Natuurjournaliste Lucienne van Ek brak in 2011 met haar voltallige familie. Nu, vijf jaar later, kijkt ze terug op het langdurige en pijnlijke proces van accepteren en loslaten. Familiebreuken komen veel voor. Maar er wordt weinig over gepraat, omdat het nog altijd een groot taboe is om je eigen familie definitief de rug toe te keren. Vergeven en vergeten moet je.

STEUN RO

Het overkwam me vooral ’s morgens, wanneer ik mijn honden uitliet en met een kop vol malende gedachten door de natuur liep. Dan klapte ik ineens letterlijk dubbel van de pijn en moest ik gauw een bankje zoeken om bij te komen en in godsnaam maar even heel hard uit te huilen, totdat de pijn afzakte en ik weer verder kon.

Mijn familiebreuk was steevast het eerste waaraan ik dacht als ik ’s morgens wakker werd: ze moeten me niet. Het maakt voor hen geen enkel verschil of ik dood ben of leef. Meteen daarna die steeds maar weer terugkerende totale verbijstering: W A A R O M ? Heb ik ze ooit iets onvergeeflijks aangedaan? Heb ik ze bestolen of anderszins besodemieterd? Het ontluisterende antwoord is: nee. Maar het botert nu eenmaal niet.

Psychische pijn en frustratie

Je breekt niet zomaar met je familie vanwege een ruzie. Verwijderingen zijn meestal het resultaat van jarenlange, soms decennialange, tevergeefse pogingen om verbinding te voelen met mensen met wie je een directe bloedband hebt, maar die helaas vooral psychische pijn en frustratie bij je oproepen. Breuken komen voor in familierelaties waarin de negatieve en destructieve aspecten van het onderlinge contact (veel) meer gewicht in de schaal leggen dan de positieve, liefdevolle aspecten.

Er is mij nooit incest aangedaan, noch eenzame opsluiting in donkere kelders of kolenhokken. Wel wordt mijn jeugd gekenmerkt door ouders die veel sloegen en schreeuwden en vooral met zichzelf bezig waren. Het slaan hield pas op toen ik op mijn zeventiende terug begon te slaan, maar het schreeuwen verstomde pas toen ik voorgoed de stekker uit de familiecontactdoos trok omdat ik me verraden voelde: de welbekende druppel die de emmer deed overlopen.

Ik besloot dat ik liever in het diepe sprong en resoluut alle contact verbrak, dan toe te geven aan familieterreur. Dondersgoed wetend dat ik er vanaf dat moment alleen voor zou staan in het leven. Crisis of geen crisis, dak boven m’n hoofd of niet, als ik nog langer op deze mensen zou vertrouwen alleen maar omdat ze mijn naaste familie waren, dan zou me dat duur komen te staan.

They fuck you up

De eerste paar jaar werd ik regelmatig overvallen door een allesoverheersend verdriet. Zelfhaat. Pijn om wat niet kon zijn, namelijk een warm en liefdevol familieleven. Soms een oprisping van wraaklust. Nadat ik de huilend-neerstorten-op-bankje fase eindelijk voorbij was, reciteerde ik tijdens het uitlaten van mijn honden regelmatig het befaamde zwarte gedicht van Philip Larkin, This Be The Verse:

They fuck you up, your mum and dad.

They may not mean to, but they do.

They fill you with the faults they had

and add some extra, just for you.

But they were fucked up in their turn.

By fools in old-style hats and coats.

Who half the time were soppy-stern

and half at one another’s throats.

Man hands on misery to man.

It deepens like a coastal shelf.

Get out as early as you can,

and don’t have any kids yourself.

Confronterend blije families

Tv-programma’s waarin familieleden elkaar huilend in de armen vallen of vertederd bekennen hoeveel hun vader of moeder voor hen betekent, wat een schat van een zus ze hebben of wat een fijne broer, zapte ik resoluut weg. Want families die openlijk van elkaar houden en dat ook gewoon blijmoedig de wereld in durven te slingeren, waren voor mij lange tijd te confronterend.

Hierin ben ik niet de enige. Uit een online enquête van de koepelorganisatie Netwerk Notarissen, die eind 2015 door 1700 mensen werd ingevuld, bleek dat 47% geen contact meer heeft met een of meerdere naaste familieleden. Volgens de Australische wetenschapster Kylie Agglias, die zich heeft gespecialiseerd in het fenomeen familiebreuk, wijst onderzoek uit dat tenminste een op de twaalf mensen breekt met een of meerdere familieleden. Het Britse onderzoeksbureau Ipsos MORI meldt familiebreuken in een op de vijf Britse gezinnen.

