Onze honden trekken we jassen aan, maar vluchtelingen mogen creperen. Terwijl we allemaal gelukszoekers zijn, op zoek naar humaniteit en een beter leven.

STEUN RO

In Amsterdam hebben de meeste honden die uit wandelen worden genomen deze winter jasjes aan. Soms in kleurtjes, vaker in zwart of bruin. Het is mode, maar of ze nu klein of groot zijn, hun eigenaren willen hen vooral tegen de kou beschermen.

Bij het vuilnis ligt natgeregend beddengoed: een dekbed, kussens. Ze zijn niet meer bruikbaar. Mijn gedachten gaan onmiddellijk naar Athene, waar in portieken en onder afdakken het beddengoed netjes opgestapeld ligt op karton. In afwachting van de eigenaar die komende nacht weer buiten moet slapen.

Tegenstellingen

De tegenstellingen zijn te groot. En al helemaal als je denkt aan de vluchtelingen die aan de poorten van de Europese Unie kloppen. Duizenden zijn gestrand in de winterkou in het niemandsland tussen Turkije en Griekenland, sinds de Turken een middelvinger richting Europa opstaken en hun eigen grens opengooiden. En miljoenen zitten nog elders in Turkije en wachten af of de voorhoede er wellicht in slaagt Fort Europa binnen te dringen.

En dan die bijna miljoen Syriers die bij Idlib klem zitten tegen de Turkse grensmuur in Syrie, slachtoffer van een machtsstrijd tussen regeringen, rebellen en grootmachten. In zelfgebouwde tentjes in de kou, zonder geld of voorzieningen, terwijl het om hen heen bommen regent en ze getuige zijn van militaire strijd.

Tegelijkertijd bezweert de Griekse regering dat al die mensen de grens niet overkomen, ook al zijn velen op zoek naar veiligheid en een toekomst. Ze stuurt hen zelfs met harde hand terug als ze er wel in slagen, compleet met vernederende taferelen waarbij kleding en mobieltjes worden afgenomen en illegale detentie. En haar EU-collega’s steunen haar daarin en sturen Europese grenswachten om te helpen.

Creperen

Ik hoor de schreeuwers die roepen dat het allemaal economische vluchtelingen zijn, en dat ze het maar moeten uitzoeken. Dat ze mogen creperen, want er is geen ruimte voor hen in ons welvarende Europa.

Ik hoor ook mijn bezorgde Yezidi-vrienden, die vrezen dat met nieuwe vluchtelingen ook weer radicale moslimstrijders meeliften Europa in. Die me waarschuwen dat ISIS-strijders hun kans afwachten om de EU binnen te dringen en daar aanslagen te plegen.

Maar het is allemaal niet zo simpel als het lijkt. Ja, die Yezidi’s hebben recht van spreken. En ja, het zijn vooral jonge mannen die zijn achtergebleven in het niemandsland aan de Turks-Griekse grens. En zeker, het merendeel van hen komt helemaal niet uit Syrie, waar de humanitaire ramp bij Idlib mensen alle reden geeft tot vluchten. En natuurlijk, een deel komt naar Europa voor een beter leven en een inkomen om naar huis te kunnen sturen, naar hun in armoede levende familie.

Afschrikwekkend

Het is duidelijk dat Griekenland het probleem niet aankan sinds de vluchtelingen als gevolg van Europees beleid niet meer door kunnen reizen. De opvangkampen op de Griekse eilanden puilen uit, en dienen als afschrikwekkend voorbeeld voor allen die menen dat daar wellicht een kiertje in de Europese poort te vinden is. Er zijn lange wachttijden in de Griekse asielprocedures. Wie uiteindelijk asiel krijgt, kan vrijwel zeker geen baan vinden om zichzelf en z’n gezin te onderhouden.

Het aantal zwervers op de Griekse straten is de laatste maanden enorm toegenomen. Naast de Grieken die kapseisden in de recessie als gevolg van Europese maatregelen, en de illegale Pakistanen, Bangladishies en anderen die voor werk en inkomen kwamen, zijn het ook steeds meer vluchtelingen. Die aan de strijd en onderdrukking in hun land proberen te ontkomen maar toch geen kans maken op asiel.

