We laten ons niet gek maken, hadden Marten van de Wier en zijn vrouw afgesproken toen de baby kwam. Als het niet lukt met de borstvoeding: geen probleem. Maar tot zijn grote schrik school in deze kersverse vader een borstvoedingsfanaat.

STEUN RO

Het gebeurde terwijl ik surfte op de website van Nutrilon. Een kolkende woede kwam in me op, en greep me bij de keel. Daar hielp zelfs de blije, blauwogige baby op de homepage niets meer aan.

Het was niet eens de pop-up die me kwaad maakte. ‘Borstvoeding is de beste voeding voor je kindje’, kwam me in grote blauwe letters tegemoet – alsof ik dat nog niet wist. Ik zocht naar een alternatief voor gewone flesvoeding voor mijn zoontje van ruim een week, krampjes maakten hem het leven zuur. Maar nergens op de website vond ik wat ik zocht. Ik rommelde wat met de zoekfilters. Maar steeds begon het productoverzicht met ‘voeding 2’, vanaf zes maanden. Het besef kwam wat laat, misschien door de vermoeidheid. ‘Voeding 1’ was weggecensureerd.

Verminderd toerekeningsvastbaar

Het liefst had ik op dat moment mijn laptop stukgeslagen op – bijvoorbeeld – een kolfapparaat. Dat was niet zo gek geweest, want ik was op dat moment verminderd toerekeningsvatbaar. Ik was net vader geworden. Sinds anderhalve week bevonden mijn vrouw en ik ons in ‘the zone’, zoals ik het ben gaan noemen: een parallelle werkelijkheid van half slapen, half waken die zich afspeelt op en rond het kraambed. Dag en nacht worden relatief, het slaapgebrek heeft een psychedelisch effect. ‘Het Voeden Van Het Kind’ is de enige taak.

Voor de komst van onze baby beschouwden mijn lief en ik onszelf als rationele mensen met een gematigd standpunt over borstvoeding. We hielden ons uiteraard graag ver van de kampen van zowel borstvoedingsadepten als borstvoedingshaters. Als het lukt met de borst: mooi. Als het niet zou lukken, zouden we even blijven proberen, en dan overschakelen op flesvoeding. We zouden ons niet laten meeslepen. Zo hadden we het afgesproken tenminste.

In vaktermen: hij hapte niet goed aan

En toen kwam onze zoon. Een prachtig mannetje met een flinke bos haar, een aandoenlijke pruillip en twee serieuze oogjes. En met grote moeite om een tepel fatsoenlijk in zijn mond te krijgen. In vaktermen: hij ‘hapte niet goed aan’. In het ziekenhuis viel nog niet op dat hij maar wat halfslachtig aan de borst sabbelde. Maar thuis bleek dat hij de melk niet goed in beweging kreeg. Het zorgde ervoor dat hij vaak hartverscheurend huilde van de honger, en te snel gewicht verloor.

Madonna

Ook mijn vrouw, de ‘borstvoedingsrealist’, had stiekem toch een droombeeld van de borstvoeding: een plaatje van zichzelf als Madonna, vredig met haar kind in de armen. Ze was niet van plan meteen op te geven. De rauwe werkelijkheid was dat borstvoeden een vierpersoonsactiviteit werd: ik zat naast haar in het kraambed, de kraamverzorgster aan de andere kant van het bed, drie paar ogen gericht op zijn mondje en haar borst, kreten slakend als: “Ja, nu!”

De kraamverzorgster was een lieve oudere vrouw. Over onze keuze voor borstvoeding hield ze zich wijselijk op de vlakte. Maar ze toonde zich wel bezorgd over de gewichtsafname van ons zoontje. Haar aanpak tijdens de voedingssessies was, in onze ogen, nogal ruw. Zodra ons kindje zijn mondje enigszins opende, perste ze dat arme koppie tegen de borst. Zonder veel resultaat.

Fingerfeeding

En zo zat mijn ‘Madonna’ met een elektrisch kolfapparaat aan beide borsten op de ene kant van het bed. Aan de andere kant voedde ik ons zoontje bij met kunstmelk. Die hadden we voor alle zekerheid vooraf in huis gehaald. Het voeden deed ik met een klein spuitje en een pink in zijn mond: ‘fingerfeeding’. Dat moest ervoor zorgen dat hij nog wat voeding binnenkreeg na een weinig geslaagde zuigsessie, zonder het zuigen aan de borst te verleren. “Borstvoeding, heel natuurlijk”, zuchtte mijn lief, de slogan die ons tijdens de zwangerschap was ingepeperd.

Die o-zo-gezonde moedermelk werd ons witte goud

‘s Nachts mochten we van de kraamverzorgster het kolven overslaan. Maar de wekker was gezet: negen keer per etmaal moest onze jongen aan de borst. Sessies die vaak wel een uur duurden, met weinig resultaat. Wat mijn vrouw met veel moeite had afgekolfd, spaarden we op in de koelkast voor een volgende vingervoeding. Die o-zo-gezonde moedermelk werd ons witte goud. Toen ik een keer met een slaperig hoofd de helft op de vloer morste, kon ik wel janken. Dat had een teken aan de wand moeten zijn. Een teken dat we ons wel degelijk lieten meeslepen.

Want wat was die borstvoeding belangrijk geworden. Wat wilden we graag dat het ging lukken. Zonder dat er op dat moment druk op ons werd uitgeoefend: die druk kwam uit onszelf.

De kraamverzorgster stuurde juist voorzichtig aan op een ‘evaluatiemoment’, waarop we zouden moeten beoordelen of doorgaan wel zinvol was.

Het gebrek aan borstvoedingssucces voelde als een tikkende tijdbom

We besloten een lactatiekundige in te schakelen: een gediplomeerd borstvoedingsspecialist. In onze regio bleken die drukbezet. Een groot deel van de dag besteedde ik aan het enigszins smekend inspreken van voicemails. We hadden al vijf dagen ‘verloren’, dacht ik. Het gebrek aan borstvoedingssucces voelde als een tikkende tijdbom onder de gezondheid van ons kindje.

Tongriempje

Diezelfde dag kwam de verloskundige langs. Zij adviseerde het tongriempje van ons zoontje te laten inknippen. Volgens haar een pijnloze chirurgische ingreep zonder bloedverlies, die vaker wordt toegepast bij baby’s. We konden onmiddellijk terecht bij de kaakchirurg. In andere omstandigheden hadden we hier waarschijnlijk even over nagedacht, nu aarzelden we geen moment. De overhaaste rit naar het ziekenhuis versterkte alleen maar het absurde gevoel dat we al hadden: dat het hier ging om een zaak van leven of dood. Flesvoeding als prima alternatief had op een grijze wolk van hormonen, stress en slaapgebrek ons huis verlaten.

Flesvoeding als alternatief had op een grijze wolk van hormonen en stress het huis verlaten

De dag daarop kwam eindelijk een lactatiekundige langs, die zich op een stoel aan het voeteind van het kraambed nestelde. Ze vond dat ons zoontje zich vanaf de buik van mijn lief zelf op de borst moest hijsen. Met een fantastische krachtsinspanning hees hij zijn hoofdje omhoog, om zich met open mond op de borst te laten vallen, waar hij net zo snel weer vanaf kukelde. En hij maakte zich kwaad. O, wat keken die oogjes gefrustreerd. De lactatiekundige leek het niet te zien. En het chirurgische ‘knipje’? Dat had geen enkel effect.

Somber

Tijdens een bezoek van haar ouders, aan het eind van de week, kon mijn vrouw niet veel meer dan huilen. Ik zag de bezorgdheid in hun blik, en hoorde mezelf vertellen hoe we óók heus wel ontzettend veel mooie momenten hadden gehad met z’n drietjes in deze kraamweek. De kraamverzorgster had eerder al voorzichtig bij me geïnformeerd of het wel goed ging met mijn vrouw. We moesten op tijd aan de bel trekken als ze te somber werd. Ik had haar gerustgesteld.

Maar mijn lief was aan het eind van haar Latijn. Op dag zeven, ‘s avonds in bed, besloten we over te stappen op flesvoeding. Het besluit was een opluchting: voor ons, nog meer voor onze ouders, en al helemaal voor de kraamverzorgster. “Jullie waren zo fanatiek over de borstvoeding”, zei ze. Op de achtste dag durfde zij ons prille gezin eindelijk alleen te laten. Voor het eerst had mijn vrouw de energie om ons kindje aan te kleden en het samen te wassen. Dag acht!

Ik schaam me, maar bijna had ik mijn vrouw gepusht om door te gaan

Toch had ik er, op de avond van onze beslissing, best moeite mee het ‘borstvoedingsproject’ los te laten. Ik schaam me ervoor, maar ik moet bekennen dat het niet veel had gescheeld of ik had mijn vrouw voorzichtig gepusht om nog even door te gaan. Sindsdien worstel ik met de vraag: wat bezielde me? Wat bezielde ons?

Borstvoedingspropaganda

Onder een dun laagje keuzevrijheid was toch flink wat borstvoedingspropaganda op ons afgekomen. Op de borstvoedingsvoorlichtingsavond in het ziekenhuis bijvoorbeeld. De lactatiekundige vertelde over de vele voordelen voor moeder en kind. Voor de nadelen volstond een enkele dia, met een citaat van de Amerikaanse kinderarts Ruth A. Lawrence: “Nadelen van borstvoeding zijn die factoren die de moeder zelf als onpraktisch beschouwt, want voor de baby zijn er geen nadelen bekend”. Borstvoeding zou dus alleen ‘onpraktisch’ kunnen zijn, althans, de moeder zou het als onpraktisch kunnen zíén.

Geen woord over tepelkloven, borstontstekingen of die nare schimmelinfectie spruw – de verhalen daarover hoorden we alleen van vrienden. Niets over de dorstkoorts bij een baby die te weinig binnen krijgt. Niets over bijvoeden, wat toch noodzakelijk is als een baby te weinig melk binnenkrijgt. Niets over de stress voor moeder en kind als het niet lukt. En vooral helemaal niets over hoe je overstapt op flesvoeding, als dat dan toch nodig is.

Schuldgevoel

Mijn vrouw vertelde later dat ze zich die eerste weken nog wel dertig keer per dag schuldig voelde. Ik was vooral boos. Boos op de verpakkingen van flesvoeding bijvoorbeeld, die verplicht melden dat borstvoeding toch echt beter is. Ik begrijp het nut van die mededeling, maar weet nu ook hoe het voelt om als ouder steeds opnieuw geconfronteerd te worden met een tekst die je erop wijst dat je je kind tekortdoet.

Eenzelfde verwijt klonk door in de stem van de dame van het consultatiebureau, toen ik bij haar huisbezoek nonchalant opmerkte dat we flesvoeding gaven. “Oh?” Ik voelde me genoodzaakt ons besluit te verantwoorden. “Goed dat je er alles aan hebt gedaan. Dan kun je het hem tenminste later uitleggen”, zei de dame begripvol tegen mijn vrouw. Alsof ons zoontje haar er later op zou aanspreken. Mijn vrouw was met stomheid geslagen. Inwendig kookte ze.

In onze omgeving hoorden we andere sterke staaltjes. Mijn schoonzus had er weloverwogen voor gekozen geen borstvoeding te geven. “Wil je hem niet toch even aanleggen?”, vroeg de verloskundige direct na de geboorte. Een vriendin moest vanwege borstvoedingsproblemen ‘s nachts acuut gaan bijvoeden. Er was geen pak flesvoeding in huis, want flesvoeding komt nu eenmaal niet voor op de ‘wat in huis te halen voor de bevalling’-lijstjes.

Flesvoeding verboden

De kraamverzorgster haalde een proefpakketje uit haar auto, dat ze daar voor noodsituaties had liggen. Ze drukte de vriendin op het hart om er in alle talen over te zwijgen. Flesvoeding verstrekken is voor kraamverzorgsters streng verboden. Sterker nog: in een enquête die ons een paar weken na de geboorte werd voorgelegd, moesten we invullen of we van medewerksters van de verloskundigenpraktijk ‘verpakkingen of informatie’ over flesvoeding hadden ontvangen. Hadden we die gehad, dan hadden we hier dus onze kraamverzorgster of verloskundige kunnen verraden. Wie weet wat de gevolgen zouden zijn geweest.

