Horeca Nederland adviseert uitbaters van zaken waar criminelen de dienst zijn gaan uitmaken om meteen aangifte te doen: ‘Ondernemers die in de fuik van afpersers zijn geraakt, komen daar écht alleen nog maar uit door naar de politie te stappen.’ Lees hier waar het misging in het verleden.

STEUN RO

Café-uitbaters worden steeds vaker bedreigd en afgeperst door criminelen. Dat blijkt uit onderzoek dat justitie de laatste jaren deed naar de activiteiten van criminele netwerken en motorbendes. Criminelen gebruiken cafés en restaurants daarnaast ook voor het witwassen van misdaadgeld, aldus het Openbaar Ministerie. In sommige steden is praktisch de hele horeca in handen van mensen met een twijfelachtige achtergrond. In Arnhem pakte justitie drie Hells Angels op, omdat zij een kroegeigenaar met geweld dwongen om zijn zaak te verkopen (zie ‘Hells Angels op zolder’).

Verkeerde gasten

Vijftien grotere gemeentes in Nederland maken zich inmiddels druk om dit soort criminele praktijken. Zij hebben regelmatig overleg met elkaar over hoe om te gaan met de vergunningaanvraag van verdachte groepen. Een herbergier moet volgens de vakvereniging opletten met welke zakenpartners hij in zee gaat, en wat voor personeel hij in dienst neemt, om geen hang-out voor fout volk te worden. Horeca Nederland ziet graag dat horecaondernemers met elkaar en de politie samenwerken, om verkeerde gasten te kunnen aanpakken. Criminelen kunnen ook buiten de deur worden gehouden door het handhaven van huisregels en door cameratoezicht.

1. Barretje Hilton – ‘De maandagavondclub’

Een legendarische ontmoetingsplaats voor onder- en bovenwereld was jarenlang het Amsterdamse Hilton hotel. Terwijl Beatle John Lennon en zijn vrouw Yoko Ono het hotel in de jaren zestig nog gebruikten voor een ‘bed-inn’, gleed het hotel in de jaren tachtig af naar een gelegenheid voor gasten van een heel ander kaliber. De bar van hoteldiscotheek Juliana’s en het casino van het Hilton werden de hangplek voor criminelen als Klaas Bruinsma en Cor van Hout, en veel vrije jongens uit het zakenleven. Vooral de ‘maandagavondclub’ is een bonte verzameling van snelle heren die hun met leer beklede Bentleys en Jaguars regelmatig voor het hotel aan de Apollolaan parkeren.

Hoewel de zakenmensen de louchere bezoekers liever uit de weg gaan, is er omgekeerd wel belangstelling voor de ondernemers. Een vastgoedondernemer en voormalige ex-penningmeester van Ajax brengt begin jaren negentig naar buiten dat hij in de bar van het hotel is bedreigd door Cor van Hout. De Heineken-ontvoerder wil dat hij de aankoop van een Amsterdamse wolkenkrabber samen met een bepaalde aannemer doet. Anders zouden er ‘vervelende dingen’ kunnen gebeuren.

Het dieptepunt in het bestaan van ‘barretje Hilton’ is de moord op Klaas Bruinsma, op 27 juni 1991, op de stoep voor de discotheek van het hotel. Nadat Bruinsma in de club wat heeft gedronken, krijgt hij midden in de nacht op straat ruzie met de Amsterdamse ex-politieman Martin Hoogland, die zich bij de Joegoslavische maffia heeft aangesloten. Hoogland schiet Bruinsma na de woordenwisseling met vier kogels door zijn voorhoofd en in zijn borst. De eveneens aanwezige topcriminelen Johan V. en Koos R. scheuren er vandoor in hun Porsche.

De gebeurtenis dwingt de directie van het Hilton Hotel ertoe maatregelen te nemen, om zo het bezoedelde imago weer wat op te krikken. Dat doet ze door twee barmannen te ontslaan, door al te vervelende gasten een brief te sturen dat ze niet meer welkom zijn, en door kunst in de bar op te hangen.

Harry Mens claimde later overigens in een terugblik in de krant Het Parool dat er nooit heibel was in ‘barretje Hilton’: 'Het was er altijd juist heel gezellig.' Justitie vervolgt jaren later nog aantal vaste klanten van de ‘maandagavondclub’. Zij blijken de kopstukken te zijn van een groot beursfraudeschandaal, waarvoor de eerste plannen ongetwijfeld in ‘barretje Hilton’ ontstonden.

2. De Hallen – Het liquidatiecafé

‘Gewoon eens lekker binnen komen vallen’. Die kreet op de gevel van café De Hallen in Amsterdam-West krijgt op de avond van 20 april 2006 een lugubere lading. Een schutter maakte een einde aan het leven van Thomas van der Bijl, in zijn eigen kroeg, terwijl hij stond te stofzuigen. Omdat de criminele Wallenondernemer Mounir Barsoum in 2004 al werd geliquideerd op het kruispunt vóór de zaak, krijgt De Hallen na de dood van Van der Bijl de bijnaam ‘liquidatiecafé’.

De horecazaak staat dan al een tijd bekend als verzamelplaats voor de Amsterdamse onderwereld. Het is onder meer het stamcafé van Cees Houtman. Hij is in de jaren tachtig leider van de zogenaamde Kinkerbuurt-bende, berucht door het plegen van brutale bankovervallen. Ook Willem Holleeder is regelmatig te gast in De Hallen. Met hem gaat Van der Bijl ver terug: voor de Heineken-ontvoerders zou Van der Bijl ooit het losgeld van de ontvoering in een bos bij Parijs hebben opgegraven. Maar uit politiedossiers blijkt dat de relatie tussen Van der Bijl en Holleeder na de dood van zijn vriend Houtman sterk bekoeld is geraakt. In verklaringen claimt Van der Bijl dat Holleeder zijn maatje Houtman heeft laten vermoorden. Van der Bijl vertelt zelfs een paar keer door de Neus in elkaar te zijn geslagen in zijn kroeg. De Hallen is dan niet het enige etablissement, waar Willem Holleeder mensen angst inboezemt…

3. Café Lexington – ‘Holleeders huiskamer’

Rond de millenniumwisseling is dit dé ontmoetingsplaats voor boven- en onderwereld (nadat de topcriminelen in het Hilton Hotel niet meer welkom waren). De Lexington wordt ook wel de ‘huiskamer van Holleeder’ genoemd, ‘Holleeders hangplek’, of gekscherend de ‘Willem-Lex’. De veroordeelde Heineken-ontvoerder drinkt er met de inmiddels geliquideerde criminele kopstukken Sam Klepper en John Mieremet graag een biertje. Bij voorkeur op dinsdagavond, door vaste bezoekers veelbetekenend de ‘hoerenavond’ genoemd: vrouwelijke golddiggers voelen zich kennelijk tot de klandizie aangetrokken.

Mieremet verklaart later aan de politie dat de plannen voor afpersing van zakenmensen in de Lexington ontstonden, een locatie waar ook vastgoedhandelaren graag met elkaar proostten. Volgens Mieremet benaderde hij en Willem Holleeder via Willem Endstra vermogende Nederlanders, die vervolgens werden bedreigd. Alleen als ze astronomische bedragen overmaakten, lieten de heren ze verder met rust. De rechter veroordeelde Holleeder later tot negen jaar cel voor het afpersen en bedreigen van de vastgoedondernemers Willem Endstra, Rolf Friedländer én Cees Houtman.

Café Lexington onderging ondertussen een gedaanteverwisseling, nadat de eigenaar een conflict kreeg met bierbrouwer Heineken. De ruzie had volgens de brouwer niets te maken met de bezoekjes van de Heineken-kidnapper. De uitbater zou tegen de afspraak in Amstel hebben getapt, in plaats van Heineken. De zaak heeft inmiddels ook een andere naam: Grand Café Willemspark.

4. Baja Beach Club – De ‘oude’ Baja

Het is niet alleen de hoofdstad waar de topcriminelen elkaar ontmoeten. Een Rotterdamse club is zelfs plaats van handeling in een grote liquidatiezaak. Het gaat om de ‘oude’ Baja Beach Club, waarover kroongetuige Peter La S. in 2009 vertelt aan justitie. De club is jarenlang een hotspot met tropische uitstraling in het Rotterdamse uitgaansleven, compleet met schaars geklede bediening. La S. zegt er getuige van te zijn geweest hoe Jesse R. in de 'Baja' in oktober 2005 een moordlijstje kreeg overhandigd van drie mannen waarmee moest worden afgerekend. Dat waren volgens hem Cees Houtman, Thomas van der Bijl en Nedim Imaç. Het lijstje zou aan Jesse zijn overhandigd door Dino S., de vermeende ‘rechterhand’ van Holleeder. Niet lang erna daarna kwamen de drie genoemde mannen door kogels om het leven.

Zwak punt aan La S.’ verklaring is dat hij op de bewuste avond wel mee was, maar niet de discotheek bezocht. Van Jesse R. moest hij buiten blijven wachten. Later meldde zich bij justitie nog een bedreigde anonieme getuige die de codenaam Q5 kreeg. Deze getuige claimde wél aanwezig te zijn geweest bij gesprekken over geplande liquidaties. Ook Willem Holleeder zou daarbij zijn geweest. Na het drinken van veel bier werd hij volgens Q5 vaak luidruchtig, en riep hij dat ‘die drie of vier eraan zouden gaan.’ Volgens de getuige zou de vierde persoon de later ook doodgeschoten advocaat Evert Hingst zijn. Holleeder is overigens nooit aangeklaagd door justitie voor de liquidaties.

In november 2010 sloot de oude Baja Beach Club zijn deuren, omdat de eigenaar failliet ging. Op een ander locatie is inmiddels een nieuwe club geopend, onder dezelfde naam.

5. Café Zuid – Satudarah clubhonk

Deze kroeg aan de Amsterdamse Rijnstraat is bekend geworden als het clubhonk van motorclub Satudarah. De eigenaresse is de partner van de leider van de Satudarah, Etous B. (38). Hij wist eind 2012 aan een moordaanslag door een rivaliserende criminele groep te ontkomen. Etous is de broer van de in 2009 waarschijnlijk door de zogenaamde 'tattoo killers' omgebrachte Boneka B.

Burgemeester Van der Laan liet café Zuid begin dit jaar sluiten, omdat de uitbaatster weigerde informatie te geven over de bedrijfsvoering. De gemeente vermoedt dat het café is opgezet met crimineel geld. In een restaurant om de hoek van Café Zuid arresteerde de politie vorig jaar nog 56 leden van de club. De politie had informatie dat Satudarah-leden die avond een rekening wilde vereffenen met de Hells Angels. Tijdens een controle van identiteitsbewijzen ontstond een vechtpartij met politiemensen, waarbij flessen, tafels en stoelen door de lucht vlogen.

Vier agenten raakten hierbij licht gewond, waarop versterking van de mobiele eenheid werd ingeroepen. Die stond al klaar die avond voor de wedstrijd Ajax-FC Twente. De ME nam twaalf messen en twee vuurwapens in beslag. Twee van de leden van de club bleken kogelwerende vesten te dragen. Tegen leden van Satudarah lopen op het moment door het hele land politieonderzoeken en rechtszaken vanwege onder meer brandstichting, drugs- en wapenhandel en mishandeling.

6. Danscafé ‘Twenty Nine’, Arnhem – Hells Angels op zolder

‘Een paar stompen voor mijn kop en een pistool op mijn hoofd’. Op 15 september 2011 mishandelen twee mannen de voormalige eigenaar van danscafé ‘Twenty Nine’ aan de Korenmarkt. Hij wordt eerst opgehaald door de nieuwe exploitant van de club, om ‘een zakelijk conflict uit te praten’. Zachtzinnig gaat dat er niet aan toe. Op de zolder van Twenty Nine springen plotseling twee zware jongens bovenop hem, en krijgt hij klappen. De man wordt gedwongen papieren te tekenen waarmee hij afstand neemt van zijn aandeel in de uitgaansgelegenheid. Het slachtoffer zegt een ‘hard voorwerp’ op zijn hoofd te hebben gevoeld, hij denkt een pistool.

Tijdens de rechtszaak stelt justitie dat de eigenaar van ‘Twenty Nine’ contacten heeft met de Hells Angels. Hij zou zijn netwerk bij de motorclub hebben ingezet om van zijn partner af te komen. Ook de portier van de club zit in het complot. Dit ligt gevoelig: het is een 34-jarige schietinstructeur van de Koninklijke Landmacht, die als commando meerdere malen is onderscheiden. De rechtbank stelt hem later vanwege persoonlijke omstandigheden weer op vrije voeten.

De rechtbank vindt de bewijzen voor de mishandeling trouwens niet overtuigend. Ze veroordeelt de drie verdachten niet tot de geëiste 27 maanden, maar tot de maximale negen maanden cel voor ‘bedreiging met geweld’. Danscafé ‘Twenty Nine’ heet inmiddels ‘Loft’ en is in handen van twee andere horecaondernemers.

7. Café De Kabouter, Groningen – Bolwerk van de oude Z-side

Voormalig hooligancafé, waar de leider van de Z-side van FC Groningen tot 2010 een waar schrikbewind voerde. In café De Kabouter komen jarenlang de hardcore Groningen-supporters indrinken, op weg naar voetbalwedstrijden in het oude Oosterparkstadion (al dan niet met een stadionverbod). Jan B. richt in het verlengde van de Z-side een ‘vriendenclub’ op met de naam Groninger Casual Firm (GCF), naar Brits voorbeeld. Met geweld handhaaft hij de orde binnen zijn club, die hij vooral gebruikt om harddrugs aan de man te brengen. Niemand van de leden durft tegen B. in te gaan.

Uitgerekend een moeder van een van de hooligans doet op zeker moment aangifte bij de politie van mishandeling. Haar zoon is in een stoel gezet, vastgebonden en met een mes in zijn gezicht bewerkt. Het litteken is blijvend. Op camerabeelden ziet de politie later hoe bij twee andere leden de neus werd gebroken. Dat gebeurt omdat zij ‘zeuren’ of ‘wel willen snuiven, maar niet willen vechten’. Om B. en een aantal van zijn maten te kunnen oppakken, schakelt de politie in Groningen de hulp in van Britse undercoveragenten.

Op 26 mei 2010 doen zij bij Jan B. een pseudokoop. Nadat ze in De Kabouter een kilo cocaïne bij B. hebben gekocht, voor 45.000 euro, kan een arrestatieteam hem meteen in de kladden grijpen. Op andere locaties van de ‘Firm’ vindt de politie een wapen en een hennepkwekerij. De rechter veroordeelt de Jan B. later tot negen jaar celstraf. Hij krijgt een ontnemingseis opgelegd van 23.000 euro. Tijdens de rechtszaak vertelt de officier van justitie dat hij verbaasd is over hoe weinig aangiftes van geweldsmisdrijven er na de aanhouding van B. zijn binnengekomen. Ze denkt dat de 33-jarige B. vanuit de gevangenis nog steeds met ijzeren hand regeert over zijn achterban.

In 2011 sloopt een aannemer het pand waarin tot moment café De Kabouter is gevestigd. De kroeg is dan al een tijdje gesloten.

8. Shisha Lounge – ‘Ontmoetingsplaats voor criminelen’

Recente voorbeeld van een horecagelegenheid waar de onderwereld de dienst uitmaakte. Op de avond van 22 april 2012 schiet een onbekende man in een lounge van dit waterpijpcafé de 31-jarige Redouan ‘Takka’ B. dood. Hij wordt met meerdere kogels beschoten, in een ruimte met nog 15 andere gasten – waaronder een aantal van zijn vrienden. De politie noemt het ‘een wonder dat geen andere personen gewond raakten’. Boutaka is een bekende van de politie, die dan ook uitgaat van een afrekening in het criminele milieu. The Shisha Lounge blijkt dan al langer een ontmoetingsplaats voor criminelen. Op Nieuwjaarsavond 2010 gaan waterpijprokers op straat zelfs met bezoekers van een andere kroeg in gevecht. Achter de bar blijken illegale werknemers te staan. De gemeente besluit de lounge daarom eind augustus maar eens dicht te timmeren.

De Pijp uit

Het is niet het eerste geweld in horecagelegenheden in de Amsterdamse Pijp. In november 2011 werd de eigenaar van café Emperium doodgeschoten in zijn eigen kroeg, voor de ogen van een paar nietsvermoedende klanten. De dader werd gepakt en kreeg pas nog 16 jaar cel. Over het motief voor de moord wilde hij niets kwijt. Wel had hij een strafblad voor verboden wapenbezit en gijzeling.

In 2007 werd in café Jong Zuid, een andere bekende louche tent aan dezelfde kade, de 33-jarige Robert Knufman door zijn hoofd geschoten. Knufman is een veroordeeld ecstacy- en wapenhandelaar. De moord is nog steeds onopgelost. Café Jong Zuid is het voormalige café Jan Steen. Dat café werd destijds onder meer bezocht door Johnny Mieremet en Sam Klepper. Regelmatig kwamen er ook leden van de groep van topcrimineel Gwenette M., zoals de inmiddels ook al niet meer in leven zijnde Clyde de J. en Boneka B.

In juni besloot de burgemeester De Pijp als ‘risicoveiligheidsgebied’ uit te roepen, waardoor de politie er preventief kon fouilleren. Veel haalde dat niet uit. In oktober 2013 was het namelijk weer raak. Een man werd door een kogel in zijn schouder geraakt voor de ‘Shisha Palace’, een waterpijplounge vlakbij zijn (bijna) naamgenoot.

Levenslang voor schieten in de kroeg

Kroegen zijn regelmatig het decor voor vechtpartijen of schietincidenten tussen criminelen onderling, afpersers of overvallers. Soms loopt het écht uit de hand. Berucht is de moordpartij die plaatsvindt in café Inn&Out in Rotterdam, op 15 november 2005. Drie schutters gaan er met machinepistolen naar binnen, met het plan de eigenaar voor een half miljoen euro af te persen. Ze sluiten de barman, zes bezoekers en een toevallige voorbijganger op, binden ze vast, en bedreigen ze met de dood. Als blijkt dat de eigenaar de som geld niet heeft, worden het vuur op de gasten geopend. Daarna besprenkelen de drie mannen de aanwezigen met brandbare vloeistof, en proberen ze de zaak in brand te zetten. Als door een wonder komen slechts drie mensen om het leven, een vierde raakt blijvend verlamd. Enkele bezoekers overleven, omdat ze zich voor dood houden tijdens de gruwelijke overval. De daders worden gepakt en krijgen levenslang.

Terug met een wapen

Ander voorbeeld van geweld in een horecagelegenheid is de zesdubbele moordpartij in Café ’t Koetsiertje in Delft, op 5 april 1983. Op die dag slaat Cevdet Y., bijgenaamd Ted de Turk, door na een ruzie met een bezoeker die hem zou hebben uitgemaakt voor ‘kankerturk’. De schimmige kroeg stond daarvoor al bekend als een horecagelegenheid waar de gasten hun conflicten liever met de vuisten beslissen. Y. verlaat kwaad ’t Koetsiertje, keert tien minuten later terug met een wapen, en schiet de man en vijf anderen dood. Onder de slachtoffers is een 12-jarig kind. Y. wordt tot levenslang veroordeeld. Ted de Turk krijgt net als de overvallers op Inn&Out levenslang opgelegd. In augustus 2009 komt hij in opspraak, omdat hij tot verbazing van velen toestemming voor begeleid verlof heeft gekregen. Dat wordt snel teruggedraaid.

Dit artikel is een bewerking van een verhaal dat eerder verscheen in het weekblad Panorama, in 2013.

    Joost van der Wegen (1970) is (onderzoeks)-journalist op het gebied van criminaliteit, politie en justitie, inlichtingendiensten, slachtofferschap, en drugsbeleid. Hij publiceerde hierover onder meer in Metro, Panorama, Crimelink en Vrij Nederland. Voor Crimesite schreef hij het boek 'Onder spanning’, over politiewerk en PTSS. In 2018 werden zijn verzamelde misdaadreportages gebundeld in ‘Moordboek’ (Just Publishers).