Een baan vinden? Dat doe ik wel even. Als voormalig zzp’er heb ik voor hetere vuren gestaan. Solliciteren is een kwestie van doen. En van weten wat je wilt, natuurlijk. Langzaam kom ik erachter dat ik een groentje ben, die het moet leren.

STEUN RO

Vijftien jaar geleden bestormde ik totaal onvoorbereid de arbeidsmarkt. Het resultaat was bedroevend. Ik werd keer op keer afgewezen, want ik had geen ervaring. Een aantal baantjes later bemachtigde ik een oproepcontract bij een uitgeverij, als redactiemedewerker. Ik rook er voor het eerst aan een ‘echte’ baan met leuke collega’s, waarmee ik samen koffiedronk, normale gesprekken voerde en mee op uitjes ging. Hier wilde ik meer van.

Vaste stek

Nu, vijftien jaar later, bestorm ik opnieuw de arbeidsmarkt. Nu ben ik voorbereid. Ik heb tien jaar lang die ‘echte’ baan gehad, en via cursussen maar vooral dankzij collega’s kwam ik op een kruispunt aan. Afwachten of zelf een stap zetten? Ik wist het antwoord al, maar de rest van de wereld nog niet. Die stap was: een eigen bedrijf beginnen. Ik begon eraan, maar nam er na vier jaar ook weer afscheid van. Ik kwam tot de ontdekking dat ik een vaste stek nodig heb om tot mijn recht te komen. Met collega’s, waarmee je koffiedrinkt, normale gesprekken voert en af en toe uitjes hebt.

Groentje

Ik denk dan: best wel wat geleerd. Waarom voel ik me dan een groentje, op het moment dat ik ga solliciteren? En krijg ik hartkloppingen, als ik word uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek? Alsof ik al die jaren in afzondering heb doorgebracht. Dit buitelt er door mijn hoofd: Hoe kom ik aan een baan? Hoe solliciteer je tegenwoordig? Waar moet ik op letten in vacatureteksten? Hoeveel tijd kost dat eigenlijk, een baan vinden? En heb ik nog recht op een uitkering, bijstand, of wat dan ook?

Ik ga die bureaucratische molen niet in om een paar honderd euro per maand te krijgen

Bijstand

Wacht, ho, stop. Dit is niet helemaal nieuw. Als zzp’er deed ik acquisitie, dit is toch vergelijkbaar? Ja, maar toen had ik onderhanden werk, dat afleiding bood en energie gaf. Nu is mijn agenda leeg. En een lege agenda betekent geen brood op de plank. Ik heb geen recht op een uitkering, maar zou bijstand een optie zijn? Nee, concludeer ik na een bezoekje aan het Werkplein. Eén: ik moet me uitschrijven bij de Kamer van Koophandel. Dat wil ik – nog – niet. Twee: mijn partner mag niet veel meer verdienen dan het minimumloon. Ik ga die bureaucratische molen niet in om een paar honderd euro te krijgen, dan maar tijdelijk werk. Als ik terugloop naar huis, krijg ik er meteen zin in: postbode, werken op een klantenservice, kom maar op met dat werk.

Afwijzingen

Hoeveel tijd kost solliciteren eigenlijk? Als ik antwoord op die vraag heb, weet ik ook hoeveel uur ik beschikbaar ben voor tijdelijk werk. Vier dagen, of is dat teveel? Ik kan toch ook ’s avonds sollicitatiebrieven schrijven? Ik mail een oud-collega, die al een tijdje op zoek is naar een baan. Zij adviseert om, één, niet elke dag bezig te zijn met solliciteren, en twee, de tijd te nemen om afwijzingen te verwerken. Ik lees de tekst van haar mailtje nog een keer. Hè, die afwijzingen, die horen er toch gewoon bij? Me lijkt dat je daar niet al te moeilijk over moet doen.

Hoop

Een week later krijg ik ze na elkaar binnen. Op maandag, eind van de middag: een afwijzing. Op dinsdag, in de loop van de dag: nog een. Ik zag mezelf daar al werken! Langzamerhand begint het te dagen: dat solliciteren, dat doet wat met mij. Het is weliswaar een kwestie van vacatures zoeken, bureaus benaderen, brieven schrijven, een reactie afwachten, nabellen, op gesprek gaan of een afwijzing krijgen, maar er zit een laag onder. Elke keer als ik solliciteer, krijg ik hoop. Ik beeld me in dat ik bij het bedrijf ga werken. Ik stel me voor dat ik er dagelijks naar toe ga. Ik denk na over hoe ik de communicatie aan zou pakken. En dan: pats, een afwijzing. Weg zijn mijn dagdromen, en moet ik me opladen voor een volgende sollicitatie. Vandaar die tijd. Solliciteren ‘erbij’ doen is zwaar. En o ja, neem jezelf in bescherming door de reden van afwijzing niet persoonlijk op te nemen. Die vraag ik namelijk altijd na, want aan ‘je paste minder goed in het profiel dan anderen’ heb ik niets. Zo ben ik er bijvoorbeeld achter gekomen dat ik te ‘zwaar’ ben voor bepaalde functies en dat mijn cv wel wat aantrekkelijker mag.

Leuk werk

Na drie maanden maak ik de balans op. Ik heb één maand gewerkt, maar vanwege ziekte en het feit dat ik via een uitzendbureau werkte, hield dat op. Ik heb een paar sollicitatiegesprekken gehad, en twee op de planning. Ik heb tijdelijk werk, wat ook nog eens leuk is om te doen: ik maak toetsvragen bij theorie uit leermiddelen voor mbo-studenten. Naast die twee dagen heb ik genoeg tijd om vacatures te zoeken die bij mij passen, brieven te schrijven, afwijzingen te verwerken en mijn netwerk te onderhouden. Ik kan wel zeggen dat ik in dit eerste kwartaal heb geleerd wat solliciteren is. Wie weet, heb ik er in de toekomst nog eens iets aan. Als ik na de baan die nu waarschijnlijk ergens op mij zit te wachten, weer op een kruispunt kom.

Ik ben Hanneke Bulten (38), tekstschrijver. Ik schrijf over wat je nodig hebt om te kunnen werken: een gezond lijf, dito geest, een samenwerkplek en nog veel meer.