Wat praat je goed Nederlands!? Waar kom je nu écht vandaan? Wat heb jij een rare naam… Hollandse kinderen van kleur horen het vaak. Het doet ze pijn en maakt ze onzeker. Toch hebben degene die zulke opmerkingen maken vaak niet door dat het racistisch is. Ze bedoelen het toch niet slecht?

STEUN RO

We hebben het hier over sluimerend of alledaags racisme: discriminatie op basis van cultuur of kleur door onbewuste ideeën, associaties, meningen en gedragingen. Het is minder in your face dan het vroegere apartheidssysteem van Zuid Afrika, maar minstens zo hardnekkig en ondermijnend. Want weggezet worden als  ‘anders’ en er dus niet bij horen, doet altijd pijn.

Haiyong (42, moeder van drie kinderen) weet er alles van. Op haar zesde emigreerde ze vanuit China naar een dorpje in Nederland, waar haar ouders toen al een aantal jaar woonden. Haiyong: ‘Ik werd regelmatig nageroepen als ‘poepchinees’ en op school leerden we liedjes als ‘Hanky Panky Shanghai’, waarbij de kinderen hun ogen in spleetjes trokken. Ik werd er onzeker en verdrietig van en het allerergste: het gebeurt nog steeds. Als ik met mijn kinderen op straat loop, worden er nog altijd dingen geroepen als ‘Ching Chang Chong’ en ´sambal bij?´. Mijn zoons kunnen het redelijk goed van zich af laten glijden maar mijn dochter heeft er veel last van. Ze voelt zich gediscrimineerd en buitengesloten.’

Een lichte kentering

Racisme is onderdeel van onze samenleving. Toch zullen weinig mensen toegeven dat ze er racistische ideeën op nahouden. Expliciet racisme is taboe. Decennialang heeft Nederland zichzelf voorgehouden dat het tolerant is en inclusief. Wij voelen ons niet beter dan een ander… Toch speelt ongelijkheid op basis van kleur al heel lang, minstens 400 jaar om precies te zijn. Maar pas de laatste jaren, aangejaagd door de Zwarte Pieten discussie en de Black Lives Matter beweging, lijkt er een lichte kentering te komen. We beginnen als samenleving kritisch te kijken naar ons koloniale verleden en ons gedrag.

Wat is racisme nu precies

Jillian Emanuels is pedagoog en geeft trainingen op het gebied van antiracisme. Jillian: ‘Het begint met een duidelijke definitie van racisme. Hier zeggen we vaak: racisme is je beter voelen dan een ander. Maar racisme gaat verder dan dat. Het gaat over systematische uitsluiting op basis van uiterlijke kenmerken of afkomst van mensen van kleur en over de verschillende lagen binnen dat systeem. Zo is er bijvoorbeeld institutioneel racisme, zoals de belastingdienst die hun onderzoek naar fraude specifiek richtte op mensen met een migrantenachtergrond en interpersoonlijk racisme, als iemand een racistische uiting doet tegenover een ander. Het onderliggende idee is dat van een hiërarchie op basis van iemands land van herkomst of uiterlijk.’

Peuters hebben geen vooroordelen

Een hiërarchie die door de mens bedacht is. Want als kinderen geboren worden, hebben ze geen enkel idee van hiërarchie of racisme. Peuters behandelen mensen niet anders op basis van kleur. Pas rond vijf jaar verandert dit en nemen kleuters de (onbewuste) opvattingen van hun ouders en hun omgeving over. Jillian: ‘Uit onderzoek blijkt dat kinderen vanaf ongeveer 4/5 jaar witte mensen een hogere, betere en mooiere status toekennen dan mensen van kleur. Rond die leeftijd zie je ook dat witte kinderen eerder een wit speelmaatje kiezen, terwijl dit bij zwarte kinderen niet het geval is.’

Jillian legt uit hoe dit komt. ‘Als kind van kleur word je heel snel bewust dat je anders bent. Op de televisie zie je voornamelijk witte mensen en als je je schoolboek open doet ook. Kinderen van kleur zijn gewend aan witte menen. Voor witte kinderen is dat anders. Zij zien vooral zichzelf terug in hun omgeving en slechts sporadisch een persoon van kleur, en dan vaak weergegeven op een stereotypische manier. Witte kinderen zijn dus minder gewend aan zwarte mensen terwijl zwarte kinderen omgekeerd van jongs af aan witte mensen zien.’

Onbewuste vooroordelen

Is het dan voldoende als verschillende groepen in de samenleving elkaar meer zien en meer met elkaar in contact komen om van racisme af te komen? Jillian: ‘Zo makkelijk gaat het helaas niet. Als je kinderen bij elkaar stopt, worden ze niet zomaar vrienden. Kinderen kopiëren het gedrag en de ideeën van hun ouders. Eerst moeten de onbewuste vooroordelen van volwassenen bewust gemaakt worden en het gedrag veranderd. Daar begint het mee.’

Sarita Bajnath is trainer en deskundige op het gebied van racisme en inclusie. Met haar privilege-trainingen doet ze precies dat: mensen bewust maken van hun privileges en hun onbewuste vooroordelen. Sarita: ‘Privileges van witte mensen zijn niet alleen sociaal-economisch. Witte mensen worden ook eerder als onschuldig gezien en krijgen eerder het voordeel van de twijfel. Ze worden sneller als mens gezien – en niet als stereotype – en er is meer aandacht voor hun emoties. Ik maak vaak gebruik van de ‘privilege walk’, waarbij mensen in een rij gaan staan en een stap naar voren of achter doen naar aanleiding van bepaalde stellingen. Mensen krijgen hierdoor goed inzicht in waar ze staan.’

Clichés en vooroordelen

Sarita gaat tijdens haar privilege trainingen op zoek naar clichés en vooroordelen waar we ons niet bewust van zijn. Geef je donkere mensen bijvoorbeeld het voordeel of het nadeel van de twijfel? Ben je geneigd om donkere mensen van alles uit te leggen omdat je denkt dat ze achter lopen of het minder goed begrijpen? Ga je er automatisch vanuit dat een donkere vrouw in een organisatie van de schoonmaak of catering is? Heb je last van saviorism, het gevoel dat je mensen van kleur moet redden?

Sarita: ‘Mijn trainingen zijn niet heel confronterend maar ze worden soms wel zo ervaren omdat mensen niet stil stonden bij bepaalde zaken. Ik zeg altijd: zonder wrijving geen glans. Mensen schrikken bijvoorbeeld van de hoeveelheid  microagressies en vervelende opmerkingen die personen van kleur te verwerken krijgen. Toen ik zwanger was van mijn witte man met wie ik 14 jaar getrouwd ben, werd mij bijvoorbeeld meerdere keren gevraagd of hij de vader was. Geen één van mijn witte vriendinnen heeft ooit zo’n vraag gehad. Het komt door een vooroordeel over donkere vrouwen.’

Microagressie

Ook kinderen krijgen te maken met dergelijke microagressies gebaseerd op kleur en cultuur. Microagressie is minachtend, beledigend of aanvallend gedrag – bedoeld of onbedoeld – ten aanzien van iemands identiteit. Jongeren van kleur worden bijvoorbeeld snel gecriminaliseerd. Sarita: ‘Ik deed laatst een training met 13-jarige jongeren. Een witte jongen uit de groep vertelde hoe hij samen met twee donkere klasgenoten werd aangehouden door de politie waarbij de donkere jongens hun rugzak moesten laten zien en hij niet. Kinderen hebben al op jonge leeftijd door welke machtsdynamieken er zijn. Ook op scholen moeten donkere kinderen veel vaker dan witte kinderen bewijzen dat ze iets níet hebben gedaan of gestolen.’

Onbewuste vooroordelen op gebied van kleur en cultuur zitten diep in onze samenleving geworteld. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de taal. Termen als ‘zwartrijden’, ‘op de zwarte lijst staan’ en ‘iemand zwart maken’ vinden we heel normaal terwijl ze onbewust een negatieve betekenis hebben en verwijzen naar een bepaalde groep mensen. Toch zien we ook hier een kentering. Beladen woorden zoals ‘allochtoon’ en ‘n*ger’ gebruiken we al niet meer en steeds meer mensen kiezen voor ‘wit’ in plaats van ‘blank’. Jillian: ‘Een goede zaak. Blank staat namelijk voor rein, onbevlekt en puur. Wit is een neutralere term. Het insinueert niet dat iemand beter, reiner of puurder is dan een ander.’

Racisme op school

Ook op school zit racisme diep verweeft in het systeem. De cijfers laten zien dat witte kinderen van hoogopgeleide ouders in groep 8 structureel ‘over-geadviseerd’ worden (bij een CITO score Havo toch WVO advies krijgen) terwijl kinderen met een migrantenachtergrond juist ‘onder-geadviseerd’ worden. Jillian: ‘Racisme zie je ook in het curriculum. Kinderen leren dat ‘klassieke muziek’ gemaakt is door witte mensen binnen Europa, terwijl ‘klassiek’ betekent ‘uit de oudheid’ en daar vallen veel meer soorten muziek onder. Dat verhaal wordt niet verteld en ook niet getoetst bij de kinderen. Daardoor lijkt het alsof die andere muziekstijlen minder waarde hebben en minder belangrijk zijn dan wat uit Europa komt en door witte mensen bedacht is.’

Ons koloniaal verleden zal nooit meer weggaan. Het is een erfenis waar we mee moeten leren leven. Daarom is belangrijk om ruimte geven aan de emoties die hierbij horen. Sarita: ‘Je ziet vaak dat gevoelens van mensen rondom racisme worden gebagatelliseerd. Er wordt betutteld: Nou, nou, rustig maar. Ook bij jongeren. Kinderen die een racistische opmerking melden bij de juf en te horen krijgen dat ze daar niks mee kan… Maar ook als je niet iets concreets kunt doen, kun je wel empathie tonen, erkennen dat het vervelend is. Biedt ruimte aan deze ervaringen en laat merken dat gevoelens gehoord worden en er mogen zijn. Die ruimte zorgt voor een stukje genezing.’

Dat is niet aardig

Ruimte bieden aan wat racistische opmerkingen en microagressies bij iemand teweeg brengen. Hoe werkt dat in de praktijk met kleine kinderen? Jillian: ‘Heel belangrijk is om duidelijk te maken dat het niet aan hen ligt en dat ze goed en mooi zijn zoals ze zijn. Bij kleine kinderen kun je met behulp van poppetjes uitleggen hoe het zit. Dat er verschillende soorten poppetjes zijn en dat sommige poppetjes nog niet zoveel mensen hebben gezien die er anders uitzien, dat ze dat raar vinden en er daarom voor kiezen om nare en vervelende dingen te zeggen. Leg uit dat dit niets te maken heeft met het poppetje dat jouw kind voorstelt. Je kunt de nare opmerkingen erin betrekken als een voorwerp, bijvoorbeeld een balletje of een blokje. Zo kun je laten zien dat de opmerkingen (het voorwerp) bij het andere poppetje hoort en niet bij jouw kind. Op die manier geef je visueel weer dat de nare opmerkingen niets veranderen aan het poppetje dat jouw kind voorstelt en kun je ervoor zorgen dat je kind de opmerkingen los kan laten. Het is ook belangrijk om je kinderen te leren hun mond open te doen. Vertel kinderen die nare dingen zeggen wat het met je doet: ik vind het niet fijn dat je dat zegt, het is niet aardig. Zo leer je een kind voor zichzelf op te komen.’

Praten over racisme en wat het teweeg brengt is belangrijk, maar makkelijk is het niet. Sarita: ‘Het is een gevoelig thema. Mensen kunnen zich aangevallen voelen en schieten dan in de weerstand. Racistische opmerkingen worden ook vaak afgedaan als grapje of er wordt gezegd: stel je niet aan. Maar het is juist goed om op opmerkingen in te gaan. Wat zeg je nou eigenlijk en wat brengt het bij die ander teweeg?  Zeg bijvoorbeeld: Ik hoorde jou dit en dat zeggen en dat klinkt niet zo aardig en maakte mijn kind verdrietig, ik snap dat je het misschien niet zo bedoelt maar zo komt het wel over. Op die manier maak je de opmerking bespreekbaar, zonder dat je de persoon afvalt.’

Meelachen maakt het niet okay

Er zijn ook kinderen van kleur die zeggen nooit last te hebben van discriminatie. Toch is het ook in die gevallen belangrijk om het onderwerp te bespreken. Jillian: ‘Het kan natuurlijk dat kinderen nooit iets vervelends hebben meegemaakt. Maar het kan ook zijn dat ze het niet herkend hebben als zodanig. Je hoort vaak: dat zijn mijn vrienden zij mogen het N-woord zeggen want ze bedoelen het niet slecht. Maar omdat iemand het accepteert of niet ervaart als racisme, wil niet  zeggen dat het geen racisme is. Racisme bestaat niet alleen als iemand gekwetst wordt. Wat ook veel gebeurt is het weg lachen. Een verdedigingsmechanisme. Als de hele groep lacht, lach je mee… Het racisme raakt daarmee op de achtergrond, maar als je doorvraagt blijkt het vaak toch niet zo fijn te voelen…’

Natuurlijk moeten niet alleen mensen en kinderen die gediscrimineerd worden, hun mond open doen. We moeten het gesprek met zijn allen voeren, welke huidskleur je ook hebt. Op het werk, op school, in de media, in het gezin… Verandering begint met open en eerlijk praten met elkaar. En daar kun niet vroeg genoeg mee beginnen. Jillian: ‘Ouders met kinderen op een witte school  en een witte sportclub, leg ik altijd uit dat ze nu in die witte bubbel zitten, maar dat hun kinderen later de wijde wereld intrekken. Nu is de tijd om ze daarop voor te breiden. Hoe eerder hoe beter. Als je met je peuter de kleuren oefent, voeg daar dan spelenderwijs de verschillende huidskleuren aan toe. Bijvoorbeeld roze, lichtbruin, beige, donkerbruin. Zo leer je kinderen dat je huidskleur mag zien. Praat je met je zevenjarigen over thema’s als eerlijk en oneerlijk? Bespreek dan meteen wat voorbeelden van racisme. En flapt je kind er toch ineens iets racistisch uit, zeg dan niet ‘sht dat mag je niet zeggen’, maar praat erover. Het is geen taboe. Leg uit dat racistische opmerkingen onaardig zijn en anderen kwetsen. Help je kind met het vinden en gebruiken van de juiste woorden.’

Zwarte helden

Heel belangrijk is ook om de beeldvorming van kinderen in goede banen te leiden. Sarita: ‘Kinderen zien veel stereotype beelden op televisie van donkere mensen. Mensen uit Afrikaanse en Aziatische landen die zielig en hulpbehoevend zijn. Daardoor ontstaat de beeldvorming: die mensen zijn zielig, ze kunnen het niet en wij moeten ze helpen. Het is geen hatelijke vorm van racisme maar wel een vorm van exclusie. Zorg dat je kinderen een realistisch beeld krijgen van de wereld. Kies een  voorleesboek met een zwarte held. Lees niet alleen Kuifje in Afrika, maar laat ze échte, krachtige, donkere rolmodellen zien.’

Over de kentering in de samenleving is Sarita maar heel voorzichtig enthousiast. Sarita: ‘We zijn goede stappen aan ’t zetten maar we zijn er nog lang niet. Je ziet racisme nog overal, in alle lagen van de samenleving: op de voetbal, bij uitzendbureaus, bij de politie, op de huizenmarkt, bij stagebureaus en ga zo maar door. De situatie is nu vaak dat donkere mensen getolereerd worden maar zodra ze een afwijkende mening hebben, kunnen ze ‘teruggaan naar hun eigen land’. Een pijnlijke en vreemde opmerking omdat veel mensen met een migrantenachtergrond gewoon in Nederland geboren zijn. Ik vergelijk het altijd met de positie van vrouwen. Je bent leuk als de secretaresse bent of van de catering, maar zodra je directeur bent of een hoge politicus ben je ineens een bitch. Dat is hetzelfde principe. Mensen van kleur worden getolereerd als ze in entertainment zitten, in de schoonmaak of in de verzorging, maar zodra ze een uitstapje maken naar een positie die mensen niet verwachten, komt er weerstand.’

We zijn er nog lang niet

Ook Jillian benadrukt dat er nog een lange weg te gaan is. Jillian: ‘Op de voorgrond ziet het er nu vaak goed uit. Het team of de klas is divers met voldoende mensen van kleur. Maar hoe voelen die mensen zich op de werkvloer? Hoe geaccepteerd voelen zwarte kinderen zich op een gemengde school? Zolang er nog steeds microagressie en nare opmerkingen worden gemaakt, zijn we er nog niet. We moeten ons nu richten op die binnenkant. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen zich veilig en thuis voelt?’

Om daar te komen, moeten we eerst door de ongemakkelijke fase heen waarin we nu beland zijn. Het probleem wordt blootgelegd maar de vooroordelen zijn er nog. Het onderwerp ligt zó gevoelig dat mensen het idee krijgen ‘niks meer te kunnen zeggen’. Logisch, vindt Sarita: ‘Mensen van kleur hebben zich jarenlang systematisch ingehouden. Mijn vader is bijvoorbeeld zijn hele leven etnisch geprofileerd. Hij was een keurige zakenman maar werd altijd aangehouden bij de douane omdat hem verdachten van louche zaken. Dit soort ervaringen gaan van generatie op generatie op generatie. Die pijn zit diep. Dat er nu een tegenreactie komt, kan ik wel begrijpen.’

Daarbij is ongemakkelijkheid een natuurlijk onderdeel van groei. Jillian: ‘Het gevoel van op de tenen lopen is een fase die hoort bij verandering. We moeten iets nieuws leren. Ons leven staat op de kop en we moeten alles her-evalueren. We moeten onszelf daarin de ruimte geven, maar eerst moeten we door het ongemak heen. Veel mensen blijven racisme ontkennen, zelfs als je het aanwijst. Het is dus belangrijk dat we blijven vechten om het duidelijk te maken. Dit is niet iets van de laatste drie jaar, dit speelt al jaren en nu pas is er een lichte kentering. Als maatschappij hebben we zwarte piet bijna helemaal aangepakt, een grote culturele verandering. Laten we nu aan de slag gaan met eerlijke kansen in het onderwijs, een inclusief wervingsbeleid, enzovoort.’

Uiteindelijk willen we naar een situatie waar kinderen niet gedefinieerd worden door cultuur of kleur maar allemaal op dezelfde manier gezien worden als klein mens met kwaliteiten en eigenschappen.  Dat we daar niet één, twee, drie zullen zijn, is duidelijk. Maar duidelijk is ook dat we ernaar moeten blijven streven. Jillian: “Samen kunnen we ervoor zorgen dat de kentering die we nu zien, doorzet naar een structurele verandering: een toekomst waar ruimte en gelijkheid is voor iedereen.”

Jillian Emanuels is actief op Instagram als @deinstantpedagoog en verzorgt (online) trainingen over o.a antiracistisch opvoeden en lesgeven.
jillianemanuels.nl

Sarita Bajnath geeft (online) trainingen en lezingen over o.a. privileges, intersectionaliteit en culturele sensitiviteit.
privilegetraining.nl

Photo by James Eades on Unsplash

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
De artikelen van Anne verschenen eerder in tijdschriften en kranten waaronder Fabulous Mama, Viva, Margriet, Linda en NRC Next. Anne is eigenaar van Uitgeverij 11