Wat je als slachtoffer van identiteitsdiefstal allemaal voor je kiezen kunt krijgen, ondervond Maaike (39) aan den lijve. Een paar jaar terug werd ze opgepakt door de politie vanwege bedreiging. Een bedreiging die iemand anders in haar naam had geuit.

STEUN RO

‘Ze stonden ineens binnen. Zomaar. Met zaklampen, maar wel zonder pistolen. Ik had echt geen idee wat er aan de hand was en sliep nog half toen een van de agenten zei dat ik me aan moest kleden en mee moest komen. Ze waren met zijn tweeën op mijn slaapkamer. Later kwam ik erachter dat er beneden nog vier agenten rondliepen. “Maar waarom?”, vroeg ik. “Ik heb toch niets gedaan?” Daar werd dan geen antwoord op gegeven. “Aankleden en meekomen.”

Het leek net een scène uit een film. Zelfs toen ik achter in de politieauto zat wilden ze me nog niet vertellen waarom ze me meenamen. Ik begon te huilen en wist echt niet meer wat ik moest doen, helemaal toen ik op het bureau kwam en ze me in een cel zetten. Dat kamertje was echt heel klein en kil. Hoe lang ik er precies heb gezeten weet ik niet. Ik mocht mijn horloge niet meenemen. Ik stond ook officieel onder arrest. Dat hebben ze me meer dan duidelijk gemaakt toen ze me van mijn bed lichtten.

Na een tijdje kwam er een rechercheur binnen. Ik vergeet zijn gezicht nooit meer. Hij ging voor me zitten, een beetje nonchalant, maar wel streng. “Zo mevrouw. U weet vast wel waarom u hier zit?” Ik had nog steeds geen idee. Totdat de rechercheur me met een geïrriteerde zucht vertelde dat ik opgepakt was omdat ik iemand met mijn telefoon met de dood had bedreigd.

Verloren paspoort

Verder kwam ik ook nog een aantal keer voor in verschillende dossiers, werd me verteld. Ik zou spullen besteld hebben op tientallen websites en daar nooit voor betaald hebben. Sommige van die webshops hadden daar aangifte van gedaan. Die rechercheur kwam toen met een lijst van website-adressen aan zetten. Van het grootste deel van de sites op die lijst had ik nog nooit gehoord.

Toen was de paniek eigenlijk meteen over. Ik dacht dat ze de verkeerde hadden. Dat heb ik ook gezegd. Dan krijg je zo’n sneer naar je toe: “Ja mevrouw, dat zeggen ze allemaal.” De rechercheur liet me een nieuw papier zien. Een uitdraai van een telefoonmaatschappij, waar mijn naam op stond en een bijbehorend nummer. Er zat ook een kopie van mijn paspoort bij, vastgemaakt met een nietje.

Ik zag meteen wat er niet klopte: de kopie was er een van mijn oude paspoort, die ik in 2001 verloren ben. Gloednieuw was dat ding toen. Hij is uit mijn tas gevallen op straat. Of misschien wel eruit gevist. Dat weet je natuurlijk nooit zeker.

Het paspoort was ik in 2001 al kwijt, maar de prepaid-simkaart die ermee gekocht was, kwam uit 2003. Tenminste, dat stond op dat papier. Meteen wees ik de rechercheur daarop. Die bromde dat hij wel even in het systeem zou kijken of ik aangifte gedaan had van dat verloren paspoort. Ik ben nog nooit zo blij geweest dat ik ergens aangifte van heb gedaan.

Best gek: een paar minuten eerder voelde ik nog niets dan woede omdat ze me uit mijn bed hadden gelicht zonder me te vertellen waarom. En een paar momenten later was ik blij dat de politie er wel voor me was toen ik aangifte kwam doen van mijn verloren paspoort.

Nooit betaald

Hoe lang de rechercheur daarna weg was, weet ik niet. Het voelde als uren. Toen hij terug kwam, was hij meteen een stuk aardiger. Verontschuldigend zelfs. “Het ziet ernaar uit dat iemand misbruik gemaakt heeft van uw paspoort.”

Hoewel de rechercheur het niet met zekerheid kon zeggen, ging hij er vanuit dat een persoon met kwade bedoelingen het paspoort gebruikt had om via internet een simkaart te bestellen op mijn naam. En om daar vervolgens een politicus mee te bedreigen. Wie hij precies heeft bedreigd, dat werd me niet verteld. Ayaan Hirshi Ali misschien wel. Of Geert Wilders?

Mijn identiteit was dus gejat! Ik wist niet eens dat dat kon: zomaar een simkaart op internet bestellen met alleen een kopie van een paspoort. Die simkaart was overigens ook nooit betaald. Net als een hele hoop andere spullen die op mijn naam zijn besteld. Iemand had zich flink uitgeleefd op mijn naam. Boeken, dvd’s, tijdschrift-abonnementen… allemaal besteld via internet, vertelde de rechercheur me. En al die spullen werden afgeleverd op verschillende adressen.

Later bleek dat het om leegstaande kantoorpanden ging. “Daarom staat er nogal wat schuld op uw naam”, zei de agent. Die er meteen aan toevoegde dat hij ervan uit ging dat ik ook daar niets mee te maken had. Hoe hoog dat schuldbedrag was, wist hij niet. Ik moest maar eens naar de BKR in Tiel bellen.

Nadat het misverstand was opgehelderd, mocht ik meteen weer gaan. Maar nu wilde ik zelf wel even wat vragen beantwoord zien. Want hoe haalden ze het in hun hoofd om zomaar mijn deur in te trappen, midden in de nacht. Als ze me even netjes gebeld hadden, dan was ik heus wel naar het bureau gekomen om het uit te leggen. Hadden ze daar niet aan gedacht? En wie zou mijn kapotte deur betalen?

De rechercheur verontschuldigde zich nog een keer en gaf aan dat als het alleen om die openstaande facturen was gegaan, dat ze ook nooit zo hardhandig waren geweest. Maar bedreiging van een politicus kan op een fellere reactie rekenen. Vooral na Pim Fortuyn. En die deur, dat was een zaak voor de verzekering.

Als een lopend vuurtje

Het was al half 12 in de ochtend toen ik uit de cel mocht. Hoe laat ze me die ochtend precies hebben gearresteerd weet ik niet. Maar het was nog donker. De rechercheur gaf aan dat hij wel even een lift zou regelen bij een van zo’n collega’s. Ze wilden me dus thuis afzetten in een politiewagen. Daar had ik niet zo’n trek in: om midden op de dag thuis afgezet te worden door een agent in functie. Dan heb je zoveel uit te leggen aan de buren. Ik heb afgesproken dat ze me een paar straten verder, in een steegje, uit de auto lieten. Die laatste paar meter, die liep ik liever zelf.

De deur was vrij snel gerepareerd, maar dat wil niet zeggen dat ik geen last meer heb gehad van het hele voorval. Want hoewel het midden in de nacht was toen ik opgepakt werd, zijn er toch buren die het gezien hebben. Niet gek ook: het geluid van een deur die ingetrapt wordt hoor je tot een paar meter verderop. Dat is één ding dat zeker is. En als één van je buren het gezien heeft, dan gaat het verhaal als een lopend vuurtje rond.

En dan beginnen de roddels: dat de politie niet voor mij kwam maar eigenlijk voor mijn allochtone vriendje, dat ze zich altijd afvroegen hoe wij dat grote huis toch konden betalen en dat het nu ‘bewezen’ is dat er wel iets niet in de haak moet zijn bij ons, zulke dingen. En dat doet pijn.

De procedure bij de BKR heeft ook heel veel van mijn energie gekost. Want probeer hen maar eens uit te leggen dat iemand anders in jouw naam schulden heeft gemaakt. Uiteindelijk is het met de hulp van de politie nog wel goedgekomen. Maar dat heeft wel maanden geduurd.

Het hele voorval laat me nog steeds niet los. De angst dat het opnieuw gebeurt, die blijft. De dader loopt nog steeds vrij rond en kan zich nog steeds op internet voor mij uitgeven. Daardoor ben ik constant bang dat er weer een keer agenten op de stoep zullen staan. Of dat ik ineens een incassobureau of een schuldeiser aan de deur krijg. Mensen die dan zeker denken te weten dat ze geld van mij krijgen, terwijl dat helemaal niet zo is. En het geluid van de deur die ingetrapt wordt, dat vergeet ik nooit meer.’

Beeld: tOrange.biz

Freelance journalist Nick Kivits (1984) schrijft voor Reporters Online over technologie, internet en de wetenschap.