Hoe kon een kinderverdwijning in 1995 zo veronachtzaamd worden door de opsporingsautoriteiten? Waarom kwam er in de jaren die volgden evenmin een moordonderzoek op gang? Een terugblik en een tipje van de sluier in ons eigen onderzoek.

STEUN RO
Steun Reporters Online

Bij Reporters Online krijgen journalisten rechtstreeks van hun lezers een beloning voor hun werk, door donaties en door verkoop van hun artikelen. Als je Reporters Online wilt steunen: dat kan! Met je steun kunnen wij journalisten meer mogelijkheden bieden om hun werk goed te blijven doen. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen donatie € -

Zeven jaar is Jair Soares als hij met familieleden en vriendjes aan het ravotten is op het strand bij het Zuid-Hollandse tuindorp Monster.

Het is een stralende vrijdag, de vierde augustus in 1995. Tot de Rotterdamse jongen plotseling spoorloos verdwijnt en die zonnige zomermiddag aardedonker kleurt.

Van de zeven zaken in het boek ‘Moordsporen’ dat ik onlangs met oud-rechercheur Dick Gosewehr schreef, heeft deze kinderverdwijning en de lakse houding van de opsporingsautoriteiten in dit dossier me het meest geraakt. Je zou er woest om kunnen worden.

Alarmerende

Een kleine jongen die van de aardbodem verdwijnt terwijl politie en justitie jaar in, jaar uit niet naar zijn alarmerende vermissing omkeken. Zelfs nu krijgt Jairs zaak niet de aandacht die deze vermoedelijke kindermoord in onze ogen zou moeten krijgen.

Jairs familie, oorspronkelijk afkomstig uit Kaapverdië, heeft het drama nooit verwerkt. “Ik ben die dag de helft van mezelf kwijtgeraakt”, kijkt zijn broer Benvindo terug. “Jair was voor mij als een tweelingbroer.”

Tien jaar geleden kwam ik voor het eerst met Jairs ouders Antonio en Maria en zijn vier oudere broers Benvindo, Martino, Claudio en Leonel in aanraking.

Team

Ik werkte destijds nog als misdaadverslaggever bij De Telegraaf. Het team waarin Dick Gosewehr en ik in samenwerking met diverse (forensisch) experts cold cases onderzoeken, bestond pas sinds een jaar of twee.

Een zoekslag in de krantenarchieven wees uit dat er maar weinig artikelen over de vermissing van Jair waren verschenen. Naar mijn idee had ook de pers het in die tijd flink laten zitten. De Volkskrant vormde een uitzondering en was wat dieper in de kwestie gedoken.

Dick en ik besloten om deze cold case in 2010 grondig te gaan doorlichten.

Afgeladen

Toen ik Jairs familie in die tijd voor de eerste keer bezocht, zat de woonkamer van Antonio en Maria Soares afgeladen vol. De ouders, de vier broers en al hun aanhang waren rond de salontafel geschaard en keken me verwachtingsvol aan.

Ik zie mezelf nog zitten. Op een hoge stoel, in het midden van de kring, een notitieblokje op mijn schoot. Ik voelde me bezwaard om die moeilijke periode uit de levens van Jairs familieleden weer op te rakelen. Het verdriet om de jongen hing bijna tastbaar in de lucht.

Het gezelschap viel stil toen Maria plotseling het woord nam. Je kon een speld horen vallen.

“Soms, als iemand voorbij komt met de krullen van Jair en de lengte die hij nu moet hebben als hij nog in leven zou zijn, denk ik: Zou het Jair zijn? Maar hij is het nooit”, zei Jairs moeder met onvaste stem en haar ogen vol tranen.

Benjamin

In ons boek vertellen de nabestaanden uitgebreid over die vreselijke stranddag van bijna 25 jaar geleden. Benvindo en zijn oudere broer Claudio leggen uit wie Jair was en welke plek de benjamin in hun gezin innam. Ze schetsen het verdriet na zijn verdwijning en de wanhoop van hun ouders. Het echtpaar had keer op keer vergeefs bij de politie aangeklopt.

Jair (rechts) en zijn broer Benvindo. Foto: Femke Fataal.

Dick en ik doen verder uit de doeken hoe ons onderzoek in die tijd verliep. Zo spoorde ik allerlei getuigen op die ik uitgebreid sprak. Dick schreef naderhand een uitgebreide analyse op grond van al die bevindingen. We nemen tevens de wijze waarop de politie de kindervermissing in 1995 had onderzocht onder de loep.

De directe omgeving was grondig door de politie uitgekamd. Met behulp van getuigen had het onderzoeksteam uitgesloten dat de jongen in zee terecht was gekomen en was verdronken. Het duingebied en het achterland waren, dagenlang, tot kilometers verderop doorzocht. Er was geen spoor Jair gevonden. Het kindje was dus niet weggelopen of verdwaald.

Sluiten

Maar de enige aannemelijke optie die resteerde – een ontvoering door een volwassene, nagenoeg zeker vanuit een seksueel motief – was niet onderzocht. Sterker, krap een maand nadat Jair spoorloos raakte, maakte de Haagse recherche al bekend het onderzoek te sluiten.

