Het lijkt dat Israel vanaf de eerste dag wist dat de drie ontvoerde jongens waren vermoord. Bovendien verklaarde de Israëlische politie op 25 juli jongstleden dat de twee verdachten niet in opdracht van Hamas handelden

STEUN RO

Met de oorlog in Gaza liet Den Haag zich bepaald niet van haar meest heldhaftige kant zien. Ons aller Mark Rutte zelf verscheen op 11 juli live bij de NOS om het Nederlandse volk te verzekeren dat Israël het recht heeft zich te verdedigen tegen Hamas, een “terroristische organisatie,” die raketten “vanaf scholen of ziekenhuizen” af vuurt en dus “mensen ook echt als schild gebruikt.”

Dat is duidelijke taal. De minister-president duldt geen komma kritiek op Israël en laat er geen enkele twijfel over bestaan wie er volgens hem schuld draagt aan het conflict: Hamas. Daarmee blijft Rutte, volgens mij al heel zijn leven het braafste jongetje van de klas, keurig in het spoor van de door Tel Aviv uitgestippelde lijn.

Nu heeft Israël natuurlijk het recht zich te verdedigen. Elk land heeft dat. Zelfs Hamas heeft dat. Echter, het recht op zelfverdediging wordt beperkt door het principe der proportionaliteit. Indien iemand u slaat, mag u terug slaan. U mag niet met een ijzeren staaf iemands beide knieëen breken. Daarbij komt de vraag: wie verdedigde zich als eerste tegen wat? Wie begon?

Voor de regering Rutte is dat duidelijk: “De intensivering van raketbeschietingen door Hamas uit Gaza op Israël vormt de directe aanleiding voor de Israëlische militaire operatie ‘Protective Edge’ die op 8 juli van start ging,” aldus de Raad Buitenlandse Zaken op 22 juli 2014.

"Hamas will pay”

Dat is een nogal ingekorte en eenzijdige lezing van de recente gebeurtenissen. Het causaal verband reikt op zijn minst terug tot de tragische ontvoering van drie Joodse jongens op de bezette Westelijke Jordaanoever op 12 juni. “Hamas is responsible, and Hamas will pay,” verklaarde Benjamin Netanyahu vrijwel onmiddelijk. Hamas ontkende.

Het vervolg is bekend. Het Israëlische leger lanceerde een massale zoekactie onder de noemer “Operation Brother’s Keeper.” Het kamde de hele Westelijke Jordaanoever uit. Honderden Palestijnen werden gearresteerd, de meesten van hen Hamasleden. Duizenden huizen, klinieken en kantoren werden overhoop gehaald, computers en cash werden in beslag genomen.

Ondertussen verdronk Israël in een golf van woede en verdriet. De mediacampagne #BringOurBoysBack werd gelanceerd. Mensen trokken de straat op, en langzaam maar zeker groeide de haat. Een Facebook pagina “The People of Israel Demand Revenge” kreeg binnen een paar dagen 35.000 likes.

Aan de bijtende onzekerheid kwam op 30 juni een eind toen de lichamen van de drie ontvoerde jongens werden gevonden. Ze lagen in een ondiep graf aan de rand van Hebron. Een dag later landden de eerste Israëlische raketten op Gaza. Twee dagen later ontvoerden drie Joodse kolonisten de 16-jarige Mohammed Abu Khudair. Hij werd levend verbrand. 

Dat was in het kort de gang van zaken. Echter, een probleem van begin af aan was dat Hamas geen motief had. Het had zojuist, tot grote woede van Israël, een eenheidsregering met Fatah getekend. Wat had Hamas te winnen? Waarom alles op het spel zetten met een zinloze ontvoering en moord?

“Losse Flodders”

Het lijkt inmiddels steeds aannemelijker dat Israël al snel wist dat de drie ontvoerde jongens dood waren, en zelfs dat de verdachten niet in opdracht van Hamas handelden. Een eerste signaal in die richting kwam van de Amerikaanse blogger Richard Silverstein die op 20 juni berichtte dat zijn contacten binnen de Israëlische veiligheidsdienst ervan uit gingen dat de jongens dood waren.

Op 8 juli claimde de Amerikaanse journalist Max Blumenthal hetzelfde met meer details. Volgens hem wisten de geheime dienst Shin Bet en de Israëlische regering binnen enkele uren na de ontvoering dat de drie jongens waren vermoord. Op 24 juli concludeerde een ZDF reportage op de Duitse televisie hetzelfde. 

Een en ander is allereerst gebaseerd op een telefoongesprek dat èèn van de jongens, Gilad Shaar, voerde met de politie. Op het moment van de ontvoering wist hij met zijn mobiele telefoon het noodnummer van de politie te bereiken. Het 2 minuten en 9 seconden durende gesprek werd opgenomen en daarop zijn duidelijk geweerschoten te horen. Volgens Gilda Shaar’s moeder vertelde de politie haar dat het slechts “losse flodders” waren.

De volgende dag werd de uitgebrande auto gevonden die in de ontvoering zou zijn gebruikt. Volgens Blumenthal, vond Shin Bet kogelgaten en bloedsporen, maar maakte dat niet openbaar. Noch werden de betrokken families ingelicht. Twee dagen later, op 15 juni, verbood Shin Bet de media te berichten over het telefoongesprek, het politieonderzoek en het verbod daarover te berichten. We weten dit dankzij de Amerikaanse website Mondoweiss die de “gag order” op 23 juni publiceerde.

Meer vraagtekens

Zoals gezegd, werden de lijken uiteindelijk op 30 juni gevonden. En waar? Aan de rand van Hebron, op zo’n 10 kilometer van de uitgebrande auto, in een lap grond dat eigendom is van Marwan Qawasmeh. En laat dat nou net èèn van de hoofdverdachten in de zaak zijn. Je zou denken dat dat de eerste plek is waar het leger gaat zoeken.  

Yaakov Roger, een rabbi werkzaam voor het Israëlische Forensic Medicine mortuarium, verklaarde bovendien dat de lichamen, ondanks de 18 dagen in een “ondiep graf” onder de Arabische zon, in perfecte staat verkeerden. 'According to doctors at the Forensic Institute, there is no scientific explanation for this phenomenon,' zei hij.

Wat betreft de verdachten: de namen Marwan Qawasmeh and Amer Abu Eishe werden op 26 juni wereldkundig gemaakt, maar zij waren vanaf dag èèn al de hoofdverdachten. De Palestijnse veiligheidsdienst had op 13 juni al doorgegeven dat de twee mannen spoorloos waren en een dag later verhoorde Shin Bet hun families.

De Qawasmehs zijn geen onbekenden in en rondom Hebron. Op 29 juni publiceerde de Israëlische journalist Shlomi Eldar een profiel van de Qawasmeh stam, met 10,000 leden een van de grootste in de regio. Volgens Eldar zijn de Qawasmehs weliswaar aan Hamas gelieerd, maar staan zij bekend staan als een “rogue element.” In het verleden hebben zij Hamas al talloze malen in problemen gebracht door genadeloos hun eigen weg te gaan. Oog om oog, tand om tand lijkt daarbij het motto. Talloze Qawasmehs zitten in de gevangenis of werden door het Israëlische leger gedood.

Eldar betwijfelde dan ook ten zeerste dat Hamas achter de ontvoering stak. Op 25 juli jongstleden kreeg hij gelijk. Micky Rosenfeld, woordvoerder van de Israëlische politie legde een bom onder de invasie van Gaza door te verklaren dat de twee verdachten niet in opdracht van Hamas handelden, maar deel uit maakten van een “lone cell.”

End game?

Israël was als de dood voor de eenheidsregering tussen Fatah en Hamas. Het houdt de Palestijnen liefst strikt gescheiden en vreest een groeiende invloed van Hamas op de Westelijke Jordaanoever.Heeft het de ontvoering aangegrepen om Hamas een vernietigende slag toe te brengen? Heeft het de dood van de drie jongens opzettelijk verzwegen om het juiste klimaat te creëeren voor een invasie van Gaza? Wist het of had het moeten weten dat de Qawasmehs niet in opdracht van Hamas handelden?

Inmiddels zijn we meer dan 1000 Palestijnse doden verder. Het merendeel burgers, waaronder veel kinderen. Aan Israëlische kant vielen 46 slachtoffers, van wie 43 militairen. De fysieke destructie in Gaza is niet te overzien. De meesten van de honderden Hamas leden die eerder op de Westelijke Jordaanoever werden gearresteerd zitten nog vast.

Gezien het immense menselijke lijden en de talloze vraagtekens rondom de ontvoering en de daders, mogen wij van onze minister-president niet iets meer verwachten dan als een blind paard achter Tel Aviv en Washington aan te rennen? Is het niet de hoogste tijd voor een wat genuanceerder standpunt dan tekstboek Likoed? 

    Peter Speetjens (1967) woont sinds 1996 in Beiroet. Hij was correspondent voor Trouw en De Standaard, en publiceerde verhalen in onder andere De Groene Amsterdammer, NRC en Vrij Nederland. In 2004Πco-regiseerde hij de film 2000 Terrorists. Peter schrijft vooral over Libanon, de regio en de manier waarop zij gestalte krijgt in de media.