De Nederlandse vrouw is een muts die niet wil werken, klinkt het vaak. Maar als je als vrouw wel kostwinner bent, word je heel vreemd aangekeken.

STEUN RO

Met een ruk draait ze zich van me af. De medewerkster van het consultatiebureau heeft al die tijd vriendelijk geglimlacht en geknikt maar plotseling kijkt ze mij niet meer aan maar richt zich volledig op mijn man. Ze kijkt hem diep in de ogen en vraagt: “François… is dit ook helemaal jouw keuze?”

We hebben net onze enkele weken oude tweede zoon laten meten en wegen en hebben nu ‘even een klein gesprekje’ over de thuissituatie. Redden we het zo samen? Zijn we erg moe? Maken we veel ruzie? Ze informeert er allemaal naar. Tenslotte wil ze weten hoe we het financieel doen.

Even vraag ik me af wat haar dat aangaat, maar dan antwoord ik naar waarheid dat we het prima geregeld hebben. Mijn man is nagenoeg gestopt met werken en wijdt zich aan huishouden en kinders, ik zorg als kostwinner voor de centen.

Dat is het moment waarop ze mijn man ernstig begint te ondervragen of hij dat echt wel wil. Verbaasd sla ik het gade. En vraag me af: zou ze dit ook hebben gedaan als de situatie omgekeerd was en mijn man voor het brood op de plank had gezorgd?

Hoofdinkomen

Natuurlijk niet. Want vrouwen die kostwinner zijn, kom je bijzonder weinig tegen. Slechts vijftien procent van de vrouwen zorgt thuis voor het hoofdinkomen, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Niet voor niets heeft de Nederlandse vrouw het de afgelopen jaren in de media behoorlijk voor haar kiezen gekregen. Een verwend prinsesje was ze, dat niet meer dan een baantje had om wat leuke boodschapjes van te doen, dat wat aanrommelde met een webshop, of dat helemaal niet werkte en zich huismanager noemde. Niks carrièrretijger, niks geëmancipeerd wandelend mantelpakje, de Hollandse vrouw was een troela in een witte legging die te lui was om haar handen uit de mouwen te steken.

Nu vind ik dat iedere vrouw vooral zelf moet weten wat ze met haar leven doet en dat emancipatie ook kan betekenen dat je de hele middag met je kinderen clowntje Bumba zit na te kleien als je dat wil. Maar wat me tegen de borst stuit, is dat als je er als vrouw wel voor kiest kostwinner te zijn, daar behoorlijk vreemd op wordt gereageerd.

Zo krijg ik op verjaardagen wel erg vaak te horen hoeveel mazzel ik heb met een man die bereid is thuis te zitten. Hoezo mazzel? Misschien heeft hij wel mazzel met mij omdat hij niet de deur uit hoeft?

Zelf ziet hij dat in ieder geval wel zo. Mijn man is cameraman en heeft in het verleden aan talloze grote filmprojecten meegewerkt. Dat deed hij met veel passie en plezier. Maar films zijn tijdopslokkers en laten zich slecht combineren met een gezinsleven. Niet voor niets waren de meeste van mijn mans collega’s gescheiden of eeuwig vrijgezel.

Toen wij besloten de pil in de prullenbak te gooien, hebben we dan ook serieus met elkaar gepraat. Ik wilde geen kinderen met een man die er nooit was en ik wilde zeker geen vrouw zijn met een klein baantje ‘voor er bij’.

Mijn man, 11 jaar ouder dan ik, had veel werkdromen waargemaakt. Hij had in Hollywood gestaan, Nederlandse blockbusters gefilmd, hij was tevreden met wat hij had bereikt en had behoefte aan meer rust in zijn  leven. Mijn ambities waren en zijn nog te groot, ik wil verhalen schrijven, interviewen, scripts schrijven, boeken afleveren. Dat gaat niet als je je dagen in de zandbak slijt.

De beslissing was bijzonder snel genomen: mijn man ging veel minder werken, ik zou de grootste financiële lasten dragen.

Kleiner baantje

Voor ons een volstrekt logische conclusie, waarvan we nooit hadden gedacht dat die zulke verbaasde reacties zou uitlokken. Misschien is dat wat naïef, als je de cijfers er op naslaat. De meeste Nederlandse moeders hebben een kleiner baantje dan de vaders. Volgens onderzoeksbureau Research heeft minder dan de helft van de vrouwen het gevoel te moeten werken omdat haar inkomen echt nodig is. Zo’n driekwart van de mannen heeft juist heel sterk het idee dat het gezin in financiële zin afhankelijk van ze is.

Zo nu en dan wordt hierover de noodklok geluid. In 2008 kwam vakbond FNV nog met veel tamtam met een manifest: Papa Plus. “Vaders van Nederland!” riep het op. “De tijd is gekomen om ons te bevrijden uit de ketens van het fulltime werk en de laatste resten van het kostwinnersmodel af te schudden. Meer dan zes van de tien mannen wil graag minder werken, en meer tijd besteden aan de opvoeding van hun kinderen. Wees niet bang. Leg je niet neer bij de status quo. Worstel je los uit het kostwinnerskeurslijf!”

Mooie opzwepende woorden waren het. Papa Plus moest het begin worden van een publieke lobby om vaders zo ver te krijgen meer werk te maken van hun wens om te zorgen.

Inmiddels zijn we bijna tien jaar verder, maar geen steek opgeschoten. We zeggen dat het moet: vrouwen die meer werken, mannen die meer zorgen. Maar wie het anders dan gemiddeld doet, moet zich toch verdedigen.

En zo is het dus nooit goed. De Nederlandse vrouw die niet werkt is een verwend prinsesje. De Nederlandse vrouw die wel werkt heeft bijzonder veel mazzel dat haar vent bereid is haar dat te laten doen.

Watjes

Iedereen heeft zijn mond vol over emancipatie, maar mannen die niet werken worden intussen gezien als watjes. Laatst vroeg iemand me besmuikt of ik mijn man nog wel begeerlijk vind, nu hij thuis zit. Ik heb haar maar niet verteld hoe woest aantrekkelijk hij de was op kan vouwen.

Ook kreeg ik eens meelevend de vraag of ik het niet zwaar vind, de vrouw te zijn die het vlees komt snijden. Nou nee, want ik zorg dat ik meer dan genoeg thuis ben om met mijn kinderen te spelen en wijntjes te drinken met mijn man.

Yes, I bring home the bacon, en yes, ik ben ook nog bereid om die in de pan te gooien.

Een dag heeft 24 uur, daarvan besteed ik er 8 aan werk, mijn gezin krijgt de rest.

In financiële zin redden we het, ons huishouden loopt op rolletjes, ik haal voldoening uit mijn werk en mijn man is de koning van de zandbak en het schoolplein. Wat willen  we nog meer?

Een eerdere versie van dit verhaal verscheen in: Het Parool

Roos Schlikker begon ooit als financieel journalist maar dat was een vergissing. Nu schrijft ze interviews en reportages over alles behalve stropdassen, volgens collega’s met een voorliefde voor de moderne (stads)mens. Doet mee aan 'Wie is de Mol'. Op Reporters Online publiceert ze columns.

Geef een reactie