In talloze sportzaaltjes staan iedere week een paar duizend mensen hun levenskracht te ontdekken. Biodanza is een rage die verstrekkende gevolgen kan hebben. “Hoe krijg ik in godsnaam die hand van mijn bil?”

STEUN RO

Glimlachen. Kom op. Je kunt het. Gewoon ijzerenheinig glimlachen. Dat doen ze allemaal. Sommigen met de ogen gesloten. Anderen juist terwijl ze elkaar indringend aankijken. O god, kijk daar. Die man en die twee vrouwen omhelzen elkaar. Ze strelen door elkanders haren. Ze drukken hun wangen tegen die van de ander. De voorhoofden raken elkaar. Nou ja, moet kunnen, moet kunnen. Hé, wat is dat? Ik voel iets warms in mijn hand glijden. Het zijn de klamme vingers van de dame naast me. Ze glimlacht naar me. Uiteraard. "Welkom" fluistert ze.

De overgang is op zijn zachtst gezegd ietwat bruusk te noemen. Ik heb zojuist twee en een half uur in de file gestaan om van Amsterdam naar dit sportzaaltje in Arnhem te komen.

Vanmorgen heb ik nog twee verhalen afgerond, drie minuten voor de deadline, om me vervolgens met het zweet op mijn bovenlip achter het stuur te begeven en onderweg, kauwend op een klef benzinepompbroodje, enkele telefonische interviews af te werken, intussen de tijd op de klok van mijn dashboard te zien verglijden en te weten dat ik met al dit verkeer nooit op tijd ga zijn op mijn afspraak.

Op een holletje ben ik deze ruimte binnen gekomen waar de groep al op me staat te wachten. In een kring, met die hemelse glimlachen, heel veel innerlijke rust uitstralend. Ik voel me als een bouwvakker op een congres voor schoonheidsspecialisten: heel erg niet op mijn plek.

Levensdans

Dat terwijl het allemaal zo aardig begon. De afgelopen jaren hoorde ik van kennissen steeds vaker verhalen over Biodanza, een alternatieve groepsactiviteit die in de jaren zestig is ontwikkeld door ene Rolando Toro Araneda, een psycholoog en medisch antropoloog. Hij bedacht deze ‘dans van het leven’ (Het Griekse bios betekent leven, het Spaanse danza dans) om de levenskwaliteit van mensen te verhogen. Door vrij te dansen en oefeningen te doen maken ze contact met zichzelf en met anderen in een groep. Hierdoor ervaren ze meer intimiteit en leren ze zichzelf beter kennen, zo is het idee.

Van een aantal enthousiastelingen had ik gehoord dat Biodanza hun leven had veranderd. "Ik ben zoveel meer één met mezelf" zeiden ze bijvoorbeeld, of "Eindelijk kan ik echt zijn wie ik ben." Soms waren reacties minder lyrisch. Een kennis had haar relatie op de schop moeten nemen omdat haar vriend dusdanig aan het Biodanza-en met andere vrouwen was geslagen, dat hij deze paringsdans ook in de slaapkamer voortzette.

Dat Biodanza kan kortom nogal wat teweeg brengen en terwijl een jaar of vijf geleden vrijwel niemand er in Nederland nog van gehoord had, wordt het nu al door meer dan 3000 mensen beoefend.

Het leek me een mooi onderwerp voor een verhaal en daarom belde ik Yvonne Sep, één van de eerste Biodanzadocenten in Nederland. "Natuurlijk mag je een keer komen kijken bij Biodanza," riep ze uit. "Maar dan moet je wel meedoen. Vrijdag geef ik les aan een groep die elkaar al jaren kent. Dat is misschien wat heftig voor jou, voor een eerste keer, maar zo krijg je wel een goed beeld van wat Biodanza is."

Ik had nog wat tegengesputterd. Ik, als journalist, ben immers vooral gewend vanaf de zijlijn toe te kijken. Dat levert heus altijd prima, waarheidsgetrouwe stukken op, drukte ik Yvonne op het hart. Maar ze was onverbiddelijk. "Je kunt alleen over Biodanza schrijven als je het echt hebt ervaren," zei ze streng.

Snikheet

En dus sta ik nu hier, op een snikhete middag, in een kring met een vijftiental blije mensen. Mijn ongemak probeer ik te verbergen achter mijn eigen glimlach. Ik kijk eens in het rond. Het gezelschap is divers. Een aantal dames van middelbare leeftijd met fladderrokjes aan, een huppelende grijsaard die van de een naar de andere mededanser dwarrelt om ze te begroeten, een knappe jongen van ergens in de dertig met woest krulhaar, een Aziatisch ogende twintiger met een T-shirt met een stripfiguur er op. Het is moeilijk voor te stellen dat al deze verschillende mensen straks innig met elkaar gaan dansen. Zo intiem kan dat toch nooit worden, stel ik mezelf gerust.

Yvonne onderbreekt mijn gedachten. Ze heet ons welkom. De exotische muziek start en we dansen, met de handen in elkaar in een grote kring. Het is de bedoeling dat we elkaar woordeloos begroeten en met onze ogen contact maken. Vervolgens mogen we los door de zaal bewegen, moeten we af en toe de hand van de ander pakken en even met z’n tweeën verder dansen. "Ontmoet elkaar, dans samen en neem, als het moment daar in jouw ogen rijp voor is, weer afscheid van elkaar. Want ook afscheid nemen hoort bij het leven," zegt Yvonne.

Ik neem heel snel afscheid van de man met de rode strik om zijn heupen gebonden die wiegend naast me staat en zie dit moment als de uitgelezen kans om mijn opschrijfboekje te pakken en aan de kant wat aantekeningen te maken. Helaas, daar is Yvonne op tegen. "Wat wil je doen? Nee, dat vind ik niet goed. Je moet echt meedoen, dat hadden we afgesproken. Ga eens uit je hoofd jij!", zegt ze boven de harde muziek uit. Ik sputter tegen dat ik anders haar woorden misschien niet correct kan weergeven, maar ze wuift mijn bezwaren weg en legt een hand op mijn hart. "Kom op, uit dat hoofd, geef je gewoon over."

Mantra

Geef je gewoon over. Ga eens uit je hoofd. Geef je gewoon over. Ik hoor het nog een tijdje als een mantra doorklinken. Ze heeft natuurlijk gelijk. Lafaard die ik ben. Met mijn opschrijfboekje. Hallo, je wil toch meer innerlijke rust? Je bent toch eigenlijk heel moe? Je wilt toch ook wel eens een paar uur aan niets denken? Hup, dit is je kans.

Yvonne leidt de volgende oefening in. We moeten twee aan twee gaan staan en een van beiden moet de ogen dichtdoen. De ander leidt de dans. Hoe toepasselijk, dit gaat natuurlijk over overgave.

Een vrouw van een jaar of dertig in een zomerjurkje gaat tegenover me staan en sluit meteen haar ogen. Oké, ik leid dus blijkbaar. Ik pak haar handen en beweeg een beetje heen en weer op de muziek. Met grote bewegingen danst ze met me mee. Ik begin er lol in te krijgen en schud haar armen boven haar hoofd. Ze volgt me, nog altijd met haar ogen dicht. Ik zwier een rondje met haar, lachend gooit ze haar hoofd in haar nek.

We draaien de rollen om. Met schokkerige bewegingen laat ze me meedeinen op de muziek. Ze leidt me helemaal naar de grond en weer omhoog, jolig doe ik mee. Och, dit is helemaal zo erg nog niet.

Maar dan nodigt Yvonne ons uit om van partner te wisselen. En hoewel ze de groep heeft gemaand nu eens iemand anders uit te kiezen dan ze altijd doen, zie ik een tweetal mannen fluks op elkaar af stormen en elkaar omhelzen. Op deze wijze ontstaan er razendsnel tal van groepjes dansers die al eerder blijkbaar van elkaars gezelschap hebben genoten. Ik voel me even zoals vroeger met gym, als ik bang was dat niemand mij zou kiezen. Gelukkig komt een oudere meneer, type leraar wiskunde met witte sokken, naast me staan. We knikken elkaar toe.

"Maak je eigen compositie!" moedigt Yvonne aan. Mijn danspartner blijkt enorm expressief in zijn wijze van componeren. Ik probeer een beetje met hem mee te doen, hij is echter moeilijk te volgen. We dansen, volstrekt uit de maat, maar als ik stiekem om me heen gluur, blijkt dat meer regel dan uitzondering.

Schippersfamilie

Dat geeft helemaal niets, zal Yvonne me later uitleggen. Het draait bij Biodanza niet om hoe het er uit ziet wat je doet, het gaat om wat je voelt en ervaart. Zelf heeft ze heel wat moeten overwinnen voor ze zich echt aan de levensdans kon overgeven. "Ik kom uit een schippersfamilie waar het bepaald niet normaal was om veel fysiek contact met elkaar te hebben of je emoties te uiten. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg was het devies. Echt, je wil niet weten waar ik vandaan kom. Ik zat zo op slot."

Yvonne werkte tien jaar geleden als manager bij een organisatie voor ontwikkelingssamenwerking toen een collega haar meevroeg op een Biodanzaweekend. "Ik had geen idee wat het was en ben maar meegehobbeld." Ze schrok behoorlijk. "Ik vond het doodeng. De mensen waren zo klef met elkaar. Maar tegelijkertijd wilde ik heel graag leren om meer contact met anderen te maken. En dus ben ik toch de Biodanza-opleiding gaan doen."

Inmiddels geeft ze al zo’n zes jaar les en heeft haar leven een volledig andere wending genomen. "Nu kan ik van contact genieten. Ik voel me ook veel vrouwelijker dan vroeger. Ik verzorg mezelf beter, ben bijvoorbeeld meer zijde gaan dragen omdat ik me daarin een godin voel."

En dat komt allemaal van een potje met elkaar dansen? "Zeker," stelt ze. "Met Biodanza ga je verschillende niveaus van transformatie door. In het eerste jaar leer je vooral lekker in je lijf te zitten, om echt actief en aanwezig te zijn in het moment. In het tweede jaar leren we je na te denken over wat je verlangens zijn en over wat je prettig vindt en wel en niet wilt."

Dat geldt niet alleen voor het dansen (Handen vast of handen los, het zijn zo van die kwesties) maar ook voor de rest van je leven. "Ben je met de juiste partner? Doe je het werk dat je wilt doen? Dat soort vragen stellen mensen zich," aldus Yvonne. "Vervolgens, in het derde jaar, nodigen we ze uit om het prettige gevoel dat ze tijdens het dansen ervaren ook te integreren in de rest van hun leven. Zo kun je levenskunst creëren."

Maar levenskunst creeeren, dat gaat zomaar niet. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben. Yvonne: "Zeker. Ik heb zelf bijvoorbeeld mijn baan opgezegd, ik was helemaal vastgelopen in die managementfunctie. Ik kon niet meer in zo’n zakelijke wereld functioneren. Ook zijn mijn vriendschappen veranderd. Vroeger was ik heel competitief, ik was dol op stevige discussies. Nu wil ik de mensen meer in het hart sluiten. Er zijn vrienden die daar niet in mee konden gaan. Dat geeft niet, zo gaat dat. Biodanza heeft me zo veel gegeven, ik zou het niet anders gewild hebben. Ik voel me er door bevrijd."

Exotisch

Bevrijd, dat is bepaald nog niet de staat waarin ik verkeer, halverwege de Biodanzales. We hebben inmiddels al heel wat oefeningen en dansen gehad, doorgaans op exotische muziek waarin een hoofdrol voor de panfluit is weggelegd. Nu is het tijd voor de vogel. De reiger is niet voor niets het symbool van Biodanza. De vrijheid van een vogel, die moeten we ervaren. "Laat je meevoeren op de muziek, spreid je vleugels, sluit je ogen en voel je als een vogel die neerkijkt op de aarde en daar alle drukke krioelende mensen ziet. Stijg er bovenuit."

Yvonne doet het voor. De muziek gaat aan, ze sluit haar ogen en begint langzaam, heel langzaam minutenlang mee te bewegen. Haar armen waaieren zachtjes uit, haar hoofd gooit ze genietend achterover. De klas zit in een kring om haar heen. Niemand zegt iets. De knappe dertiger kijkt met een hemelse blik naar haar.

Ik moet zeggen dat ik blij ben dat ik even niets hoef te doen. Ik ben een beetje kregel geworden van die panfluit. Ik heb dorst en ik heb het warm. En ik ben een tikje gefrustreerd. Waarom kan ik hier niet echt in opgaan?

Als we zelf de vogel moeten doen probeer ik het. Ik probeer het echt. Ogen dicht, armen wijd, mee laten voeren op de muziek, naar beneden kijken naar de druk bezette wereld onder mijn vleugels.

Maar het enige waar ik aan moet denken is: stel dat er nu een enorme vogel boven Arnhem vliegt en hij ziet ons, een groep menselijke halvegaren hier staan met onze armen wijd, wat denkt hij dan wel niet?

Aanraken

Ik vrees dat ik te weinig uit mijn hoofd kan komen om dit volledig op waarde te schatten. Om mijn meningen en ideeën los te laten. Om me niet ongemakkelijk te voelen. Dat wordt nog veel erger als aan het einde van de les steeds meer dansen voorbij komen waarin we elkaar aanraken.

Biodanza heeft een behoorlijk fysieke component en ook seksualiteit speelt een rol. Zo organiseert Yvonne bijvoorbeeld Tantra & Biodanza-weekenden. In het kamertje naast de sportzaal heb ik er een foldertje van zien hangen. ‘Eros als vitale levenskracht’ stond er op.

Tijdens een lang durend nummer worden we geacht in een groepje van vier bij elkaar te gaan staan en wederom onze ogen te sluiten. De handen hebben we bovenop elkaar gelegd en nu moeten we op de muziek de andere handen strelen. "Net zo lang tot je niet meer weet wie welke hand streelt!".

Het is natuurlijk geen seks, maar het kan best iets heel erotisch hebben, dit zachte langzame, bewuste strelen. Maar voor mij is het dat niet. Echt, ik ben niet frigide, maar ik hoef niet door iedereen geaaid te worden. Ook later als we met de hele groep vlak bij elkaar staan en we onze handen van de een naar de ander laten dwalen, krijg ik het benauwd. De anderen lijken het heerlijk te vinden, iedereen is "verbonden met de menselijke soort". Maar voor mij staan we daar maar, als een grote kluwen menselijk warm vlees.

Plotseling voel ik een hand op mijn heup. De man van wie die hand afkomstig is, heeft zijn ogen gesloten. Vermoedelijk merkt ie het zelf niet eens. Er verschuift wat in de kluwen, iemand komt langszij gedanst en inmiddels ligt die hand aan de bovenkant van mijn bil. De man is nog steeds helemaal in zichzelf aan het opgaan. Dat is heel prachtig. En hij is vast ook heel aardig. Maar hoe krijg ik in godsnaam die hand van mijn bil? Had ik in een volle tram gestaan, dan had ik hem al lang van me af gemept, maar hier, in deze liefdevolle omgeving, doe je dat niet. Toch?

Yvonne had me gewaarschuwd. Biodanza moet je langzaam opbouwen. Veel menselijke contact is voor een beginner best overweldigend. Dat is een understatement. Al deze naastenliefde is wel heel erg veel.

Tijdens de les heeft ze veelvuldig gezegd dat je niet over je grenzen hoeft te gaan, dat je alleen moet doen wat je prettig vind. Maar ik wil deze blije meneer niet bruskeren. Ik maak een raar hipje. Hip hip, waardoor de man bijna zijn evenwicht verliest. Hij opent zijn ogen en kijkt me recht aan. Dan glimlacht hij. Ik doe net alsof dat hippen deel uit maakt van mijn levensdans. Zo, da’s beter.

Lucht

Maar ik krijg pas echt weer lucht als we voor de laatste dans weer in een kring gaan staan. Iedereen is uit mijn zone, en dat is prettig. We pakken elkaars handen, en beginnen allemaal in een lange sliert te lopen.

Er klinken Afrikaanse ritmes, ogen lichten op door de herkenning van het liedje. Mensen lachen. Ze stampen, ze zwieren, ze kijken elkaar diep in de ogen, de grijze vrouw naast me zingt keihard het refrein mee. "The ciiiiircleeeee of liiiiiiiife!".

En dan plotseling overkomt het me. Kijk ons hier eens gaan. Mooie mensen, lelijke, zweetplekken, vetrollen, piekhaar en puistjes, in de maat, uit de maat, licht heupwiegend, keihard headbangend. Hier is geen uiterlijke schijn, niemand is geremd, iedereen laat zich gaan. Even ben ik oprecht ontroerd.

De les is ten einde. Bij de Biodanza-deelnemers ebt de euforie nog lang niet weg. Ze omhelzen elkaar, er wordt op de mond gezoend, sommige handen blijven ineengestrengeld. Stilletjes aan maak ik me los.

Een half uur daarna zit ik in de auto. Ik ben uitgeput. De gevorderde Biodanzatypes zullen de afgelopen uren ongetwijfeld heel veel positieve energie hebben opgedaan, maar dit groentje heeft wel even genoeg gehad. Op de panfluitloze radio hoor ik dat het met 250 kilometer file een extreem drukke vrijdagavondspits is. Heerlijk. Urenlang alleen. Helemaal los van de menselijke soort.

Voor meer informatie, zie www.biodanzanederland.nl.

Eerder verschenen in Volkskrant Magazine

Roos Schlikker begon ooit als financieel journalist maar dat was een vergissing. Nu schrijft ze interviews en reportages over alles behalve stropdassen, volgens collega’s met een voorliefde voor de moderne (stads)mens. Doet mee aan 'Wie is de Mol'. Op Reporters Online publiceert ze columns.

Geef een antwoord