Een reis door India is een indrukwekkend avontuur in 360 graden. Van werkelijk alle kanten prikkelt dit subcontinent al je zintuigen met haar scherpe geuren, de stedelijke kakafonie, de uitdagende keuken en haar heilige rituelen Tekst: Jan-Henk Zandberg / Fotografie: Frits Meyst/Meystphoto

STEUN RO

De bezwerende tonen van een sitar zweven sierlijk langs de monumentale appartementen en de oase-vegetatie van het Royal Retreat Hotel. De bespeler zit gehurkt in een traditionele outfit op kussens in de hoek van het restaurantterras. Terwijl de knalgroene kanaries vanaf de houtgesneden balustrades nieuwsgierig toekijken, springt bij het buffet met een kordate ping de eerste toast uit het broodrooster. De Darjeeling-thee is vers, de lucht knisperend fris. Ondertussen is de zon net vanachter de grazige bergen bij het hotel tegen een staalblauwe hemel opgeklommen. Ochtend in Udaipur. Een lieflijk stadje in Radjastan, waar werkelijk alles nog de grandeur van het klassieke India uitademt. Je verwacht hier ieder moment dat er pardoes een Maharadja uit het rijzige stadspaleis aan de boorden van het schilderachtige Picholameer kan stappen. Gevolgd door kwieke bedienden met parasolletjes, waarna hij zijn koningskameel bestijgt. Nog steeds slaan mensen hier aan de kade bij de traptreden naar het water, de zogeheten ghats, vakkundig hun was schoon. De Hindoetempel achter hen is gehuld in een ontspannen wierook-geur en midden op het uitgestreken meer lijkt een parelwit paleis te zweven.

Chomu Palace, een 300 jaar oud paleis in Rajasthan
Chomu Palace, een 300 jaar oud paleis in Rajasthan

Inmiddels is dit pand getransformeerd tot een lustoord, waar celebrities als David Beckham en Kylie Minogue deftig logeren. Maar in de 17e eeuw werd dit kunstmatige eiland oorspronkelijk aangelegd als zomerverblijf van de Koninklijke familie van Radjastan, dat – niet toevallig – ook letterlijk ‘Land van de Koningen’ betekent. Slechts een kilometertje verderop in het strakke Picholameer hebben weer andere adellijke telgen enkele eeuwen terug ook zo’n kitscherig kasteeleiland laten verrijzen, dat vanaf Udaipur’s authentieke waterkant voortdurend wordt aangedaan door een armada van pendelbootjes met toeristen. Lokale marketeers mogen het waterrijke stadje derhalve graag kwalificeren als ‘Het Venetië van India’. Zeker niet onterecht, maar Udaipur is vooral de sprookjesversie van India. De rommelige hectiek die het land zo kenmerkt, wordt hapklaar opgediend. De warenmarkt is hier kleurig, bont en onbedoeld biologisch, (heilige) koeien sjouwen dromerig door het verkeer en de mix tussen bezoekers en autochtonen is aangenaam. Daarmee is het een ideaal vertrekpunt voor een indrukwekkende reis langs protserige paleizen, duizenden tempels, geurende bazaars, heilige rituelen en olifanten, ja échte olifanten.

Jagdish Temple in Udaipur, het Venetië van het Oosten genoemd.
Jagdish Temple in Udaipur, het Venetië van het Oosten genoemd.

Zoals in het stadje Amber. Want in een cultuur waar zelfs de moderne doorgaande vierbaans routes halsbrekend bezet worden door handkarren, laagvliegende SUV’s, ezels, brommers, provisorische vrachtwagens, kamelen, duttende bejaarden, markten, spookrijders (best veel), overbevolkte bussen, schaapherders, riksja’s, foutparkeerders, tractoren en verder alles wat over benen, poten en wielen beschikt, daar is hier één speciale weg uitsluitend gereserveerd voor Indiaas meest traditionele middel van transport: de olifant. Wie namelijk in Amber het kolossale Amber Fort wil bezoeken, kan dat uitsluitend doen per olifant. De hele dag door trekt er op de steile toegangsweg een gestage processie van jumbo’s met bezoekers op hun rug naar dit imposante rotsbolwerk uit exact 1600. De snotsproei uit de slurven krijg je er vanzelfsprekend gratis bij. En nee, gelukkig is hier geen sprake van dierenmishandeling (We hebben er expliciet naar geïnformeerd). De gezond ogende beesten maken maximaal vijf tochtjes per dag en daarna mogen ze lekker uitrusten. Zo tegen de middag stampen de meesten bijna zelfstandig terug naar de stal. Doorgaans via de markt, waar de brutalere exemplaren geregeld hele kratten aan groente en fruit snaaien, terwijl hun baasje argeloos op hun nek is ingedommeld. Het resulteert vaak in – kijktip! – hysterische emoties bij de markkooplui, als ze de slurven hun kant op zien zwaaien.

