Het dagelijkse onderwijs in Nederland dreigt een strijd tussen politieke kampen te worden. Met gevaar voor escalatie en radicalisering in de klas. Dat eerder dit jaar Forum voor Democratie met het meldpunt Indoctrinatie op scholen en universiteiten kwam, zorgt in het nieuwe schooljaar nog steeds voor onrust. Zo vreest Ron Bormans, bestuursvoorzitter van Hogeschool Rotterdam, dat het verdacht maken van leraren voor onveiligheid in de klas kan zorgen. Hoogleraar Inlichtingenstudies Paul Abels waarschuwt voor onderschatting van extremisme in het onderwijs. Abels hekelt in deze longread het onvermogen van scholen om radicalisering voortkomend uit polarisatie en politiek ongeduld te herkennen.

STEUN RO

‘We gaan u aangeven bij het meldpunt van Forum voor Democratie!‘ Twee 4-vwo -leerlingen van de Goudse Scholengemeenschap brachten die boodschap afgelopen voorjaar aan hun filosofiedocent Dennis de Gruijter. Aanleiding: een BBC-filmpje over de actuele stand van zaken in Amerika dat de docent in de les had laten zien. De maker van deze video koppelde de opkomst van Donald Trump aan de kennisleer van Plato: dat mensen hun vrijheden soms moe zijn waardoor ze kiezen voor een man met de grootste bek, een man die uit de elite voortkomt maar die ook tegen de elite is. De Gruijter: ,,Het leek mij aardig om in de les na te gaan hoe je Trump zou kunnen gebruiken als casestudy voor waar Plato 2500 jaar geleden over schreef, met de nadruk op kúnnen.’’ Hoewel de docent stimuleerde dat alle gezichtspunten daarbij mogelijk zijn, kwamen twee van zijn leerlingen met de beschuldiging van linkse Indoctrinatie want dit was anti-Trump. De Gruijter vertelt het met een glimlach; hij betwijfelt of de leerlingen ook echt aangifte hebben gedaan. Niettemin de nasleep van deze filosofieles illustreert hoe polarisatie in het onderwijs aanwezig is. Niet langer discussiëren maar in plaats daarvan dreigen je opponent monddood te maken.

Ophef om ‘De Nieuwe Schoolstrijd’

Bovenstaand voorbeeld roept allereerst de vraag op: houden docenten rekening met het door nieuwe conservatieve politici aangewakkerde wantrouwen in het onderwijs? Hoe om te gaan met kritiek uit illiberale populistische hoek op je lessen? Vooral als deze kritiek feitenvrij is, of voornamelijk gefundeerd op het weglaten van cruciale aspecten. En –niet minder belangrijk – hoe zit dat met andere politieke stromingen en religies die hun invloed op het onderwijs zo duidelijk opeisen? In hoeverre kan je als docent rekening houden met al die uiteenlopende meningen wanneer het klimaat of het slavernijverleden tot de lesstof hoort? Hoe te handelen wanneer een leerling vatbaar blijkt voor de radicale islam of voor ridicule theorieën dat de aarde in werkelijkheid plat is?

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je onderaan een kleine bijdrage doen, zodat we dit soort artikelen kunnen blijven schrijven

Eerder dit jaar lanceerde het wetenschappelijk bureau van Forum voor Democratie (FvD) een meldpunt voor ‘indoctrinatie op scholen en universiteiten.’ De lancering van deze ‘kliklijn’ zorgde voor de nodige ophef. Een aantal docenten startte een tegenactie door zichzelf ‘vrijwillig’ aan te geven bij het meldpunt. Zo’n 1500 wetenschappers ondertekenen een open brief waarin ze protesteren tegen het meldpunt en ‘een Nieuwe Schoolstrijd’. De gemeente Amsterdam lanceert als een reactie tegen het meldpunt een ‘complimentenmeldpunt’ waar iedereen zijn favoriete leraar kon doorgeven.  De politiek laat zich eveneens niet onbetuigd: onderwijsminister Engelshoven (D66) sprak haar afschuw uit, minister Slob noemde het meldpunt een ‘moderne schandpaal’ en premier Rutte (VVD) noemde het meldpunt ‘een bizar idee’. Privacywaakhond, Autoriteit Persoonsgegevens, veroordeelde het initiatief om docenten aan te geven en eiste begin april opheldering van de partij van Baudet.

