Wat hebben kattenfilmpjes, de als Trump vermomde stripfiguur Pepe the Frog en het griezelfenomeen Slenderman met elkaar te maken? Het zijn allemaal internet-memes.

Ik moet bekennen dat ik die term pas leerde kennen toen ik deze week op het IFFR in het Rabbit Hole dook. Rabbit Hole is de titel van een van de meer curieuze programma-onderdelen op het Rotterdamse filmfestival. Het internet als het konijnenhol uit Alice in Wonderland. Je stapt erin en je hebt geen idee waar je uitkomt. Bijvoorbeeld bij het extreem-bizarre feministische filmtraktaat Make Me Up.

Aldus presenteert het IFFR een reeks korte en enkele lange films die op een of andere manier door memes zijn geïnspireerd. Daarnaast is er in een hoek van Het Nieuwe Instituut een Meme Café ingericht. Een soort internet-café met computerschermen waarop kunstenaars hun visie op de meme-wereld presenteren. Zelf memes maken kan daar ook – maar misschien deed u dat al lang. In het Meme Café heb ik me over het fenomeen bij laten praten door programmeur Inge de Leeuw en door Aria Mag en Silvia dal Dosso, mede-oprichters van het artistieke onderzoekscollectief Clusterduck.

Een kleine meme-geschiedenis

Het oudere begrip ‘meme’ kende ik al wel. Bioloog Richard Dawkins muntte die term in 1976. Het staat voor ideeën of concepten die zichzelf in de menselijke cultuur voortplanten, vermeerderen en aanpassen. Zoals: het wiel, kleren dragen, stopwoordjes, mode, populaire melodieën, kapitalisme. Het is een breed spectrum. Ook Wilders’ ‘meer of minder’ is een meme geworden.