Columnist Roos Schlikker fileert het nieuws. Soms met een scalpeltje, af en toe met een hakbijl.

STEUN RO

Ik sta op een veel te perfect verjaardagsfeestje van een kennis van een kennis en heb zojuist antwoord gegeven op de watdoejij-vraag gegeven aan de man naast me die zelf iets doet wat ik al lang vergeten ben omdat ik bij zijn woorden 'mensjes managen' mentaal ben blijven steken.

Fatal error. Ik probeer hem nog af te leiden door de zalmcanapeetjes te roemen die de gastvrouw zojuist heeft uitgedeeld. "Van échte wilde Alaskazalm, dat proef je." Maar ik weet dat het te laat is. De manager is al enthousiast gesticulerend opgegaan in zijn monoloog.

Over een seconde of 10 zal hij komen. De onvermijdelijke zin. Hij ratelt over die Russische onderzeeër (10, 9…) en dat het niet per ongeluk is dat ie in 2000 op de bodem van de zee belandde (8, 7, 6…) en dat het on-be-grij-pe-lijk is dat mijn collega’s en ik niet massaal met duikpakken aan het Siberische ijswater inspringen (5, 4…) om de onderste verzonken steen boven te trekken…

3…2…1…

"Daar zou je eens een stukje over moeten schrijven."

Ignition starts. Vertel dat je journalist bent en de meest behulpzame kant van de mens komt boven. En ook de meest bemoeizuchtige. En de meest vingerwijzerige. Want het is natuurlijk volstrekt onbegrijpelijk en ook een beetje lui dat ik met dat scherpe pennetje van me nooit de misstanden in de taxi-industrie heb weten op te lossen ("Ze kennen de weg niet, spreken amper Nederlands, waarom schrijft niemand dat op?"), de corrupte politieagenten in Zuidoost Albanië op de vingers heb getikt (met één handkus om te kopen, wat ik je brom) en de mandarijnenindustrie verbaal alle hoeken van de kamer heb laten zien ("Ze spúiten ze gewoon oranje!").

Comjoenities

Tot voor kort kon ik zo'n gesprek afkappen door schouderophalend te verkondigen dat ik als freelancer afhankelijk ben van opdrachtgevers die ook brood in deze buitengewoon boeiende onderwerpen moesten zien en helaas, hoe interessant de materie ook was, zo’n verhaal kreeg ik wonderlijk genoeg moeilijk verkocht.

Maar nu ben ik columnist van van alles en nog wat, bijvoorbeeld TPO Magazine. En ik sta in Blendle. Ik heb een eigen kanaal waarop ik kan doen wat ik wil, realiseer ik me terwijl ik de Koerskman vriendelijk toeknik nu hij mij zijn visie op de journalistiek in het algemeen en die in Nederland in het bijzonder ontvouwt.

Het gaat over dode bomen, over verdienmodellen, over comjoenities.

Ik stop een gevuld kwarteleitje in mijn holle kies en al malend herhaal ik dat ene zinnetje in mijn hoofd. Ik kan doen wat ik wil.

Ik kan mijn hoogstpersoonlijke visie op de EU uiteenzetten, ik kan een lofzang op mijn kinderen schrijven, ik kan een poezenlogboek beginnen. En ik kan het godzijdank ook laten. Ik heb er onnoemelijk veel zin in.

Nu eerst maar eens mijn duikpak opsnorren.

    Roos Schlikker begon ooit als financieel journalist maar dat was een vergissing. Nu schrijft ze interviews en reportages over alles behalve stropdassen, volgens collega’s met een voorliefde voor de moderne (stads)mens. Doet mee aan 'Wie is de Mol'. Op Reporters Online publiceert ze columns.

    Geef een antwoord