Sillicon Valley brengt kennis en kunde bij elkaar en genereert zo groei en geld. En dat willen wij ook. Daarom deze week op de Nieuwe Pers: Hub Holland Hub! Neem een voorbeeld aan de high-tech hub uit de Verenigde Staten.

STEUN RO

Hewlett-Packard, Intel, Google, eBay, maar ook Quora, OPPO en PlayPhone. Silicon Valley huist ’s werelds grootste technologiebedrijven, maar ook kleine, innovatieve startups. De draadjes komen bij elkaar in de high-tech hub in zuidelijk Californië. Een poel van creativiteit en de oorsprong van vele gadgets. Silicon Valley is hip, en de nerds die er wel en niet werken ook. The Sky is the Limit, als je Go-Go-Gadget-Arms tenminste zo ver rijken. Maar the Valley is allang niet meer de hippiecommune waar genieën al wietrokend op hun beste ideeën kwamen. Vergeleken met Californië is de Zuidas een kinderspeeltuin. Naast de Googles doen ook psychotherapeuten goede zaken.

Desondanks is het concept van Silicon Valley een business plan dat elders maar wat graag wordt overgenomen. Eindhoven, Singapore, Kopenhagen… allen steden die genoemd worden als mogelijk ‘nieuwe’ Silicon Valley. En niet alleen high-tech vaart goed bij de valley-structuur, ook andere sectoren gaan steeds meer bij elkaar clusteren, zoals in de Groningse Energy Valley. Steeds geldt: de bij elkaar gebrachte kennis levert innovatie, creativiteit en – uiteindelijk – geld op. Daarom deze week op De Nieuwe Pers: Hub Holland Hub, Nederland innoveert zich uit de crisis. 

OOK IN HET NIEUWS VRIJDAG 17:00
Het nieuwe WTC in New York heeft vandaag zijn hoogste punt bereikt. Verder heeft de Zuid-Afrikaanse bisschop en Nobelprijswinnaar Desmond Tutu aangegeven niet meer op het ANC te gaan stemmen. En Frank de Boer is trainer van het jaar geworden.

FACEBOOK VIND IK NIET LEUK

Een van de bedrijven in Silicon Valley is een website die het dagelijks leven van veel internetgebruikers volledig beheerst. Mark Voortman maakte een eind aan zijn verslaving.

Tekst: Mark Voortman / 10 mei – 15.20

De beslissing om je Facebookaccount te verwijderen neem je niet zomaar. Daar dien je goed over na te denken, je moet alle voors en tegens zorgvuldig afgewogen hebben. Vandaar dat je veertien dagen bedenktijd krijgt voordat de verwijdering definitief is. Log je in die twee weken een keer in is je account weer actief.

Facebook. Lang wist ik me ervan te weerhouden, maar op een bepaald moment zwichtte ik toch voor de sociale druk. Ik wilde er ook bij horen. Mijn relatie met Facebook, die uiteindelijk ongeveer een jaar geduurd heeft, is van begin af aan moeizaam geweest. Een profielfoto had ik nog wel, maar verder voelde ik weinig behoefte om gezellige foto’s uit mijn dagelijks leven te delen met de mensen die ik had geaccepteerd als vriend. Dat had als gevolg dat de enige foto’s op mijn profiel zogeheten tags waren, waarop ik scheel kijkend een glas bier wegtikte met mijn broek op mijn enkels. Dat dat een probleem was kwam ik achter toen ik een nieuwe vriendin kreeg. “Je moet even wat leuke foto’s uploaden anders denkt iedereen dat mijn nieuwe vriend een mongool is.”

Etalage van mijn leven

Inderdaad, dacht ik toen. Facebook is de etalage van mijn leven. Een ruit die 24 uur per dag te bekijken is. Het is hoe mensen die ik niet vaak spreek denken dat mijn leven eruit ziet. Dan kan ik maar beter zorgen dat er wat leuks te zien is. Dat het in ieder geval lijkt alsof ik af en toe nog wat meemaak. Ik moest werken aan mijn online reputatie. Ik nodigde mensen uit om vrienden te worden. Oud-klasgenoten, collega’s, ex-vriendinnen, mensen die ik ooit eens gesproken had, de hele zooi. Hoe meer vrienden, hoe meer kans op reacties, hoe populairder ik zou lijken.

Al snel kwam ik erachter waarom ik de mensen waarmee ik bevriend op Facebook was in het dagelijks leven niet sprak. Hoe zwaar de dag van de ene weer was geweest, hoe leuk het middagje in de dierentuin van de ander was, hoe weer iemand anders zo’n superleuke avond had gehad met dit en dat eten bij die en die gelegenheid. Ik scrolde van tienermeisjes met getuite lipjes op bewerkte foto’s, naar moeders die de was gingen doen en dat meldden in een teksten die ondanks de korte lengtes toch vol taalfouten zaten. Moeders en meisjes die, als ik ze bij hoge uitzondering wel in het echt sprak, precies konden vertellen wat ik die week had gedaan.

Sterker dan mezelf

Toch bleef ik de onstuitbare drang voelen om op elk moment dat ik me even verveelde of een gesprek doodviel, op mijn slimme telefoon met beeldscherm dat reageert op aanraking te kijken of er nog wat interessants gebeurd was. Meestal was dat niet zo. Dan keek ik maar weer met wie mijn vriendin nu weer bevriend was geraakt. Ik was op een feestje waarover ik zoveel op Facebook plaatste dat ik weinig van het feestje mee heb gekregen.  Ik sprak op het feestje mijn echte vrienden niet omdat ik zo graag aan mijn Facebook-vrienden wilde laten zien hoe leuk ik het had, hoewel de echte vrienden op dat feestje wel gelijk reageerden op mijn nieuwe updates. Het voelde onecht en oppervlakkig, deze op beeldvorming gerichte populariteitswedstrijd, maar het moest wel, het was sterker dan mezelf geworden.

Deze waanzin moest stoppen, besloot ik na weer eens een avond zinloos scrollen waarop ik vaststelde dat het een verslaving was geworden. Ik zou mij account verwijderen en wel meteen. Een aantal weken later klikte ik aan dat ik zeker wist dat ik mijn account wilde verwijderen. “Wees alert dat het niet mogelijk is je account opnieuw te activeren”, probeerde mijn computer nog. Ik wist het echt zeker en kreeg daarom veertien dagen bedenktijd. Een kwartier nadat ik mijn account voorlopig definitief had verwijderd belde mijn verontruste vriendin. Wat er aan de hand was. Ze heeft een half uur gelachen toen ik vertelde dat ik mijn profiel had verwijderd. “Waarom in hemelsnaam?!” Die reactie kreeg ik die twee weken vaker. Die twee lange weken. Bijna dagelijks kreeg ik een mailtje met het bericht dat iemand iets over mij had gezegd of dat iemand met mij op de foto stond. Ik wist dat ik niet mocht klikken. De verleiding was groot, maat ik moest sterk zijn, volhouden.

