Bob en Cathelijn Radstake-Blankevoort wonen met hun dochter Lelie (4) in een bos bij Dalfsen. Ze bouwden daar hun eigen huisje uit gerecyclede materialen, hebben een eigen waterbron en eten groenten en fruit uit eigen tuin. Sprookjesachtig, jazeker. Maar het is ook gewoon hard werken.

STEUN RO

Mijn eerste associatie is die met het woonerf van kunstenaar Anton Heyboer (1924-2005) en zijn vrouwen in Den Ilp. Ook zij hadden op diverse gebouwtjes opgetrokken uit allerhande gevonden materialen. In mijn herinnering zag het er allemaal even spontaan en bohémien uit. Al voelde ik niet veel voor Heyboer en zijn werk, die eenvoud had iets benijdenswaardigs.

Een van Heyboers vrouwen, Lotti, was binnenhuisarchitecte en zei ooit iets als: “Het is zo’n opluchting als je niet meer hoeft na te denken over de afmetingen, omdat het materiaal voor jou de maat al heeft bepaald.” Die woorden zijn me decennia lang bijgebleven. En nu ik hier bij de Cathelijn en Bob Radstake zit, op de waaiervormige veranda van hun uit sloopmateriaal vervaardigde boshuis, komen ze opeens weer bovendrijven.

Cathelijn en Bob knikken begrijpend als ik ze uitspreek. In gemakkelijke slobberkleding zitten ze elk op een schapenvacht met een mok kruidenthee. Feitelijk is het best kil buiten, maar de temperatuur lijkt hen niet te deren. In de loop van het gesprek heb ik er zelf trouwens ook steeds minder last van.

Cathelijn: ”Als dertienjarige droomde ik al van zelfvoorzienend leven: mijn eigen groente verbouwen, veel dieren om me heen en lekker biologisch eten. Ik ging dus naar de lagere land- en tuinbouwschool, want ik dacht dat ik later het boerenleven in wilde. Alleen leerde je daar niets over biologische landbouw en des te meer over kunstmest en zo.”
Het werd een opleiding Culturele Maatschappelijke Vorming. Cathelijn: “En toen ik rond mijn 25ste regelmatig migraine kreeg, ben ik ‘restorative yoga’, gaan doen, zeg maar ‘herstellende yoga’. Binnen no time was van mijn hoofdpijn af. Dat inspireerde me om zelf een yoga- en massageopleiding te volgen. En zo startte ik als 30-jarige mijn eigen yogapraktijk in Utrecht, waar ik toen woonde.”

Levend bouwen

Bob: ”Als kind wilde ik uitvinder worden. Ik koos een opleiding elektronica, omdat ik toen dacht dat daarin de vernieuwing lag. Na een heleboel baantjes − want ik raakte telkens heel snel verveeld − was ik op een gegeven moment internetmonteur en had ik een eigen huis. Toen vroeg ik me af: is dít nou echt wat ik wil? Dus verkocht ik het huis, verbrandde mijn hele administratie inclusief diploma’s en reisde met alleen een rugzak naar Australië. Daar heb ik een tijd in de bush onder een zeiltje gewoond, aan een beekje, tussen de wilde dieren.
Toen ik later terugkwam in Nederland, zag ik hoe gecultiveerd en versteend het Nederlandse landschap eigenlijk is en hoe er steeds minder bomen overblijven. Dat bracht mij op het idee van ‘levend bouwen’. En omdat in Nederland nou eenmaal alles functioneel moet zijn, begon ik meubels van levende bomen te maken, en schuttingen, veranda’s en huisjes… Zo ontstond uiteindelijk, via ons bedrijf The Greenman Project, ook de Stichting Het Levende Dorp.”

Ruim vijf jaar geleden attendeerde een vriendin hem op de mogelijkheid om in dit bos te komen wonen. “In dezelfde periode verhuisde Cathelijn ook hierheen. We hadden elkaar al eens ontmoet, maar nu was het echt raak: binnen enkele maanden hadden we een relatie en was Lelie onderweg.”

Cathelijn: “Na Lelies geboorte stopte ik mijn yogapraktijk in Utrecht, want ik wilde zoveel mogelijk aandacht aan haar besteden. Momenteel geef ik hier in Dalfsen wel weer yogales. Verder ben ik intensief betrokken bij ons bedrijf. Bob is het creatieve brein achter onze droom, ik doe de organisatie en maak de ontwerptekeningen.”

