Normaal struin ik omstreeks dit tijdstip wijken en parken af, maar vannacht ben ik naar het centrum van de stad gereden. Het is vrijdagavond. Ik wil de tijd doden om straks, als ik weer thuis ben, eindelijk eens in slaap te vallen. Het is windstil, geen blad beweegt, een mooie nazomernacht. De maan schijnt, de kroegeigenaren aan de rijksstraatweg die deze stad met het dorp in het westen verbindt, hebben de ramen en deuren van hun stamcafés wijd opengezet. Hun gasten zitten met tafeltjes, stoeltjes en barkrukken op het brede trottoir.

STEUN RO

Ik hoor een smartlap en twee kroegen verder tettert een Noord-Afrikaans protestlied uit een geluidsinstallatie. Plat Amsterdams en Berbers in de levendigste industriestad van het zuiden. Zo begint verdraagzaamheid, zo ontstaat liefhebbende diversiteit. Ik glimlach en knik, de kroegtijgers knikken instemmend terug. Blote armen, stoere verhalen, verschaalde glazen, tatoeages, suikerspinkapsels, gezelligheid. Ik zou wel willen aanschuiven, maar ik leef in de waan dat ik verder moet. Het is net na middernacht en ik ga naar Tilburgs beroemdste tietenbar. Om daarna eindelijk in slaap te kunnen vallen.

Ik trap door. Langzaam, ik heb geen haast. Misschien sta ik wel het liefste stil en laat ik het hierbij. Mijn schoenen tijdloos op de pedalen, mijn fiets, mijn lichaam voor altijd balancerend in de vochtige nazomerlucht. Slapend, dromend, niet bewegend. Rust. Eindelijk rust.

Ik fiets langs de katholieke begraafplaats. De heiligenbeelden die de dodenakker omheinen zijn stemmig uitgelicht met behulp van grote grijze lantaarnpalen. Een van de lantaarnpalen is op een vreemde manier gedraaid en omgebogen. Kunst, denk ik. Dit is geen toeval, dit is expres gedaan. Dit is een gemeentelijke kunstproject. De lichtpaal is als een grote slang verwrongen en verdraaid om het bijbehorende standbeeld op de meest ideale wijze uit te lichten. Ik denk aan Kaa uit Jungle Book.

Hier stopt overdag een bus. In het bushokje staat een Aziatisch ogende jongeman (een uitwisselingsstudent?) te wachten. Wachten. Tevergeefs, vermoed ik. Hij draagt een groene rugzak en naast hem staat een zwarte rolkoffer. Ook hij is scherp uitgelicht. Hard en wit. Onaangenaam, maar vast heel veilig. In mediterrane landen is dit soort nachtlicht altijd warm en geel. Dat maakt de straten in het zuiden toegankelijker en de nachten herbergzamer. Niet hier. Hier is de nacht onbarmhartig. Veiligheid boven alles. Controle. Geen misverstanden.

Hoe lang zal de buitenlandse student hier nog moeten blijven staan? Waar wacht hij op? De bomen hebben hun eerste bladeren al verloren. De zomer is voorbij. Dit kan niet eeuwig duren. Hij haalt een smartphone uit zijn zak en kijkt hoe laat het is. Of typt hij snel een bericht voor zijn familie in het oosten? Ik ben veilig aangekomen. Het is goed hier. Maak je geen zorgen. Straks laten de bomen weer hun bloesem zien. Net als elk ander jaar.

Later, verder, op de hoger gelegen straat waar de meeste kroegen zijn, stap ik af en zet ik mijn fiets tegen een rij andere fietsen aan. Het is druk. De terrassen zitten vol. Overal staan mensen op straat met glazen bier en wijn. Het is nog vroeg, de nacht is nog jong, iedereen praat nog honderduit en het lijkt allemaal nog echt ergens over te gaan. Straks gaat dat veranderen. Straks gaan de verstandigen naar huis en blijven de nachtbrakers over. Straks neemt de verdovende liederlijkheid het langzaam over. De gesprekken worden kwetsbaarder en de vergezichten worden grootser.

Ik drink muntthee en probeer onzichtbaar te zijn. Niemand hoeft mij te zien. Het is goed zo. Ik leun tegen de muur van een van de kroegen aan de café-allee en kijk en luister. Stoerheid, frustratie, cynisme, luchtige anekdotiek en vakantieplannen. In de zee bij Malta kun je heerlijke snorkelen, Mongolië is echt zwaar onderschat als vakantieland. De Sneekweek heeft zijn magie voor goed verloren. Als je heel vroeg boekt heb je meer keus, maar als je heel laat boekt heb je meer kans op spectaculaire aanbiedingen. Nog even en dan is het zo ver. Dan kan ik met goed fatsoen richting waar het me allemaal om te doen is. De Nacht.

De poort door, de steeg in. Zijn dat garageboxen? Ik heb geen jas aan. Dat scheelt. Bij de garderobe betaal ik entreegeld en wat muntjes voor eventuele versnaperingen. Dan stap ik De Nacht in. Een lange, smalle pijpenla, die volledig wordt ingenomen door een groot, langwerpig bareiland, waaraan je aan alle kanten kunt zitten. Aan de ene kant van deze gigantisch toog staan een tap, flessen en glazen. Aan andere kant staat een paaldanspaal. Ik wring me tussen wat groepjes mannen door en ga aan de overkant van de pijpenla aan de bar zitten. Ik bestel een biertje.

De sfeer is goed, ik voel me hier op mijn gemak. Kon ik hier maar blijven. Ik draag een verschoten spijkerbroek en een gestreept overhemd met lange mouwen. Ik hoor er helemaal bij. Het publiek is divers. Jonge jongens in strakke T-shirts met gel in hun haar; mediterraan ogende mannen in mooie pakken; drie oudere vrouwen (een reünie van schoolvriendinnen?) in net iets te strakke stretchjurkjes; vier toevallig gepositioneerde, ietwat verlopen, net iets te dikke mannen in felbedrukte vrijetijdskleding; twee, drie verliefde studentenstelletjes die innig verstrengeld van elkaars Bacardi-Cola nippen; een tweetal jonge meiden. De een heeft een neuspiercing, de ander heeft een blauwe lok in haar haar. Naast me zit een man van rond de dertig, die op zijn telefoon kijkt hoe het weer in Alicante is. Zon, zon, zon. 31 graden. Capri? Zon, zon, zon. 29 graden. Alles kan, alles mag. In het donker doen je littekens, je onhebbelijkheden en je bizarre strevingen er niet mee toe. Gold dat ook maar voor de dag.

Af en toe kijken we hoe er gepaaldanst wordt. De danseressen zijn allemaal even mooi en slank. Ze lachen naar ons en wij glimlachen terug. Af en toe stoppen ze even en maken ze een praatje om klanten te uit te nodigen voor een schootdans. Dat kost extra en gebeurt elders, in een kamertje om de hoek van de bar. Ook is er een slagroomspuit en zijn er kleine reageerbuisjes met zoetigheid die je tussen samengeknepen borsten kunt opslurpen. En zo zal er wel meer zijn. Ik heb er de energie niet voor. Niet vannacht. Het is allemaal bijvangst. Wat telt is dat het hier donker is en dat niemand je lastig valt. Buiten is de wereld hypocriet, vuig en ranzig, hier is het echt, duidelijk en warm. Freud heeft gelijk. Dit is oceanisch schommelen. Een blozend meisje koopt een schootdans voor haar vriendje. Een wat oudere dame likt in haar stretchjurk slagroom van een onbekende danseressenborst. Gejoel. Als ik weer buiten sta, heb ik nog vijf muntjes in mijn zak. In Sevilla schijnt de zon.

Diederik Stapel is een slechte slaper. Hij slaapt moeilijk in en wordt tijdens zijn slaap meerdere malen wakker. Dan is het beter om op te staan, de fiets te pakken en er op uit te trekken. Het donker in, de nacht door. Op zoek naar nieuws, naar inzichten, naar verhalen. Reportages in het donker.

Voor de rubriek ‘Stapel in het donker’ fietst Diederik Stapel elke week door Tilburg heen. Deze week fietste Diederik naar nachtclub De Nacht, aan de Korte Heuvel: ‘The best things happen at night’.