“In onze stallen feesten de virussen”: Wetenschappers spreken al jaren voor dovemans oren.

Het blijft voor menigeen een ver-van-zijn-bed-show. De hartverscheurende filmpjes op social media en de zoveelste undercover beelden van dierenrechten-activisten uit een megastal ten spijt.

Ondanks de helse bewijzen die laten zien dat we op z’n minst met een moderne vorm van slavernij te maken hebben. Het speklapje, de oerhollandse kaas op de boterham, de melk die op basisscholen wordt uitgedeeld, moeders pittige gehaktbal, het is de doodnormaalste zaak van de wereld en vaak nog lekker ook. We zien het dierenleed dat achter het product schuilt niet – of denken er liever niet aan. Zoals we ook niet willen denken aan een stad als Amsterdam onder water. Dat zal mijn tijd wel duren, toch?

Dreiging van zoönosen

Voor ons voedsel onafhankelijk worden van de bio-industrie is als roepen in de woestijn. Helemaal wanneer de manier waarop we dieren houden ter sprake komt. Maar hoe we dieren houden, deze moderne slavernij, heeft niet alleen impact op de gezondheid en het welzijn van het dier, maar ook op die van de mens. We zijn nog niet klaar met COVID-19 – of het virus is nog niet klaar met ons – en de volgende infectieziekten zijn alweer uitgebroken. En daarmee het gevaar van volgende zoönosen – infectieziekten die van dier op mens overspringen.

Miljoenen dieren vergast

Want Europa heeft momenteel te maken met de grootste uitbraak van vogelgriep ooit. Tijdens de uitbraak in 2003 kostte de vogelgriep 30 miljoen dierenlevens. Het hoogpathogene vogelgriepvirus is inmiddels aan het veranderen. Steeds meer wilde vogels, zoals bijvoorbeeld kanoeten, sterven nu en de dieren in de pluimveehouderijen lopen ernstig gevaar. Miljoenen kuikens, kippen en kalkoenen zijn al vergast.

“In China en Laos is een toename te zien van mensen die besmet raken met een andere variant van de vogelgriep, niet de H5N1, de voornaamste variant die nu in Europa rondgaat, maar de H5N6. Genetisch is de H5N6-variant bijna hetzelfde als het virus dat in Europa rondwaart. Ze stammen allemaal af van de gemeenschappelijke voorouder die ontstaan is in de jaren 90 in een intensieve pluimveehouderij in China. Sommige varianten zijn dus besmettelijker en gevaarlijker voor mensen dan andere,” aldus Thijs Kuiken, hoogleraar vergelijkende pathologie aan de Erasmus Universiteit en dé expert op het gebied van het ontstaan van vogelgriep.

Rondom dit virus moet niet alleen gekeken worden naar de gezondheid van kippen, ook naar die van mensen die in de omgeving van de stallen wonen, vindt hij. Volgens de hoogleraar is in het bestrijden van de vogelgriep het voornaamste dat er minder kippen per bedrijf gehouden worden en minder bedrijven naast elkaar bestaan, zodat het risico op verspreiding verlaagd wordt. 

Broeiplaats voor ziekten

In een tijd waarin we nog steeds kampen met de gevolgen van COVID-19, vormen nieuwe zoönosen een dreiging voor de gezondheid van mens. De intensieve veeteelt, de mega varkens-of koeien stallen, de enorme schuren vol kippen op een kluitje, het zijn de broeiplaatsen voor nieuwe epidemieën en pandemieën.

Momenteel waait in Europa nog een andere, voor varkens, zeer besmettelijke en dodelijke ziekte rond: Afrikaanse Varkenspest (AVP). In Italië worden nu zelfs een paar duizend varkens die wél een fatsoenlijk buitenleven hebben preventief geruimd. 

Ontbossing en voedselproductie

In een recentelijk interview met Marion Koopmans in New Scientist noemt ze niet alleen onze omgang met dieren, maar ook hoe we onze ruimte met hen delen, de twee grootste problemen bij uitbraken van virussen. Ze noemt als voorbeeld de enorme ontbossing in Indonesië, waardoor vleermuizen, die allerlei virussen bij zich dragen, migreren naar dichter bevolkte gebieden in Maleisië en Bangladesh. Het Nipah virus zorgt daar nu voor problemen, aangejaagd door de mens zelf. “Er zijn steeds meer mensen en megasteden. De voedselproductie knelt, wringt en barst uit zijn voegen. Daar moeten we naar kijken,” aldus Koopmans.

Het inmiddels bekende gezicht van onder meer het OMT – het adviesorgaan dat de Nederlandse overheid adviseert tijdens de corona-crisis –  komt uit de diergeneeskunde en weet alles van virussen die van dier op mens overgaan, de zoönosen. Inmiddels weten we vrij zeker dat het SARS- Cov-2-virus (COVID-19) uit vleermuizen komt, maar zijn er nog veel vragen, zoals of er sprake is geweest van een tussengastheer voordat het virus naar de mens oversprong. 

Nederland hoogste veedichtheid ter wereld

Een constante die genoemd wordt door virologen als Koopmans is het gevaar van teveel dieren bij elkaar houden. Hoe groter de dierdichtheid, hoe groter de kans op epidemieën en pandemieën. In Nederland kennen we 2,8 dieren per hectare landoppervlakte toe, waarmee we de aanvoerder zijn van de top 20 van de meest veedichte landen ter wereld. 

Volgens het CDCCenters for Disease Control and Prevention – zijn drie van elke vier nieuwe of opkomende besmettelijke ziekten bij mensen afkomstig van dieren. 

“De curve van zoönotische virussen, is de laatste vijftig jaar steil omhoog gegaan,” zegt viroloog Peter Rottier, die veertig jaar lang onderzoek deed naar coronavirussen, in het wetenschappelijke tijdschrift Eos in april 2020. “Ook in onze stallen feesten de virussen. Hoe meer dieren op een kleine oppervlakte bij elkaar worden gehouden, hoe makkelijker het is voor virussen om te circuleren, en hoe groter de kans dat er vroeg of laat eentje overspringt naar mensen. In dat opzicht is de intensieve veehouderij een risico voor de volksgezondheid.”

Gezondheid is mens, dier en natuur

Ook de prominente Italiaanse viroloog, dierenarts en professor aan de Universiteit van Florida, Ilaria Capua, benadrukt dat onze gezondheid onlosmakelijk verbonden is met de gezondheid van dieren en die van de natuur. In haar boek Circular Health strijdt ze voor een ‘One Health Revolution’. COVID-19 zou het excuus kunnen zijn dat we nodig hebben om gezondheid te beschouwen als een systeem dat zowel mensen én dieren én natuur omvat. Om gezondheid en toekomstige epidemieën en pandemieën te voorkomen, zal dit hoog op de politieke agenda moeten komen te staan.

Recht op schone lucht

In dierdichte gebieden, zoals Noord-Brabant, hebben bewoners naast vervuilde lucht vaak ook te kampen met stankoverlast die de intensieve veehouderijen veroorzaken. In Deurne zijn een aantal families zelfs naar de rechter gestapt vanwege de uitbreiding van een naast gelegen pluimveehouderij waardoor hun woongenot is aangetast door de hevige stank die het bedrijf veroorzaakt. De gemeente en de provincie hebben toegestaan dat het bedrijf mag uitbreiden naar een kwart miljoen kuikens. De bewoners willen naast stankvrij leven ook schone lucht inademen en eisen dat nu via de rechter, aangezien de gemeente Deurne veehouderijen laat uitbreiden zonder de belangen van de bewoners mee te wegen. De gezondheid van deze mensen is daarmee in gevaar. 

Antimicrobiële resistentie

Een ander gezondheidsprobleem in de intensieve veehouderij is het massale gebruik van antibiotica. Dieren krijgen het toegediend nog voordat ze ziek worden en soms ook om in extreem korte tijd te groeien tot een slachtwaardig dier. Hierdoor verliezen antibiotica hun werking en kunnen dieren resistent worden tegen bepaalde bacteriën. Wanneer de mest van besmette dieren wordt gebruikt op het land, verontreinigt het de bodem, het water en de gewassen. Dit vormt een bedreiging voor de gezondheid van de gemeenschap rond deze veeteeltbedrijven en de gezondheid van de mensen die deze gewassen vervolgens consumeren.

Deskundigen, wetenschappers, virologen, ze zeggen hetzelfde: om toekomstige epidemieën en pandemieën te voorkomen, moeten we anders omgaan met dieren en de natuur en begrijpen dat de gezondheid van mens, dier, voedsel en natuur nauw met elkaar verweven zijn.

Van bio-industrie naar duurzame boeren

Blijven hun waarschuwingen niet langer aan dovemansoren gericht en zal de huidige gezondheidscrisis het tij keren? Voor een ander beleid is een transformatie nodig van de manier waarop we onze systemen hebben opgezet. Een snelle oplossing voldoet niet; hiervoor is een lange termijn-visie nodig. En vooral ook durf.

Het landbouw- en voedselsysteem moet duurzaam worden en subsidies moeten toekomen aan de kleinere, duurzame boeren. Het alsmaar uitbreiden van megastallen en de agrarische vlees- en zuivellobby moeten aan banden worden gelegd. Ook de explosieve groei van het wereldwijde luchtverkeer zal niet meer ongestoord zijn gang kunnen gaan. Het moet dus werkelijk anders. Dat betekent moedige keuzes waar het geld naartoe gaat: naar mensen, naar gezondheid, of naar grote vervuilende bedrijven, zoals de intensieve veehouderij, met alle gevolgen van dien.

Beeld: Jo-Anne McArthur/Unsplash

 

Mijn gekozen waardering € -

Schrijft op Mallorca over klimaat, duurzaamheid, dierenwelzijn en onderwerpen die het recht raken. Voorheen jurist in Nederland.