Waarschijnlijk zijn deze schaarse onderzoeksresultaten slechts het topje van de ijsberg, want mensen praten liever niet over contactbreuken binnen hun familie. Enerzijds omdat ze zich ervoor schamen (Dan zul jij ook wel iets heel ernstig fout hebben gedaan! Elk verhaal heeft altijd twee kanten en overal is wel eens wat…etc), anderszijds omdat het gewoon een zeer gecompliceerd onderwerp is, waarvoor vaak niet eens de juiste woorden zijn te vinden.

Honderd kilo schuldgevoel

Familiebreuken zijn een ernstig taboe. Het maakt niet uit hoe oud je bent, als volwassene word je geacht ‘al lang en breed klaar te zijn met ouwe familieshit’. Wie nog steeds psychisch last heeft van zijn ouder(s), is kennelijk te onvolwassen. Of hard en egoïstisch. Of te trots om te vergeven en vergeten. Of te gelijkhebberig om ‘erboven te staan’. Toen mijn bevriende ex-partner reageerde met “beloof me dat je het nu echt NOOIT meer goed gaat maken met ze”, viel er meteen honderd kilo schuldgevoel van mijn schouders. Want hij kent mij. En hij kende hen. Dus ik ben niet gek.

In alle lagen van de bevolking komen familiebreuken voor. Zelfs in families die beslist ook hun gezellige momenten kennen. Het kan komen door onoverbrugbare verschillen in persoonlijke waarden en verwachtingen, door psychische stoornissen, dramatische vechtscheidingen, bindingsangst of slechte communicatie.

In gezinnen waar ouderlijke aandacht en affectie zeldzaam zijn, wordt daar door broers en zusters soms fel om gevochten, waardoor een sfeer ontstaat van onderlinge rivaliteit en wantrouwen. Vaak verwordt het complete gezin zo tot een tikkende tijdbom.

De buitenwereld een spiegel?

Decennialang zocht ik de fout bij mezelf. Tot gekmakens toe. Ik praatte met diverse therapeuten, las alles wat los en vast zat over psychische stoornissen, en stortte me op spiritualiteit en persoonlijke groei. Dat laatste is niet geheel zonder gevaar trouwens. Want hoe koppiger je je vastbijt in het spirituele dogma ‘je buitenwereld is de spiegel van je binnenwereld’, hoe moeilijker het wordt om jezelf los te maken van mensen en situaties die gewoon ongezond voor je zijn. Natuurlijk is het altijd verstandig om eerst je hand in eigen boezem te steken. Alleen ligt daar dus, in tegenstelling tot wat veel spirituele boekjes beloven, niet altijd de oplossing voor je probleem.

Volgens de in 2010 overleden Zwitserse psychologe Alice Miller, grondlegster van de psychoanalyse, werkt een zwart schaap in het gezin als bliksemafleider voor diepliggende familieproblemen. In een interview stelt Miller: ‘Het is vaak iemand met een sterke persoonlijkheid die niet ondanks, maar juist door zijn innerlijke rijkdom zo’n moeilijk kind is voor zijn ouders. Het komt vaak voor dat de gaven van een kind (intensiteit van gevoelens, diepgang van ervaringen, nieuwsgierigheid, intelligentie, opmerkzaamheid, die natuurlijk ook kritiek inhoudt) de ouders confronteren met conflicten die zij sinds lang trachten af te weren met behulp van regels en voorschriften. Die voorschriften moeten gehandhaafd worden, ook al gaat dat ten koste van de ontwikkeling van het kind. En dan ontstaat de schijnbaar paradoxale situatie dat ook ouders die trots zijn op hun begaafde kind en het zelfs bewonderen, vanuit hun eigen ellende juist het beste, het oprechtste in het kind moeten afwijzen, onderdrukken of zelfs vernietigen.’

Als ik de persoonlijke verhalen lees van mensen die hebben gebroken met hun familie, dan valt me op dat vaak dezelfde patronen worden herhaald: ouders kunnen hun liefde en waardering voor hun eigen kinderen niet op een geloofwaardige manier uiten en vormgeven omdat zij dat zelf ook niet hebben meegemaakt in het gezin waaruit zijzelf voortkomen. Het uiten van kritiek gaat hen echter des te gemakkelijker af, waardoor hun kinderen opgroeien met het idee dat ze nooit iets goed kunnen doen.

Zygotenfee in zwaar weer

In haar veelgeroemde standaardwerk De Ontembare Vrouw schrijft psychoanalytica Clarissa Pinkola Estes over de talloze ‘ontheemde zygoten’ die decennialang haar spreekkamer bevolkten. Vrouwen die het gevoel hadden dat ze door hun eigen familie werden uitgekotst en geminacht, zonder dat daar echt een duidelijke reden voor was. Estes: ‘Jij amuseert je met ronddwalen in het bos, de wildernis, het innerlijk leven, de vrije natuur. Zij amuseren zich met handdoeken vouwen.’

Volgens Estes is het vrijwel onmogelijk om antwoorden te krijgen op vragen als: waarom ik, waarom dit gezin, waarom ben ik zo anders? Het koortsachtig zoeken naar duiding kan leiden tot non-stop malen en piekeren. Om dergelijke gedachtenpatronen voorgoed te doorbreken, verzon Estes de zygotenfee, die met haar overvolle mand vol nieuwe zygootjes in ernstige turbulentie terechtkwam. Daardoor vielen sommigen boven het verkeerde huis uit de mand, zodat ze dus niet terechtkwamen bij hun voorbestemde ouders, die hen juist hartstikke zouden liefhebben en begrijpen en waarderen.

Met haar uitgebreide analyse van Hans Andersens sprookje over het lelijke eendje toont Estes aan hoe de verbannen verschoppeling symbool staat voor de onderdrukking van het establishment. Meisjes met een sterk instinctieve natuur worden niet alleen niet begrepen, maar ook niet geappricieerd in een wereld die vooral draait om tastbare prestaties, harde resultaten en status.

Terug naar het land van je eigen soort

Aan het eind van haar hoofdstuk over het lelijke eendje stelt Estes onomwonden: ‘Maar er breekt ook een ogenblik aan waarop je dat alles de rug moet toekeren, waarop je een ander gezichtspunt moet innemen, waarop je moet teruggaan naar het land van je eigen soort. Laat het afgelopen zijn met het leed. Afgelopen met het proberen te verzinnen wat je verkeerd hebt gedaan. Het raadsel van waarom je geboren bent, bij wie je geboren bent is voorbij. Finis. Terminado. Afgelopen.’

Het viel me op dat de breuk pijn bleef doen zolang ik in mijn hoofd nog hele gesprekken hield met mijn familie. Over wat ik toen en toen precies bedoelde, over wat me pijn had gedaan, over stoornissen en etiketten, over hoe het toch ook had kunnen zijn. Totdat ik me op een dag realiseerde dat als het werkelijk anders had gekund, het waarschijnlijk ook wel anders was gelopen. Ik besloot mijn eigen zygotenfee in te zetten. In de vorm van een mantra: ze zijn koud en ze zijn liefdeloos. Tegen mij althans. Steeds wanneer het treintje in mijn hoofd weer zijn oude wanhoopsrit langs alle spookstations wilde gaan rijden, riep ik mezelf een resoluut halt toe met: ze zijn koud en ze zijn liefdeloos. Punt uit. Niks aan te doen. Alleen zo kon ik mijn malende gedachten beteugelen.

Wie net als het lelijke eendje eindelijk het land van zijn eigen soort heeft bereikt, blijft toch de druk voelen om het ooit weer een keertje goed te maken. Voor zover mogelijk. Want vergeven en vergeten is in onze maatschappij (en in de spirituele boekjes en in de bijbel en in de koran en volgens bijna alle psychologen) toch wel zo’n beetje het hoogst haalbare op het gebied van mens zijn. Ik onderschrijf dat van harte en heb mijn familie daarom alles vergeven. Want tijd heelt alle wonden. Het zijn geen slechte mensen en zij hebben zichzelf ook niet gemaakt. Ik houd van ze, maar ze kunnen alleen geen actieve rol meer spelen in mijn leven. Omdat ze nu eenmaal gewend zijn zich tegenover mij koud en liefdeloos te gedragen. Mijn opluchting over hun eindelijk verstomde misprijzen is te groot en mijn nieuwe emotionele onafhankelijkheid te dierbaar.

Een spiritueel dogma dat mijns inziens wèl klopt is namelijk: ‘zodra je oude deuren sluit, gaan er nieuwe deuren open’.

Journaliste met een zwak voor de natuur EN de menselijke natuur. Werkt(e) onder meer voor natuurmagazine Roots, Wereld Natuur Fonds, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten en is mede-auteur van zeven boeken over de natuur.