Na mijn middelbare schooltijd in het Gooi heb ik meerdere malen voor korte tijd in Suriname gewoond. Mijn moeder is een witte Surinamer, een Boeroe. Dit zijn mijn verhalen over werken, wonen en drinken in de voormalige kolonie van Nederland.

STEUN RO

Ik snap wel dat Suriname onafhankelijk is geworden van Nederland. De twee mixen niet goed. Mijn witte Surinaamse familieleden die in Nederland of Amerika hebben gestudeerd, zijn daarna allemaal weer teruggegaan. Bij mij ging het precies andersom. Ik heb meerdere keren voor lange tijd in Suriname gezeten. Ik heb het echt geprobeerd, maar ik wilde altijd weer terug naar Nederland. Niet om mijn ouders, niet om mijn vrienden. Om Nederland. Zo denkt niet iedereen erover. Er wonen genoeg Nederlanders in Suriname die het er geweldig vinden. Dat zie je ook aan ze. Ze vieren er hun tweede jeugd en veranderen weer in hippies. Bh’s bestaan niet meer en ze dragen kleding in alle kleuren van de regenboog. Dat zal vooral te maken hebben met het feit dat ze vaak met pensioen zijn, en dus niet meer hoeven te werken. En vooral niet hoeven te werken met Surinamers, want daarvoor moet je heel relaxt in het leven staan. Not a care in the world. Of je nu iets moet regelen met de overheid, een contract moet opstellen, een vergunning of doktersrecept nodig hebt – alles gaat traag. Is ook niet heel gek, want dat soort dingen gebeuren voor het overgrote deel nog met pen en papier. Met af en toe een stempel en handtekeningen van zes verschillende mensen, waarvan er altijd eentje ziek is.

Het scheelt dat je de vergunningen, regels en wetten in Suriname met een korrel zout kunt nemen. Neem de verkeersregels. Die zijn op zijn zachtst gezegd ‘anders’ dan hier. De persoon met de grootste auto heeft voorrang. Er zijn geen snelwegen en de wegen die er wel zijn, zijn zo verrot slecht dat ik er ’s nachts soms nóg wakker van schrik. Gaten van twee bij twee meter die niet worden gevuld en alleen maar verder afbrokkelen. Drempels die vanuit het niets opduiken. Of vanuit het niets; ze worden aangegeven, maar een waarschuwingsbord dat je dient te ontcijferen tussen zeventien bananenbomen is nauwelijks een waarschuwingsbord te noemen. Als ik naast mijn vriend Jason in de auto zit, heeft hij altijd zijn hand op de claxon. Dat doet hij omdat mensen buiten de stad met de snelheid rijden die ze zelf het meest relaxed vinden. De aangegeven snelheid is 80 kilometer per uur, maar het komt zelden voor dat iemand ook echt 80 rijdt. Het is meestal óf 40 of 120 kilometer per uur. Inhalen in daarom ook een vereiste als je op de weg bent. Dit alles vindt plaats op smalle weggetjes, tussen door de Europese Unie afgekeurde vrachtwagens in en met af en toe een verdwaalde man langs de kant van de weg die groente uit zijn tuin verkoopt. Of pieren om mee te vissen.

Autoriteit

Mensen met autoriteit zijn in Suriname heel erg blij met hun macht. Of ze nu voor de overheid, de politie of als doktersassistent werken – zodra ze weten dat je ze nodig hebt, gebruiken ze dat tegen je. Dat begint op het moment dat je aankomt op Adolf Pengel Airport in Paramaribo. Of zoals iedereen het hier noemt, Zanderij. Als je niet in Suriname woont, moet je aansluiten in de rij voor de douane. Daar is op zich niets raars aan. In het vliegtuig krijg je een formulier waarop je moet invullen wat je komt doen, waar je verblijft en hoe lang je in het land blijft. Ook niet meer dan normaal. Een beetje weldenkend mens vult het formulier al in het vliegtuig in; je hebt toch een paar uur voordat je landt en dan ben je snel door de douane heen. Het overgrote deel van de passagiers vult het formulier echter pas in als ze aan de balie staan. De rij gaat op deze manier niet bepaald snel, maar de douanier vindt het prima. Zolang het maar geen bakra’s zijn.