Hádden we maar informatie over flesvoeding ontvangen. Zo ontdekte ik pas na anderhalve week – bij mijn moeizame internetzoektocht – dat we ons zoontje beter vanaf het begin hypoallergene flesvoeding hadden kunnen geven, gezien de geschiedenis van astma en allergieën in de familie.

Flesvoeden is sociaal onwenselijk geworden

Het is natuurlijk niet alleen een praktische kwestie. Het goedbedoelde en waarschijnlijk terechte hosanna over borstvoeding heeft ervoor gezorgd dat flesvoeden sociaal onwenselijk is geworden. Terwijl het overstappen van borst- op flesvoeding ook zonder dat stigma al lastig genoeg is. Nog maanden later werd mijn vrouw weemoedig als ze aan de mislukte borstvoeding dacht.

\Wordt het niet tijd voor een flesvoedingsbevrijdingsfront? Voor eerlijke, uitgebreide voorlichting van ouders, zowel over fles- als over borstvoeding? Het zou mooi zijn als ouders weer flesvoeding kunnen geven zonder zich te hoeven verantwoorden. En zonder schuldgevoel.

Tips voor vaders

Als aanstaande ouders word je doodgegooid met informatie, behalve over flesvoeding. Ga zelf op zoek naar de basics, ook als je partner borstvoeding wil geven.

Zorg dat er een pak flesvoeding in huis is: dan hoef je niet naar de supermarkt als de kraamverzorgster besluit dat bijvoeden noodzakelijk is.

Weet dat er verschillende soorten flesvoeding op de markt zijn: naast de gewone bijvoorbeeld hypoallergene (HA) voeding (dat wordt aangeraden als er astma, eczeem of voedselallergie in de familie zit) en anti-reflux (AR) voeding (tegen spugen).

Ga in de kraamtijd niet zelf googelen. Websites geven door de regels maar zeer beperkt informatie. Uiteindelijk kom je altijd uit op het Viva-forum (en dat wil je niet, als vader).

Wel doen: het consultatiebureau bellen. Zij geven prima advies over flesvoeding. Maar je moet er wel zelf naar vragen. Bovendien hebben veel fabrikanten van flesvoeding een informatielijn die 24 uur per dag bereikbaar is, en waar ze wél de informatie kunnen geven die ze niet op internet mogen zetten.

 Reactie van het centrum voor verloskunde

Livive, ons centrum voor verloskunde, voldoet aan de nationale en internationale regels op het gebied van voorlichting over borst- en flesvoeding, vertelt lactatiekundige Sylvie Koks. Ze herinnert zich hoe voor die regels (uit 2007) verloskundigen-praktijken vol hingen met kalenders en muismatten van merken als Nutrilon. Kraamverzorgsters kregen proefverpakkingen thuisgestuurd. Dat was geen wenselijke situatie. Op de praktijk is nog wel flesvoeding aanwezig, vertelt ze – voor noodgevallen, en voor ouders die al bij voorbaat voor flesvoeding gekozen hebben. Maar de pakken staan voortaan uit het zicht.

Koks is niet de lactatiekundige die in de kraamtijd bij ons langskwam. Wel verzorgt ze met een collega de voorlichtingsbijeenkomst in het ziekenhuis die wij tijdens de zwangerschap bezochten.

Waarom was er daar niet meer aandacht voor problemen die ouders kunnen tegenkomen bij borstvoeding? “Het is niet zo dat we onderwerpen uit de weg gaan omdat we ouders niet willen afschrikken”, verzekert ze. “Maar er kunnen zoveel dingen gebeuren. Je kunt in één avond niet alles behandelen. Als iets zich voordoet, staan we ouders op dat moment zo goed mogelijk bij.”

Koks belooft onze ervaringen met haar collega’s te bespreken. Later mailt ze dat Livive erover denkt om de borstvoedingscursus aan te passen.

Dit artikel verscheen eerder in Trouw. Het zoontje van Marten van de Wier is inmiddels een vrolijke, gezonde dreumes van anderhalf.

Marten van de Wier is zelfstandig journalist en communicatieprofessional. Hij heeft speciale aandacht voor duurzaamheid, natuur en onderwijs, en is daarnaast specialist Zuid-Nederland.