Hoe blikt minister Hugo de Jonge terug op de coronatijd? En welke lessen leert hij van zijn voorganger Abraham Kuyper? Een interview.

STEUN RO

Sinds Nederland in de ban is van het coronavirus is minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge niet meer weg te denken van de televisie. ‘Regeren is iets anders dan administreren’, citeerde hij Kuyper tijdens een van de vele live uitgezonden persconferenties. In het nieuwe journalistieke magazine BRAM gaat hij in op de vraag in hoeverre hij een voorbeeld neemt aan zijn markante voorganger.Het had wat voeten in de aarde, maar Hugo de Jonge (43) was ondanks zijn hectische baan bereid om per e-mail en telefoon in gesprek te gaan over zijn verre voorganger Abraham Kuyper. Want Hugo de Jonge is niet alleen minister, maar ook CDA-lijsttrekker – en de verkiezingen staan voor de deur.

Het gesprek vindt toevalligerwijs plaats op 28 oktober, de geboortedag van Kuyper. De jonge Hugo leerde hem als tiener kennen in zijn ouderlijk huis, de pastorie van Zaamslag. “Mijn vader vond het nodig om ons kerkelijke en klassieke dingen bij te brengen omdat we die niet op school leerden. In zijn studeerkamer gaf hij me les uit een kerkgeschiedenisboekje. Daar zal ik voor het eerst over Kuyper gehoord hebben. Mijn broers en ik kregen van hem ook Grieks, Latijn of Hebreeuws.”

Mijn vrouw ziet als ouderling streng toe op het naleven van de coronamaatregelen in de kerk

Hoe oordeelde uw hervormde vader over de uit de kerk gezette Kuyper?

“Hij voelde zich thuis bij zijn orthodoxe standpunten, maar niet dat die tot gevolg hadden dat je een eigen kerk moest beginnen. Als je van mening bent dat de kerk niet op de goede koers zit, kun je natuurlijk ook helpen om bij te sturen.” Grinnikt: “Mijn vader was niet van de school dat het goed is om – in de beste gereformeerde traditie – je net zolang af te scheiden totdat je met een klein clubje overblijft waarmee je het honderd procent eens bent. Hij stemde geen ARP, maar CHU. Ik vermoed dat hij nog steeds een hokje CHU bijkleurt op het stemformulier.”

Speelt het geloof voor u een rol in deze coronatijd, waarin er zoveel druk op uw schouders ligt?

“Ja, natuurlijk. Het geloof speelt überhaupt een belangrijke rol in mijn leven. De wetenschap dat er een God is die er voor je is, die naar je omkijkt en bij wie je altijd terechtkunt, is voor mij altijd belangrijk geweest. Dat is nu niet anders en gebed hoort daar zeker bij. Waarvoor ik bid? Dat hou ik liever voor mezelf.”

Komt u er nog aan toe om naar de kerk te gaan?

Wij gaan naar een protestantse gemeente waarin hervormden en gereformeerden elkaar weer gevonden hebben. Mijn vrouw is daar een van de ouderlingen die streng toeziet op het naleven van de coronamaatregelen. We komen met niet meer dan dertig mensen bij elkaar. Daarom gun ik in deze tijd mijn plekje aan mensen voor wie de kerk – meer dan voor mij – noodzakelijk is als doorbreking van de wekelijkse sleur.”

Schild voor de zwakken

Na zijn privélessen over de theoloog Kuyper heeft De Jonge later ook de politicus Kuyper leren kennen. Niet alles aan zijn illustere voorganger spreekt hem aan. “Kuyper richtte zich expliciet op christenen, terwijl wij nadrukkelijk kiezen voor ‘alle mensen van goede wil’, om met de paus te spreken. Bovendien benadrukte Kuyper de tegenstellingen in de samenleving. Ik wil juist geen tegenstellingen voor eigen politiek gewin uitvergroten, maar die juist overbruggen.”
Toch vormt Kuyper een inspiratiebron voor De Jonge, vooral met zijn strijd voor de kleine luyden. “Zijn grote rede over de sociale kwestie op het eerste Christelijk Sociaal Congres ging erover dat de industrialisatie mensen weinig bescherming bood. Kuyper kwam op voor gewone mensen met hun zorgen over het dagelijkse bestaan. Dat is nog steeds een opdracht voor de politiek en voor het CDA in het bijzonder. De kleine luyden van vandaag zijn degenen die zich vervreemd voelen van de overheid en de politiek. De overheid zal altijd een dienstbare overheid moeten zijn. Niet het systeem of de stelsels zijn leidend. We moeten steeds weer redeneren vanuit de leefwereld van gewone mensen.”

