Hans van Zon, geboren op 6 maart 1941 in Utrecht, overleden op 11 mei 1998, was de bekendste seriemoordenaar van Nederland in de vorige eeuw. De nog jonge latere journaliste Loes Leeman (‘Tros Vermist’) leerde hem al kennen in de zomer van 1965. Heel veel later kwam ze weer in contact met hem en ontstond er een bizarre verhouding met hem en zijn toenmalige vrouw. Ze schreef er een boek over.

STEUN RO

“Ik leerde Hans van Zon kennen in de zomer van 1965. Hij hokte samen met een vrouw op een bovenetage aan de Leidseweg in Utrecht. Ik woonde met mijn ouders om de hoek in een van de straatjes achter de Rijksmunt. Hans was 24, in mijn ogen al een oude man. Zijn haar kamde hij, net als mijn vader deed, strak naar achteren. Het glom van de brillantine. Hij droeg driedelige kostuums, een stropdas en glimmende puntschoenen. Mijn vriendjes droegen witte spijkerpakken en hadden beatlehaar, een wereld van verschil. Maar ik vond Hans, met zijn felblauwe ogen en brutale glimlach, een knappe vent en werd verliefd op hem. Met zijn donkere zonnebril en een sigaret nonchalant in zijn mondhoek hangend, leek hij wel wat op een gangster uit de film. Heel spannend.”

Schrijft Loes Leeman in het boek Jarretels voor een seriemoordenaar. Ze mag mee voor een ritje op zijn scooter. “Ik sloeg mijn armen stevig om zijn middel en drukte me dicht tegen hem aan. Wat voelde ik me veilig bij mijn ridder achterop zijn stalen ros!”

Met kerst 1967 is de moeder van Loes het Utrechts Nieuwsblad aan het lezen en roept ze: “Dat is me ook wat! Die keurige Hans van Zon van hier om de hoek is gearresteerd voor moord!”

Na de roofoverval op een weduwe in de Haverstraat had hij in drie dagen tijd vier moorden bekend. Haar moeder had “eigenlijk altijd al een misdadige glans in zijn ogen gezien.”

Op 12 december had Hans geprobeerd Elisabeth Woortmeijer (66) met een loden pijp de schedel in te slaan. Hij was er met haar spaargeld vandoor, maar de weduwe overleefde en wees de jonge vriend van een van haar vroegere minnaars aan. Die minnaar was de beruchte Utrechtse crimineel Nol Rietbergen, alias Ouwe Nol.

Gedrogeerd

De eerste moord was op zijn Amsterdamse vriendin Coby van der Voort, in april 1967. Hij had haar gedrogeerd, de hersenen ingeslagen en bewerkt met een mes. Haar lichaam werd een paar dagen na de moord gevonden. Hans bleef buiten beeld.

In mei werd Jan Donse (80) van feestwarenwinkel Cupido in Utrecht vermoord, na een ‘gouden tip’ van Ouwe Nol. Hans leek een alibi te hebben, maar na de overval op weduwe Woortmeijer zette de politie hem de duimschroeven aan en bekende hij. Ook dat hij tussen 29 april en 13 december 1967 drie moorden had gepleegd, inclusief die op een melkboer in Heeswijk. Verder werd hem de moord op de Rotterdamse Elly Hagers, gepleegd in 1964, ten laste gelegd. Het meest schokkende voor het publiek was dat hij een ‘klassieke seriemoordenaar’ was: iemand die moorden pleegt om te moorden. Hij wordt na een geruchtmakend proces veroordeeld tot levenslang, maar twintig jaar later, in 1986, komt hij al in aanmerking voor gratie.

Stiekem

Loes Leeman studeert in die tijd af aan de School voor de Journalistiek in Utrecht en besluit Hans te benaderen voor haar eindverslag over de ‘Terbeschikkingstelling van de Regering’ en het nut ervan. Er volgen tal van telefoongesprekken, maar om het te gebruiken als afstudeerproject is het te kort dag. Maar als ze even later als redacteur werkt aan tv-programma’s lijkt een persoonlijke audio-opname van een seriemoordenaar haar boeiend en wellicht is hij bereid wat te vertellen over delicten. “We maakten een afspraak voor de opname via de telefoon. Hoewel ik stiekem al vele opnamen van Hans had gemaakt, kondigde ik deze keer officieel aan, dat ik het gesprek op band ging opnemen. Ik wilde zijn toestemming, om het te gebruiken voor publiciteitsdoeleinden.”

In de eerste gesprekken gedraagt Hans zich “dwingend en grof. Na de eerste aftastende vragen begon Hans me letterlijk de kleren van het lijf te vragen: ‘Wat heb je aan? Hou je van sexy lingerie? Zit je lekker met jezelf te spelen?’

Ik schrok van zijn vragen. Hij werd wel heel snel intiem.”

