Kunstenaar Jan van Herwijnen (1889-1965) brak in 1920 door met een opmerkelijke serie tekeningen. In het Willem Arntz Huis te Utrecht portretteerde hij 32 chronisch-psychiatrische patiënten. “Uit mededogen,” zoals Museum MORE het nu verwoordt.

STEUN RO

Een jonge vrouw houdt een witte tulp op schoot. De bloem contrasteert met de donkere wallen onder haar waakzame oogopslag. “Het schijnt dat zij een buitenechtelijk kindje had gekregen. En dat werd haar afgenomen,” weet conservator Marieke Jooren. “Daarna was ze helemaal doorgedraaid.”

De krankzinnigen, zo heette aanvankelijk de serie die Jan van Herwijnen in januari 1920 exposeerde en die zijn doorbraak als kunstenaar betekenden. Museum MORE toont ze nu onder de titel Tekenen uit mededogen. Want dat was eigenlijk wat Jan van Herwijnen in 1919 deed, getuige zijn terugblik in 1963: “Je moet niet tegen ze praten, maar wel een zooitje liefde vanuit je donder op ze sodemieteren.”

Crisis

Slechts 29 jaar was Van Herwijnen toen hij deze reeks maakte. Aanleiding was zijn eigen ervaring: in 1918 was hij zelf tien dagen opgenomen in het Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis, met wat indertijd ‘een zenuwinzinking’ heette. “In 1918 ben ik weer eens uit mekaar gevlogen,” zo omschreef hij het naderhand, hiermee aangevend dat het dus niet zijn eerste crisis was. “Toen hebben ze me naar paviljoen drie gebracht. (…) Wat ik dáár om me heen zag (…) kermis in de hel was het.”

In het Wilhelmina Gasthuis was hij al begonnen zijn medepatiënten te tekenen. “Maar toen hij daar na zijn ontslag mee wilde doorgaan, verwees een arts hem het Willem Arntz Huis in Utrecht, de op één na oudste psychiatrische inrichting in Nederland,” zegt Jooren.

Negen maanden lang reisde de jonge kunstenaar op en neer tussen Amsterdam en Utrecht, om portretten te maken van 32 patiënten. Oud of jong, vrouw of man, arm of – naar hun outfit te oordelen – behoorlijk welgesteld, zodat ze geen ‘gestichtskleding’ hoefden te dragen. Steeds ten voeten uit getekend: zwart krijt op papier van pakweg 175 bij 110 centimeter, in snelle en rake lijnen met krachtige contouren.
Het papier is inmiddels vergeeld en ietwat smoezelig, want meer dan een eeuw oud. Maar hoe kwetsbaar ook: er zit geen glas voor. “Zo kregen we ze aangeleverd uit het Arnhems Museum, daar hingen ze al jaren zo,” lacht Jooren. “We zijn er heel blij mee!” Het effect is inderdaad indrukwekkend, al moet je er niet aan denken dat iemand over zo’n zwarte krijtstreep veegt.

Wat dreef Jan van Herwijnen? Ten dele zal het zeker identificatie zijn geweest. Zijn eigen psychische kwetsbaarheid kwam niet uit de lucht vallen: vanaf zijn elfde jaar zwierf Jan op straat, afkomstig als hij was uit een armoedig, disfunctioneel gezin met een drankzuchtige vader. Op zijn veertiende reisde hij als koksmaatje op een schip mee naar Engeland.

Hoewel hij op de lagere school al had uitgeblonken in tekenen, besloot hij pas op zijn 22ste om kunstenaar te worden. Zijn analfabete moeder stond achter zijn toekomstplannen. Een vriend gaf hem een schilderkist.

Jans onderwerpkeuze sprak boekdelen: hij portretteerde vooral mensen die het slecht getroffen hadden, zoals daklozen, zieken en gehandicapten. In 1918 tekende hij een Zwerver, het Diakenhuismannetje en de Krankzinnige man met één arm.

Oogcontact

Niet alle modellen uit Willem Arntz Huis bieden overigens een meelijwekkende aanblik. Bij de monotonie van kleur en sfeer vallen de diverse gelaatsexpressies en lichaamstaal op. Sommige patiënten lijken oogcontact met de tekenaar te mijden. Ze wenden berustend hun blik af of staren in stille ontzetting naar een punt dat zij alleen kunnen zien. Bij enkelen is de angst voelbaar en zie je oogwit dat het vermoeden van paniek bevestigt. Anderen kijken filosofisch, nieuwsgierig, breed lachend of zelfs koket ‘in de lens’.

De een slaat de armen afwerend over elkaar, de ander houdt wat verlegen de handen in de schoot gevouwen. Er is een man met een snor die zijn schisis (‘hazenlip’) moet camoufleren. Een mooie jongen verhult zijn vergroeide lichaam in veel te grote, herhaaldelijk verstelde mannenkleren boven orthopedische schoenen. Van enkele oudere vrouwen is de een chic gekleed en kijkt vorsend de wereld in, terwijl de andere gelaten de reumatische handen in haar sobere schort laat rusten. En dan dat meisje, met een haarband en een plissérokje – ach, zo jong en dan al chronisch geestesziek…?

In 1918 ben ik weer eens uit mekaar gevlogen. Toen hebben ze me naar paviljoen drie gebracht. Wat ik dáár om me heen zag – Jan van Herwijnen

Waardevolle aanvulling op deze expositie is het boek. Hierin beschrijft Marieke Jooren ook de Nederlandse psychiatrie in het begin van de twintigste eeuw, nadat bijvoorbeeld zielkundige en literator Frederik van Eeden in zijn roman Van de koele meren des doods (1900) aandacht had gevraagd voor de invloed van omstandigheden op de psyche. Geheel in lijn hiermee is dat Jan van Herwijnen deze patiënten niet als ‘typetjes’, niet als flat characters uitbeeldt. Hij toont ons echte mensen: unieke individuen, met eigen gevoelens en gedachten. Zijn portretten bepalen ons bij de cruciale vraag welk levensverhaal er achter de waanzin schuilt.

Jonge man en face, 1919

Last Man Standing

Alle geëxposeerde tekeningen zijn afkomstig uit de collectie van Museum Arnhem, dat deze werken in langdurige bruikleen heeft van de Jan van Herwijnen Stichting. Ze zijn te zien in Museum MORE in Gorssel van 19 september 2021 t/m 9 januari 2022.Naast het tonen van zijn ontroerende en indringende portretten van Jan van Herwijnen wil Museum MORE ook een bijdrage leveren aan het verminderen van het maatschappelijk taboe op psychische klachten. Daarom doet het op zaterdag 30 oktober 2021 tussen 12.00 en 15.00 mee aan de landelijke actie #LastManStanding van Wij zijn MIND! Een uniek evenement waarbij je – net als honderden anderen door heel Nederland – drie uur lang op een verhoging gaat staan.
Tijdens die sta-sessie in Museum MORE zal schrijver Daan Heerma van Voss voorlezen uit zijn succesvolle boek De Bange Mens. Kunsthistorica Laura Prins geeft  een lezing over de verbeelding van psychiatrische patiënten in de kunst door de eeuwen heen, van anonieme portretten (zoals die van Jan van Herwijnen) tot beeltenissen van beroemde kunstenaars en dichters die opgenomen werden in een inrichting. Ze vertelt hoe het idee van de ‘geniale gek’ groeide en hoe de rol van de kunstenaar veranderde van romanticus, bohémien en provocator naar buitenstaander.

Tijdens #LastManStanding is er ook een korte yogasessie om het lichaam tegemoet te komen.

Bij deze expositie hoort geïllustreerd boek: ‘Jan van Herwijnen. Tekenen uit mededogen’. Auteur is conservator Marieke Jooren, het voorwoord is van Ype Koopmans. Uitgegeven bij WBooks,  ISBN 978 94 625 8448 8. Prijs €24,95. 

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -