dat is geen zwaktebod, zo werkt een debat.

Waarschijnlijk ga je al heel gestuurd op zoek naar ‘de waarheid’ en zal je een groot deel van wat de mainstream schrijft ontkennen, maar zeg dan alsjeblieft op z’n minst dat je je daadwerkelijk hebt verdiept in de al dan niet mogelijke feiten wanneer je claimt dat een mondmasker wel of geen zin heeft. Want anders heeft de discussie niet eens meer zin.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Matthijs Meulblok is een Nederlandse freelance journalist, voice-over, film-, podcast- en theatermaker. In 2020 studeerde hij af aan de master Film- en Televisiewetenschap van Universiteit Utrecht. Hij specialiseerde zich onder meer in de representatie van de Nederlandse identiteit binnen diverse mediavormen. Hij studeerde af op de rol van voedsel in relatie tot de constructie van een mogelijke culturele identiteit, culturele nabijheid en formatlokalisatie in The Great British Bake Off en Heel Holland Bakt.