Zodra je moeder wordt, is het gedaan met backpacken? Hoeft niet. Yayeri en haar vriend namen naast een rugzak en teenslippers, ook hun vijf maanden oude baby mee naar Vietnam.

STEUN RO

Mijn dochter kreeg haar tweede tandje in de nachttrein van Ho Chi Minh City (Vietnam) naar het 850km noordelijker gelegen Da Nang. Haar eerste tandje kwam een week daarvoor, net toen we lastminute het vliegticket geboekt hadden. Timing, zo blijkt, is niet haar sterkste punt. Dealen met doorkomende tandjes trouwens ook niet. Het jonge Engelse stel dat het slaapcompartiment met ons deelde, besloot halverwege de nacht nooit aan kinderen te beginnen. Ik gaf ze groot gelijk. Dacht ik na de superrelaxte vliegreis nog: ‘Waarom hebben we dit niet eerder gedaan?’, tijdens de 16 uur durende krijsrit in een boemeltrein met gore toiletten en een gebrek aan vuilnisbakken om alle spuitluiers in te gooien veranderde dit in: ‘Waarom hebben we dit in hemelsnaam gedaan?!’.

Klein & draagbaar: ideale reisgenoot?

In de taxi van Da Nang naar Hoi An viel ons kleine monster eindelijk in slaap. En toen we die middag met baby in de draagzak door het historische centrum van Hoi An fietsten, met bruggen, tempels en straten vol lampionnen, wist ik het antwoord weer. Omdat ik van reizen hartstikke gelukkig word. Pre-baby heb ik door Azië, India en Australië gebackpackt; waarom zou ik daarmee ophouden nu ik een kind heb?

Hue’s Purple Forbidden City, prima plaats om een luier te verschonen – foto door Kyle Rodriguez

Moeder zijn betekent niet dat ik voor de rest van mijn leven alleen nog maar naar vakantiehuisjes met zwemparadijs in eigen land wil. Vooral niet nu onze baby nog zo klein en draagbaar is. Ze heeft nog geen vast voedsel nodig, kan nog niet lopen en nog niet praten. Met andere woorden: geen zorgen om vieze slablaadjes in onhygiënische restaurants, geen hartverzakking omdat ze ‘zelluf’ wil oversteken in het centrum van Hanoi en geen gezeik dat ze liever naar Disneyland gaat dan naar een rijstveld. Het is dat ze haar eigen rugzak nog niet kan dragen, maar anders was ze de ideale reisgenoot.

Compleet gestoord

Niet iedereen deelt deze mening. ‘Wat dapper’, was de reactie van veel mensen. Sommigen vonden het grenzen aan kindermishandeling en anderen, zoals mijn schoonmoeder, verklaarden ons voor gek. Toegegeven, er waren momenten waarop ik zelf dacht dat we compleet gestoord waren. Dat begon al vlak voor vertrek, toen we lazen over de forse toename van mazelen dit jaar in Vietnam, een ziekte waarvoor een baby pas met 14 maanden ingeënt wordt. Het aantal gevallen van dengue fever (knokkelkoorts), waar geen vaccinatie voor bestaat, was trouwens in één jaar tijd met 249% gestegen, wisten andere reizigers ons te vertellen. Niet iets wat je wilt horen als je net na aankomst op Ho Chi Minh City’s vliegveld een muggenbult op je baby’s been ontdekt.

We dachten ook ‘What the f*ck hebben we gedaan?!’ toen mijn dochter bij het verwisselen van een ondergepoept rompertje in een rijdende bus besloot gelijk maar de stoel onder te plassen. En toen ze ‘Kiekeboe’ wilde spelen tijdens het voeden en met een grote grijns de doek van over haar hoofd wegtrok. Daar stond ik dan met een onblote borst en een rode kop, pal voor de boeddhistische Quan Cong Pagoda in Hoi An…

‘Cute baby!’

Gelukkig zijn Vietnamezen dol op baby’s. Serveersters bieden aan op te passen zodat wij rustig kunnen eten en wanneer ik zeg dat ik mijn kind toch liever zelf vasthoud, entertainen ze haar door van een afstandje gekke bekken te trekken. In plaats van proberen ons extra geld af te troggelen, maken taxichauffeurs dierengeluiden of zingen ze met de radio mee als onze dochter na een paar kilometer begint te dreinen.

‘Cute baby, cute baby!’ horen we overal en waar we ook komen, iedereen wil haar aanraken. Met haar blauwe ogen en drie sprietjes blond haar is onze dochter een attractie op zich. In Huế krijgt ze kushandjes toegeworpen van het voltallige hotelpersoneel en op Cát Bà Island worden we omsingeld door een groep Chinese toeristen met camera’s. In plaats van het strand of de Zuid-Chinese Zee te fotograferen, filmen ze ons kind dat op een handdoek ligt te chillen.

Omsingeld door toeristen met camera’s op Cát Bà Island – foto door Kyle Rodriguez

Backpacken deluxe

Backpacken met een baby vergt wat aanpassingen. Full moon party’s hebben we deze keer maar overgeslagen en ook de Mekong Delta in het zuiden van Vietnam, beroemd om de floating markets, hebben we niet bezocht. Jammer van de drijvende markten die al heel lang op mijn bucket list staan, maar met de kleine willen we geen muggenrisico lopen. Waar ik vroeger in de haast om alles te zien na iedere jungletrek, museum of markt de bus pakte naar de volgende bestemming, blijven we nu minimaal drie nachten op dezelfde plaats.

Naast een langzamer reistempo, gaan we ook voor wat meer comfort. Het geboekte bamboehutje hebben we gelijk weer gecanceld toen uit reviews bleek dat er gaten in het muskietennet zaten, de airconditioning slechts drie uur per dag werkte en het resort op een eiland vol agressieve apen lag. Tsja, als moeder word je toch wat kieskeuriger. In plaats van onze baby urenlang mee te slepen bij 34°C, wisselen we sightseeing af met veel pauzes in koffietentjes en overnachten we in hotels met een eigen badkamer, airco en soms zelfs een zwembad: backpacken deluxe. Om eerlijk te zijn bevalt dit beter dan mijn vorige reis, waar ik met negen andere reizigers één douche, WC en slaapzaal in een partyhostel deelde.

Slapen in de draagzak

Eigenlijk is ze niet zo’n belemmering, mijn 8 kilo zware poepende frontpack. We hebben haar meegenomen in vliegtuig, auto, fiets, boot en bus. Net zoals de Vietnamezen rijden we met z’n drieën op een scootertje. Niet in het drukke Hanoi, maar op Cát Bà Island, waar je je op de verlaten wegen omgeven door jungle in Jurassic Park waant. Mijn dochter krijgt er overigens niet veel van mee; in de draagzak slaapt ze bijna overal doorheen. Van Phạm Ngũ Lão, Ho Chi Minh City’s chaotische backpackerstraat waar Asia-pop uit de speakers knalt en je nog geen meter kunt lopen zonder een massage of two-for-one happy hour cocktails aangeboden te krijgen, is onze baby niet echt onder de indruk.

Ha Long Ba(b)y – foto door Kyle Rodriguez

Ook de kalkstenen rotseilandjes in Ha Long Bay, zo mooi dat het op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat, kunnen haar weinig boeien; het grootste gedeelte van de boottocht ligt ze in mijn schoot te pitten. Wanneer ze niet slaapt, is het tijd voor eten, spelen of verschonen. Luiers verwisselen doen we op de raarste plaatsen, zoals het dakterras van een koffiebar in Hanoi en de banken van Huế’s Purple Forbidden City. Al gauw merk ik dat reizen met baby juist stressverlagend werkt; kon ik vroeger wel eens chagrijnig zijn als een trein een paar uur vertraging had, nu ben ik te druk met mijn kind bezig om me te ergeren.

Fototas? Nee, een baby

Een ander voordeel is het contact met de lokale bevolking. In plaats van vragen of we een mango, ananas of nón lá (traditionele strooien hoed) willen kopen, vragen de straatverkopers hoe onze dochter heet en hoe oud ze is. Wachtend op de trein in Quy Nhơn ontmoeten we een grootmoeder met haar kleinzoon van een maand of acht. In gebrekkig Engels vertelt ze ons dat in Vietnam vaak drie generaties in hetzelfde huis wonen en oma voor de kinderen zorgt als de ouders aan het werk zijn.