Biologische producten

Het gezin Radstake eet biologisch. Cathelijn: “In supermarkten staat het biologische product vaak naast de gangbare versie en ja, dan blijken biologisch nogal eens duurder. Daar schrik je eerst van. Maar ik heb me inmiddels aangewend om niet meer op de prijzen te letten. Ik kies liever voor ‘minder en gezond’ dan voor ‘meer en gangbaar’.”
Bob: “Lelie eet ook van alles uit de tuin en uit het bos: appels, aardbeien, paardenbloemen… In grote lijnen weet ze wat ze wel en niet kan eten. Dat lijsterbessen alleen voor vogeltjes zijn en dat je van rauwe vlierbessen buikpijn krijgt, maar dat je daar wel weer lekkere jam van kunt maken. Als ze twijfelt, vraagt ze eerst: ‘Kan ik dit eten?’ Dat hebben we duidelijk afgesproken.”
Cathelijn: “We eten vrij weinig vlees, maximaal twee keer per week. Zelf eet ik vaak een tijdlang vegetarisch. We zijn daar flexibel in. Na de bevalling had ik plotseling een poosje de behoefte om vlees te eten, maar nu heb ik weer de behoefte om dat juist niet te doen.”

Thuisonderwijs

Cathelijn en Bob willen Lelie straks thuisonderwijs geven. Bob: “Feitelijk zijn we daar al mee begonnen, want Lelie spreekt een beetje Engels. Dat heeft ze opgepikt van filmpjes en van mensen die bij ons over de vloer kwamen. Zodra ze iets in het Engels zegt, doen wij meteen mee en dan ontstaat er vanzelf een les. Ook rekenen kunnen we haar zelf bijbrengen.”
Cathelijn: “Gisteren waren we op een conferentie en Lelie zat gewoon bij me. Ik had op papier een toetsenbordje getekend, Lelie mocht telkens een ‘toets’ indrukken en dan schreef ik die letter op. Zo ‘typte’ ze een tekstje, want ze kent het alfabet al.”
Bob: “Een schoolklas met dertig kinderen en een paar volwassenen die dan ‘meester’ of ‘juf’ heten, dat lijkt ons geen ideale situatie. Als kind heb je vooral aandacht van je ouders nodig. Scholen zijn meestal teveel gericht op prestatie. Bovendien komen de schooltijden lang niet altijd niet overeen met het bioritme van een kind. Wij denken dat je het beste kunt leren wanneer je goed in je vel zit en geïnteresseerd bent.”
Cathelijn: “Inclusief de lessen die je niet op school krijgt. Bijvoorbeeld: hoe ga je om met verdriet of boosheid? Dat kun je het beste in je eigen omgeving leren. En dan niet alleen van je ouders, maar ook van grootouders of buren. Daarom hebben we Lelie ook nooit naar de kinderopvang gedaan. Oppas hebben we eigenlijk ook zelden. Meestal nemen we haar gewoon mee.”
Bob: “Dus voordat Lelie vijf wordt, sturen we een aanvraag naar de leerplichtambtenaar. Op haar twaalfde wordt er getest of ze voldoende kennis in huis heeft. Daarna kan ze eventueel een reguliere opleiding doen.”

Lage energiekosten

Bob: “Ons huis is voornamelijk opgebouwd uit hergebruikt materiaal. We zijn ook niet aangesloten op nutsbedrijven. We hebben een houtgestookte tegelkachel, een houtgestookte badkamer en een eigen waterbron. Kijk, onder dat tuintafeltje, daar gaat een pijp de grond in tot 32 meter diepte. Het eerste filter zit in de badkamer en haalt de kalk en het ijzer uit het water. En in de keuken hebben we de tweede filter, een zogeheten ‘omgekeerd osmosefilter’”.
Uiteraard hebben ze hier veel lagere energiekosten dan in een nieuwbouwhuis. Al vergt zelfvoorzienend leven wel extra werk, waarschuwt Bob: “Als je een douche wilt nemen, moet je bijvoorbeeld wel eerst hout hakken om het water warm te stoken. En je moet ook de groenten- en fruittuin bijhouden. Maar ach, de tijd waarin een ander voor zijn baas werkt, besteden wij aan ons eigen leven. Weet je, wij willen onze droom in praktijk te brengen. Dat valt niet altijd mee, maar we kijken altijd weer naar de nieuwe mogelijkheden: ‘Dit kan niet. Wat kan er dan wél?’”
Cathelijn: “Natuurlijk gaat het ons aan het hart zoals er met de aarde wordt omgegaan. En toch is onze grootste les telkens weer: je mag pijn en machteloosheid voelen, maar zorg dat je niet in zak en as raakt. Probeer even later weer te kijken wat er wél mogelijk is. En dat blijkt vaak toch heel veel.”

Ecologisch festival in Dalfsen, mei 2017

Stichting Het Levende Dorp organiseert, in samenwerking met de gemeente Dalfsen, hét nieuwe ecologische festival van Nederland: The Living Village Festival.
Van 18 t/m 21 mei wordt daar, in een feestelijke sfeer met muziek en beeldende kunst, een breed scala aan workshops en lezingen geboden.