Vrouwen in traditionele kleding uit Jaipur, Rajastha
Vrouwen in traditionele kleding uit Jaipur, Rajastha

Op tien kilometer hobbelen van Amber ligt Jaipur. Het ingedikte gekrioel en de chronische smog van deze uitgestrekte miljoenenmetropool – en tevens hoofdstad van Radjastan – zijn het trotseren waard om vooral het prachtige oude centrum te ervaren. De bijnaam van Jaipur luidt trouwens ‘De Roze Stad’, dit vanwege de zachte kleurstelling van de bebouwing. Kaarsrechte boulevards, die uitkomen op opvallend rechthoekige pleinen, bieden hier in de binnenstad onderdak aan – uiteraard – tempelcomplexen en paleizen, maar eveneens aan de meest bruisende bazaars van het subcontinent. Er zijn binnen de poorten van de roze stad speciale straten voor kleding (al dan niet traditioneel), zilver en handwerk. Afhankelijk van je afdingcapaciteiten kun je heel wat roepies stukslaan in dit souvenir-epicentrum.

Sikh man en Sikh tempels in Delhi
Sikh man en Sikh tempels in Delhi

Dat India een land van contrasten is, blijkt ’s avonds echter weer bij het diner in het hotel, dat blijkbaar niet voor niets ‘Palace’ in de naam heeft opgenomen. De nan (Indiaas brood) met knoflook en de groentencurry (met bloemkool, erg lekker) worden opgediend in een ambiance, die niet onder zou doen voor een Weense balzaal. Het zilveren bestek klingelt te midden van dubbele arcades, die uit één stuk zijn uitgevoerd in marmer. Hoog aan de muren hangen schilderijen van despoten, zowel Indiaas als Brits. Echter, meteen buiten de dikke paleiswallen, pal naast het azuren zwembad, heerst de chaotische, maar dappere dynamiek van de derde wereld. Varkens knorren door de modder langs de weg, de chauffeur van een krappe tuktuk knikt dat die 19de passagier best nog wel aan boord kan, een opgewekt kind maakt stapeltjes van schijven gedroogd koeienstront, die in India als briketten worden gebruikt, en een vrouw zeult met een giga-waterkan op haar hoofd door de meute.

De markt in Amber, Rajasthan. Olifanten voeren nieuwe waar aan
De markt in Amber, Rajasthan. Olifanten voeren nieuwe waar aan

Typisch India. Waar je ook kijkt, dit land komt in 360 graden, bijna in vier dimensies op je af. Overal gebeurt wat. India is één groot kijkspel, met een soundtrack van claxons en de geursensatie van houtvuurtjes, die ’s avonds met miljoenen tegelijk worden opgestookt. Er bestaat evenwel één grote uitzondering. De Taj Mahal, in de stad Agra. Geen bouwwerk ter wereld eist namelijk zo fier de horizon op als dit mausoleum, waarvan de constructie halverwege de 17de eeuw liefst twintig jaar duurde. Dat de Taj Mahal de meest iconische bezienswaardigheid is van India en officieus als het fraaiste wereldwonder wordt beschouwd, is – tja, vanzelfsprekend – te merken aan de gigantische bezoekersaantallen. Vooral in de weekenden (op vrijdag is de Taj Mahal gewoon dicht) lijkt het één grote menselijke mierenhoop op en rond het majestueuze marmer van dit monument. Tip: ga het zeker niet van binnen bezichtigen. Er is eigenlijk weinig tot niets te zien, maar het voelt er alsof de massa zichzelf collectief door een sleutelgat wil drukken. Bovendien, van buiten is de Taj Mahal – ondanks de menigtes – adembenemend genoeg. Neem de vier ranke minaretten op de hoeken. Deze staan met opzet een paar graden uit het lood, iets van de grote koepel af. Reden: mochten ze ooit omvallen, dan in elk geval niét op het hoofdgebouw. Slim. Mocht je een rustig moment vinden (en die zijn er genoeg) voor een bezoek, dan is een rondje om dit perfecte symmetrische wonder een ongelooflijke, haast serene ervaring.

Devote hindoes en offerandes in Delhi
Devote hindoes en offerandes in Delhi

Het meest zinderende uitzicht op de Taj Mahal heb je vanaf het Agra Fort, twee kilometer verderop aan de rivier de Yamuna, die door deze walmende agglomeratie slingert. Vanaf het stille binnenpleintje, waar ooit de prinsessen een gepriviligeerd bad namen in een – wat anders – marmeren kuip, kan je de Taj Mahal zien gloriëren in de heiige zon. Het Agra Fort valt, zoals vaker in India, het beste te omschrijven als een enorm complex van paleizen, pleinen, tempels en moskeeën uit verschillende periodes (vanaf de 11e eeuw) en van diverse machthebbers (tot en met koloniaal Engeland). Je kan je er bijvoorbeeld ook uren vergapen op de vele binnenhofjes aan het ultieme vakmanschap, dat ooit kwam kijken bij de houtsnijwerken en de vele wulpse marmeren ornamenten. Prachtig. Inmiddels heeft de stad Agra een ander ambacht omarmd: schoenmaken. Het is nu de schoenenhoofdstad van Azië, wat weer verklaart waarom één op drie voertuigen hier zo’n griezelig metershoge toren aan kunstig gestapelde schoenendozen meetorst. Ach, daar zal ook wel weer een Hindoe-beschermheilige voor bestaan, want geen land kent zoveel (bij)geloven, goden, tempels en religieuze rituelen als India. Dus je zou vermoeden, dat de term ‘Heilige Stad’ wellicht wat geïnflateerd is. Welnu, dat geldt niét voor Varanasi in de deelstaat Uttar Pradesh. Al was het maar omdat het aan Indiaas meest heilige rivier ligt, de Ganges. Want wat Mekka is voor Moslims, Jeruzalem voor Christenen, dat is Varanasi voor Hindoes.

Het Amber Fort in Amber Town
Het Amber Fort in Amber Town

De waterkant hier is letterlijk gedrenkt in religieuze rituelen, uitgevoerd door bedevaartgangers uit heel India. Vooral tegen zonsondergang, als het eeuwenoude trappenplein bij de Ganges, pal in het centrum, zich vult met duizenden Indiërs en nieuwsgierige bezoekers, die hier komen kijken hoe opvallend jonge en knappe priesters dagelijks de rivier eren met iets wat je gerust een halve rockshow kan noemen. Onder de opzwepende ritmes van Indiase trommels, voeren ze in hun goudkleurige gewaden als ware Mick Jaggers met bellen en rookpotten bezwerende dansen uit. Onder aan de kade laten pelgrims honderden drijvende afrikaantjes met waxinelichtjes los op het water. Het geeft de Ganges een magische, dansende twinkeling. Niet voor niets heet Varanasi ‘De Stad van het Licht’, ooit gesticht door de Hindoe-oppergod Shiva. Het is bovendien één van de oudste nog bewoonde steden ter wereld, die duidelijk niet onder haar religieuze en historische ballast is bezweken. De parken zijn lommerrijk, de winkelstraten vibreren en de kruip-door-sluip-door-straatjes in het oude centrum bieden een (soms viezig) inkijkje in de Indiase maatschappij en ja, veel onvermoede ontmoetingen met heilige koeien. Toch zijn het de zon, maan en de Ganges die het ritme in Varanasi bepalen. Ruim voor de dageraad verzamelen pelgrims zich weer bij de ghats, om zich prevelend en met geloken ogen onder te dompelen in de Ganges. En als een oranje zon dan ’s ochtends net voorbij de schapenwolkjes prikt, haar stralen vervolgens de bakstenen façades van deze heilige stad in een rode gloed zetten en ja, als de mensen, toerist en pelgrim, de eerste warmte op hun wang voelen, dan weet je: dit wordt weer zo’n magische dag in India.

Fotografie: Frits Meyst/Meystphoto

Lees meer reisverhalen op Wideoyster.nl