Mannen die op plastic stoeltjes langs de kant van de weg een cà phê sữa (koffie met zoete gecondenseerde melk) drinken, stoten elkaar glimlachend aan als ze merken dat ik een baby voor mijn buik draag in plaats van een moneybelt of fototas. Medebackpackers zijn weg van haar kleine hippiebroek met olifantjes en zien, als ze haar in een vrolijke bui meemaken, dat het best kan, een baby mee op reis nemen. Wij op onze beurt komen mensen tegen die met oudere kinderen backpacken en leren dat door Zuidoost-Azië reizen ook met peuters en kleuters prima te doen is.

Kleine globetrotter

Waarheen de volgende reis gaat, weten we nog niet, maar dat er een volgende keer komt, weten we zeker. Hoogstwaarschijnlijk voordat onze dochter twee jaar oud is en haar vliegticket geld kost. Want het was een geweldig avontuur. Natuurlijk is het onhandig als ze het in een vol restaurant op een janken zet net als het eten geserveerd wordt, maar hé, phở, Vietnam’s beroemde noedelsoep, smaakt ook prima koud. Wie weet creëren we een kleine globetrotter – al moet ik toegeven dat ze meer interesse had voor een waterfles dan voor een waterbuffel.

In ieder geval hebben we herinneringen gecreëerd. Ho Chi Minh City is niet alleen de plaats waar we in een rooftop bar door de smog de zonsondergang zagen, maar ook waar onze baby voor het eerst omrolde. In Huế zei ze voor het eerst iets dat leek op ‘Mamamama’ – tegen een kokosnoot, dat dan weer wel. En mocht onze dochter later willen weten waar ze haar tweede tandje heeft gekregen, dan vertellen wij maar al te graag over de train ride from hell waarin we ons afvroegen waarom we hemelsnaam zijn gaan backpacken met een vijf maanden oude baby.

Markt in Hoi An – foto door Kyle Rodriguez

Ook backpacken met je baby? Vijf tips:

1. Neem een draagzak mee
En laat de buggy of kinderwagen vooral thuis. Het rijdt niet zo lekker over strand, stenen, bospaadjes of straten met losse stoeptegels en sowieso past een buggy niet in je backpack. Ook kan iedereen die dat wil, zomaar je baby aanraken als ‘ie in de kinderwagen ligt. Een draagzak daarentegen is ideaal; je kind zit veilig opgeborgen, jij hebt je handen vrij en opgevouwen neemt de zak nauwelijks ruimte in. Oefen van tevoren thuis zodat je baby eraan gewend raakt en (hopelijk) ook in de draagzak slaapt.

2. Geef borstvoeding
Als dat mogelijk is natuurlijk. Borstvoeding geven heeft als voordeel dat je geen flesjes mee hoeft te slepen of te steriliseren en je baby niet hoeft te wennen aan een ander merk kunstvoeding. Met vijf maanden had onze dochter genoeg aan alleen maar moedermelk en hoefden wij ons geen zorgen te maken over een eventuele voedselvergiftiging.

3. Boek een nachtvlucht
Met een beetje geluk slaapt je baby dan het grootste deel van de vliegreis. Vraag de stewardess om een bassinet (uitklapbaar babybedje) zodat je zelf ook wat kunt slapen. Geef je baby tijdens het opstijgen en landen wat om op te zuigen (tepel/speen/fles) en zo de druk op de oren te verminderen. Krijst de kleine toch het hele vliegtuig bij elkaar? Probeer rustig te blijven.

4. Neem niet te veel mee
Je moet immers ook nog een baby meesjouwen en dan is het niet handig als je rugzak alleen al 17 kilo weegt. Bij twijfel: thuislaten. Tenzij je naar een onbewoond eiland gaat, is de kans groot dat ze op de plaats van bestemming ook luiers en billendoekjes verkopen. Wel handig om mee te nemen: baby-vriendelijke zonnebrandcrème, anti-muggenspray en een hoedje met UV-factor. Plus natuurlijk eventuele medicijnen (diarreeremmers, kinderparacetamol) en een thermometer.

5. Doe het gewoon
Ja, Angkor Wat, de Great Barrier Reef en de Grand Canyon zullen over een paar jaar ook nog wel bestaan, maar is dat een reden om nu niet te gaan? Nee. Al je vrienden verklaren je voor gek? Jammer dan. Wil je reizen met je baby? Even wachten tot het corona-technisch weer kan en dan gewoon doen.

Trein over de Wolkenpas – foto door Kyle Rodriguez

This article was originally published in Out & About With Kids.
Een eerdere versie van dit artikel verscheen in Fabulous Mama.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -