Bij de Kamer van Koophandel staat ze ingeschreven als verpleegkundige. Op verjaardagen vertelt ze dat ze in de wijkverpleging zit. In haar echte werk heet ze anders en is ze jonger. Emma (56), werkt als seksassistent bij mensen met een lichamelijke of psychische beperking. Een blik in de wereld van de prostitutie.

STEUN RO

In de kamer van het Prostitutie Informatie Centrum in Amsterdam is genoeg te zien. Foto’s van prostituees, een wandschildering, kreten zoals ‘My body is my business!’ en boeken. Normaal worden er presentaties gehouden, voor studenten of geïnteresseerde toeristen. Die komen overal vandaan, tot in Amerika toe. Nu is het leeg. Speciaal voor de afspraak is Emma naar de kamer gekomen.

‘In mijn werk hebben we geen achternaam.’ Emma* heet in werkelijkheid anders. Haar cliënten kennen haar niet bij haar echte voornaam. Leeftijd? Voor cliënten 45 jaar. Maar eigenlijk is Emma 56. ‘Boven de 50 ben je niet meer zo gewild’.

Wat doet het met je als je niet eerlijk uit kunt komen voor het werk wat je doet?

“Ik vind het heel vervelend. Zo moet ik liegen tegen mensen om wie ik geef. Mijn ouders leven niet meer, die hoef ik het niet te vertellen. Dat scheelt. Maar m’n tante en één van m’n zussen… nee, ik vertel het ze maar niet. Waarom ik het ze niet vertel, weet ik niet. Het is een gevoel. Op een verjaardag ben ik wijkverpleegkundige. Ik heb het wel aan een paar mensen verteld, maar die heb ik met zorg uitgezocht. Het zit toch in de taboesfeer. Als je er open over bent, kan het zich tegen je keren. Je kunt met je naam en telefoonnummer op internet worden geslingerd, zo van, dit is een hoer.

Hoe kijken mensen tegen je werk aan?

Ik krijg vaak te horen: ‘O, wat goed dat jullie dat doen’ en ‘begrijpelijk dat die mensen ook hun behoeften hebben.’ Maar er zijn ook anderen. Het is toch sekswerk wat ik doe, en zij vinden dat prostitutie niet hoort. Geld verdienen met seks kan niet. Mensen moeten zich maar beheersen, of ze nu een beperking hebben, of niet. Vaak krijgt mijn soort werk wel meer waardering dan het werken op de Wallen. Terwijl het in de kern niet zoveel verschilt. Ik heb seks met mensen die ik niet ken, en ik krijg ervoor betaald. In de media krijg je te maken met veel vooroordelen. Het gaat bijvoorbeeld altijd over vrouwelijke sekswerkers. Kwetsbare vrouwen die gedwongen, uitgebuit worden. Er is wel sprake van mensenhandel. Of dwang, zou ik willen zeggen. Maar veel minder dan je denkt. Er zijn ook prostituees die dit werk zien als gewoon werk. Je vindt het leuk, verdient er geld mee of je doet het als dienstverlening. Niemand dwingt mij, ik doe het omdat ik het leuk vind. Ik verdien er lekker geld mee. En dan wordt er vanuit een bepaalde hoek gezegd: ‘Ja maar, jij bent een minderheid.’ en ‘Ja, ze zeggen wel dat ze het leuk vinden, maar ze hebben een slechte jeugd gehad, of verslavingsproblemen. Dus eigenlijk zijn ze toch wel gedwongen.’ Dertig jaar geleden was het veel makkelijker om ervoor uit te komen. ‘O, sta je achter het raam? Wat leuk. Is zeker wel spannend.’ Maar de samenleving is preutser geworden. Zie je nog wel eens iemand topless zonnen? Toen ik jong was, was dat heel gewoon.

Hoe ben jij in dit werk terecht gekomen?

Ik ben de oudste van vier kinderen en een echte Amsterdamse. Toen ik met mijn moeder een keer langs de Wallen liep, vroeg ik haar: ‘Wat doen die mensen?’ Ze zei: ‘Ze verkopen kusjes’. Nou, dat leek mij ook wel wat. Toen ik ouder werd, studeerde ik HBO Verpleegkunde. Ik heb dus een goede opleiding gehad. Ik ben dus geen onnozel meisje die tegen haar zin wordt… nee. Ik werkte jarenlang in allerlei werkvelden. En dan kom je mensen met een beperking tegen, die behoefte hebben aan intimiteit. Als verpleegkundige word je bijvoorbeeld regelmatig bij je borsten of bij je kont gegrepen. Je kunt daar niks mee, maar ik had wel met hen te doen. Toen hoorde ik een jaar of zeven geleden over een bemiddelingsbureau. Zij bemiddelen tussen cliënten en seksassistenten. Toen dacht ik: ‘Wauw, dat is het. Ik kan dat wel, seks hebben met iemand die ik niet ken. Proberen kan altijd. Als ik het niet leuk vind, stop ik ermee.’ Ik ben nog steeds BIG-geregistreerd, dus ik kan zo weer de verpleegkunde in. Ik onderhoud het dus wel. Maar ik vind het werk leuk en daarom doe ik het nog steeds. Onze klanten mankeren wat, zo hebben ze een bijzondere katheter of zijn deels verlamd. Ik schrik daar niet van. Dan komt mijn achtergrond van pas. Ik ben er bijvoorbeeld heel handig in om iemand uit z’n rolstoel in bed te zetten.

