Violist Nigel Kennedy bokst zich met woord en muziek door zijn leven.

STEUN RO

De Britse violist Nigel Kennedy (1957) speelde zich in 1989 de sporten van de populaire hitladders op met zijn ‘punk’ verpakking van Vivaldi’s The Four Seasons (Le Quattro Stagioni). Zijn onorthodoxe aanpak viel niet overal even goed, ook niet bij de destijds behoudende muziekpers in Nederland. Zo was er het botte bijltje van een criticus die in een groot landelijk dagblad de violist (“een virus”) op grond van uiterlijkheden noemde als uithangbord van “de volkse kringen van pop, punk en rap”, tegenover cellist Yo-Yo Ma, die de taal van “het betere publiek” zou bezigen. En in Engeland omschreef John Drummond van BBC Radio 3 Kennedy als “een Liberace voor de jaren negentig” en bekritiseerde en passant zijn “belachelijke” kleding en “zelfbedachte accent”.

Ruim dertig jaar later maakt niemand zich nog echt druk of een klassieke musicus nog wel als zodanig ‘herkenbaar’ is. De grenzen tussen klassieke en niet-klassieke muziek zijn sowieso diffuus geworden.

Wat Nigel Kennedy sinds zijn succesvolle entree deed is teveel om op te noemen. Drie jaar na The Four Seasons, in 1992, kondigde hij aan te stoppen met klassieke muziek. In dezelfde periode werkte hij met de Engelse singer-songwriter en multi-instrumentalist Stephen Duffy (o.a. Duran Duran) aan het album Music in Colours. In 1993 nam hij een cover op van Jimi Hendrix’ Fire voor het album Stone Free: A Tribute to Jimi Hendrix en in 1999 verscheen van The Kennedy Experience een album met geïmproviseerde opnamen gebaseerd op composities van Hendrix. Tussendoor was de violist onder andere als gastmuzikant te horen op Robert Plant’s solo-album Fate of Nations in het nummer Calling to you.

In 2000 bundelde de violist de krachten met Killing Joke’s Jaz Coleman voor Riders on the Storm: The Doors Concerto, een album met orkestrale uitvoeringen van Doors-nummers als Strange Days, LA Woman, The End en natuurlijk Riders on the Storm. In november van datzelfde jaar stond Kennedy met een andere legendarische rockband, The Who, op het podium van The Royal Albert Hall, als solist in het nummer Baba O’Riley. Hij was te horen met Kate Bush en Sarah Brightman en speelde klezmer met de Poolse jazzformatie Kroke. Eind 2005 nam Kennedy een eerste album op voor het Blue Note jazzlabel, met Ron Carter op contrabas, Jack DeJohnette op drums en saxofonist Joe Lovano.

De Proms zagen Kennedy in 2008 terug na een afwezigheid van 21 jaar, met Elgar’s Vioolconcert en een late-night Prom met het Nigel Kennedy Quintet. Hij werd artistiek leider van het Polish Chamber Orchestra en richtte in 2010 het Orchestra of Life op, een ensemble van (ook weer) voornamelijk Poolse musici. Nigel Kennedy is getrouwd met de Poolse actrice Agnieszka née Chowniec.

Comeback met relletje

In 2013 keerde Nigel Kennedy opnieuw terug naar de Proms met een bijzondere uitvoering van The Four Seasons met daarin Arabische elementen, uitgevoerd door een groep jonge Palestijnse muzikanten, de Palestine Strings van het Edward Said Conservatory of Music, en het Orchestra of Life. Er was nog een relletje, omdat BBC4 de opmerkingen van de violist over apartheid (hij noemde geen land, maar zou op Israël hebben gedoeld) uit de televisie-uitzending sneed.

Nigel Kennedy publiceerde al in 1992 een autobiografie: Always Playing. Dertig jaar later is er zijn tweede boek: Uncensored. Het is ook de titel van een 3CD compilatie, samengesteld door de violist zelf. Het boekje bij de CD’s bevat fragmenten uit zijn boek, dat geen autobiografie is, maar een turbulente trip door de vierenzestig jaren van Nigel Kennedy.

Die trip begint op een koud balkon in Brighton en voert vervolgens langs de Yehudi Menuhin School en de bekende New Yorkse Juilliard School, verschillende concertzalen en opnamestudio’s, politiekorpsen over de hele wereld, de voetbalclub Aston Villa uit Birmingham waar Nigel een groot fan van is, en klassieke muziek zoals ze (opnieuw) door hemzelf werd gedefinieerd. Het geheel is gelardeerd met Nigel Kennedy’s opmerkingen en anekdotes over boksen (!), componeren, Vivaldi, violen en nog veel meer, allemaal verteld op zijn eigen karakteristieke manier.

De CD-compilatie Uncensored vangt aan met stukjes Spring (Adagio) en Summer (Adagio, Presto) uit het werk waarmee Nigel Kennedy voor het eerst bij een groot publiek bekend werd, Vivaldi’s The Four Seasons, uitgevoerd met het English Chamber Orchestra. Er zijn honderden opnamen van deze muzikale seizoensbriefkaarten van Vivaldi op de markt en velen daarvan ontlopen elkaar nauwelijks in kwaliteit. Nigel Kennedy voegde indertijd als violist, behalve misschien zijn brutaliteit, ook niet wezenlijk iets toe. Dat neemt niet weg dat zijn hartstochtelijke aanpak en instrumentale expressie nog altijd staan. Hij gaat er vol dynamiek onstuimig tegenaan en voegt een soort spanning toe die onderhuids borrelt en broeit.

Nigel Kennedy blijft bij Vivaldi in het meditatieve tweede deel Larghetto e spiritoso van Concerto for Two Violins ‘Per eco in lontano’, met naast hemzelf op viool Daniel Stabrawa en leden van de Berliner Philharmoniker. Het Vivaldi deel van Uncensored wordt afgesloten met het Allegro uit diens Violin Concerto in A minor. CD 1 bevat verder van Bach het tweede deel Andante uit Violin Concerto No. 1 in A minor en uit Concerto for Two Violins in D minor de delen Largo ma non tanto en Allegro. CD 1 eindigt met Violin Concerto No. 1 in G minor van Bruch.

CD 2 gaat van start met een sublieme Romanza (Andante) uit Violin Concerto in A major van Karlowicz door het Polish Chamber Orchestra en vervolgt met de eerste twee delen, Allegro en Andante, van die andere topper uit het succesleven van Nigel Kennedy, Violin Concerto in B minor van Elgar door het London Philharmonic Orchestra. Dit orkest is vervolgens ook te horen in het derde deel Allegro giocoso, ma non troppo vivace uit Violin Concerto in D major van Johannes Brahms. Waarna het Polish Chamber Orchestra terugkeert in Larghetto en Rondo uit Violin Concerto In D major van Ludwig van Beethoven.

CD 3 onderscheidt zich van de eerste twee schijfjes en richt zich op de niet-klassieke kanten van Nigel Kennedy. Opener is het nummer From Adam to Eve uit 1993, mede gecomponeerd door Kennedy’s toenmalige, Amerikaanse geliefde Brix Smith (eerder gitariste bij post-punk band The Fall) en met een fraaie falset gezongen door Stephen Duffy. Het prachtig weemoedige Fallen Forest is een compositie van Nigel Kennedy en laat, met als een kettingzaag klinkende noise die door het nummer speelt, geen twijfel over de activistische bedoelingen van de maker. Via Duke Ellington en Come Sunday, met indringende solo’s van Kennedy zelf en Alec Dankworth op contrabas, belanden we bij een volgende Kennedy compositie: Stranger in a Strange Land. De violist laat hier horen ook in jazz op topniveau te kunnen acteren, bijgestaan door ondermeer Kenny Werner op piano en JD Allen op tenorsaxofoon. Dan volgen Gershwins The Man I love en Kennedy’s eigen Nice Bottle of Beaujolais, Innit? In het schurende Breathing Stone doen bekende popmusici mee als bassist Pino Palladino en drummer Manu Katché evenals de in 2016 overleden Braziliaanse percussionist Naná Vasconcelos. De laatste is ook weer van de partij in het kwijnende Soleil levant sur la Seine.

En dan: Riverman, van Nick Drake, een van de belangrijkste singer-songwriters van de twintigste eeuw. Een nummer waar je eigenlijk vanaf moet blijven. Maar het Nigel Kennedy Quintet en zanger Boy George doen de in 1974 door een overdosis antidepressiva overleden Nicholas Rodney Drake hier meer dan recht met een uitvoering die de tranen naar je ogen brengt, zo prachtig. Een geweldige afsluiter.

Nigel Kennedy – Uncensored (Warner Classics)

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Ex-muziekjournalist. Ruilde in de jaren 90 redactiestoel muziekblad OOR in voor een hangmat in de Amazone.