Als social media als Twitter en Facebook de laatste jaren in de belangstelling staan, is dat zelden nog positief. Oud-mediale opiniemakers als Bert Wagendorp van de Volkskrant hoeven maar één keer te melden dat ‘social media de straat zijn, met goot, afvoerputjes en onderliggend riool’ en de applausmachine begint te draaien. Ik wil het eens over een andere boeg gooien. Want ik <3 social media.

STEUN RO

Ik zeg ‘Özcan Akyol’ en u zegt: ‘Die wordt bedreigd!’ Ik zeg ‘Anne Fleur Dekker’ en u zegt: ‘Die werd bedreigd!’ Ik zeg ‘Chris Klomp’ en u zegt: ‘Die zegt ook dat ie bedreigd wordt!

(Als die drie namen u niets zeggen, stop dan met lezen, prijs u gelukkig, scroll naar beneden en vraag uw geld terug)

Als u wel weet van hun bedreigingen, dan weet u dat, omdat ze het u zelf verteld hebben. U weet dat niet omdat er uitgebreide rechtbankverslagen zijn verschenen over de zaken tegen hun bedreigers. U weet dus ook niet of het waar is dat ze bedreigd werden of worden. U weet slechts dat ze het beweren – en in een enkel geval dat de politie preventief optrad tegen toetsenbordhelden die de grens van strafbare bedreiging naderden, zoals vorige week met de Deventer boekenbakker.

Mij verbaast het telkens dat mensen (vaak uitgerekend op die verfoeide social media zelf) van de daken schreeuwen dat ze bedreigd worden. Ik ben er namelijk eentje van een vorige generatie bedreigden. Ik leerde dat je als je bedreigd werd maar twee dingen te doen stond. Ding een: aangifte doen. Ding: mondje dicht.

Ik weet wel dat ik veel geliefder ben bij de mensen in het land vanwege mijn hoge aaibaarheidsfactor

Het is daarom voor u een vraag en voor mij een weet of ik net als Akyol, Dekker en Klomp ook regelmatig bedreigd word op social media, of anderszins. Nu weet ik wel dat ik in mijn publieke activiteiten veel meer een mainstream mening heb dan genoemd drietal, veel minder schrijf en veel geliefder ben bij de mensen in het land vanwege mijn hoge aaibaarheidheidsfactor, maar toch zou het u niet verbazen als ik de laatste tien jaar af en toe een bedreiginkje heb mogen incasseren omdat iemand een stukje van mij of een uitspraak op radio of tv eh… verkeerd begrepen had.

Toch?

De bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg én de uitrol van betaalbaar internet hebben onze maatschappij immers ook online verrijkt met meer paradijsvogels dan ons misschien wel lief is. Dus zelfs mainstream aaibaren als ik komen dan aan de beurt, verwacht u.

Nou, het zal u wél verbazen!

Ik sta dit jaar nationaal precies 10 jaar droog. Ondanks de komst van social media als Facebook en Twitter.

Plop!

Als iemand me slechts dood wenste of vond dat ‘ze’ me iets moesten aandoen of uitschold voor ‘schele’, dan noemde ik dat geen bedreigingen

Nu heb ik inzake ‘bedreigingen’ altijd een ouderwetse definitie gehanteerd. Als iemand niet beloofde dat ie me kwam opzoeken om me iets aan te doen, maar slechts dood wenste of vond dat ‘ze’ me iets moesten aandoen of uitschold voor ‘schele’, dan noemde ik dat geen bedreigingen. En dacht ik: Eesterga is ver, ik kom nooit ergens en als je me scheel vindt, heb je mijn tweelingbroer Piet voor je; die is pas scheel. Ofwel: ‘schelden doet geen pijn’. Sinds het gevalletje Alexander Pechtold blijk ik daarmee rekkelijker dan onze rechters trouwens, maar het is ook weleens fijn om geen moraalridder te zijn.

Laat ik de oogst aan serieuze bedreigingen die ik voor mijn kiezen heb gekregen maar eens melden – want dat ‘geliefd’ was een geintje, dat ‘mainstream’ eveneens en op ‘aaibaar’ kom ik terug.

In 1984 meldde zich op mijn thuistelefoon in Capelle aan den IJssel ene ‘Haring Arie’ die mij wist te vertellen dat hij onderweg was naar de Henry Moorepassage 46 (slik!) vanwege een door mij geschreven stukje in de krant over ‘ranzige haring’ in de kraam van een zekere ‘Haring Arie’. We hebben niet open gedaan. Na een paar stompen op de deur ging hij weer weg, nieuwe vaatjes kopen.

De politie adviseerde mij een aantal weken onze woning te verlaten, omdat met name de ‘beloftes’ uit de Feyenoord-hoek heel serieus werden genomen

In 1997 werd ik naar aanleiding van iets met een Ajax-auto bij de Kuip en een artikel in het Algemeen Dagblad telefonisch bedreigd door Ajax- én Feyenoord-supporters. De politie adviseerde mij een onze woning te verlaten, omdat met name de ‘beloftes’ uit de hoek van mijn eigen club (ik ben geboren Rotterdammer) heel serieus werden genomen. Daardoor werd onze verhuizing naar Lemmer ongewild met enkele weken vervroegd omdat we tijdelijk naar een vakantiehuis vertrokken.

In 2002 werd ik als hoofdredacteur van Metro ‘meegenomen’ in de bedreigingen aan het adres van onze columnist Theo van Gogh, zowel een halfjaar voor de moord als na de moord. De toenmalige minister Piet-Hein Donner heeft destijds beweerd dat die bedreigingen uiterst serieus waren genomen, dus je wilt vast wel geloven dat ik me in die tijd héél veilig voelde. Voor het moederconcern van Metro was het in elk geval reden om strikte veiligheidsmaatregelen te nemen.

Sindsdien moet ik het van het buitenland hebben.

In 2008 noemde ik PSV’er Danko Lazovic in een columnpje na wangedrag op het voetbalveld ‘een kleine Servische oorlogsmisdadiger’. Dat leidde tot een melding dat een en ander in de Servische hoofdstad Belgrado had geleid tot ophef – en dat ik maar beter even onder de radar kon verdwijnen.

Toen viel ik wegens mijn functie bij GeenPeil onder het regime van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV)

En de laatste die ik serieus nam, was eerder dit jaar. Een meters lang spandoek bij de activistische Hamburgse voetbalclub St. Pauli met in keurig AFA-Nederlands de tekst ‘Dijkgraaf trek die trui uit anders trekken we je kop eraf’. Toen viel ik wegens mijn functie bij GeenPeil onder het regime van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Tussen haakjes: nog nooit zo’n afschuiforganisatie meegemaakt. Het voornaamste doel van de agent die mijn ‘zaak’ moest behandelen was: proberen te kijken of ik voor de ANP-fotograaf wel echt uit hoofde van mijn functie in die St. Pauli-hoodie poseerde; want anders moest ik maar naar het doorgaans gesloten politiebureau in Lemmer.

That’s it. That’s all. De rest zijn woorden van ordinaire kruimelkneuzen. Gisteren nog. Ik gebruikte de woorden ‘preventief ruimen’ en meteen vroeg de vriendelijke Turk ‘Sly Demir’ (als dat al zijn echte naam is): “Zullen we met jou beginnen?”

Als ik dan ‘we’ lees, moet ik lachen. Da’s toch geen bedreiging? Iemand die niet eens in zijn eentje een kleine, kale, dikke vijftiger aan kan en er meteen zijn billenmaten bij moet halen, die kan ik toch niet serieus nemen?

Kortom: als ik in een achterdochtige bui ben, verdenk ik de vele bedreigden ervan dat ze iets te winnen hebben met het outen van hun status als slachtoffer. Een programma te pluggen, een boekje te verkopen, een tv-optreden te ritselen, de naamsbekendheid een kontje te geven, whatever.

Je hóeft niet te horen of lezen wat allerlei malloten van je vinden en je eventueel zouden willen aandoen

Het mooist van social media is dat je niet hoeft te horen of lezen wat allerlei malloten van je vinden en je eventueel zouden willen aandoen. Net als in het echte leven, bepaal je ook op Twitter en Facebook helemaal zelf met wie je omgaat. Waar je In Real Life weg blijft uit de kroeg, de voetbaltribune of bepaalde wijken waar geen fans van je zitten of wonen, kun je dat op social media met één druk op de knop regelen.

Door ze te blocken/blokkeren of door ze te ‘muten’. Als je mensen blockt, kunnen ze (via hun eigen account) niet meer zien wat je de wereld in slingert. En er dus ook niet op reageren. Een uiterst effectieve manier om te zorgen dat in jouw kroeg (of in geval van zzp’ers zoals ik: bij jouw koffieautomaat) alleen de mensen komen met wie jij tijd wilt doorbrengen. Bij mij staan op die blocklijst naast de scheldende anoniempjes vooral psychiatrische gevallen als schoolkrantredacteur Peter Breedveld, moedermelkfetisjist Francisco van Jole en Jan Kuitenbrouwer, die zijn ontslag als columnist bij HP/De Tijd in 2010 nog altijd niet verwerkt heeft.

Veel mooier nog dan blokkeren vind ik zelf ‘muten’. Daarbij kunnen de mensen die je op ‘mute’ zet nog wel lezen wat jij schrijft en er ook op reageren, maar je krijgt het niet te zien. En daardoor reageer je er niet op. En dat maakt ze dan nóg bozer dan ze al zijn. De boodschap aan mensen die je op ‘mute’ zet is: lul jij maar lekker tegen de muur. Best vernederend.

De strategie: één keer normaal reageren en als er geen normale reactie terug kwam: ‘mute’

In mijn tijd als lijsttrekker van GeenPeil was mijn strategie: één keer normaal reageren en als er geen normale reactie terug kwam: ‘mute’. Geen seconde energie meer aan verspillen. Érg goed voor je gemoedsrust, kan ik u vertellen.

Zullen we het dan nu even over de nog veel mooiere kanten van social media hebben?

Sinds ik in 2010 voor mezelf begon zzp’er werd, is elke euro die ik verdiende op een of andere manier wel aan social media te linken. Ik deed nieuwe contacten op via sociale media die zakenpartner of opdrachtgever werden. Of vrienden. Ik kwam via social media weer in contact met oude contacten die werk bij me stalden. Ik kan de mensen die ik nodig heb veel makkelijker bereiken via social media dan op een andere manier, omdat de drempel onvoorstelbaar laag is. Ik kan reclame maken voor mijn boeken en andere activiteiten via social media. Ik kan me laten inspireren door het aanbod van nieuws op social media.

Ik <3 social media.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen: mijn vrouw <3 social media niet. Zij mag zelfs soms een beetje afgeven op mijn verslaving aan social media, die vroeger een verslaving aan kranten, tijdschriften en televisie was, trouwens. Vroeger was ze boekhouder, dus als ik omzetcijfers en hun herkomst noem, houdt ze meestal wel weer op.

Wat dit alles te maken heeft met bedreigingen? Met schelden? Met haters? Met gekkies? Met stalkers?

Nou, helemaal niks!

En dat is precies mijn punt. Je zet social media in zoals jij dat wilt. Of niet. Mij wordt door mijn zoons geadviseerd niet te gaan vloggen (iets met leeftijd). En zelf vind ik mezelf weer net een tikkeltje te volwassen om #lovemylife #beach #summer #aftersun #music #woodstock #joenit #hotsummer #sunset #wine #cocktail en #love bij een lullige foto van het strand van Bloemendaal op een Instagram-account te gooien. Dus ik vlog niet en doe niks op Instagram (tot ik iets bedacht heb dat ik leuk vind en dat lucratief is, maar dat is een geheimpje tussen u en mij).

Felicitaties die je krijgt omdat Facebook je verjaardag in een lijstje zet? Prima toch!

Persoonlijk zie ik social media in eerste instantie als media die mij helpen bij mijn werk en als koffieautomaat. En tegen een beetje sociaal gedoe heb ik als halve kluizenaar niks. Felicitaties die je krijgt omdat Facebook je verjaardag in een lijstje zet? Prima toch!

En ja, die felicitaties met werkjubilea die je van LinkedIn krijgt zijn voor zzp’ers met twintig niet op inactief gezette opdrachtgevers weleens irritant, omdat je stiekem zou kunnen denken dat degenen die ze sturen dat eerder deden vanwege een Parkinson-vinger dan doordat ze je oprecht wilden feliciteren. Soit.

Eén ding heeft me al die jaren wel tegengestaan aan social media, vooral Facebook: zieke honden. En dan bedoel ik niet Breedvelden, Van Joles of Kuitenbrouwers, maar van die blaffende viervoeters. Sowieso ben ik een kattenmens, maar de wijze waarop mensen die ik verder volstrekt serieus neem opeens Florence Nightingale en meneer pastoor tegelijk gingen uithangen als er iemand met een ziek beest (of erger) geestelijk verzorgd moest worden, heeft bij mij altijd voor een wat meewarige blik gezorgd.

Het wil er bij mij gewoon niet in dat een dier voor sommige mensen hetzelfde is als een kind.

Neemt u mij dat maar niet kwalijk; het zal een constructiefoutje zijn.

Een stortvloed aan emoticons en condoleances en ook uitgebreider reacties, die in het pre-social media-tijdperk onmogelijk zou zijn geweest

En laat ik eerlijk zijn. Op 10 juni meldde ik op mijn persoonlijke weblog ‘Briefje van Jan’ dat ik wegens het overlijden van mijn moeder een dag eerder tot en met 16 juni zou verzaken met de briefjes, die 365 keer per jaar horen te verschijnen. Daarop ontving ik via social media een stortvloed aan emoticons en condoleances en ook uitgebreider reacties, die in het pre-social media-tijdperk onmogelijk zou zijn geweest. Ik vond dat hartverwarmend. En ging er opeens mild van schrijven.

Al die reacties…

Letterlijk: een paar duizend!

En maar één negatieve; van een hater.

Die was ik bij een eerder rondje ‘muten’ blijkbaar vergeten, maar dat is alsnog opgelost.

Social media de straat, met goot, afvoerputjes en onderliggend riool?

Niet in mijn wereld, mensen.

Enne… handen af van Eussie, Fleurtje en Chrissie. Anders weet ik je te vinden!