Enige tijd later komt het tot een persoonlijke afspraak. Hij haalt haar op met zijn auto. “Goedkeurend gleed zijn blik langs mijn lichaam. Er ging een rilling door me heen. ‘Dag meidje,’ begroette hij me breed lachend. We omhelsden elkaar. Zijn sjofele uiterlijk schokte me. Niets was er over van de boomlange, in driedelig pak gestoken jongeman uit 1965. Geen enkele gelijkenis met de hevig tegenstribbelende verdachte, die door parketwachters het gerechtshof werd uitgedragen. Geen spoor van de galante slechterik uit een spaghettiwestern, waarvoor ik als vijftienjarige viel. Wat ik voor me zag was een pafferige, op onzekere benen zwaaiende, corpulente grijsaard, jaren ouder lijkend dan de 48 jaar die hij telde.”

Jarretels

Hij ruikt onaangenaam, niettemin komt het tot een vervolgafspraak. “Hans streelde mijn haar, hij was in een filosofische bui. ‘Weet je wat ik graag zou willen? Dat je jarretels draagt op mijn begrafenis.’ Ik vond het een bizar verzoek. Daar had hij toch niets aan als hij dood was? ‘Ik vind het geil. Dat stukje dij net boven de rand van je kousen. Het idee dat je ze dan draagt, windt me op. Doe je het?’”

De politie denkt dat Hans veel meer nog onopgeloste op zijn geweten heeft, maar daar is geen bewijs voor gevonden. “Anders lag het met de moord op de Rotterdamse Elly Hagers. Over haar had Hans slechts één keer met me gepraat tijdens onze nachtelijke telefoongesprekken. Ik herinnerde me dat hij boos sprak.”

Samen met Hans bezoekt Loes de verschillende plaatsen delict. Op een avond zitten ze samen in zijn auto. “Plotsklaps bespeurde ik een vreemde lucht in de auto. Behalve de zweem van alcohol en zweet die om hem heen hing, rook ik nog iets goors. De indringende geur van een wild dier. Ik bezocht ooit een tentoonstelling genaamd ‘De Neus’ waar je door een gat in een soort kijkdoos de geur kon opsnuiven van de vroege Middeleeuwen. Die stank leek op de geur rond Hans. Armoe, modder, rottende kadavers, de pest. Ik zag vanuit mijn ooghoek dat zijn weke, witte handen klam waren geworden van het zweet. Zijn gezicht zag bleek, maar zijn eerder door drank troebel geworden dronkenmansogen waren nu staalblauw en kil. Een moordenaarsblik!”

Sherryglas

Ze rijden naar een boerderijtje met een hoop zooi in de voortuin. Hier woont hij met zijn vrouw Riet, in het dorp Wirdum. Ze is op dat moment niet thuis, maar als ze de volgende morgen van de buurman hoort dat Hans daar met ‘een vreemde vrouw’ is geweest, is de boot aan. Hans had haar nooit verteld dat hij zo vaak telefonisch contact had gehad met Loes. Ze had hem een sherryglas naar zijn hoofd gegooid en geroepen: “Die verdomde journaliste uit Utrecht is levensgevaarlijk.”

Kort daarna spreken Riet en Loes elkaar. Riet vertelt hoe het contact met Hans tot stand is gekomen. Ze wist niet wat Hans had misdaan toen ze in de observatiekliniek kwam werken waar hij was opgenomen. Ze was 28 jaar en raakte verliefd. “Op een gegeven moment wist ik het zeker, Hans was voor mij de ware. We praatten tijdens mijn dienst met elkaar via zijn celdeur. Hij zei naar me te verlangen en ik liet hem door het luikje mijn borsten betasten. We hielden lange intieme fluistergesprekken. Ik viel als een blok voor deze man die zo diep wist door te dringen in mijn gevoelswereld.”

Nachtdienst

Tijdens een nachtdienst bezoekt ze hem. “Toen ik zijn celdeur opende en bij hem binnentrad, was dat voor mij een daad om hem te bewijzen dat ik hem geloofde. Dat hij geen seksueel contact met me zou hebben. Buiten een mislukte poging van mijn rijschoolhouder had ik nog nooit gemeenschap gehad met een man. Ik heb me later gerealiseerd dat op dat moment ‘niet neuken’ een grote daad voor Hans was. Hij tilde me op zijn bed en ging op me liggen. Hij kuste me en legde z’n hoofd in mijn schoot, heel stil. Na even zei ik: ‘Je moet me nu laten gaan’. En ik vertrok.’”

De relatie bleef niet onopgemerkt. Als ze erover praat met de forensisch psychiater van Hans, zegt die: “Dat is misdadig, een man die jaren vastzit. Als je zover gaat, had hem dan ook laten neuken.”

Riet zette alles op het spel: haar baan en haar reputatie, ze raakte alles kwijt; haar familie was teleurgesteld en vrienden wilden niets meer met haar te maken hebben.

Verstikkend

Nadat Hans in de Van Mesdagkliniek in Groningen werd geplaatst, ging Riet in de buurt wonen om gemakkelijker bij hem op bezoek te kunnen. Na zijn vrijlating werd het zwaar. Hij greep vaak naar de fles en legde enorm veel beslag op Riet. Zijn verstikkende aanwezigheid was voor haar reden om een baantje buitenshuis te nemen.

Riet heeft jaren haar best gedaan om Hans te doorgronden, maar dat lukte niet: “Ik kan geen deel hebben aan de ervaring van anderen-doden en wat dit in jezelf vernielt. Slechts vermoeden, inschatten en beredeneren.”

Dat was wel wat Loes juist wilde weten: waarom Hans moest moorden en wat dat in hem had vernield. Aan iets intiems met hem wilde ze helemaal niet denken. “Je hebt hem toch maar opgegeild,” concludeerde Riet koel.

In de jaren negentig werkt Loes Leeman voor Deadline, een misdaadprogramma met Jaap Jongbloed en Peter R. de Vries. Ze regelt een exclusief interview met Hans van Zon. Op de redactie vermaakt hij zich kostelijk en vertelt smakelijke anekdotes over grote misdadigers met wie hij gedetineerd had gezeten.

HUWELIJKSNACHT IN DE GEVANGENIS

Hans van Zon en Riet trouwden in de gevangenis. Zonder gasten of familieleden. Het personeel kreeg de gelegenheid het bruidspaar te feliciteren. Het bruiloftsmaal bestond uit gele vla in plastic bakjes. Hans en zijn kersverse vrouw mochten die avond gebruik maken van de studeerkamer van de directeur: “We lagen op het tapijt, onder zijn bureau te vrijen,” herinnerde Riet zich. “In een hoekje zat de chef de clinique bij kaarslicht een boek te lezen. We mochten twee uur samenzijn en toen moest ik vertrekken. Dat was onze huwelijksnacht.”

IN BED MET HANS EN RIET

Als de contacten tussen Loe Leeman en Hans van Zon en diens vrouw Riet nauwer worden, blijkt Riet gevoelens te ontwikkelen voor Loes. Loes: “Ik was beslist niet tegen de damesliefde en Riet was geen onaantrekkelijke vrouw, maar de gedachte om zo, door twee tikkende tijdbommen, in een triootje gesleurd te worden, benauwde me. Aan de telefoon ratelde Riet door: ‘Je wordt meegezogen in onze tornado en je bent nu een deel van ons leven. Dikwijls denk ik dat je een onvoorstelbare mengeling bent van Hans en mij. Je hebt Hans gehoord: dronken, scheldend, schreeuwend, je vluchtte niet. Nu brengt Hans dat als zijn verworvenheid, prima, je krijgt carte blanche. Hans hoopt met heel zijn wezen dat wij, jij en ik, elkaar zullen vinden, zodat een diepe vriendschap tussen ons tot stand zal komen. Hij zegt: als dat mogelijk is dan ben ik een rijk man.’

Knus

De oude woonstede van Hans en Riet in Wirdum glom aan alle kanten. Zelfs de grote zwarte honden Bousch en Tompie glansden me tegemoet. Riet begroette me en leidde me als een trotse vrouwtjesspin door haar kleurige web. Wierook en geurkaarsjes brandden op tafeltjes en er lagen bonte kleden en lappen over dozen zooi en stapels rommel gedrapeerd, in een poging het geheel een knusser aanzien te geven. Een groot bed stond midden in de kamer, opgemaakt met fleurige spreien, pluchen beesten en opgestapelde kussens. ‘Het bed heb ik speciaal voor de gelegenheid zo prominent neergezet,’ zei Riet. ‘Ik wil graag iets aardigs voor je doen.’

Ze had iets zoets gebakken, afgaande op de geur die in het boerenhuisje hing. Hans omhelsde me en tuurde me over zijn leesbrilletje aan. ‘Je doet ons goed meidje.’ Als een prooi werd ik meegetroond naar hun stamcafé De Zwaan, enkele panden verderop, dat genoemd was naar de waardin Zwaantje. Het echtpaar Van Zon was er kind aan huis. Hans sloeg amicaal op enkele forse boerenschouders en ik mocht, als eregast van Hans en Riet, aan de stamtafel aanschuiven. Moordenaar Hans van Zon was geaccepteerd in het Groningse dorp.”

Daarna gaan ze naar huis.

“In het grote bed in de boerderij leunde Riet verleidelijk tegen de kussens. Ze had zich omgekleed in een soort sluierjurk.‘Heb ik geknoopt van aan elkaar genaaide sjaals,’ vertelde ze trots. Ze nestelde zich behaaglijk tegen me aan en sprak openhartig over haar verlangen naar genegenheid en haar gemankeerde liefdesleven als echtgenote van een levenslang gestrafte.”

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -