Exact een eeuw geleden kwam er een wet in Nederland die voorschreef dat onderijs een voorwerp is van aanhoudende zorg van de regering en dus uit openbare middelen moet worden bekostigd.

STEUN RO

Dat hield en houdt in dat ook de zogenaamde ‘bijzondere’ (van welke religieuze of levensbeschouwelijke aard dan ook) scholen een zelfde bedrag per leerling uit de belastingpot krijgen als de openbare scholen. In christelijke kringen van Nederland werd dit altijd heel trots ‘de schoolstrijd’ genoemd, die uitmondde in ‘de vrijheid van onderijs’. In de praktijk kwam het erop neer dat er katholieke, gereformeerde, christelijk-nationale (en later toen dit nog niet ‘bijbels’ genoeg was ook reformatorische) onderwijsinstellingen kwamen. Allemaal smaken van hetzelfde christendom en typerend voor de verzuilde Nederlandse samenleving. Maar in de 21ste eeuw zou blijken dat dit, met name voor de orthodoxe christenen tevens ‘een schot in eigen voet’ zou worden.

Met de hand op de bijbel, uh… de koran
In de Gelderse gemeente Ede, waar de ‘schoolstrijd’ zo ongeveer op z’n heftigst woedde, bestaat sinds 1990 ook een islamitische basisschool. De SGP was als enige partij in de gemeenteraad destijds principieel tegen de oprichting hiervan. Verder was iedereen vóór, al werd er wel enigszins bezorgd gepraat of ‘de integratie van allochtonen hiermee het beste gediend was’. De wettelijke vrijheid van onderwijs sluit iedere discussie over het bestaansrecht van islamitische scholen uit. Immers: men kan met de hand op het wetboek niet een reformatorische school toestaan en een islamitische weigeren. Met de hand op de bijbel of de koran kan natuurlijk iedereen beweren wat hij zelf wil. En dat roept direct de vraag op: zijn wij anno 2020 nog wel zo blij met de vrijheid van onderwijs?

Apartheid
Ik zelf beantwoord die vraag al decennialang met een hartgrondig NEE. Niet alleen woonde ik tijdens mijn jeugd in eerdergenoemde gemeente Ede, waar ik de waanzin van de apartheid in het onderwijs met eigen ogen aanschouwde. Ik had ~goddank~ vooruitstrevende ouders die mij naar een zogenaamde christelijk-nationale school stuurden, omdat zij wilden dat ik met kinderen van alle soorten en smaken leerde kennismaken en omgaan. Nou dat hebben ze geweten. Ik schoof de ajam pedis (bij mijn Indonesische vriendinnetje geleerd) net zo makkelijk naar binnen als de zuurkool met worst en de kippensoep met matzeballen en ging naar bar mitswa’s, heilige communies en (ja ook toen al) mee naar het ‘suikerfeest’ van weer een andere klasgenoot. Geheel volgens het principe van mijn moeder en vader, zij het soms met wat cynische ondertitels van die laatste. Ik noem er een paar: ‘Als je eens wist wat er onder de pijen van die paapsen allemaal gebeurt’, tot ‘Ik word nog misselijk als ik terug denk aan die jankende moskeeën uit mijn Indonesische rijsttijd’ en ‘Zo christelijk als poppenstront, maar wel allemaal zwanger het huwelijk in’. Afijn, met zo’n vader leer je nog eens wat.

Sweet memories
Voorts raakte ik gewend aan het feit dat mijn Joodse buurmeisje niet op zaterdag mee mocht naar het zwembad waar ik elke dag fanatiek trainde en een vriendinnetje van wat ‘zwaarder’ christelijke signatuur niet op zondag. We maakten er niet zo’n groot punt van. Er werd niet gescholden op elkaar, maar ik moest altijd wel lachen om de (foute?) grapjes van mijn pa. O ja: en mijn eerste vriendje was een Zuid Molukker met zo’n enorme bos haar (ik viel d’r op) waarover mijn vader lachend zei: ‘Zeker lid van de AVRO thuis’ (die snapte ik later pas, afro dus), maar hij ging met diezelfde jongen wel lekker bami staan maken in onze keuken. Kortom: schoolstrijd, laat staan religieuze strijd was niet aan de orde en daar diende je als weldenkend mens ver boven te staan.

