Komende week start weer een nieuw seizoen Penoza, waarin Monic Hendrickx weer maffiamoeder Carmen is. Een gesprek over wraak, angst, heldendom en premièrejurken. 

STEUN RO

Tijdens een gesprek in de hippie-achtige tuin van haar Zaanse huis is actrice Monic Hendrickx twee keer bijzonder resoluut. Bij de vraag wat ze zou vinden van een militaire carrière voor haar dochter stokt haar adem bijna. En wanneer ze zich voor moet stellen dat iemand haar geliefden iets aan zou doen verstrakt haar gezicht tot woede. Of een carrière in de Amsterdamse onderwereld goed bij haar zou passen, valt erg te bezien. Eén keer sprong ze tussen twee ruziënde mannen voor Amsterdam Centraal. Een omstander van formaat weigerde om in te grijpen – ‘Ik kijk wel uit, ik ga niet die vieze junks van elkaar af halen.’ – dus pakte zij de vechtersbaas die iemand tot bloedens toe aan het meppen was, vast. Hendrickx eindigde languit op haar billen op de grond. Tot zover haar heldendom.

Met het leren jasje komt het accent vanzelf

Hendrickx heeft als actrice een verleden met sterke vrouwen; ze speelde eerder Heleen Mees in de telefilm Hope, de legendarisch moedige vrouw Kenau in de gelijknamige film en in Penoza is ze als Carmen van Walraven de koelbloedigste vrouw van de Nederlandse tv. Om in die vrouwen te transformeren is kleding een cadeautje volgens de actrice. Als Heleen Mees leerde ze op hakken lopen – al heeft ze dat naar eigen zeggen nog steeds niet onder de knie – en zodra ze haar zwarte leren jasje aantrekt komt het Amsterdamse accent van Carmen vanzelf. Voor haar hoofdpersoon in DE HELD droeg ze kakkineuze jassen en sjaaltjes. Dat hielp haar in de rol van deze volgens Hendrickx sterke vrouw, maar wel een die zich laat leiden door angst. ‘Ze is overbezorgd over haar zoon, dat is echt niet helemaal gezond, en geeft haar dochter juist veel te weinig aandacht.’

In haar vrije tijd heeft Hendrickx niet zo veel op met modieus design. ‘Ik ben wel Hollands wat dat betreft: als het maar lekker zit. Ik vind het heerlijk om tijdens een vakantie te verslonzen; drie dagen in dezelfde kleren te lopen, een fikkie te stoken en in de tuin te werken.’ Wat ze aan moet trekken tijdens premières is dan ook ingewikkeld. Ze heeft twee mooie galajurken in haar kast die al meerdere premières gezien hebben; een rode van Marktplaats die nog steeds als gegoten zit, de ander kocht ze tien jaar geleden in Spanje. Een nieuwe jurk vindt ze eigenlijk overbodig maar ja, het commentaar. ‘Eigenlijk zou ik het liefst op stoere laarzen naar een première komen maar dat lef heb ik misschien toch niet.’

Kuttige brandhaarden

In de film DE HELD, de openingsfilm van het Nederlands Film Festival vorig jaar wil haar zoon bij de Amerikaanse commando’s. Hendrickx kan zich levendig inleven in het moederhart van haar personage Sara: ‘Als mijn dochter het leger in zou willen, lijkt me dat af-schu-we-lijk. Ik zou gek worden van bezorgdheid en ik zou ook niet willen dat mijn kind mee gaat in de spiraal van wraak op wraak op wraak. In de film zeg ik tegen mijn ‘zoon’: “Jouw opa heeft zijn ouders verloren in een oorlog en jij gaat dat vrijwillig opzoeken?” Voor je het weet word je naar allerlei kuttige brandhaarden gestuurd en moet je je leven wagen. Het is heel dapper als je dat wil doen maar ik geloof niet dat ik zo dapper bent. En voor mijn kind al helemaal niet. Ik vind het al spannend dat mijn dochter nu met de bus naar Eurodisney is. Ze is veertien.’

Wij zijn zo geweldloos opgegroeid

Ook moreel kan Hendrickx zich slecht vinden in oorlog, al weet ze niet hoe wereldconflicten dan wel op te lossen. ‘Het is ook onmogelijk oordelen vanuit onze luie stoel, wij zijn zo geweldloos opgegroeid.’ En toch kan ze zich gewelddadigheid wel voor stellen. Als er iemand aan haar geliefden komt bijvoorbeeld. Haar stem wordt resoluut terwijl haar tanden op elkaar klemmen. ‘Ik denk dat je mij zou moeten vastbinden als iemand mijn dochter iets flikt. Ik zag eens een filmpje van een Zuid-Afrikaanse vrouw die na de afschaffing van de Apartheid de moordenaar van haar kleinzoon vergaf. Het vertellen van het verhaal ging nog gepaard met veel tranen maar ze kwam zo enorm krachtig en geloofwaardig over. Ik vind dat ongelofelijk ontroerend maar ik weet niet of ik dat zelf zou kunnen.’

Dit artikel verscheen eerder in Uitagenda Utrecht

    Veerle Corstens is thuis in de theaterwereld en observeert graag de straten en mensen van Amsterdam. Ze kon dat lang uiten in het Parool, maar richt zich nu meer en meer op grote interviews en verbreedde ook haar aandacht naar andere kranten en bladen. Won ooit de Studentenluis voor het beste interview en hoopt de volwassen versie nog eens in de wacht te slepen.