‘Vrij heftig’ zo kwam het meldpunt binnen bij geschiedenisleraar Niels Minnaard uit Bergen op Zoom. ,,Ik dacht gelijk aan de NSB.’’ Marcel Mooijman, coördinator maatschappijleer op de Hogeschool Rotterdam, moest juist lachen. ,,Wat een gemakkelijke publiciteitsstunt van FvD.’’ Mooijman vindt dat de partij van Thierry Baudet volledig de plank missloeg om politiek vooringenomen docenten aan te geven. ,, Stél, stél nou eens dat er echt al jarenlang sprake zou zijn van structurele linkse indoctrinatie door ons als docenten, hoe verklaar je dan dat zoveel jongeren rechts zijn gaan stemmen?’’

De Algemene Onderwijsbond (Aob) distantieerde zich snel van het meldpunt dat uiteindelijk bewijs voor politieke indoctrinatie door docenten moet opleveren. De AOb noemde de vermeende indoctrinatie ‘geneuzel’ waar verder geen woorden aan vuil moesten worden gemaakt. Hoe dan ook, FvD raakte bij monde van Baudet een gevoelige snaar door NRC te laten optekenen dat linkse activisten naast journalistiek en wetenschap ook ons onderwijs hebben ‘geïnfiltreerd.’ En die schoolstrijd te omschrijven met de woorden: “Wij moeten, heel langzaam, achter al die bureautjes onze mensen zien te krijgen.”

Nieuw is de kritiek op het ‘linkse’ onderwijs niet, wel nieuw is dat een politieke partij met een indoctrinatiemeldpunt komt en direct leerlingen en studenten oproept tot actie. We spraken docent Minnaard omdat hij naast zijn baan als docent ook actief is voor de SP. Voor hem staat vast dat hij zijn politieke activiteiten makkelijk kan scheiden van zijn rol als docent: ,,Raadsleden kunnen prima voor de klas staan. Onze minister-president doet dat ook. Rutte is net als ik historicus. Ik verwacht dat hij zijn leerlingen bijbrengt hoe je kritisch kunt nadenken en later zelf een politieke keuze maakt. Of dat nu een linkse of rechtse keuze is maakt mij als docent niets uit.’’

De Goudse docent filosofie gaat bewust een stapje verder. Hij steekt op social media zijn mening niet onder stoelen of banken. Op Twitter kiest hij onder de naam @Goudasoof duidelijk de aanval op mensen die in het onderwijs overal aanwijzingen voor cultuurmarxisme zien. Uit zijn tijdlijn valt ook te halen dat hij FvD zeer kritisch volgt. Of de Goudasoof er rekening mee houdt dat hij ook voor de klas staat? ,,Nee, maar ik rechtvaardig mijn twittergedrag naar mijn leidinggevende met een beroep op de Duitse filosoof Kant: ik heb een privé en een publieke rede. Als ik voor de klas sta dan doe ik wat de school vraagt en daar buiten moet ik als publiek persoon gewoon mijn eigen ideeën uiten.‘’

Inclusiviteit en oikofobie

Als we afgaan op de denkbeelden van populistische partijen over klimaat of de vaderlandse geschiedenis, dan valt al snel op dat deze op gespannen voet staan met de gangbare lesstof.  Chargerend zien deze partijen de Nederlandse geschiedenis vooral als één periode die na de Gouden Eeuw eigenlijk vooral in verval is geraakt. De verhitte discussie over het minder fraaie koloniale Nederlandse verleden zou zelfs tot oikofobie, zelfhaat, leidden. Een breed gedeeld verwijt aan de kopstukken van populistisch rechts is dat ze weinig wetenschappelijke en voornamelijk provocerende eenzijdige stellingen poneren. Meer en meer sijpelen deze opvattingen via leerlingen en studenten ook het klaslokaal in. Een belangrijke vraag is dan ook hoe om te gaan met opvattingen die schuren met de reguliere lesstof? Ron Bormans is bestuursvoorzitter van Hogeschool Rotterdam. Bormans heeft als het om het klimaat gaat een duidelijke mening over hoe je daar op school mee omgaat. ,,Het is objectief in de klas uit te leggen dat er opwarming van de aarde is. Het is een feit, door wetenschappers aangetoond. Dat een politieke partij daar anders over denkt, verandert er niets aan.’’ Waarmee Bormans overigens niet wil zeggen dat er voor opvattingen van FvD en PVV geen plek is op zijn school. Bormans noemt dan het woord ‘inclusiviteit’, een veel gebruikt begrip door mensen uit het onderwijs.

Toch is er bij de docenten die we spreken ook kritiek op de lesinhoud. De Rotterdamse HBO-docent Mooijman ergert zich aan veel lesboeken die dagelijks in het voortgezet onderwijs worden gebruikt. ,,Uit de jaren zeventig en tachtig daterende en sturende lesstof. Echt heel erg treurige boekjes.’’ Mooijman noemt als voorbeeld dat er dan staat dat liberale partijen voor inkomensongelijkheid zijn en sociaaldemocraten opkomen voor achtergestelde mensen. ,,Dat is een kleuring van heb ik jou daar. Een liberaal zou nu zeggen dat hij juist achterstanden weg wil werken. Wij hopen onze studenten dan ook mee te geven dat ze straks voor de klas die schoolboekjes kunnen aanvullen.‘’

Terugkrabbelen maar ook doorgaan met het meldpunt

Na een flinke overwinning bij de Provinciale Statenverkiezingen en in de startblokken voor collegeonderhandelingen, bracht FvD nuances aan op de Renaissance-site. De critici hadden het meldpunt ‘niet goed begrepen.’ De partij had niet opgeroepen tot filmen van leraren en er zou door FvD geen bestand met verdachte leraren worden aangelegd. Niettemin bleef FvD beweren dat leerlingen in het voortgezet onderwijs zich onvrij voelen: ze zouden niet tegen de linkse mores op school in durven gaan. Het Renaissance Instituut suggereert via de website tot op de dag van vandaag dit ‘wetenschappelijk ‘ te willen onderzoeken. Leerlingen worden nu schooljaar 2019-2020 al een paar weken op gang is nog steeds gevraagd ‘bewijzen’ te sturen naar schoolstrijd@fvd.nl Bewijzen van ‘politiek gekleurde examenvragen, eenzijdige lesboeken, oikofobe projecten en partijdige docenten.’

Deze oproep staat begin september nog steeds op www.renaissanceinstituut.nl.  In april zorgde FvD voor verwarring met de mededeling dat het onderzoek wordt opgeschort. Het is dan ook vooral onduidelijk wat de staat van het meldpunt nu is. Een woordvoerder van het Renaissance Instituut laat 10 september weten dat zolang de Autoriteit Persoonsgegevens het indoctrinatiemeldpunt onderzoekt er geen communicatie over het onderwerp gedaan wordt. Dat de oproep nog steeds op de site staat was het wetenschappelijk instituut van FvD ontgaan. Wel of geen meldpunt, het doet er eigenlijk niet zoveel toe. Het onderwerp indoctrinatie is door Baudet en de Leidse hoogleraar, voorzitter van het Renaissance Instituut en FvD-Eerste Kamerlid Paul Cliteur een half jaar geleden wel op de kaart gezet.

Het kan erger

Zoals gezegd: de discussie over doorgeschoten links onderwijs is niet nieuw. Wieger Bakker, ooit één van de oprichters van de Barneveldse PPR, houdt zich nu als hoogleraar in Utrecht bezig met de kwaliteit van hoger onderwijs. Hij brengt zijn studententijd vanaf 1978 in herinnering. ,,Dat was soms heftig. Radicaal linkse partijen, zoals de CPN en de ‘Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland’ waren in mijn faculteit sterk aanwezig. Ze vormden daar eigen regimes vertelt Bakker. ,,Je kon er zelfs als student voor een tribunaal worden geroepen om je te verantwoorden voor je keuzes.’’ Deze radicaal linkse groeperingen bestonden uit studenten en docenten die gaandeweg ook meer bestuurlijke invloed kregen. ,,Dat was van een veel grotere ideologische hardheid dan wat je tegenwoordig in het onderwijs tegenkomt‘’, aldus Bakker.

Sinds enkele jaren leeft de discussie over de politieke diversiteit binnen ons onderwijs opnieuw op. Vooral vanuit de rechterflanken van het politiek spectrum wordt steeds indringender de suggestie gewekt dat hier sprake is van een ‘links’ probleem. In 2016 eiste het PVV-kamerlid Beertema het ontslag van een Tilburgse hoogleraar en voorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur nadat deze kritiek had geuit op Wilders. Begin 2017 kwam VVD-kamerlid Pieter Duisenberg, inmiddels voorzitter van de koepel van Nederlandse Universiteiten (VSNU), in het nieuws met zijn voorstel om te onderzoeken of er sprake is van politieke (zelf)censuur aan de Nederlandse universiteiten. In juni 2018 probeert Beertema het opnieuw met een verzoek om een meldpunt in te richten en een ombudsman aan te stellen om de academische vrijheid te bewaken. In de motie wordt gesproken over ‘fnuikende politieke vooringenomenheid’ en ‘bestuursdwang, het belemmeren van doorgroei in de carrière, van laster en zelfs van intimidatie’ in het wetenschappelijk onderwijs.

Waar de rechterflank in de Tweede Kamer aanvankelijk de Nederlandse universiteiten beschuldigde van ‘links’ onderwijs, richt FvD met haar leuze ‘de Nieuwe Schoolstrijd: meldpunt indoctrinatie op scholen & universiteiten’ de pijlen duidelijk op het hele onderwijsstelsel. Bormans vindt het zorgelijk. De voorzichtige houding van de AOb vindt de Rotterdamse hogeschoolbestuurder dan ook ‘onverstandig. Om het te negeren is volgens Bormans een ‘dramatische vergissing’. Het maakt hem fel. ,,Natuurlijk willen ze bij FvD niks concreets met het meldpunt, maar ze zijn er op uit het onderwijs in een bepaalde hoek neer te zetten. Dat moeten we niet willen. Het is een angstaanjagende gedachte en zo’n kliksysteem is pedagogisch en didactisch heel bedenkelijk en creëert onnodig onveiligheid in de klas.’’

Baudet: man uit het onderwijs

De opgelaaide discussie over indoctrinerend onderwijs dat ten koste zou gaan van de diversiteit op scholen en universiteiten roept uiteraard de vraag op hoe de politieke kleur is van lesgevend Nederland? Hier zijn geen duidelijke gegevens over. Een peiling afgelopen februari onder de achterban van de AOb geeft wel aan dat een derde op GroenLinks stemt. Overigens is een meerderheid van onderwijzend Nederland niet lid van de vakbond.

Kijkend naar FvD politici op de kandidatenlijsten voor de provinciale verkiezingen valt op dat naast veel consultants er in het hele land veel mensen op terug te vinden zijn met een professionele onderwijsachtergrond. Onder meer een oud-leraar Duits uit Waalwijk, een theologiedocente uit Culemborg, een directeur van een basisschool uit Nijverdal, een promovenda geneeskunde aan de Vrije Universiteit en een leraar maatschappijleer in Noord-Holland. Bakker: ,,Baudet komt zelf uit de academische wereld. En zijn grote leermeester Paul Cliteur, daar zat ik samen mee in de redactie van ‘Beleid en Maatschappij.’ Een interessante man. Een rechtse denker. Ook al ben ik het niet altijd met hem eens, is het goed dat zijn geluid ook in het debat klinkt.’’

Niels Minnaard staat inmiddels niet meer voor de klas. Hij heeft na de zomer zijn baan als geschiedenisdocent aan de Isaac Beeckman Academie in het Zeeuwse Kapelle omgeruild voor een baan in de Tweede Kamer. Minnaard werkt nu als fractie-assistent voor SP-Tweede Kamerlid Sandra Beckerman. Hij snapt dat deze overgang door conservatieve criticasters weer als bewijs zal worden gezien van links onderwijs. De SP-er vraagt zich af of leerkrachten overwegend links zijn. ,,Net als andere mensen zijn veel docenten daar helemaal niet mee bezig. Er zijn helemaal niet zoveel leerkrachten politiek actief. Ook mijn collega’s op school in Kapelle en daarvoor in Ossendrecht waren dat niet.’’ Onderwijs is volgens Minnaard niet per se links. Wel gericht op samenwerking, conflictoplossing. ,,Zijn dat nou elementen die duiden op een links klimaat? Een schooltje is gewoon een mini-samenleving, waar mensen heel verschillend denken.’’

Voorstel tot afschaffen d’s en t’s zorgt voor bedreiging

Bormans heeft er geen bezwaar tegen wanneer docenten van Hogeschool Rotterdam openlijk hun politieke kleur bekennen. ,,Natuurlijk is het geen probleem als een docent van deze school ook voor FvD, of welke andere politieke partij actief is.’’ Alles kan, zo lang de docenten wat Bormans ‘de basale waarden’ noemt blijven accepteren en deze ook uitdragen in de klas. Denk aan respect hebben voor de wet en democratie en andere meningen. Daarnaast vertrouwt Bormans erop dat medewerkers van deze Rotterdamse hogeschool feit en fictie kunnen scheiden. ,,Met een docent aardrijkskunde die openlijk bestrijdt dat de aarde opwarmt zou ik bijvoorbeeld wel een gesprek voeren.‘’