Zoals Afghanen, oververtegenwoordigd in het niemandsland aan de Griekse grens, die de radicale krachten in hun land ontvluchtten, of uit Iran komen waar ze gedwongen waren met de Iraanse sjiitische milities mee te vechten in Syrie. In Europa zijn ze niet welkom, want Afghanistan heet veilig te zijn – heeft de Amerikaanse president Trump niet een verdrag getekend met de Taliban? Jazeker. Maar dat staat alweer op springen.

Naar huis

De Syriërs wachten meest af wat er gebeurt. Velen van hen willen eigenlijk het liefst gewoon naar huis en hun leven weer oppakken. Maar daar is het niet veilig. Omdat president Assad weer heer en meester is in terugveroverd gebied, of juist de radicale rebellen – of ze zijn hun huis en inkomsten kwijt. Er zijn zoveel verhalen, waar in Europa geen aandacht meer voor is. Dat het gewone mensen zijn – en artsen, computerdeskundigen, wetenschappers, kunstenaars – die op het moeilijkste moment van hun leven om hulp vragen, wordt genegeerd.

Het liefst focust Europa op de minderheid van jonge mannen die simpelweg op zoek zijn naar een beter leven. Gelukszoekers, noemen we die. Alsof dat een ziekte is, of een ongewoon slechte eigenschap. Alsof we niet allemaal eigenlijk geluk zoeken. Reizen we zelf niet lekker de hele wereld af? En we doen alsof onze economie geen goedkopere arbeiders nodig heeft, omdat wij dat werk allang zelf niet meer willen doen – en we dus eigenlijk uiteindelijk behoefte hebben aan die extra handen. In de gezondheidszorg is dat al een tijdje gaande.

We helpen de Grieken om de deur dicht te houden, maar niet om de honderdduizenden die in Griekenland zijn gestrand op weg naar hun Europese wensland op een goede manier te behandelen. Het liefst klagen we over het weer, de files en de vele toeristen – en proberen we te negeren dat er wanhopige mensen zijn die aan onze deur rammelen. Of we zeggen: dat is onze verantwoordelijkheid niet. Omdat we bang zijn voor vermeende terroristen en verkrachters, omdat we vooral luisteren naar negatieve verhalen. Of omdat we menen dat we al genoeg doen, laten we hele families gewoon creperen.

Jasjes

Onze honden geven we jasjes tegen de kou, en het duurste voedsel met een bio-keurmerk. Maar onze medemensen mogen doodvriezen, of lijden in een tentje zonder dekens of voedsel. Of in het beste geval, in Turkije maar net overleven in een samenleving die steeds repressiever en racistischer wordt, of op straat in Athene.

Vertel me dat ik me vergis. Dat we ons niet laten regeren door een stelletje schreeuwers dat bij de politiek een luisterend oor vindt. Dat we ons wél realiseren hoe fragiel onze persoonlijke welvaart is, en dat het ons zelf ook kan overkomen, alles te moeten achterlaten. Zeker in deze roerige tijd met een coronavirus dat leidt tot angst omdat het onze bewegingsvrijheid beperkt. We weten toch dat we moeten helpen als we dat kunnen? Maar als dat zo is, waarom gebeurt dat dan niet?

Waar is de creativiteit, het open oor voor alternatieve oplossingen? Als gemeenten bedenken dat ze in ieder geval de kwetsbare kinderen uit Griekse kampen willen weghalen, krijgen ze geen kans. Het gesprek moet weer op gang komen: over tijdelijke werk- en verblijfsvergunningen, economische behoeften, opvang voor kwetsbare groepen, over de heiligheid van onze landsgrenzen en vooral ook over humaniteit. Uit het verleden weten we wat er gebeurt als we blijven wegkijken. Willen we echt opnieuw (mede)verantwoordelijk zijn voor racisme en genocide? Voor dood en verderf?

Wie zwijgt stemt toe. Laat de zwijgende meerderheid daarom spreken, en voorrang geven aan humaniteit en begrip. Want uiteindelijk zijn we diep in ons hart toch allemaal gelukzoekers.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Judit Neurink is schrijver en journalist die vooral schrijft over Irak en het Midden-Oosten