De douaniers op Schiphol zijn altijd wel beleefd. Ze glimlachen naar je, vragen waar je bent geweest en wensen je een fijne dag. Op Zanderij is de energie heel anders. De man achter de balie (volgens mij is het altijd dezelfde) moet wel een heel slecht huwelijk hebben, want zijn gezicht staat al zo’n twintig jaar op onweer. Hij zegt je absoluut geen gedag. Hij kijkt naar je papieren en of je wel de juiste stempels in je paspoort hebt. Vervolgens geeft hij je paspoort terug zonder je aan te kijken en kan je gaan. Dat weet je, omdat hij de volgende persoon in de rij dan alweer wenkt om naar zijn raam te komen. Welkom in Suriname. Op zich is dit allemaal niet zo heel erg. Vriendelijk is anders, maar daar kom je wel overheen. Maar o wee als je iets niet op orde hebt. Dan zul je zien hoe diep de Gestapo in elke Surinamer zit. Ook al sta je alleen in de verkeerde rij, ook al heb je alleen iets verkeerd ingevuld op je registratieformulier. Het liefst zouden ze je direct met hetzelfde vliegtuig terug naar Nederland sturen. Des te meer als je bakra bent. Treurig, maar waar. En dat gedrag kom je niet alleen bij de douaniers op Zanderij, maar ook bij andere grensmannen tegen. Zoals ik heb ondervonden toen ik opnieuw een weekend naar Guyana ging.

Guyana, poging twee

Mijn oom heeft een slagerij in Guyana. Hij gaat er een weekend heen om wat zaken te bespreken en vooral ook om te borrelen, en vindt het leuk om me mee te nemen. We vertrekken met z’n vieren: mijn oom en ik, een vriend van hem en een of andere verdwaalde Nederlander die ik nog nooit eerder heb gezien. Al kan ik aan zijn outfit merken dat hij al een tijdje in Suriname verblijft. De grens ligt op ongeveer vijf uur rijden van Paramaribo. Dit keer gaat alles prima. Zonder zeven liter bier op, achterin een oude Isuzu en in het donker, heb ik de mogelijkheid om alles goed in me op te nemen. We rijden door kleine dorpen met Nederlandse namen als Groningen, Wageningen en Batavia.

De dorpjes veranderen nauwelijks van karakter. Elke plaats die we passeren, lijkt op het dorp ervoor. Afgetrapte huizen en straten, bierdrinkende mannen voor de supermarkt. Naarmate de rit vordert, wordt de afstand tussen de dorpjes groter en de natuur wilder. Tot we bij het grensdistrict Nickerie aankomen, een regio met veel landbouw. Ik weet niet of het door mijn Nederlandse bloed komt, maar ik voel me daar bijna thuis. Grote open stukken grond, geen jungle meer. Een klein vliegveld waar dubbeldekker sproeivliegtuigjes geparkeerd staan. Eentje vliegt net laag over. Alles ziet er schoon en georganiseerd uit. Vlak daarna bereiken we de Courantyne, de rivier die de grens met Guyana vormt. Het stelt niet veel voor. Denk aan de boot van Den Helder naar Texel, alleen dan roestiger, met maar vier auto’s en bij 35 graden.

Niet-Surinamers moeten naar een huisje aan het water om hun paspoort te laten zien, voordat ze mogen oversteken. Daar ontdek ik dat ik een of andere stempel van de gemeente in Paramaribo nodig heb voor ‘lang verblijf’, anders kom ik Suriname niet meer in. Die heb ik niet. Honderd procent mijn eigen schuld, dat geef ik eerlijk toe. Maar de manier waarop de douaneman mij te woord staat. Alsof ik een klein kind ben, dat in zijn mond heeft gespuugd. Ik leg hem uit dat ik mijn visa heb, maar het mag niet baten. Buiten maakt mijn oom de auto klaar voor de boottocht. Als ik hem vertel dat ik niet naar Guyana mag omdat ik een of andere stempel mis, lacht hij en loopt hij zelf naar binnen. Blijkbaar kent mijn oom de grensman, want de stemming verandert behoorlijk. Meneer dit, meneer dat. Al komt het er toch op neer dat ik niet met de boot mee kan. Ik zit vast in Suriname. Het plan van mijn oom om zelf over te steken met een klein bootje, laten we snel los als we aan mijn moeder denken. Hoe zou ze reageren als ik word opgepakt tijdens mijn illegale oversteek, op initiatief van haar eigen broer? De verdwaalde Nederlander zit in hetzelfde schuitje. Hij weet ook niks van een stempel. Lang verhaal kort: we moeten weer terug naar Paramaribo. Achterin een taxi, vijf uur terugrijden naar de stad. Kosten: ongeveer 25 euro. Mijn oom geeft de verdwaalde Nederland geld om ‘iets te kopen voor onderweg’. Dat heeft hij in zijn eigen zak gestoken, want ik heb er nooit meer wat van gezien. We stoppen niet eens voor een biertje. Het zijn de meest chagrijnige vijf uur van mijn leven tot nu toe.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
    Naast verhalen over Suriname ook scenario's en short stories.