Het kat- en muisspel aan de Europese buitengrenzen.

STEUN RO

Dit was absoluut niet wat Duncan zich had voorgesteld. Hij neemt me apart om zijn beklag te doen. Hij stinkt en hij weet het. Het is het eerste waar hij zich voor verontschuldigt. ‘Ik heb me niet kunnen wassen. Ik slaap hier in een gat in de grond. En ik word behandeld als een crimineel.’

Duncans pure verontwaardiging werkt ontnuchterend. Hij is echt geschokt. Twee jaar en tien bezoeken aan migranten op de Balkanroute later blijft het me bij. De ervaren illegalen die om hem heen staan zijn het gesol met mensen allang gewend. Ik ben het ook gewend. ‘Wat had je anders verwacht?’

Duncans pure verontwaardiging werkt ontnuchterend. Hij is echt geschokt

Duncan had iets heel anders verwacht. Anders had hij de tocht niet gemaakt. Hij heeft een heel aardig leven in Accra, in Ghana. Hij is grafisch ontwerper, werkte jarenlang als leraar op een middelbare school. Daarnaast runt hij een printwinkeltje, waar je bijvoorbeeld visitekaartjes kunt drukken. Als houtje-touwtjezaak loopt het best aardig. Hij verdient alles bij elkaar zomaar 150 euro per maand.

Joost van Egmond (1975) schrijft over de rafelige rand van Europa. De regio waarvan niemand weet wat-ie ermee aan moet, nog het minst de bewoners zelf. Op dit kanaal schrijft hij vooral over de onderstroom van het nieuws. Voor wie wel wat van deze buurt weet, maar meer context wil.