Kuyper had zoveel gezichten dat BRAM bij wijze van knipoog uitgebracht wordt met twee omslagen, omdat hij niet in één omslag te vangen is.

Denkt u bij mensen die vervreemd zijn van de overheid ook aan complotdenkers die de overheid wantrouwen en ook u voor van alles en nog wat uitschelden?

“Deze groep heeft inderdaad weinig vertrouwen in de overheid en in hun eigen toekomst. Dus ja, dat zou je kunnen zeggen. Maar ik denk vooral aan mensen die niet zelf aan hun leven kunnen bouwen en ook niet het gevoel hebben dat ze ergens terechtkunnen. Dat de loketten zo’n gebureaucratiseerde taal spreken dat ze niet weten hoe ze daar geholpen kunnen worden. Nederland is goed georganiseerd, maar ook complex gemaakt. Bovendien ervaren mensen minder gemeenschap, het idee dat er omgezien wordt naar elkaar. We betalen de prijs voor het individualisme van de afgelopen decennia. Veel mensen denken: ieder voor zich en de overheid voor ons allen.”

Kan de samenleving dan iets leren van Kuyper?

“Ja, de overheid moet een schild voor de zwakken zijn. Het beschermen van gewone mensen, kleine luyden, is onze opdracht. Ook moeten mensen zich in hun eigen gemeenschap geborgen weten. Kuyper pleitte voor soevereiniteit in eigen kring: de samenleving organiseert zichzelf van onderop, in plaats van het direct van de overheid te verwachten. Die samenlevingsordening mogen we niet verliezen. Mijn aanpak tegen eenzaamheid staat of valt met de bijdrage van duizenden vrijwilligers die met energie, moed en doorzettingsvermogen gezicht geven aan de samenleving. Daarmee overstijgen ze wat we in het dagelijks leven ook veel tegenkomen: contracten, protocollen en prestatieafspraken. De overheid moet die civil society aanmoedigen en mogelijk maken.”

Veilige haven

Waar Kuyper bezorgd was over de omstandigheden van de arbeiders, noemt De Jonge het klimaat als de sociale kwestie van déze tijd. “De allerarmsten lijden het allermeest onder de gevolgen van de klimaatveranderingen. Dat confronteert ons met vragen als: Wat is duurzaam samenleven met het oog op de generaties na ons? Hoe gaan we om met onze consumptiepatronen, onze levensstijl en onze leefomgeving?” Een andere sociale kwestie noemt hij het integratievraagstuk, waar het zoeken is naar een balans tussen “de morele eis om een veilige haven te bieden aan mensen in nood” en “rekening houden met draagvlak en draagkracht in de samenleving”.

Dit interview verschijnt in het nieuwe journalistieke magazine BRAM n.a.v. de 100e sterfdag van Abraham Kuyper.

Vraagt de huidige tijd ook om een ander soort overheid, evenals in Kuypers tijd?

“We bevinden ons nu in de grootste crisis na de Tweede Wereldoorlog. Het coronavirus heeft alles in de verhouding tussen overheid, samenleving en markt op zijn kop gezet. De afgelopen jaren was er een liberaal overheidsbeleid met veel ruimte voor de markt. De overheid trad onvoldoende beschermend en regisserend op. In de huidige coronacrisis zien we hoe ons dat op achterstand zet. De les is: minder markt, meer samenwerking en meer regie vanuit de overheid om je mensen te beschermen. Als je tijdens een gezondheidscrisis met de pet in de hand naar Azië moet voor beschermingsmiddelen of grondstoffen voor medicijnen, dan hebben we de les te leren dat het verstandiger is om zelfvoorzienend zijn. We moeten minder geloven dat de markt het wel oplost. De overheid moet meer noodzaak voelen daarin beschermend te zijn.

Een tweede les is: als alles stilvalt, is omzien naar elkaar en zorg voor elkaar hét fundament van de samenleving. Dat zag je tijdens die eerste golf in maart: alles stond stil en er was grote bezorgdheid. Maar de samenleving bleek het omzien naar elkaar onder de knie te hebben. Het fundament van ons bestaan bleek dat we voor elkaar wilden zorgen en om elkaar gaven. Die herontdekking dat we aan elkaar gegeven zijn, ervoeren we toen sterk. Deze twee lessen moeten we meenemen als de kruitdampen van corona zijn opgetrokken.”

Ik kreeg duizenden kaartjes en mailtjes van mensen die me een hart onder de riem staken. Dat is ook Nederland, maar dat haalt niet het achtuurjournaal

Felle kritiek

Vooralsnog heeft de minister zijn handen vol aan de coronacrisis én aan de felle kritiek die hij krijgt op zijn beleid. Nederland kijkt naar elkaar om, constateert hij. Maar heeft hij dat zelf ook zo ervaren? “Publiek zijn vooral de negatieve en haatreacties zichtbaar. Fascinerend om te zien dat het coronavirus niet alleen ziekmakende, maar ook middelpuntvliedende krachten heeft op de samenleving. Frustraties en onzekerheden die mensen tóch al hadden, projecteren ze nu op de coronamaatregelen waarvan ik het gezicht ben. Mensen projecteren hun frustraties dus op mij. Het laat me niet koud, maar je moet ervoor zorgen dat die reacties niet onder je huid gaan zitten, zodat je je werk kunt blijven doen. Maar er staat ook wat tegenover: ik kreeg duizenden kaartjes en mailtjes van mensen die me een hart onder de riem staken. Soms belden onbekende mensen thuis aan om bloemen of iets anders gezelligs te brengen. Gebedskringen van kerken bidden voor me. Er wordt ongelofelijk meegeleefd, ook bij de tweede golf. Dat is ook Nederland, maar dat haalt niet het achtuurjournaal.”

Zondags rondje

En zo gaat de lijsttrekker en minister van Volksgezondheid de komende, onzekere maanden in. Hoe hij het volhoudt? Net als Kuyper – die stad en land afwandelde om de stress uit zijn lijf te lopen – trekt Hugo de Jonge er ook regelmatig op uit. Bij mooi weer stapt hij op de racefiets en minstens een keer per week loopt hij hard. Rotterdammers kunnen hem zomaar op zondagochtend, in een fluorescerend tenue gestoken, langs de Maas tegen het lijf lopen. “Zag je me op zondagochtend?” reageert hij. “Maar dan wel na kerktijd, hoop ik? Dan loop ik hard, ja. Kuyper maakte ook een reis langs de Middellandse Zee. Dat zou ik ook graag eens doen, maar de tijd ontbreekt me momenteel.”

Kuyper ging vaak gekleed in kleurige vesten, volgens de laatste mode. Bent u ook wat dat betreft in zijn schoenen gestapt?

Hij lacht smakelijk. “Wat een interessant verband. Dat wist ik helemaal niet van Kuyper. Maar inderdaad, ik hou van vrolijke schoenen. Er is al zoveel sombers in het leven.”

Dit interview van journalist Sjoerd Wielenga verschijnt in het nieuwe journalistieke magazine BRAM n.a.v. de 100e sterfdag van Abraham Kuyper.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -

 

 

 

 

 

Sjoerd Wielenga (Rotterdam, 1980) is zelfstandig journalist, tekstschrijver, eindredacteur en bladenmaker. Hij werkt(e) onder meer voor de EO, NRC Handelsblad, Trouw, de Volkskrant en opinieblad De Nieuwe Koers.