Bevrijding

Uiteindelijk overleefde ik de veertien dagen. Sindsdien heb ik weinig meer van Facebook vernomen. Ook weet ik nu niet meer wat het nichtje van de zus van mijn buurman zijn ex-vrouw vandaag op haar boterham heeft. Ik heb geen idee wanneer de dochter van mijn buurvrouw is uitgeteld. En dat vind ik heerlijk. Ik voel me niet meer bekeken, niet meer naakt, voel geen druk meer om mijn leven op te leuken of om foto’s van een sfeervol kleurenfilter te voorzien. Niet meer de drang om privézaken zo snel mogelijk online te gooien enerzijds, en de vraagtekens over mijn privacy anderzijds. Ik voel me bevrijd. De dingen die ik wil delen met mijn vrienden deel ik met ze als ik ze bel, of als ik ze bezoek voor een biertje. We hebben elkaar dan wat te vertellen en kijken niet constant op onze telefoons. Net als met mijn vriendin. Die korte tijd nadat ze klaar was met mij uitlachen ook haar Facebook-account heeft verwijderd.

Overigens kunnen mensen die meer over mij willen weten me volgen op Twitter.

VAN ONE-FIRM-ECONOMY NAAR START-UP SAUNA

Tekst: Sjoerd Blankevoort / 10 mei – 14.00

Finland gold jarenlang als het bewijs dat investeren in innovatie loont. Het Scandinavische land transformeerde in nog geen tien jaar tijd van een specialist in hout en papier tot een hightech economie die in alle innovatielijstjes aan de top staat. De manier waarop dit gerealiseerd werd, is bekend geworden als het Finse Model: gratis onderwijs voor iedereen, hoge investeringen in toegepast onderzoek en een sterke verzorgingsstaat.

Symbool voor het succes van het Finse Model stond telefoonfabrikant Nokia. Dit bedrijf maakte in de jaren ’70 nog rubber laarzen, verwarmingen en kabels, maar sinds het vanaf 1992 volledig inzette op digitalisering, groeide het uit tot wereldwijde marktleider in mobiele telefoons. In de periode 1998 tot 2007 was Nokia verantwoordelijk voor een kwart van de Finse economische groei en zorgde het voor een vijfde van de totale exportwaarde. Met de enorme groei van Nokia kwam er ook kritiek op het Finse Model, dat wel erg afhankelijk leek van één bedrijf. Als Nokia zou omvallen of verhuizen, zou er nog maar weinig overblijven van de Finse success story.  The Economist bedacht naar aanleiding van de Finse situatie zelfs een naam voor dit type economie: one firm economies.

Inmiddels staat Nokia er niet meer zo florissant voor. De telefoonfabrikant hield te lang vast aan de bekende mobieltjes in de vorm van een candybar en miste ontwikkelingen op het gebied van smartphones en apps. De waarde van het aandeel daalde sinds 2007, het jaar dat de iPhone werd geïntroduceerd, met maar liefst 90 procent. Het bedrijf moet maar hopen dat een eigen smartphone in samenwerking met Microsoft het tij kan keren.

Startups

Maar de ondergang van de telefoongigant betekent zeker niet dat het Finse Model in de prullenbak verdwenen is. Sterker nog, de neergang van telefoongigant lijkt een blessing in disguise. Sinds 2008, toen de eerste tekenen van verval zichtbaar werden, doet Finland meer dan ooit om innovatie en ondernemers te stimuleren. De universiteiten werden hervormd en er kwam een innovatie- en technologie-instantie met een budget van 600 miljoen. Ook werd er een fonds opgericht, deels gefinancierd door de overheid, deels door private partijen, dat veelbelovende ondernemers helpt bij het opzetten van een bedrijf. Door deze maatregelen is het markt- en ondernemingsklimaat in Finland een stuk beter geworden. Onder het indrukwekkende aantal startups van de laatste jaren zijn er maar liefst driehonderd gestart door ex-Nokia werknemers.

Angry Birds

Tegenwoordig blinken de Finnen vooral uit in het maken van videogames. Terwijl Nokia zich geen raad wist met apps, werd in Finland een van de succesvolste apps ooit gemaakt: Angry Birds. Ook veel andere spellen die in Finland worden gebouwd, zijn speciaal ontwikkeld voor smartphone en iPad. Finse studenten zien zichzelf later niet meer bij Nokia werken, maar nemen een voorbeeld aan deze bedrijfjes. In de zomer van 2010 organiseerde een groep studenten de summer of startups, om te verkondigen dat de toekomst niet meer bij de oude giganten ligt, maar bij nieuwe ondernemingen. Deze summer of startups is uitgegroeid tot Start-Up Sauna, een non-profit organisatie die gerund wordt door studenten, maar gefinancierd wordt door de regering, bedrijven en de universiteit. In een oud pakhuis bij de universiteit van Helsinki worden ambitieuze studenten op verschillende manieren bijgestaan en gestimuleerd. Zo geven ervaren ondernemers hun kennis door en wordt er werkruimte ter beschikking gesteld. Natuurlijk kan er- erg belangrijk voor een hub- ook genetwerkt worden. Bijvoorbeeld in een van de vele sauna’s.

OOK IN HET NIEUWS VRIJDAG 12.00
Burgers hervatten de zoektocht naar de vermiste jongetjes uit Zeist. Om 14.00 beginnen ze op de Utrechtse Heuvelrug. Door een digitale bankroof zijn cybercriminelen 45 miljoen dollar rijker geworden. En in Florida is een voor de politie vluchtende man alsnog gepakt. Door een krokodil

ZUID-AMERIKAANSE HUBS: STARTUPS IN CHILI, POLITIEK SPEELTJE IN ARGENTINIË

Tekst: Simon van Woerden / 10 mei – 11.45

Het voorbeeld van Silicon Valley heeft ten zuiden van de evenaar ook tot inspiratie geleid. In Chili bijvoorbeeld loopt sinds 2010 het programma "Start-Up Chile", waarbij ondernemers in één dag hun bedrijf kunnen beginnen en van de overheid een startkapitaal krijgen. Dat startkapitaal kan oplopen tot dertigduizend euro. Deelnemers komen met name uit Chili zelf en uit de Verenigde Staten. Tegen het eind van dit jaar, als de eerste fase van het programma eindigt, zal er in totaal dertig miljoen euro zijn uitgedeeld, aan een duizendtal bedrijven.

Immigratiewetten: mag je blijven?

Een belangrijk verschil tussen het 'echte' Silicon Valley en Start-Up Chile, dat ook wel 'Chilecon Valley' wordt genoemd: als buitenlandse ondernemers besluiten dat ze willen blijven volstaat in Chili het aanvragen van een nieuw jaarvisum. Strenge immigratiewetgeving in de Verenigde Staten maakt dat daar onmogelijk, waardoor Chili zo voor internationale entrepreneurs een belangrijke voorsprong heeft. Verder zijn lagere huur-, leef- en loonkosten aantrekkelijke voordelen voor startups – al is niet iedereen even enthousiast over het programma. Hoewel de doorstart vanwege gebrek aan venture capital en de heersende strenge faillissementswetgeving mogelijk lastig is, kan Start-Up Chile op zijn minst fungeren al springplank – wellicht richting Silicon Valley zelf.

Economie of politiek?

In Argentinië onderneemt de huidige regering van presidente Cristina Fernández de Kirchner verwoede pogingen om een eigen Vallei van Technologie te creeëren – hoewel meer op assemblage dan op innovatie gericht. In Vuurland openden zodoende een aantal jaar geleden Motorola, HP, Blackberry en andere bedrijven hun deuren. Maar politieke motieven spelen, zoals bij alles in Argentinië, minstens zo'n belangrijke rol als economische. Strenge importrestricties zorgen ervoor dat een groot deel van de vraag naar gadgets wordt voldaan binnen de landsgrenzen – goed voor de handelsbalans en economische groei, zo is althans de gedachte.

Per ezel naar de zwarte markt

Als gevolg van dit model van importsubstitutie zijn elektronicaprijzen geëxplodeerd en is er een levendige zwarte handel in laptops, iPhones en andere apparaten. Het instapmodel MacBook Pro bijvoorbeeld gaat voor zo'n 17000 pesos over de toonbank – tegen de huidige dollarkoers is dat zo'n 1700 dollar, terwijl de laptops in de Noord-Amerikaanse Apple-winkels 1200 dollar kosten. Er is zelfs een website, MulePool genaamd, waar geïnteresseerde Argentijnen frequente reizigers ('mules') kunnen vragen elektronica voor ze mee te brengen vanuit het buitenland.

HET GEHEIM VAN SILICON VALLEY

Tekst: Frans Nauta / 10 mei – 10:15

Silicon Valley is het gebied van San Francisco tot San Jose. Het is zonder twijfel de grootste bron van innovatie die we op dit moment hebben op de planeet. En de grote vraag is natuurlijk: Wat is het geheim? Dat is niet zo heel ingewikkeld. Maar voordat ik het antwoord geef eerst wat basics over Silicon Valley.

Waar het ligt

Silicon Valley is het gebied van San Francisco tot San Jose. Je vliegt er in iets meer dan 10 uur naar toe met vlucht KLM 605, rechtstreeks van Schiphol naar San Francisco International. Je rijdt er in een uurtje doorheen, mits je buiten de spits op weg bent. Het onderstaande kaartje geeft een goed overzicht.

Het hart is Palo Alto, waar de campus van Stanford University ligt. HP, één van de eerste Silicon Valley-bedrijven, heeft zijn hoofdkantoor direct naast de campus van Stanford. Nieuwere bedrijven zoals Apple, Google, Facebook en Twitter liggen verder van de campus af. Hoe nieuwer, hoe verder van Palo Alto, is een goede vuistregel.

Behalve de bedrijven zijn er ook veel (ex)militaire bases in het gebied. De bekendste is Moffet Airfield, ten noorden van San Jose. Minder bekend is bijvoorbeeld Onizuka Air Force Station. Het is een anonieme blauwe doos die langs Route 101 ligt bij Sunnyvale. Het gebouw heette in de volksmond de Blue Cube. Vanuit de Blue Cube werden tussen 1960 en 2007 alle militaire satellieten van de USA gevolgd.

Navigatie

Het is erg eenvoudig om de weg te vinden in Silicon Valley. De snelweg die er doorheen loopt is Highway 101. Als je die volgt kun je eigenlijk niet verdwalen.  Voor liefhebbers van mooie routes is Highway 280 een aanrader. Die loopt parallel aan de 101 van San Francisco naar Cupertino (hoofdkantoor Apple). De snelweg is aangelegd over mooie glooiende hellingen, zodat je verpletterend mooie vergezichten hebt over Silicon Valley.

Naar het noorden ligt Mill Valley. Je komt er via de Golden Gate Bridge. Verplichte kost om een keer overheen te rijden.

Wat het is: een Cluster

Silicon Valley is het meest uitgesproken voorbeeld van een economisch cluster. Een cluster heeft drie kenmerken (met dank aan Harvard econoom Michael Porter):

a. voldoende hulpbronnen en vaardigheden om een internationale kritische massa te bereiken;

b. die het mogelijk maakt om een economische toppositie te bereiken in bepaalde sector van de economie;

c. met een duurzaam concurrentievoordeel ten opzichte van andere regio's.

Goede voorbeelden van clusters zijn de filmindustrie in Hollywood, wijnbouw in Frankrijk, autoproductie in Detroit en Duitsland, gloeilampen in Eindhoven, kiwi's in Nieuw Zeeland en vioolfabricage in Cremona. En sinds een jaar of veertig ICT in Silicon Valley.

Reistijd

Er zijn weinig clusters groter dan 1 uur reistijd in de auto vanaf de kern. Daardoor kan er snel geschakeld worden. Neem bijvoorbeeld een venture capital partner die heeft geïnvesteerd in tien bedrijven. Investeren betekent automatisch dat je zitting hebt in de Raad van Commissarissen. Die vergadert minimaal vier keer per jaar, dus dat zijn veertig vergaderingen per jaar. Maar zestig vergaderingen is waarschijnlijker. Een uur reistijd betekent dat je tachtig tot honderdtwintig uur reistijd kwijt bent. Als je een uur moet vliegen voor een meeting ben je (inclusief inchecken enz.) tachtig tot honderdtwintig dagen per jaar kwijt. Dat gaat niet.

Die nabijheid heeft ook een koffieautomaat-effect. In ieder kantoor is de koffieautomaat de cruciale plek voor informele communicatie. In die informele communicatie worden ontzettend veel praktische zaken geregeld, en dat scheelt formele vergaderingen. Minstens zo belangrijk is dat informele ontmoetingen een grote bijdrage leveren aan de uitwisseling van ideeën, en daarmee aan innovatie.

Je kunt clusters zien als één grote koffieautomaat. Door de concentratie van kennis, talent, bedrijven en financiers is de kans op een toevallige ontmoeting erg hoog.

Een geheim in vijf puzzelstukken

Ok, het geheim van Silicon Valley. Het bestaat uit vijf puzzelstukken. Het zijn talent & kennis, bedrijven die talent en kennis productief maken, een overheid die iets wil, rijke mensen die investeren in starters en tenslotte een mixer. En het maakt niet uit naar welk cluster in de wereld je kijkt, je zult altijd deze vijf elementen tegenkomen.

1 Eindeloze stroom vers talent en verse kennistalent

Een cluster drijft op een voortdurende stroom van vers talent en verse kennis. We hebben een naam voor zo'n eindeloze stroom. We noemen het een universiteit. De universiteit is als een goudmijn die voortdurend nieuw goud produceert.

Er zijn tientallen universiteiten in Silicon Valley. Twee van die universiteiten zijn van absolute wereldklasse: Stanford in Palo Alto en UC Berkeley (University of California Berkeley) in Berkeley. Ze scoren nummer 2 en 4 in de bekendste internationale vergelijking van universiteiten, de Shanghai Ranking. Voor medisch onderzoek is UCSF (University of California San Francisco) erg goed (nummer 18). UC Davis (nummer 47) is gespecialiseerd is landbouw, net als Wageningen Universiteit. En, niet te vergeten, het grootste energieonderzoekscentrum van de wereld, Lawrence Livermore Research Lab, ligt op de campus van UC Berkeley.

Naast de universiteiten zijn clusters ook magneten voor immigrerend talent. Vergelijk het met topvoetbal. Als je aan een tienjarige jongen vraagt waar hij later wil voetballen krijg je een lijstje met een stuk of zeven topclubs: Barcelona, AC Milan, Juventus, Real Madrid, Bayern München, Manchester United, Arsenal. Daar wil het toptalent van de wereld voetballen, omdat ze daar met de beste spelers kunnen voetballen.

Silicon Valley is voor computer- en internetnerds wat FC Barcelona is voor tienjarige voetballers. Als je er toe wilt doen als computernerd is er eigenlijk maar één plek waar je naar toe kunt. Het is de grootste concentratie van razendslimme computernerds in de wereld.

2 Bedrijven die talent en kennis productief maken

Het tweede puzzelstuk zijn bedrijven. Bedrijven maken talent en kennis productief. Laat me dat verder specificeren. Ze maken het productief voor de samenleving via de markt.

Een voorbeeld hoe dat niet moet is CERN. CERN heeft de Large Hadron Collider gebouwd, het grootste onderzoeksapparaat van de wereld. Het is een deeltjesversneller met een doorsnee van 27 kilometer die 100 meter onder de grond ligt bij Genève. Er werken meer dan 10.000 wetenschappers bij CERN, de grootste concentratie van wetenschappers in de wereld. In 1990 creëerde Tim Berners-Lee er het World Wide Web.

Toch zijn er amper internet-bedrijven ontstaan in en rondom CERN. Het Web wordt gedomineerd door bedrijven uit Silicon Valley. Het idee komt uit Europa, maar het geld is verdiend in de VS. Dat is geen toeval. Het komt omdat er bij CERN vrijwel geen aandacht is voor de toepassing van kennis.

Nee, dan Silicon Valley. Vrijwel alle internet-bedrijven die er toe doen zijn er gevestigd: HP, Intel, Apple, PayPal, Google, Linkedin, Twitter. De start van Facebook lag op de campus van Harvard University, maar Mark Zuckerberg en consorten vertrokken al snel naar Silicon Valley. Ook minder publiek bekende bedrijven als Cisco (de loodgieter van het internet), Oracle (het grootste database bedrijf van de wereld) en Salesforce.com zijn gevestigd in Silicon Valley.

Maar ook een bedrijf als Lockheed. Het was lange tijd de grootste werkgever in de regio. In 1956 startte Lockheed de productie van de nucleaire Polaris-raket startte in Sunnyvale. Vier jaar later werkten er 20.000 mensen.

3 Een overheid die iets wil

Er ontstaan zelden clusters zonder een overheid die iets wil. Soms is de overheid zelfs de kickstarter van een cluster. Neem de onwaarschijnlijke reputatie van Nederland als waterland. Die hebben we niet te danken aan ons onderzoek, maar aan het meest baanbrekende watermanagement project van de wereld, de Deltawerken. Het is een schoolvoorbeeld van een overheid die iets wil. In ons geval veiligheid voor Zeeland na de dramatische watersnood in 1953.

Het ontstaan van Silicon Valley is rechtstreeks te danken aan de Koude Oorlog. De Amerikaanse overheid wilde de Russen voorblijven met superieure wapentechnologie. Daarom werden er miljarden dollars gestoken in universitair onderzoek om technologische doorbraken te vinden. Bedrijven die een technologische doorbraak konden leveren konden ook rekenen op dikke defensiecontracten.

Een goed voorbeeld van zo'n doorbraak is de chipindustrie. Die is ontstaan dankzij het Amerikaanse leger. Het overgrote deel van de chipproductie was bestemd voor wapens. Zoals voor het navigatiesysteem van de Polaris raket van Lockheed.

Pas later kwam al die technologie beschikbaar voor ons, de gewone consument. Zonder de Koude Oorlog geen PCs, iPods en iPhones. En geen internet, want dat startte in de jaren zestig als een militair project met de titel Arpanet.

4 Rijke mensen en fondsen die investeren in starters

Het leger zorgde voor de technologie, investeerders zorgden ervoor dat het bij de consument terecht kwam. En dat is het vierde stuk van de puzzel: 'high risk' kapitaal voor starters. Een bank kan niets met starters, daar is het risico te groot voor. In de afgelopen vijftig jaar is er in de VS een prachtig, fijnmazig systeem ontstaan voor de financiering van starters.

Het geld is hoofdzakelijk afkomstig van mensen met teveel geld (business angels) en institutionele investeerders (pensioenfondsen e.d.) die dat geld steken in Venture Capital bedrijven. En de overheid stimuleert het met belastingaftrek.

Zo'n 40% van al het venture capital in de wereld is in Silicon Valley te vinden. Sterker nog, het is te vinden in één straat: Sand Hill Road. De weg langs de noordrand van de campus van Stanford University. Vrijwel alle toonaangevende Silicon Valley bedrijven zijn in hun startfase gefinancierd door business angels en VCs.

5 Een mixer

De vier bovenstaande puzzelstukken zijn de basisingrediënten van ieder cluster. Het maakt niet uit waar je in de wereld kijkt, iedere cluster heeft de vier bovenstaande kenmerken. Maar pas als die ingrediënten goed gemixt worden ontstaat de interactie en dynamiek die kenmerkend is voor een cluster.

Daarvoor heb je ontmoetingsplekken nodig. Tegenwoordig kun je heel Silicon Valley beschouwen als één grote mixer. Maar zo is het niet altijd geweest. Het actief mixen van onderzoek en bedrijfsleven startte in 1951. Toen werd het Stanford Research Park geopend. Het was het eerste science park ter wereld, gericht op R&D activiteiten van bedrijven. HP was één van de eerste huurders. Zo'n twintig jaar later waren er 24.000 R&D banen neergestreken op Research Park, op wandelafstand van de Stanford onderzoekers.

Voor wie een eigen cluster wil hebben

Er zijn nogal wat politici en beleidsmensen die dromen van een eigen cluster. Terecht, clusters zijn geweldig. Ze stimuleren economische groei, leveren banen op en leiden tot een hoog gemiddeld inkomen.

Na het lezen van dit stuk weet je nu dat het geheim niet ligt in het gebruik van de naam 'valley'. Dat zou je soms wel denken. Zo kun je in Nederland onder andere Energy Valley, Food Valley, Health Valley, Metal Valley, Seed Valley en (mijn favoriet) Document Services Valley (echt waar) vinden.

Nee, het geheim is relatief eenvoudig. Het enige dat je hoeft te doen is te zorgen voor de bovenstaande vijf puzzelstukken goed op hun plek komen te liggen. Landen als Canada, Israël, Finland, Singapore en China zijn daar echt grote stappen op aan het zetten. Het enige dat ze hoeven te doen is het vijftig jaar volhouden. That's it. Ingewikkelder kunnen we het niet maken.

OOK IN HET NIEUWS WOENSDAG 16.45
Het kabinet houdt vast aan de strafbaarstelling van illegalen. Dat zegt vicepremier Lodewijk Asscher na afloop van de ministerraad. Twee broers zijn opgepakt voor de moord op de Antilliaanse politicus Helmin Wiels. En Spanje heeft de verdachte van cyberaanvallen op Nederlandse sites uitgeleverd aan ons land. 

BRAINPORT HELPT BV NEDERLAND UIT DE CRISIS

Tekst: Victoria Broens / 8 mei – 16.40

Het kabinet gaat het groeiende tekort aan technisch personeel aanpakken. Dat doet zij samen met de onderwijssector en het bedrijfsleven. Ministers Jet Bussemaker (PvdA), Lodewijk Asscher (PvdA), Henk Kamp (VVD) en staatsecretaris Sander Dekker (VVD) ondertekenen samen met  bestuurders uit het onderwijs en het bedrijfsleven op 13 mei het Techniekpact. Daarin staan concrete actiepunten om de aansluiting tussen het onderwijs en  de arbeidsmarkt in de technieksector te verbeteren.

Burgemeester Rob van Gijzel (PvdA) van Eindhoven heeft een belangrijke  voortrekkersrol gespeeld bij de totstandkoming van een eerder pact, met een vergelijkbare naam: het technologiepact.  Bij de opening van de tentoonstelling ‘Brainexperience’ in het Evoluon in juli 2012, roept van Gijzel op tot een “Akkoord van Eindhoven.” Als Nederland niet meer gaat investeren in zijn kenniseconomie en maakindustrie, is dat een regelrechte bedreiging voor het behoud van de Nederlandse welvaart.  Van Gijzel roept de Nederlandse politiek op in te grijpen voor het te laat is.

Blakend zelfvertrouwen

Van Gijzel geeft het goede voorbeeld als hij, als voorzitter van stichting Brainport, begin dit jaar  het ‘Technologiepact Brainport’  aan minister Kamp overhandigt. Dat pact doet een voorzet voor stimulerende maatregelen om het tekort aan bètatechnisch talent te verminderen. Het pact blaakt van zelfvertrouwen: “Zelfs in de huidige crisistijd blijft Brainport haar huidige motorfunctie voor de BV Nederland vervullen”, aldus de introductie, waarin eveneens gesteld wordt dat Brainport Regio Eindhoven niet alleen perspectief biedt op de arbeidsmarkt, maar ook in de zorg, het pensioenstelsel en de woningmarkt. 

Het zelfvertrouwen is niet onterecht. De regio Eindhoven heeft in de afgelopen jaren een enorme metamorfose ondergaan en lijkt een belangrijke troef te zijn om ‘de BV Nederland’ uit de crisis te trekken. Het had ook anders kunnen lopen. In 1996 wordt  het Brabantse DAF overgenomen door Paccar. Philips, sinds 1821 in Eindhoven gevestigd, vertrekt in 1997 met zijn hoofdkantoor naar Amsterdam.  Een pijnlijk besluit, maar Philips belooft in de regio een technologisch kenniscentrum op de richten, en de samenwerking met hightech bedrijven op te zullen zoeken. Vakbondsbestuurders doen het voorstel af als een fopspeen en Brabant blijft eind jaren ’90 wat berooid achter.

Derde pijler

Eindhoven laat zich echter niet kennen. Wat het begin van een vrije val had kunnen zijn voor de regio ontwikkelt zich in het tegengestelde. De oude industrie en de aanwezige kennis van mechanica vormen een goede basis voor verdere ontwikkeling in de high-tech industrie. Al rond  de eeuwwisseling gonst  het van de ambities in het zuiden.  Regionale en nationale samenwerking ontstaat tussen overheid, bedrijven en de TU Eindhoven. Ook in Den Haag wordt het belang van de regio voor Nederland zichtbaar en regio Zuidoost-Brabant wordt bestempeld tot Brainport Regio Eindhoven: een “toptechnologieregio” die zich uitstrekt over Zuidoost-Brabant. Naast Schiphol Airport en Rotterdam Seaport, de derde pijler van de Nederlandse economie.

Eind 2007 opent Philips de Creative Conversion Factory op de High Tech Campus Eindhoven: een ontmoetingsplaats waar uitvinders, producenten en investeerders veelbelovende technologische ideeën kunnen omzetten in producten. Met de Creative Conversion Factory komt Philips een belofte na, maar het is meer dan dat. Het zijn dit soort initiatieven, waar bestuurders uit het bedrijfsleven, het onderwijs en de overheid de handen ineen slaan,  die door het buitenland met grote ogen gevolgd worden. Brainport barst van dergelijke initiatieven en samenwerkingsverbanden, naast de prominente aanwezigheid van de High Tech  Campus waar meer dan honderd startende bedrijven gevestigd zijn.  Eindhoven is dan ook niet voor niks in 2012 door het Amerikaanse tijdschrift Forbes uitgeroepen tot een van de beste zeven steden in de wereld voor start-ups, en als mogelijke toekomstige concurrent van Silicon Valley. Vandaag de dag levert de derde pijler van de Nederlandse economie vierhonderdduizend arbeidsplaatsen op.  Er vestigde zich vorig jaar 26 nieuwe bedrijven in Brainport, waarvan 15 buitenlands, die 400 nieuwe arbeidsplaatsen creëerden.

Benijdenswaardig optimisme

Aan het unieke karakter van de regio wordt geen recht gedaan door alleen cijfers te noemen. Brainport Eindhoven is meer dan een gebied waar de werkgelegenheid groeit.  Er is frisse energie , er hangt optimisme in de lucht en er heerst een can-do-mentaliteit die hevig contrasteert met de enigszins bedrukte sfeer die zich al een tijdje in het Nederland doet voelen.  De regio is een eigen leven gaan leiden, los van Nederland, los van Den Haag. Het vertrouwen  dat in heel Nederland ontbreekt, is in overvloed te vinden in het zuiden.  Dat is benijdenswaardig, nog veel meer dan hun groeiende werkgelegenheid.  

DE KEERZIJDE VAN SILICON VALLEY

Tekst: Sido Scholten / 8 mei – 14.00

 In en rond Silicon Valley waren nog niet zo lang geleden bumperstickers in omloop met de tekst “Please God, just one more bubble”: een referentie aan de enorme groei van internetbedrijven in de regio ten zuiden van San Francisco, waar begin 2000 al eens vele financiële slachtoffers werden gemaakt onder ambitieuze Amerikaanse ondernemers. Want naast alle succesvolle ondernemingen die in Silicon Valley opkwamen, is er ook een keerzijde. In de Californische regio werd de basis gelegd voor de internetzeepbel van begin deze eeuw, die vele jonge ondernemers de kop kostte.

We gaan terug naar het midden van de jaren negentig. Het wereldwijde web is booming en in de Verenigde Staten schieten internetbedrijfjes (dot-coms) met jonge, vlotte ICT-baasjes aan het hoofd, maar zonder fysiek pand, als paddenstoelen uit de grond. De Amerikaanse technologie-index Nasdaq stijgt naar een recordhoogte. De investeerders in het internet (De Toekomst) lijken spekkoper, totdat op 10 maart 2000 de bubbel barst in vrij letterlijke zin. De Nasdaq sluit die vrijdag op een hoogtepunt van 5048,62 punten, meer dan tweemaal zo hoog als veertien maanden eerder. Een dag later is de index echter bijna drie procent van zijn waarde verloren, en nog eens 24 uur later verdampt opnieuw vier procent. De internetzeepbel is doorgeprikt.

Onverwachte crash

Tweeënhalf jaar, en vele bankroete slachtoffers later, in oktober 2002, staat de Nasdaq op een bedroevende 1114.11 punten. Het heeft op dat moment liefst 78 procent van haar waarde verloren ten opzichte van de piek in maart 2000. Ter vergelijking: deze week schommelt de index zo rond de 3390 punten.

“Niemand verwachte een complete ineenstorting”, zegt Rob Hersov in een artikel uit 2005 van The Guardian. “Er moest een correctie plaatsvinden. There was too much money chasing too many ideas. De technologie was er bovendien nog niet klaar voor.” Hoewel Hersov met de verkoop van een aantal sportwebsites flink verlies maakte, vergaarde hij alsnog een fortuin met de verkoop van het ICT-bedrijf Antfactory in 2002 voor zo’n honderd miljoen euro. Vele andere internetondernemers deden hem dat niet na, integendeel.

Nieuwe bubble

Er wordt sinds afgelopen jaar opnieuw gevreesd voor een internetzeepbel. Facebook nam in april 2012 – vlak voordat het bedrijf een al even controversiële beursgang maakte – het populaire fotoprogramma Instagram over voor maar liefst één miljard dollar. Een grote gok, zeiden de experts, zeker omdat Instagram pas een jaar bestond en haar sporen nog amper had verdiend.

De ontwikkelaars van Instagram konden lachen, maar Facebookoprichter Mark Zuckerberg deed dat een stuk minder toen het aandeel van zijn sociale netwerksite al op de tweede beursdag met liefst acht procent in waarde verminderde. Op de openingsdag was het aandeel 38 dollar waard, inmiddels is dat een stabiele 27 dollar.

Minder cowboys

The Economist refereerde er in 2011 al eens aan dat het huidige internettijdperk met geen mogelijkheid meer met die van de jaren negentig en begin deze eeuw is te vergelijken. Er zijn volgens het tijdschrift twee belangrijke verschillen. Allereerst zijn er minder ICT-cowboys op de grotendeels geprivatiseerde en beter afgeschermde internetmarkt te vinden. Internetbedrijfjes te over, maar om het in Silicon Valley te maken, moet je van goeden huize komen. Ten tweede heeft het internet een mondiaal karakter gekregen. Facebook en Twitter zijn bedrijven die alom bekend zijn in de wereld en niet alleen in de Verenigde Staten, zoals destijds wel in grote mate het geval was. Daar staat tegenover dat het internet ook open staat voor internetondernemers uit onverwachte hoek: Skype is bedacht door een Est, het populaire smartphonespelletje Angry Birds komt uit Finland.

Het is dus oppassen geblazen voor de investeerders die populaire internetfenomenen willen overnemen, zoals Facebook met Instagram deed. Het is en blijft een gok die je als wereldbedrijf wellicht maar eenmaal zult kunnen nemen. Anders is het misschien al te laat en ben je het middelpunt van een nieuwe zeepbel in Silicon Valley. Het doorprikken is dan nog slechts een kwestie van tijd.  

OOK IN HET NIEUWS WOENSDAG 12.00
De politie is druk bezig met het onderzoek naar de vermiste jongetjes Julian en Rubin, maar zal de zoektocht in het Utrechtse Doorn niet meer hervatten. De ‘illegalenkwestie’ is bespreekbaar voor de VVD. Het punt zou de liberalen “geen kabinetscrisis waard zijn.” En de beroemde wetenschapper Stephan Hawking sluit zich aan bij de academische boycot van Israel.” 

SOCIALE EN TECHNOLOGISCHE INNOVATIE IN ’S WERELDS EERSTE FAIRPHONE

Tekst: Ties Joosten / 08 mei – 11:15

De Fairphone, ’s werelds eerste ecologisch verantwoorde, fairtrade smartphone, gaat vanaf komende maandag in de voorverkoop. Oprichter van het Nederlands-Britse bedrijf Bas van Abel hoopt de komende weken minimaal vijfduizend telefoons voor 325 euro per stuk te verkopen, om met de productie van start te kunnen. Vlak voordat hij naar China vliegt om de onderhandelingen met de producent van de Fairphone af te ronden, sprak De Nieuwe Pers met hem.

325 euro vragen voor een telefoon die nog niet bestaat. Dat is een aparte marketing strategie.
“Dat klopt. Je moet het ook eigenlijk zien als een soort crowdfundingsactie. Het geld is bedoeld om de productie van de Fairphone mogelijk te maken. Mensen die hem kopen krijgen hem dan ook pas in oktober.”

Waarom hebben jullie voor dit model gekozen?
“Omdat wij onze onafhankelijkheid willen waarborgen. We hebben al verschillende partijen over de vloer gehad die in ons wilden investeren, maar die hebben we de deur gewezen. Wij vinden dat we niet een radicaal andere telefoon kunnen maken, en tegelijk onderdeel kunnen zijn van een elektronicagigant.

Gelukkig hebben we de afgelopen tweeënhalf jaar een grote achterban opgebouwd. Inmiddels hebben al meer dan twaalfduizend mensen aangegeven dat ze een bericht willen krijgen als de Fairphone eraan komt. Dat moment is nu. Ik ga er dan ook van uit dat we die eerste twaalfduizend telefoons makkelijk gaan verkopen.”  

Maar krijgen die mensen dan wel waar voor hun geld? 325 euro is toch een boel geld voor een ecologisch hebbedingetje.
“Jazeker! Sterker nog: ik kan nu wel vast verklappen dat de Fairphone in oktober op technisch vlak kan concurreren met alle andere smartphones uit zijn prijsklasse.”

Hoe kan dat nou? De hogere investeringen in duurzamer grondstoffen en betere arbeidsomstandigheden maken de Fairphone toch duurder dan zijn concurrenten?
“Dat valt wel mee. Ik ga nu bijvoorbeeld naar China om te onderhandelen met de producent. Zij hebben een openingsbod gedaan en als ik daarover nu scherp zou gaan onderhandelen krijg ik misschien twee of drie euro van de productiekosten per telefoon af. Maar dat ga ik dus niet doen. Ik ga ze aanbieden dat openingsbedrag gewoon te betalen, maar dan heb ik wel een hele waslijst met eisen over hun arbeidsomstandigheden en wil ik dat ze transparant zijn over hun productieketens en toeleveranciers.