God wil geen meisjes in broek
Ik was dan ook enorm verbaasd dat toen ik in het Gooische Huizen (een fremdkörper temidden van de rijke kak) ging wonen en elke winterochtend vroeg wanneer ik mijn hond uitliet, bibberende meisjes bij de bushalte zag staan. Een tijdstip waarop de meeste leeftijdgenoten nog in hun bed lagen te stinken. Meisjes in lange, vormloze rokken, ja wel met maillots, maar vaak met armetierige jackies erop. Zij wachtten er op de bus, die hen van het zeer schoolrijke Gooise naar Amersfoort bracht. Want daar was immers de refoschool. Ik had en heb oprecht medelijden met deze kinderen en dan vooral met de meisjes die het niet in hun hoofd hoeven te halen om een warme broek aan hun gat te trekken. En dat omdat er ooit een of andere mannelijke dominee had verzonnen dat zijn godheid dit maar niks vindt.

Hallo hoofddoek
Inmiddels hebben de rokkenmeisjes in de bushalte gezelschap gekregen van de hoofdoekenmeisjes. Eigenlijk praten ze niet met elkaar (de jongens doen dit sowieso niet) maar af en toe zie ik toch blikken van verstandhouding. Nee, ze gaan niet met dezelfde bus en zeker niet naar dezelfde school, maar beide groepen zijn slachtoffer van ‘de vrijheid van onderwijs’. En de actualiteit drukt ons momenteel dagelijks met onze neus op dit bizarre recht. Want er zijn namelijk scholen die heel ver gaan in hun ideeën en die ouders bijvoorbeeld verplichten om verklaringen te ondertekenen, voordat hun kroost er wordt toegelaten.

Slobmans
Zo is het bij reformatorische scholen verplicht ‘de drie formulieren van enigheid’ (als je niet weet wat dit is, verdiep je er vooral niet in) te ondertekenen inclusief een aantal orthodox christelijke richtlijnen. Daar vallen o.a. die rokken voor meisjes onder, maar bijvoorbeeld ook het afwijzen van een homoseksuele levenswijze. Nu is de huidige minster van onderwijs, Arie Slob, een van de kopmannen bij de Christen Unie. Om zijn achterban rustig te houden heeft hij deze week naar aanleiding van kritische kamervragen dit ronduit discriminerende homostandpunt verdedigd. Hij beroept zich daarbij op de vrijheden van onderwijs en godsdienst en benadrukt dat scholen het recht hebben om ouders en leerlingen te vragen de opvattingen van de school te onderschrijven. Wel moeten scholen zich vervolgens inspannen om voor iedereen een veilig klimaat te creëren. Ook voor LGBTQIAPK+’ers. (kan hier een sympathieker woord voor komen?) “Laat daar geen misverstand over zijn, scholen zijn wettelijk verplicht zorg te dragen voor de sociale, psychische en fysieke veiligheid van alle leerlingen”, aldus Slob. Maar zeg nou zelf: als je ouders zo’n verklaring hebben ondertekend, dan is artikel 1 van de Grondwet (die m.i. boven alles gaat) toch in het geding?

Kop eraf
En dan moet ik het hier natuurlijk ook hebben over islamitische scholen. Net als bij de christenen stuurt 90% van de moslims hun kinderen gewoon naar een van de scholen in de buurt. Maar juist diegenen met fundamentalistischer standpunten willen hun kroost ook overdag graag blootstellen aan opvattingen waar zij belang aan hechten. Omdat er dan geen onderwijzers zijn die spotprenten van Mohammed of andere haatbaarden laten zien. Want van dat soort leraren moet feitelijk de kop eraf. En dat zijn de ‘waarden’ die de ouders van deze kinderen ondertekend hebben en die zij maar al te graag in stand willen houden. Dat is pure onvrijheid van onderwijs en godsdienst en niemand hoor ik praten over de vrijheid van de kinderen die naar dit soort onvrije scholen worden gestuurd. (De Vrije School is overigens ook geen echte vrije school, maar dit zeer terzijde).