Ben je alleen seksassistent, of doe je ook nog iets voor jezelf?

Ik doe ook af en toe iets voor mezelf. Een collega heeft soms klanten die een keer wat anders willen. Als ze vakantie heeft, neem ik haar klanten waar. Wat ook voorkomt, is een klant die twee vrouwen wil. We hebben weleens met z’n tweeën met een cliënt in een jacuzzi met een glas champagne gezeten. En dan zeggen we tegen elkaar: ‘Voel jij je ook zo uitgebuit?’

Hoe ziet jouw werk eruit?

Ik ben tijdens mijn werk iemand anders, want dan ben ik ‘Emma’. Ik heb ook een andere leeftijd. En ik kleed me een beetje anders. Ik heb zelfs als ik op de markt loop, en een of ander panterdingetje zie, dat ik dan denk: ‘O, dat is leuk voor Emma.’ Mijn klanten zitten in Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. Soms moet ik best een stukje rijden. Ik heb dus maximaal 1 klant per dagdeel. Het zijn mensen die in een rolstoel zitten, of met een verstandelijke beperking. Anderen hebben Alzheimer of wonen in een psychiatrisch ziekenhuis . Ik heb met hen nooit vervelende incidenten meegemaakt, want ik kom voor iets leuks. Ik heb ook ruimte om ‘nee’ te zeggen. Als het ziektebeeld me niet bevalt, of de eerste kennismaking valt tegen, dan zeg ik ‘nee’. Mijn leukste klanten vind ik die met een verstandelijke beperking. Ze functioneren op een leeftijd van een 10-jarige. Ze zijn heel puur, ze zeggen wat ze denken. Maar in de psychiatrie maak je ook leuke dingen mee. Ik heb bijvoorbeeld een klant die heel nerveus is. Voordat we seks hebben, moet ik z’n hobby bekijken. Hij wijst me dan van alles aan, we zijn daar zeker een kwartier mee bezig. Dat heeft hij nodig om te kalmeren. Daarna kan ik hem richting bed masseren. Ook heb ik cliënten met de ziekte van Alzheimer. Eén van de dingen die daarbij hoort, is dat je ontremd raakt. Mannen denken altijd aan seks. Dan denken ze: ‘O, dat vind ik best een lekkere meid, die zou ik best eens…’ Maar dat doen ze niet, want je gedraagt je. Bij Alzheimer valt die remming weg. Tot op een bepaald level kun je tegen hen nog zeggen: ‘Met mij mag je alles doen. Je mag overal aankomen. Maar niet bij andere vrouwen.’ Dat snappen ze wel. Dat zegt de verpleging ook als ze handtastelijk worden: ‘Emma is jouw knuffeldame en Emma komt over 2 weken.’ En dat werkt vaak. Sommige cliënten zijn zo goed bij de tijd, die regelen het zelf. Ik heb bijvoorbeeld een cliënt die niks mankeert, maar hij is oud. Hij dacht van: deze dames doen het in elk geval met plezier. En omdat hij zo oud is, wil hij ook geen jong grietje. Hij zegt: ‘Anders heb ik het idee dat ik met m’n kleindochter in bed lig.’ Ik vind dat ik belangrijk werk doe. Ik krijg achteraf nog soms te horen dat het beter gaat met cliënten. Hun frustraties zijn er uit.

Heb je een relatie?

Nee, ik heb wel een paar relaties gehad, maar dat was voor dat ik dit werk ging doen. Op dit moment ben ik niet op zoek naar een relatie, want ik mis niks. Emotionele verbinding zoek ik niet bij iemand waar ik seks mee heb, dat doe ik bij anderen. De vriendjes die ik eerder had, waren niet allemaal even leuk. Het ging soms ook alleen maar om de seks. Tja… wat is het verschil? Je gaat wel denken: mannen zijn hele aparte wezens. Er zit vaak een rare gedachtegang in. Ze hebben een beetje de neiging zichzelf te overschatten. Een klant die mij bijvoorbeeld een geschikte partner vindt, ook al ben ik 30 jaar jonger. Vrouwen van hun leeftijd vinden ze maar oude besjes. Ik speel een rol op zo’n moment. En met plezier hoor. Ik verkoop eigenlijk een illusie. Want ik wil natuurlijk wel dat hij me weer terugvraagt. Dan zeg ik: ‘Ohh, wat lekker wat je nu doet.’

Heb je daar behoefte aan, een man die jou waardevol vindt, je op een podium zet en alles voor je doet?

Natuurlijk. De prins op het witte paard, dat wil toch iedereen? Ze zijn er alleen niet zoveel. Alhoewel ik ook echt goede huwelijken zie. Dat hoor ik ook van cliënten die hun vrouw verloren hebben. Ze zeggen dat ze haar nog elke dag missen. Dat vind ik lief.

Je bent nu 56. Hoe lang kun je dit werk nog blijven doen?

Zie je die foto van die oude dame? Dat is tante Stien. Zij was 81 à 82 jaar. Ze had vaste klanten die met haar oud waren geworden. Leeftijd maakt niet uit. Voorlopig ga ik nog wel even door. Tot m’n pensioen. Ik heb een cliënt in een instelling en die had tot voor kort bezoek van een dame van 78. Zij moest nogal ver rijden en daarom is ze recent gestopt. Dus ik zei tegen die klant: ‘Nou, dan kan ik voorlopig nog even voort.”

* De naam Emma is om privacyredenen gefingeerd

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -