Ricardo werd in september in het oosten van Syrië ontvoerd. Sindsdien is niets meer van hem vernomen.

STEUN RO

Ricardo werd vorig jaar mei voor het eerst ontvoerd. Gelukkig beschikte hij over uitstekende contacten onder de rebellen in Aleppo. Zij deden een goed woordje voor hem en na een week lieten de islamitische strijders hem gaan. In september ging Ricardo terug naar Syrië. Naar Deir el Zor dit maal. Een week later werd hij opnieuw ontvoerd en sindsdien is niets meer van hem vernomen.

Waarom ging hij in godsnaam terug? Dat vragen wij, vrienden in Beiroet, ons ook af. Ricardo Garcia-Vilanova is geen beginner. Hij is een ervaren fotograaf en cameraman die voor vorig jaar nog de prestigieuze Rory Peck Award won voor zijn werk in de Libische burgeroorlog. Gedurende de Syrische burgeroorlog verbleef hij bijna 8 maanden in Aleppo, meer dan wie ook.  

Er zijn, helaas, nogal wat journalisten die denken dat zonder hen de wereld stopt met draaien

Toch is Ricardo geen cowboy. Hij doet geen (te) gekke dingen, en is een ontzettend aardige gozer. Er zijn, helaas, nogal wat journalisten die denken dat zonder hen de wereld stopt met draaien, en die het alleen over maar zichzelf kunnen hebben. Ricardo is echter de rust zelve en zeer bescheiden. Als je hem niet naar zijn werk vraagt, zal hij er niet over beginnen.

Het is ook niet zo dat hij zijn eerste ontvoering onderschatte. Integendeel. In Aleppo deelde hij een piepklein kamertje met een matras en een TL lamp. Het was er op het eerste gezicht schoon, vertelde hij later in Beiroet. Maar toen hij goed keek, ontdekte hij bloedsporen op de muur. Hij werd dagelijks geblindoekt verhoord en zag zijn ontvoerders dus nooit.

De andere gevangenen in het gebouw hoorde hij slechts. Ook hoorde hij soms geweerschoten. Hij werd niet gemarteld of mishandeld. Het was vooral geestelijk erg zwaar, zei hij, omdat je niet weet waarom en voor hoe lang je vast zit en omdat elke dag je laatste kan zijn. Ricardo is niet snel bang, maar hij gaf toe dat hij op een zeker moment dacht dat hij er geweest was.

Hoewel hij zich stoer hield, had de ontvoering hem wel degelijk geraakt

Juist toen hij begon te denken aan een poging tot ontsnappen, werd hij vrijgelaten. Hij kreeg zelfs al zijn camera’s terug. Hij verliet Syrië en bracht vervolgens enkele maanden in Beiroet en Barcelona door. Hoewel hij zich stoer hield, had de ontvoering hem wel degelijk geraakt. En hij wist dondersgoed dat hij ongelooflijk veel geluk had gehad: de meeste ontvoerden  komen er niet zo makkelijk van af. Vaak moeten er miljoenen worden betaald.

Waarom ging hij dan toch terug? Om verschillende redenen. Allereerst: hij is nu eenmaal een oorlogsjournalist. Dat is wat hij doet, wat hij goed doet, en er moet ook brood op de plank. Een voorstel van de Spaanse krant El Mundo om samen met zijn vriend, de gelouterde journalist Javier Espinoza, twee weken naar Syrië te gaan, kon hij niet zomaar naast zich neer leggen.

Daarbij komt dat de oorlog in zijn bloed is gaan zitten. Of, zoals hij zelf zegt, na twee weken Barcelona verveelde hij zich dood en snakte hij naar Aleppo. Of op zijn minst Beiroet. Tot slot vond Ricardo Aleppo in september te gevaarlijk geworden, maar dacht hij dat Deir el Zor nog wel te doen was. Niet dus.

Een paar dagen voor zijn ontvoering belde hij nog. Hij klaagde dat het moeilijk werken was in het oosten van Syrië. Het stadje Deir el Zor stond nog onder controle van het verdampte Vrije Syrische Leger (VSL), maar het platteland was volledig in handen van de aan Al Qaeda gelieerde Islamitische Staat voor Irak en (Groot) Syrië (ISIS), de militair machtigste onder de tientallen rebellengroepen in Syrië. ISIS bestaat uit enkele duizenden radicale soenieten van overal en nergens, voor wie de toekomst van zowel Syrië als Irak terug reikt naar de 7e eeuw.

Daarbij komt dat zij levend veel meer waard zijn dan dood

Het slechte nieuws is dat zij Ricardo en Javier hebben ontvoerd en, vermoedelijk, naar Raqqa hebben over gebracht. Het goede nieuws is dat El Mundo achter de schermen werkt aan hun vrijlating, al verloopt dat vooralsnog allesbehalve soepel. Aanvankelijk werden wij, vrienden en collega’s, verzocht niets over de ontvoering naar buiten te brengen. Dat zou de onderhandelingen kunnen belemmeren. Maar omdat die tot niets leidden, werd in december alsnog de openbaarheid gezocht.

Op het moment heeft ISIS wel andere zorgen dan het lot van twee Spaanse journalisten en de ongetwijfeld talloze andere ontvoerden onder haar hoede. Wij vermoeden dat Ricardo en Javier nog in leven zijn, al is het maar omdat niemand van hun dood heeft vernomen. Daarbij komt dat zij levend veel meer waard zijn dan dood, en dat zelfs een extremistische organisatie als ISIS niet helemaal achterlijk is.

Dat is de ijdele hoop waar wij ons aan vast houden. Maar wat doen nu al vier maanden (eenzame) opsluiting met iemands mentale gesteldheid? Wel nu, daar denken wij voorlopig liever niet aan…

 

Peter Speetjens (1967) woont sinds 1996 in Beiroet. Hij was correspondent voor Trouw en De Standaard, en publiceerde verhalen in onder andere De Groene Amsterdammer, NRC en Vrij Nederland. In 2004Πco-regiseerde hij de film 2000 Terrorists. Peter schrijft vooral over Libanon, de regio en de manier waarop zij gestalte krijgt in de media.