Gesubsidieerde indoctrinatie
Want wat is opvoeding? Als je enigszins weldenkend bent dan wil je toch dat je kind voorbereid wordt op de volwassen maatschappij waarin zij (of hij of het) moet omgaan met mensen van allerlei pluimage? Waar niet gevraagd wordt of je een christelijke, islamitische, humanistische of communistische baas prefereert. Die vrouw of man komt gewoon op je pad en je hebt er mee te dealen. Wel zo fijn als je opvoeding (waar de school een steeds groter aandeel in heeft) je daarop heeft voorbereid. Ouders hebben de keuzevrijheid waar het de scholen van hun nageslacht betreft. De overheid heeft de taak om kinderen en zwakkeren in de samenleving te beschermen. Zelfs als dat soms betekent dat een kind uit huis geplaatst moet worden. Maar je mag datzelfde kind wel vijf dagen per week blootstellen aan door de gemeenschap betaald on(der)wijs waar ze geleerd word te haten, te discrimineren of toch op z’n minst onderscheid te maken tussen gender, huidskleur, religie en/of (seksuele) geaardheid.

Onwijs onderwijs
Ik pleit vandaag na 100 jaar voor een nieuwe schoolstrijd. Eentje waardoor kinderen een zoveel als mogelijke gelijke start hebben van hun leven. Dat ze naar scholen gaan met alle diversiteiten die onze samenleving heeft. Het is al erg genoeg dat diezelfde kinderen soms ‘in de vrijheid achter de voordeur van hun ouderlijk huis’ geïndoctrineerd, gehersenspoeld en voor het leven getekend worden. Want het is bepaald niet ‘om het even’ wat je je kind aandoet. Respect, liefde en vrijheid zijn zo ongeveer de meest misbruikte woorden uit de taal. Op het moment dat je vader of moeder wordt, slaan deze begrippen namelijk niet meer op jou alleen, maar heb je je kind voor te doen hoe respect, liefde en vrijheid er in de praktijk horen uit te zien. En daar helpt een ‘bijzondere’ school bepaald niet aan mee. Weg ermee!

Naschrift:
Inmiddels zijn we een dag verder. Minister Slob heeft toegegeven dat verklaringen van scholen die van ouders van leerlingen vragen om homoseksuele identiteit af te wijzen, te ver gaan. Hij zegt nu dat goed nagegaan moet worden wat er precies staat in de verklaringen van reformatorische scholen. “En als ze in strijd zijn met een veilig klimaat op school, dan moeten ze op een goede manier worden aangepast.”

Beeld: Webstockreview.net

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Na de Pedagogische Akademie en haar studie Nederlands ging Annedieke (leeftijdloos) al heel jong lesgeven. Ze werkte op een school met veel pubermeiden die ieder hun eigen problematieken hadden. Meiden die uithuis geplaatst waren in tehuizen of pleeggezinnen, maar ook meisjes uit orthodox christelijke milieus die zover mogelijk bij ‘de echte wereld’ vandaan gehouden moesten worden. Naast Nederlands en Communicatie stortte ze zich samen met een arts van de schoolartsendienst in de 80’er jaren op seksuele opvoeding en openheid. Daardoor raakte ze al vroeg betrokken bij problematiek die we anno nu scharen onder #MeToo. Hierna werkte Annedieke 20 jaar in de wereld van radio & televisie. Ook daar kwam het onderwerp seksualiteit al snel op haar pad. Zo maakte ze de eerste TV-programma’s op de Nederlandse televisie met Goedele Liekens en produceerde ze een serie (in 6 talen uitgegeven) over psychische en fysieke aspecten van seks & relaties . Vooral de nadruk op de vrouwelijke seksualiteit werd in de 90’er jaren als zeer vernieuwend gezien. Toen aan het begin van dit millennium het internet over de wereld rolde, zag Annedieke al snel de mogelijkheden en kansen van deze snelle media,. Zo werd ze in 2006 één van Nederlandse eerste succesvolle bloggers. Momenteel schrijft ze als wetenschapsjournaliste en columniste voor diverse onlinekanalen en de gedrukte pers. Daarnaast houdt zij lezingen en doet ze workshops over onderwerpen die vaak te maken hebben met 'ongemakkelijke waarheden'.