In oude kranten vond ik een paar berichten met opvallende informatie. Er had zich die zomer in 1995 wel degelijk een aantal belangrijke getuigen bij de politie gemeld. Mensen die een onbekende man met Jair van het strand hadden zien vertrekken. Dat betekende dat de politie over een signalement van de ontvoerder moest beschikken. Maar de beschrijving van de kidnapper werd nooit naar buiten gebracht: er kwam géén getuigenoproep.

In 2002 had een landelijk team kindermoorden nog even naar het dossier gekeken. Er was DNA afgenomen bij Jairs familieleden, in de VS werd een verouderingsfoto van de jongen gemaakt. Alsof de politie serieus dacht dat Jair nog in leven kon zijn.

Gouden tip

Daarna was er niets meer aan de zaak gedaan. De politie had simpelweg gewacht op een tip. Maar zelfs een gouden tip komt zelden of nooit zomaar aanwaaien.

Op 3 juli 2010 haalde ik flink uit in De Telegraaf. Een paginagroot artikel met de kop ‘Jair vermist? Hij is ontvoerd’ vertelde een verhaal dat niet eerder was verteld. Medewerking van de politie had ik niet gekregen. In plaats van verheugd te zijn met de hernieuwde aandacht voor deze trieste cold case, gaf de politie aan geen gesprek te willen.

Een jaar later slaagde advocaat Job Knoester erin om voor de familie Soares het politiedossier uit 1995 boven water te krijgen.

En dat zou een belangrijke wending aan ons onderzoek gaan geven.

Het politiejournaal dat we in handen kregen, telt 23 pagina’s. Geanonimiseerd, weliswaar,  want alle namen en adressen van getuigen en andere betrokken zijn eruit weggelaten. Op de derde pagina van het overzicht stuitten we vrijwel onmiddellijk op opzienbarende informatie.

Getuige

Een getuige had de politie destijds verteld dat hij het strand bij Monster die dag rond vijf uur ‘s middag had verlaten. Hij had, besefte hij, iets belangrijks gezien. Een politieman zette zijn getuigenis als volgt op papier:

‘Liep over de dijk naar zijn auto. Zag hierbij een man lopen in de richting van de nieuwe wijk (Kleine Geest) met achter die man aanlopend een gekleurd jongetje, 7 à 9 jaar. Signalement man: oude, vieze man, onverzorgd, lang sluik haar + kalend, circa 50 jaar, brildragend, model dun montuur en rond model. De man droeg donkere kleding’.

De politieagent had er nog iets bijgezet: ‘Mogelijk kan deze man nog gehoord gaan worden’.

Kennelijk zag het onderzoeksteam daar weinig in. In de rapportage is verder niets over deze bijzondere informatie en het signalement terug te vinden. De gegevens verdwenen doodleuk in een la om stof te vergaren.

Verdedigbare

In samenspraak met Dick, Job Knoester en de familie Soares besloot ik het signalement zelf naar buiten te brengen. Op 28 maart 2011 verscheen mijn tweede verhaal over deze zaak in de krant. ‘Wie is de kidnapper van Jair’, was de weliswaar gedurfde maar verdedigbare kop boven het artikel. Ik had de beschrijving van de vermoedelijke ontvoerder er letterlijk in overgenomen.

Dat bracht iets. Dezelfde ochtend om half acht ging mijn telefoon al. Er meldde zich een inwoner van Monster. Iemand die de krant had gelezen en in het signalement een notoire pedofiel uit de omgeving zei te herkennen. Nog diezelfde ochtend zat ik met deze tipgever om de tafel.

In Moordsporen schetsen we uitgebreid wat er daarna gebeurde. De aangewezen pedofiele man – we gaven hem de gefingeerde naam ‘Teun Teunissen’ – bleek om allerlei redenen een serieuze kandidaat voor betrokkenheid bij de zaak-Jair te zijn. Ook andere getuigen herkenden Teunissen in het signalement van de onbekende man die in ’95 met het donkere jongetje van het strand was vertrokken.

Er was alleen één groot probleem: Teunissen was terminaal ziek. Haast was geboden.

Opbiechten

Het had weinig zin om zelf bij de doodzieke Teunissen te gaan aanbellen, vonden we. Als hij met de zaak-Jair te maken had, dan zou hij dat zeker niet aan mij gaan opbiechten. Om een eventueel politieonderzoek naar deze mogelijke verdachte niet stuk te maken, droegen we de tip na overleg met de familie Soares en hun advocaat over aan het Openbaar Ministerie.

Op 12 mei 2011 hadden Jairs broer Claudio Soares, Job Knoester en ik een gesprek met twee Haagse officieren van justitie over onze tip. Tijdens die bijeenkomst legde ik uit wat onze bevindingen over Teunissen waren. Ik vertelde de officieren van justitie dat onze tipgever bereid was om met de politie over Teunissen te praten.

Je zou verwachten dat politie en OM er voortvarend mee aan de gang zouden gaan. Een ernstig zieke man met een zedenverleden die te maken kon hebben met een onopgeloste kinderverdwijning, een man die bovendien door meerdere mensen werd herkend in het signalement van de vermoedelijke kidnapper: een beetje rechercheur zou daar onmiddellijk actie op ondernemen.

Bezweken

Niets bleek minder waar. In november dat jaar meldde de tipgever zich opnieuw bij me. De politie had de zaak liefst een half jaar laten liggen en was pas eind november bij Teunissen langsgegaan. “Daar kan geen zinnig woord meer zijn uitgekomen,” zei mijn informant verontwaardigd. “Want een dag later is die vent aan zijn ziekte bezweken.”

Het enige wat ik op dat moment kon uitbrengen was een luide vloek. Hadden we maar nooit op politie en justitie vertrouwd. Waren we maar zelf verder gaan rechercheren met de tip, schoot er door mijn hoofd.

Wat deden recherche en OM wel in die tijd? Tijdens een zoekactie werd wat geprikt met stokken in de duinen van Monster. Een volslagen zinloze, geldverslindende exercitie omdat de duinenrij na 1995 is opgehoogd met zeker acht meter zand. Verder kwam er een getuigenoproep op tv. “We houden daarbij de optie open dat de jongen nog in leven is”, zei officier van justitie Wouter Bos in november 2011. Een uitspraak die oud-rechercheur Dick Gosewehr en ik nooit hebben begrepen.

Herfst

Tijdens het schrijven van Moordsporen, in de herfst van vorig jaar, deed zich in ons onderzoek wéér iets nieuws voor.

Geheel onverwacht meldde zich een nieuwe getuige. Rens, een 34-jarige man uit Den Haag, die de vermissing van Jair in de zomer van 2019 in een uitzending van Opsporing Verzocht voorbij had zien komen. Hij wilde ons dringend spreken.

Rens vertelde een opmerkelijk verhaal. In 2011 was hij naar de Haagse politie gestapt. Hij had in die tijd mijn krantenverhaal met het signalement van de vermoedelijke kidnapper gelezen. Ook hij was daar op aangeslagen.

Rens verklaarde destijds bij de politie dat hij als tienjarige jongen – in dezelfde periode dat Jair verdween – in een strandtent ten zuiden van Den Haag en vlakbij Monster was lastiggevallen door een man.

Gesleurd

Hij was zich rot geschrokken van die kerel, wist Rens nog. In paniek had hij zijn toen zevenjarige broer meteen aan de arm mee naar buiten gesleurd en was hij naar zijn moeder gerend.

Zowel Rens als zijn moeder zegt dat deze man voldoet aan het signalement uit de zaak-Jair. Rens had dat in 2011 allemaal uitgebreid bij de politie beschreven. Tot zijn verbazing, zei hij, had hij er nooit meer iets over gehoord.

Alweer waren we verbijsterd. De politie had de verklaring van Rens serieus moeten nemen en een getuigenoproep moeten doen. Een oproep aan mannen om zich te melden indien zij als kind in diezelfde omgeving en periode zijn lastiggevallen door een man die voldoet aan het signalement in de zaak-Jair en de zaak van Rens, had immers nieuwe aanwijzingen kunnen opleveren.

Ook deze informatie was echter onder tafel gepoetst. Een zoveelste misser, wat ons betreft.

Laatste woord

In Moordsporen krijgen de nabestaanden het laatste woord. Bij elke familieaangelegenheid is er bij de familie Soares die lege stoel en de gedachte aan Jair die zomaar uit hun midden verdween. “Het is enorm frustrerend dat politie en justitie in 2011 niet tot het uiterste zijn gegaan”, vertelt Claudio Soares. “Naar mijn gevoel zijn we nooit meer zo dicht bij een oplossing gekomen als in die tijd.”

Claudio heeft een prachtig portret van zijn broertje in de hal van zijn appartement hangen. “Zo is hij de laatste die ik zie als naar buiten ga en de eerste die ik in het oog krijg als ik weer thuiskom.”

Zijn broer Benvindo koestert een ansichtkaartje met een afbeelding van een bootje en twee beren waarop Jair ooit in zijn allermooiste kinderhandschrift zijn naam schreef.

“Aan de ene kant wil ik het wel een plekje geven”, aldus Benvindo. “Anderzijds wil ik mijn broertje niet opgeven. Ik wil door blijven gaan, hoop blijven houden, hem niet vergeten. Ik wil Jair herdenken, maar tegelijkertijd wil ik nog steeds niet onder ogen zien dat hij voor altijd weg is, als ik die stap zet. Aan die tegenstrijdigheden denk ik vaak.”

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Femkefataal.nl is een onafhankelijke website over vrouwen en crime van misdaadjournalist Jolande van der Graaf. Het platform biedt nieuws en achtergronden over misdaad, steeds belicht vanuit een vrouwelijk perspectief. Vrouwen die zelf slachtoffer zijn of vanwege hun werk met criminaliteit te maken hebben, schrijven columns op femkefataal.nl.