Bormans maakt zich grote zorgen over polarisering in het onderwijs, hoe de heftigheid van het debat ook het reilen en zeilen rondom de Nederlandse klaslokalen beïnvloedt. ,,De druk op docenten is daardoor zeker toegenomen. Iedereen wil gelijk hebben. Ook de impact van sociale media is daarbij enorm voelbaar.’’ Bormans geeft als voorbeeld een docent van Hogeschool Rotterdam die een conferentie had georganiseerd over de toekomst van de Nederlandse taal. ,,Een stelling daar was dat fouten in de d’s en t’s zouden kunnen worden afgeschaft. Ik denk daar zelf anders over maar dat maakt niet uit, het levert een interessant debat op. Wat voor krachten er tijdens en na de conferentie vrij komen: beledigende teksten van twitteraars, van mensen die de behoefte voelen om overal Nederlandse vlaggetjes bij te plaatsen. Voor een docent die dat met goede bedoelingen had georganiseerd is dat enorm heftig.’’

Ook De Gruijter ervaart soms heftigheid in het debat. ,,Op Twitter word je dan bedreigd. Zo van: ‘ik kom wel een keer bij je langs’. Vaak vanuit een accountje zonder hoofd! Ik schrik daar niet van. Valt niet in dezelfde categorie als hoe zo iemand als Sylvana Simons voortdurend wordt aangevallen.’’

Dekoloniseren van lesstof zorgt ook voor polarisatie

Opleiders moeten als het gaat om afwijkende opvattingen er volgens Bormans van doordrongen zijn dat er spelregels zijn, de al eerder genoemde ‘basale waarden.’ ,,Ook als je weet dat de absolute waarheid er niet is. Ga het gesprek aan en wees niet bang voor beschuldiging van indoctrinatie.’’ De Rotterdamse bestuursvoorzitter haalt graag pedagoog en onderwijsfilosoof Gert Biesta aan, die heeft het over subjectivering, persoonsvorming. Bormans: ,,De enige normativiteit die je in het onderwijs mag, zelfs moet opdringen, is die van de ‘wetten van de methodologie’: beweringen moeten te staven zijn. Zo ook de ‘wetten van de moderne samenleving’: respectvol met elkaar omgaan, democratische waarden respecteren. Verantwoordelijkheid nemen voor het collectief.‘’

Wieger Bakker maakt zich ook zorgen om polarisatie op de universiteit en dan denkt hij niet alleen aan ‘de Nieuwe Schoolstrijd’ van FvD. Ja, je kunt volgens Bakker het meldpunt Indoctrinatie zien als één van de bedreigingen van het vrije woord. Er zijn volgens de Utrechtse hoogleraar meer geluiden die potentieel het academische debat ondermijnen. Bakker noemt het creëren van de zogeheten ‘safe spaces’, debatruimte enkel delen met gelijkgestemden. Verder noemt hij het uitsluiten van sprekers via ‘deplatforming.’ Dan is er nog een roep om het dekoloniseren van de lesstof. ,,Dat vormt net zo goed een bedreiging voor het vrije debat als het meldpunt van FvD. ‘’ Bakker noemt als voorbeeld de in gender en etniciteit gespecialiseerde hoogleraar Gloria Wekker. Wekker verder bekend van ‘Witte Onschuld’ waarin ze de Nederlandse dominante houding ten opzichte van ras bekritiseerde. ,,Op zich voegt ze een belangrijk geluid aan het debat toe. Maar als anderen dat gebruiken om andere stemmen weer tot zwijgen te brengen, dan vind ik dat fout.’’

Baat hebben bij medische experimenten Mengele

De Utrechtse hoogleraar pleit voor een ‘nieuw repertoire ‘waarmee de academische gemeenschap met extreme standpunten kan omgaan. Dat legt bloot dat medewerkers aan universiteiten nu nauwelijks in staat zijn om op polariserende geluiden te reageren. Bakker doet daarbij een opmerkelijke uitspraak. ,,De universiteit loopt altijd achter. Dat was destijds zo met de gevolgen van de opkomst van email, later met Facebook en nu met polarisering is dat niet anders. ‘’ Uit zijn woorden valt op te maken dat dat soms voor ongemakkelijke situaties zorgt. Bakker vertelt hoe hij in verlegenheid werd gebracht door een Oost-Europese student. Tijdens een discussie merkte die student op dat de Tweede Wereldoorlog verschrikkelijk was, maar dat we toch elke dag baat hebben bij de medische experimenten van Mengele. ,,Ik heb dat zo meegemaakt. Dat is dan een situatie waar je merkt dat je er geen repertoire voor hebt opgebouwd. Je kunt natuurlijk niet die student diskwalificeren. Dat is onethisch naar studenten toe. En tegelijkertijd wil je een tegengeluid laten horen.’’ De hoogleraar zegt zich er aanvankelijk geen raad mee te weten. Het was voor hem zoeken naar hoe je daar mee omgaat. ,,Als je iemand heel erg sterk in de groep gaat bevragen, dan is dat ook een manier van diskwalificeren.’’

Een eenduidige oplossing voor hoe om te gaan met extreme standpunten zoals de Mengele uitspraak heeft Bakker nu niet. ,,Je kunt het compartimentaliseren. Dat je zegt van hé, dit is buiten de orde van de groep. Je kunt ook zeggen: dit is interessant. Hoe komt het dat ik een totaal ander beeld daarvan heb dan jij?’ Dan kun je het gebruiken. Ook weer niet te lang, maar zo kun je het wel expliciet maken.’’

Polarisatie heeft geen grote impact op het dagelijkse werk van Bakker. De Utrechtse studentpopulatie is bovendien maar weinig divers waardoor polarisatie volgens hem wellicht minder herkenbaar is. De Utrechtse hoogleraar is overtuigd van de kracht van het midden waardoor je aandacht aan extremen moet beperken. Hij is daarbij geïnspireerd door de Zweedse statisticus Hans Rosling. ,,Van deze wetenschapper heb ik geleerd dat als je praat over twee uitersten, je er rekening mee moet houden dat zeker tachtig procent gewoon in het midden zit. Die uitersten zijn geen reflectie van de werkelijkheid, terwijl wel vaak alle aandacht daar naar uitgaat.’’

Westlandse school weert stagiaire met hoofddoek

Terug naar Rotterdam waar Bormans in tegenstelling tot de Utrechtse hoogleraar minder voorzichtig spreekt over polarisatie en een groot voorstander is om omstreden opvattingen van leerlingen en studenten in de klas snel bespreekbaar te maken. ,,En niet alleen bij het vak maatschappijleer. Juist niet, ook bij een vak als wiskunde moet daar ruimte voor zijn. Het is je taak als docent om maatschappelijke zaken te bespreken.’‘  Gebrek aan tijd vindt de bestuursvoorzitter van Hogeschool Rotterdam geen excuus. ,,Het is echt onzin dat daar in de les geen tijd voor is. Je kan ook prima heftige emoties over maatschappelijke ontwikkelingen in een paar minuten aan het eind van een wiskundeles behandelen.’’ Na de aanslagen in Frankrijk ging er bijvoorbeeld vanuit de leiding van Hogeschool Rotterdam meteen een mail uit naar alle docenten om daar aandacht in de lessen aan te besteden. ,,Niks hoogdravends, gewoon oppakken, dit niet negeren in de les, maar juist bespreekbaar maken.’’

De coördinator van de sectie maatschappijleer van de Hogeschool Rotterdam relativeert de zorgen over polarisatie. ,,Mijn waarneming is dat die samenleving helemaal niet polariseert.’’ Mooijman geeft zelf aan dat hij het wellicht wat te positief door een multiculturele Rotterdamse bril bekijkt. ,,Onze doelgroep in Rotterdam is heel veelkleurig. Dat is vooral leuk en fantastisch. Ik weet ‘inclusiviteit’ is een modewoord maar we willen echt uitstralen dat alle studenten erbij horen en op de meeste scholen waar ze les geven is dat ook de normaalste zaak van de wereld. Waar zit die polarisatie dan?’’ Mooijman erkent niettemin dat er in het onderwijs moeilijke onderwerpen zijn waar toekomstige docenten mee te maken krijgen. ,,Neem de emoties rondom homoseksualiteit of het Palestijns-Israëlisch conflict. Daar moeten we onze studenten meer op voorbereiden. Dat hebben we onvoldoende in de vingers.’’

Polarisering en de veiligheidsrisico’s: radicalisering

Toch loopt niet alles zo harmonieus op de Hogeschool Rotterdam. Mooijman noemt een recentelijke gebeurtenis met een stagiaire met een hoofddoek. Ze kon het docentenvak in de praktijk gaan brengen op een school in het Westland. ,,Ik ga niet zeggen welke school maar deze moslima werd daar door haar collega’s en leerlingen met de nek aangekeken. Wat doe jij hier met je hoofddoek? Echt schandalig hoe die Westlandse school haar heeft behandeld.’’ De coördinator maatschappijleer benadrukt dat dit een naar, eenmalig, incident was. Mooijman ziet verschillen op school juist als verrijking. ,,Ik ben niet naïef: alertheid is geboden maar polarisatie kan je ook keren. Dat er een veelheid aan meningen en culturele verschillen in een klaslokaal bij elkaar zijn, kun je gebruiken door het juist te omarmen. Je hoeft het niet als probleem te zien.’’

Buitenlandse inmenging Nederlands onderwijs

De Leidse hoogleraar inlichtingenstudies Paul Abels vindt dat polarisering en radicalisering meer aandacht in het onderwijs moeten krijgen. Al in 2003 publiceerde de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) een rapport over buitenlandse inmenging in het islamitisch onderwijs. Daarin stelde de dienst dat ‘de gevoeligheid van de materie’ vaak een belemmering is voor overheden om onderzoek in te stellen of om ‘openlijk uiting te geven aan hun zorg.’ De hoogleraar maakt duidelijk dat de AIVD zich sterk focust op radicaliserende activiteiten buiten het reguliere onderwijsprogramma. Dan hebben we het over weekendonderwijs en les op internaten. Abels: ,,Denk aan koranlessen. Dat is soms echt een battlefield voor krachten als buitenlandse inmenging, nepnieuws en radicalisering.’’ Landen uit de Golfstaten en Turkije proberen het onderwijs in Nederland te beïnvloeden. Net als religieuze groepen die via jongeren in Nederland een islamitische agenda willen uitvoeren.

Abels spreekt vanuit zijn functie als hoogleraar ‘Governance of Intelligence and Security Services.’ Hij heeft een achtergrond als analist bij de AIVD en daarvoor BVD. Hij vindt het niet meer dan terecht dat veiligheidsdiensten belangstelling hebben voor wat in het onderwijs gebeurt. ,,Daar zijn bij uitstek beïnvloedbare, kneedbare en zoekende burgers te vinden.’’ De diensten zijn gefocust op radicalisering van jongeren en broeden op interventiestrategieën om erger te voorkomen. Naast buitenlandse inmenging krijgt het Nederlandse onderwijs volgens Abels ook te maken met ‘hybride’ oorlogsvoering door belangengroepen. Hybride in de zin van destabiliseren door het verspreiden van fake-news, propaganda en zelfs politieke intimidatie valt niet uit te sluiten.

Goudse leerling sloot zich aan bij IS

Hoe gaan scholen nu met radicalisering om? Abels geeft aan dat ze daar onvoldoende alert op zijn. Men wil niet weten dat radicalisering ook in het onderwijs bestaat. In Rotterdam verhaalt Mooijman over een voorbeeld bij de lerarenopleiding maatschappijleer: daar kampte ze recentelijk met een student die de regels overtrad. Dat leverde volgens de coördinator maatschappijleer een gevoel van onveiligheid op bij studenten en collega’s. Mooijman: ,,We observeerden dat hij in de klas meisjes aansprak op hun kleding. Dan vond hij dat ze hun hoofddoekjes niet correct droegen. En buiten de les sprak deze student mensen frequent aan op niet-gepast religieus gedrag.’’ Deze student respecteerde duidelijk niet de basale waarden van de Rotterdamse hogeschool. Maar dit was volgens Mooijman net als de stagiaire op de Westlandse school vooral een incident. ,,Een derde heeft een migrantenachtergrond bij onze opleiding tot docent maatschappijleer. In al die jaren is het een keer fout gegaan met een student.’’

De school te Gouda waar Dennis de Gruijter filosofie geeft, kreeg eveneens te maken met radicalisering. ,,Aantal jaren geleden verliet een jongen onze school. Niet lang daarna was hij vertrokken naar IS-gebied. Niemand zag dat aankomen. Opeens was ie weg.‘’ Leerlingen die vatbaar zijn voor IS-gedachtengoed zijn volgens de filosofiedocent voornamelijk eenlingen. ,,Jongens die veel op internet zitten en daar hun inspiratie vandaan halen. Wat de dynamiek daarachter is dat weet ik ook niet ‘, stelt De Gruijter.

Abels waarschuwt voor onderschatting. Uiteraard moeten scholen alert zijn op radicale eenlingen ,,Maar voor de samenleving is de gepolariseerde en etnische tegenstelling in dit land voor de lange termijn een veel groter veiligheidsprobleem dan die lone wolf.’’ Daar krijgt het onderwijs volgens Abels steeds meer mee te maken. Van jongeren die vatbaar zijn voor de radicale islam tot en met leerlingen die extreem-rechts aanhangen. En vlak volgens Abels het politiek ongeduld over het milieu niet uit, het kan al op jonge leeftijd de vorm krijgen van extremisme. Buiten doelbewuste inmenging door allerlei groepen of landen zal de Nederlandse schoolklas steeds meer een weerspiegeling worden van de gepolariseerde samenleving. Abels: ,,Die discussie of de aarde nu wel opwarmt of niet, deze klimaatdiscussie krijg je bijvoorbeeld vol terug in de klassen. En dat vraagt nogal wat van leraren.’’

In Oldenzaal is geen radicalisering

De nadruk leggen op het midden zoals zijn Utrechtse collega Bakker doet, vindt Abels niet goed. Het neigt naar wegkijken. Want hoe bepaal je wat het midden is? Je moet de extremen volgens de hoogleraar inlichtingenstudies duidelijk noemen. ,,Het wegkijken en het negeren heeft tot op heden niets opgeleverd. Veel scholen blijven wegkijken. Ze doen alsof er geen radicalisering is.’’ Abels vertelt over een familielid die als aankomend docent geschiedenis onderzoek deed naar radicalisering op een school in Oldenzaal. Om af te studeren moest hij gevoelige zaken uit zijn scriptie schrappen. Want, zo zei de schooldirectrice, ‘radicalisering bestond niet in Oldenzaal.’ Abels: ,,Dat vind ik illustratief voor de manier waarop een aantal scholen hiermee omgaat.’’

Het familielid van Abels was overigens ervaringsdeskundige want op 15-jarige leeftijd was hij helemaal in de ban van de Nederlandse Volksunie. ,,We hebben als familie nogal in hem geïnvesteerd en hij is geschiedenis gaan studeren.’’ Het wrange is dat hoewel hij al lang afstand genomen had van het rechts-extremistische gedachtegoed, zijn verleden hem bleef achtervolgen. Juist op de school waar hij onderzoek deed naar radicalisering ontglipte hem net voor ondertekening van de arbeidsvoorwaarden een baan. Oorzaak was een opgedoken YouTube filmpje van hem als 15-jarige met kale kop en kisten. Abels trots: ,,Inmiddels geeft hij les in het speciaal onderwijs te Zwolle en hij heeft zich aangesloten bij het Radicalisation Awareness Network en waarschuwt samen met een moslimjongere op scholen voor radicalisering.’’

Ook aan Abels de vraag hoe het onderwijs zich weerbaar moet maken tegen polarisering, ongewenste politieke beïnvloeding en radicalisering? Volgens Abels is het naast stoppen met wegkijken hard nodig dat het vak burgerschapskunde op alle scholen verplichte kost wordt. ,,Dat is het allerbelangrijkste instrument dat je hebt en gaat veel verder dan maatschappijleer. Burgerschapskunde moet op elke school een belangrijk vak worden. Het is belangrijker dan wiskunde.‘’ Het is een begin, de hoogleraar weet hoe lastig het is om in de klas vandaag de dag de boel bij elkaar te houden. ,,Je kan kinderen bronnenkritiek bijbrengen, dat ze een complottheorie doorzien maar dan nog leven we in een wereld waar sommigen feiten als meningen zullen blijven zien.’’

1 plus 1 mag 3 zijn!

Duidelijk is dat polarisatie en radicalisering thema’s zijn in het Nederlands onderwijs. Bormans benadrukt wel dat we niet al te paniekerig om moeten gaan met een afwijkende mening van jongeren. ,,Je mag als student onzin verkopen! Laten we dat niet vergeten. Je mag best zeggen dat 1 plus 1 dan 3 is. Het is dan vervolgens aan de school om in gesprek te gaan en uit te leggen dat het 2 is.’’ De bestuursvoorzitter van Hogeschool Rotterdam voegt er lachend aan toe dat hij zelf de nodige onzin heeft verkondigd op jonge leeftijd. Hoewel het onderwijs voortdurend met nieuwe uitdagingen kampt blijft het provoceren door jongeren dus een vertrouwde constante.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Rob Paulussen is bestuurskundige en werkt als zelfstandig onderzoeker en adviseur voor het openbaar bestuur en hoger onderwijs. Arjan van Westen is freelance historicus en journalist.