Voor onze Congolese toeleveranciers van bijvoorbeeld tin geldt hetzelfde. We hebben veel moeite gedaan om conflictvrije handelsrelaties op te bouwen en leveranciers te vinden die hun mijnwerkers eerlijk behandelen. Maar onze tin is per Fairphone is nog steeds slechts 0,10 of 0,20 cent duurder dan die in andere smartphones. De consumentenprijs heeft dus niet zo veel te lijden onder de eerlijker arbeidsomstandigheden en duurzamer materialen. “

Maar als dat zo weinig kost, waarom kiezen andere fabrikanten hier dan ook niet voor?
“Omdat zij winstmaximalisatie als centrale doelstelling hebben! Wij niet, wij hebben sociale waarden centraal staan in onze onderneming. Ik vind dat ware innovatie pas plaatsvindt als sociale en technologische ontwikkelingen samenvallen. Geld moet ook verdiend worden, maar alleen om deze sociaal-technologische ontwikkeling te stimuleren. Bij ‘normale bedrijven’ is de technologische ontwikkeling juist ondergeschikt gemaakt aan de financiële.

Daarnaast leven we in een wereld van volumes. Wij maken slechts een paar duizend Fairphones en hebben geen aandeelhouders, dus een meerprijs van een paar dubbeltjes voor je tin maakt dan niet zoveel uit. Maar als je tientallen miljoenen telefoons maakt is dat een ander verhaal.
Verder hebben wij weinig overheadkosten. Omdat wij de eerste duurzame smartphone proberen te produceren, krijgen we veel gratis publiciteit. We geven daarom geen geld uit aan marketing. Tenslotte bestaat ons bedrijf uit slechts zeven personen, dus die kosten vallen ook wel mee.”

Waarom is die sociaal-technologische innovatie volgens jou zo van belang?
"Volgens mij is het grootste probleem van deze tijd dat we vervreemd zijn geraakt van onze eigen systemen. Mensen zijn bijvoorbeeld boos op het financiële systeem, maar protestacties daartegen lijken vrij zinloos omdat jouw geld via jouw pensioenfonds gewoon in dezelfde banken wordt geïnvesteerd. De systemen waartegen we vechten zijn veel te abstract geworden. Multinationals zijn niets meer, en tegelijk zijn ze alles.

Ondertussen zie ik veel technologische ontwikkeling waarbij ik me afvraag: ‘Wat is waarde?’ Het lijken vaak oplossingen voor niet bestaande problemen, terwijl er in de wereld nog zoveel te verbeteren valt.

Ik vind daarom dat echt waardevolle innovatie pas plaatsvind wanneer technologische en sociale ontwikkelingen samenvallen. Echt waardevolle innovatie herstelt de vertrouwensrelatie tussen de mensen en hun systemen. Met de Fairphone proberen wij daar onze bijdrage aan te leveren.”  

OOK IN HET NIEUWS DINSDAG 16.15
Twee mannen die zich voordeden als chauffeur van een distributiecentrum, hebben op die manier zo’n 4500 laptops gejat. Na Schiphol zijn nu ook in Rotterdam asielzoekers in hongerstaking. Ze willen een humaner asielbeleid. En de Chinese regering gaat zich minder met de eigen economie bemoeien. 

“ER MOET EEN DELETEKNOP KOMEN OP HET INTERNET”

Tekst: Sam Trompert / 7 mei – 15.15

Een verwijderknop op internet, waarmee dingen met één druk op de knop voorgoed de digitale vergetelheid in kunnen worden gestuurd. Dat klinkt als hopeloos onmogelijk, maar Google-baas Eric Schmidt wil zo’n ding graag hebben. Dat zij hij gisteren op een bijeenkomst van de New York University, aldus technologiewebsite C-Net.

Een kleine misdaad, die je als minderjarige hebt gepleegd, kan als je volwassen wordt van je strafblad worden geschrapt, maar het internet kent daarin minder compassie. Daar kan zoiets je je leven lang blijven achtervolgen, met alle sollicitatieafwijzingen die daarbij horen. “Verwijdering is dan het juiste om te doen”, alsdus Schmidt.

Tegelijkertijd paparazzo en doelwit

Het bedrijf Google dat in de bres springt voor de privacy. Het klinkt ietwat paradoxaal. De site die ooit begon als zoekmachine probeert haar gebruikers juist steeds meer persoonlijke details te ontlokken. “Google wants to know your location”, zal menig smartphonegebruiker bekend in de ogen klinken. Vorige maand nog kondigden enkele Europese privacywaakhonden aan om het privacybeleid van Google eens goed tegen het licht te houden.

Om nog maar te zwijgen over de Google Glass, waarmee nietsvermoedende passanten zonder het te weten op de foto kunnen worden gezet op straat/terras/kroeg, terwijl zij eigenlijk op een kantoor moeten zitten. "We are all now going to be both the paparazzi and the paparazzi's target," zegt advocate Karen L. Stevenson tegen de Economic Times.

Verbod

Op één plek is de Google Glass, maanden voordat ‘ie op de markt komt, al verboden. Een kroeg in Seattle wil een “private place” blijven. Daarnaast verbiedt een casino in Las Vegas momenteel al computers en opnameapparatuur, en zegt dat dat verbod ook voor de Google Glass zou gaan gelden. 

OOK IN HET NIEUWS DINSDAG 12.30
De Duitse minister van Financien Sch?uble heeft de totstandkoming van een Europese bankenunie tot topprioriteit verklaard. Nederland geeft drie miljoen aan Somalië. En een coffeeshop in Maastricht moet misschien drie maanden dicht

VAN GRONINGEN TOT MAASTRICHT: IEDERE REGIO ZIJN EIGEN HUB

Tekst: Sam Trompert / 7 mei – 12.00

Bijna iedere stad of regio met een universiteit of hogeschool op een steenworp afstand waagt zich aan zijn eigen Valley, Hub, of Science Park. En allemaal dromen ze ervan de Nederlandse – of liever: Europese – Silicon Valley te worden. Lokale en regionale overheden springen bij, om de droom dichter bij de werkelijkheid te brengen. Soms zelfs over de regionale grenzen heen. Het noordelijke Energy Valley wordt bijvoorbeeld mede mogelijk gemaakt door de gemeenten Alkmaar en Den Helder. 

De filosofie achter de hub is kortgezegd dat innovatie leidt tot werkgelegenheid en economische groei. En hubs en clusters zorgen op hun beurt voor meer innovatie.

En die formule zou zomaar kunnen kloppen. Uit onderzoek van Elsevier en onderzoeksbureau Louter staan regio’s als Zwolle en Eindhoven vlak onder Haarlemmermeer in de ranglijst van regio’s waar de (lokale) economie het sterkst is; allebei regio’s met een eigen, tamelijk succesvol bedrijven- en kenniscluster. Die voorsprong van Haarlemmermeer zou overigens voornamelijk verband houden met luchthaven Schiphol. De eerste grote stad in de ranglijst, Utrecht, staat op plaats 8. 

View Hubs in Nederland in a larger map

HET TRILGETAL

Tekst: Frans Nauta / 6 mei – 15:45

Kirsten: 'Ik sta nog helemaal te na te stuiteren! Nog nooit zoveel geleerd in twee weken!'.

Thomas: 'Nog nooit zoveel geleerd in zo'n korte tijd. En die valley vibe, heerlijk om meegemaakt te hebben.'

Twee smsjes na een week Silicon Valley. Ze waren net terug van een reis met vijftien veelbelovende clean tech startups.  Vijftien clean tech startups uit Europa, op zoek naar klanten, partners en investeerders in Silicon Valley en Boston.

Die smsjes van Kirsten en Thomas, dat is precies hoe ik me voelde na mijn eerste bezoek aan Silicon Valley. In het voorjaar van 1999, het hoogtepunt van de internet-bubbel. Het was een reis georganiseerd door Albert Fischer, een Nederlandse investeerder. We waren met een groep mensen uit de de 'internet-voorhoede' van Nederland (van dat moment): Vincent Everts, Maurice de Hond, medewerkers van internet providers.

OOK IN HET NIEUWS MAANDAG 16:45
Chinezen verantwoordelijk voor de schaarste aan babymelkpoeder bij ons? Kletskoek, zegt retailexpert Paul Moers tegen RTL
Bijna de gehele oppositie is niet tevreden met de antwoorden van staatssecretaris Weekers over de Bulgaarse toeslagenfraude en eist er meer. 
En in Italië is oud-premier Giulio Andreotti, bekend van zijn banden met de maffia, overleden.

We bezochten in een week tientallen startups. Zoals Excite, toen samen met AltaVista de populairste zoekmachine. De groeit van Excite was ongekend, en na de presentatie door de CEO stond het voor mij vast dat dit bedrijf een grote toekomst had. Alleen was een paar kilometer verderop net een tweemanszaak gestart door twee Stanford studenten, die hun bedrijf Google hadden gedoopt.

Revolutionair

Bij eGroups kregen we een geweldige demo. Het was een online platform waarmee je in groepen kon samenwerken. Nu vanzelfsprekend, toen echt revolutionair. Het bedrijf werd een jaar later overgenomen door Yahoo. Ik zie ons daar nog zitten. De demo werd gegeven door een van de engineers die de software had ontwikkeld. Een ventje van ongeveer vijfentwintig, in khaki shorts en een zwart mutsje op. Uit alles bleek dat hij niet alleen razend slim was, maar ook 120% geloofde in wat hij deed. Zoveel bevlogenheid, heerlijk.

We bezochten ook een steengoede startup die virtueel geld aan het ontwikkelen was. We kregen een presentatie van weer zo'n ventje van ongeveer vijfentwintig die financieel verantwoordelijk was voor de hele tent. Vijfentwintig! Ik was tweeëndertig, en had me nooit voor kunnen stellen dat je op die leeftijd zoveel verantwoordelijkheid kon hebben. Maar in Silicon Valley kon dat dus. Wow!

'Over the top'

Cisco was op dat moment één van de 'hotste' bedrijven van de valley. Volgens Chambers, de CEO van Cisco, was klant-tevredenheid de beste voorspeller van toekomstige omzet. De klant-tevredenheid moest boven de 4,5 liggen. En dat was te merken. Alles werd obsessief geëvalueerd. Iedere lezing van elke spreker, tot aan de koffie aan toe. Wij Hollanders moesten er wat om giechelen, het was (in goed Nederlands) ver 'over de top'. Maar de consistentie in de aanpak en de praktische vertaling naar zelfs een onbeduidend bezoek van een Nederlandse delegatie was volstrekt anders dan wat ik in Nederland gewend was.

Nog nooit had ik zoveel verbeeldingskracht in één week over me heen gekregen. Eenmaal thuis was ik als een stuiterbal in een flipperkast. Iedereen moest mijn verhalen over Silicon Valley aanhoren (en dat wilden de meesten maar al te graag). Zes weken lang voelde het alsof ik net vijf dubbele espresso's in één teug achterover had gegooid. De hyperactiviteit was niet alleen fysiek en verbaal, maar ook mentaal. Ik ging letterlijk groter denken over waar ik mee bezig was, de oprichting van Stichting Nederland Kennisland.

Kennisland was een denktank voor een slimmer en innovatiever Nederland. Die zomer werkte ik samen met mijn co-founders, en ik zat de hele tijd te denken 'Hoe maken we van Nederland net zo'n zoemende bijenkorf als van Silicon Valley??!'. En die vraag heeft me sindsdien eigenlijk niet los gelaten.

Kuuroord

Tegenwoordig werk ik met clean tech startups in Nederlandse en Europese projecten. Het brengt me een keer of vier per jaar in Silicon Valley en Boston. En iedere keer is het weer heerlijk. Het trilgetal ligt er hoger, en dat past me beter dan het Nederlandse gemiddelde (mijn vrouw noemt Silicon Valley zelfs mijn kuuroord). Als je net als ik vindt dat we in Nederland wel een tandje sneller mogen schakelen moet je er misschien ook eens gaan kijken. Ter inspiratie daarom een hele week lang het thema Silicon Valley hier op De Nieuwe Pers.

Frans Nauta is Deputy Director Entrepreneurship van Climate-KIC, het EU innovatieprogramma voor milieutechnologie. Eerder was hij onder andere oprichter van Nederland Kennisland en secretaris van het nationale Innovatieplatform (waar hij dit boek over schreef). Hij werkt aan een boek over Silicon Valley, een plek waar hij een keer of vier per jaar voor zijn werk verblijft, en deze week is hij gasthoofdredacteur van DNP. 

OOK IN HET NIEUWS MAANDAG 12.15
In Alphen aan de Rijn is een crimineel ontsnapt uit de gevangenis. De politie is een grote zoekactie gestart. De vooravond op de publieke omroep wordt drastisch gewijzigd. Onder andere DWDD verhuist naar Nederland 1. En in München begint vandaag een spectaculair naoorlogs strafproces tegen nazi’s

GOOGLE BRILSMURF

Tekst: Redactie / 6 mei – 14.45

Als we de bleke skinnyjeansdragende klapnerd moeten geloven is de Google Glass hét. De deelnemers aan het zogenaamde Google’s Glass Explorer Program zijn stuk voor stuk extatisch over de bril die tegelijkertijd computer is. Of computer die tegelijkertijd bril is, kies zelf maar.

Zonder ook maar iets van dat opgefokte enthousiasme te begrijpen, rest ons gewone stervelingen niets anders dan er grappen over te maken. Want je kan wel zo’n gepenbril op je snufferd zetten, humor is niet te koop.

White Men Wearing Google Glass

Het satirische programma Saterday Night Live steekt bijvoorbeeld de draak met Google Glass

Saterday Night Live mocks Google Glass

En talkshowhost Conan O’Brien introduceert nu al de opvolger van de gadgetbril, die op een andere plek op het lichaam gedragen wordt. 

 

redactie@reportersonline.nl'

    Geef een antwoord