Steeds meer sporters melden dat ze slachtoffer zijn geworden van seksuele intimidatie of misbruik door hun coach of begeleider. Zeker tien Nederlandse turnsters hebben zich dit weekend op sociale media  uitgelaten over misstanden in de Nederlandse turnwereld. Het debat over de voortdurende wantoestanden wordt onder de hashtag #dossierturnmisbruik op grote schaal in de openbaarheid gevoerd.

STEUN RO

Aanleiding voor de verhalen van de turnsters, die allen tot de Nederlandse top behoorden, is een groot onderzoek van het Noordhollands Dagblad over de turncultuur in Nederland. Turncoach Gerrit Beltman gaf zaterdag tegen die krant toe dat hij jonge turnsters fysiek en mentaal heeft mishandeld en vernederd. “Ik sloeg daarin door, dacht dat het de enige manier was om een topsportmentaliteit te kweken”, zei Beltman, die al bijna tien jaar geen coach meer is in Nederland. Eerder al, in 2017, waren er meldingen die volgden op getuigenissen van sporters uit Engeland en Nederland. Een van de meldingen kwam van oud-wereldkampioen wielrennen Petra de Bruin. Zij durfde na tientallen jaren innerlijke strijd eindelijk haar verhaal over jarenlang seksueel misbruik te doen, dat begon toen ze minderjarig was.
Ook Vera* (29) werd slachtoffer van haar coach.
‘Ik weet het nog precies: tijdens een van de gymlessen op de lagere school had de leraar een houten balk opgesteld, waar we een voor een overheen moesten lopen. Mijn passie voor turnen begon op dat moment. Ik zeurde net zolang tot ik van mijn ouders van hockey – wat ik nooit leuk had gevonden – af mocht. Diezelfde week schreef ik me in op de plaatselijke turnclub. Ik oefende wanneer ik maar kon. In de pauze op school, de speeltuin… zelfs onze zitbank moest het ontgelden. Al snel hoorde ik bij de beste turnsters van mijn groep. Ik maakte zelf choreografieën voor mijn vloeroefeningen en verzon nieuwe acrobatische hoogstandjes. Mijn leven was turnen, dus toen we voor vier jaar naar België verhuisden voor mijn vaders werk, meldde ik me direct aan bij een nieuwe club.

Dat was wennen: de Belgische mentaliteit is een stuk strakker dan de Nederlandse. Ik leerde al snel wat er van ons verwacht werd, zoals dat we ons haar op een bepaalde manier droegen tijdens de lessen, en dat we op ons dieet moesten letten. Angst werd de kop ingedrukt: we moesten niet teveel nadenken, maar gewoon doen wat de coach zei. Dan zouden we het meeste bereiken, werd ons verteld. Tegen de tijd dat ik dertien was, trainde ik zo’n twintig, dertig uur per week. Alles om maar uit te blinken.

Natuurlijk was het heftig, maar ik dacht dat dit gewoon hoorde bij het leven van een topsporter. En dat was was ik wilde bereiken: de top. Mijn ouders vroegen soms wel of het allemaal niet te zwaar werd, maar dan zei ik altijd dat dit was wat ik wilde. Ik denk ook dat ze allang blij waren dat ik zo bezig was met sport, in plaats van met dingen als uitgaan en verkeerde vriendjes. En natuurlijk waren ze trots op mijn talent.

Toen ik veertien was, ging ik mee met een trainingskamp. Ik keek er al weken naar uit. Tijdens het kamp werd een nieuwe trainer geïntroduceerd, die vanaf dat moment onze trainingen voor zijn rekening zou nemen.

Je zou denken dat elke interactie met een seksueel roofdier een nare gebeurtenis zou zijn, maar mijn eerste ogenblikken met de man die me zou misbruiken, joegen me totaal geen angst aan. Integendeel: ik was zwaar van hem onder de indruk.’’

Wat ik me vooral van dat moment herinner, is zijn enorme uitstraling en stralende lach. Hij heette Fons* en was 33, vertelde hij. Al snel verdrongen alle meiden zich om hem heen. Ik was veertien, Een mager, op sport gefocust meisje dat nog nooit een vriendje had gehad. Ik wilde niets liever dan dat deze man me zou opmerken.

Aan het einde van de dag was er een kampvuur. Stiekem ging ik zo dicht mogelijk bij Fons in de buurt zitten. Ik was nogal dun gekleed, en het viel hem blijkbaar op dat ik het koud had. Zorgzaam legde hij zijn spijkerjasje om mijn schouders. Ik voelde me geweldig. Iedereen hing aan zijn lippen, maar hij gaf uitgerekend mij zijn aandacht.

De volgende dag tijdens de training sloofde ik me extra uit. Ik kon zien dat Fons onder de indruk was van wat ik kon, en ik genoot ervan. Hij leerde ons een hoop nieuwe dingen. Bijvoorbeeld dat professionele turnsters nooit ondergoed dragen onder hun turnpakje. Het stond niet alleen lelijk, zei hij, maar het zou ons belemmeren in onze bewegingen.

Ik zocht er niets achter. Misschien ook omdat de andere meiden er niet raar van leken op te kijken. Het enige waar ze mee bezig leken, was om zoveel mogelijk indruk te maken op Fons. Een scheut van jaloezie ging door me heen. Stel je voor dat hij een ander meisje beter zou vinden? Dat hij mij niet meer zou zien staan?

Mijn handpalmen werden zweterig van de stress, zo erg dat ik me onzeker begon te voelen op de toestellen. Dit viel Fons blijkbaar op, want na de training vroeg hij of hij me even apart kon spreken. Hij vroeg me om even mee te lopen naar de grote legertent waar de coaches sliepen. Hij ging op een van de veldbedden zitten en klopte op de plek naast hem. Aarzelend ging ik zitten.

‘Ik merkte dat je je wat onzeker voelde. Ik snap dat het gek is om je door een vreemde te laten begeleiden, maar je moet je wel goed beseffen dat ik nu degene ben die verantwoordelijk is voor jouw veiligheid.’ Ik knikte. Ik vond het fijn dat hij zoveel speciale aandacht aan me besteedde, al voelde ik me ook ongemakkelijk. Fons legde zijn hand op mijn schouder en kneep zachtjes in mijn nek. ‘Je bent zo gespannen, waarom toch?’ Ik lachte zenuwachtig. Ik verzon snel een smoes, zodat ik weg kon.

De dagen erop gaf ik alles tijdens de trainingen. Ik had een onbestemd, dubbel gevoel wat ik niet kon beredeneren. Maar de bewonderende opmerkingen die Fons maakte over mijn talent, zorgden ervoor dat ik een soort verplichting voelde om nog beter mijn best te doen. Als turnster word je geconditioneerd om zo min mogelijk emotie te tonen, om geen pijn of angst te laten zien. Ik denk dat dat mijn oordeel ook vertroebelde.

Aan het einde van het kamp vroeg Fons of ik hem wilde helpen om wat toestellen terug te brengen. Ik voelde me vereerd. Zie je wel dat hij me speciaal vond? Enthousiast stemde ik toe. Maar wat er toen gebeurde was totaal onverwacht.  Eenmaal in de auto leunde hij naar voren. Hij streek een lok haar uit mijn gezicht. Ik giechelde nerveus, en voor ik het wist voelde ik zijn tong in mijn mond. Ik was volledig onervaren wat jongens betreft en wist niet wat me overkwam. Ik durfde niets te zeggen, en toen hij mijn hand pakte en die op zijn kruis legde durfde ik niet tegen te stribbelen. Blijkbaar voelde hij mijn aarzeling, want hij keek op en zei: ‘Misschien ben je hier niet klaar voor. Ben je toch niet zo volwassen als ik dacht dat je was?’ Nu zie ik pas hoe slinks dat was. Hij daagde me uit, en ik werd geacht de uitdaging aan te nemen. En dat deed ik. ‘Jawel. Ik ben er wel klaar voor.’ zei ik snel. Ik wilde hem niet teleurstellen. Alles behalve dat. En daarom was ik dus werkelijk in de veronderstelling dat alles wat er daarna gebeurde, iets was wat we beiden wilden.

Het was zo sluw, hoe hij me manipuleerde. ‘Je mag dit tegen niemand zeggen. Ik kan hiervoor naar de gevangenis gaan. Wat wij hebben is speciaal, iets dat anderen niet zullen begrijpen.’

Ik wilde zo graag geloven dat we inderdaad iets speciaals hadden, dat ik het inderdaad tegen niemand zei.

Toen ik vijftien was, hadden we seks. Ik vond het niet fijn. Het deed pijn, maar ik weet nog dat ik na afloop trots op mezelf was. Net zoals tijdens het turnen, wanneer ik een oefening had gedaan waar ik bang voor was geweest. Waar ik me nog het meest druk over maakte, was of ik niet betrapt zou worden. Alsof ik degene was die iets fout had gedaan.

Het ging nog een half jaar door, totdat Fons verhuisde. Niet dat hij me had verteld dat hij dat van plan was, op een dag was hij gewoon verdwenen. Hij had een andere baan gekregen, hoorde ik op de club. Ik was verpletterd. Hij had niet eens de moeite genomen om afscheid van me te nemen. Ruim een half jaar was ik ziek van liefdesverdriet. Al die tijd had ik in de veronderstelling geleefd dat ik speciaal was. Dat ik onderdeel was van een een soort ‘turn-elite’ die een bijzonder geheim deelde met haar trainer.

Mijn verhaal eindigt niet met een confrontatie of met een rechtszaak. Ik heb heel lang niet beseft dat ik misbruikt ben, en het feit dat ik mijn misbruiker zelfs mistte heeft me lang in verwarring gebracht. Het heeft ervoor gezorgd dat ik de feiten niet helder zag. Pas drie jaar later, toen ik een echt serieuze relatie kreeg en mijn vriend en ik gesprekken hadden over onze eerste seksuele ervaringen, vielen de schellen van mijn ogen. Toen zag ik pas dat Fons in zijn functie als coach grof misbruik heeft gemaakt van mijn naïviteit, en behoefte aan bevestiging.

Natuurlijk, ik zou alsnog aangifte kunnen doen. Ik heb ook wel eens gevist of andere meiden van mijn turnclub soortgelijke ervaringen hadden, dan hadden we denk ik sterker gestaan. Maar op wat losse opmerkingen over dat Fons hen wel erg graag even ‘los’ masseerde of ze soms een tik op de billen gaf, ‘ter motivatie’, kwamen er geen wereldschokkende verhalen boven tafel. Gek genoeg stak dat nog ergens ook. Blijkbaar was ik dus echt niet zo speciaal. Met turnen ben ik trouwens wel gestopt. Ik kan tegenwoordig geen evenwichtsbalk meer zien zonder misselijk te worden.’

*Een eerdere versie van dit interview verscheen in Grazia.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Freelance Journalist. Ik schreef voor o.a. LINDA., Viva, Grazia, Flair, Veronica Magazine, Margriet, VROUW, Oh! Magazine, Nieuwe Revu, Story, de Telegraaf, Psychologie Magazine, Marie Claire, Cosmopolitan en als (web)content creator voor o.a. VODAFONE en Sanoma Marketing Partnerships. Voor mijn volledige profiel: zie LinkedIn. $twitter.xrptipbot.com/Vivscontent