Vandaag bericht Nieuwe Revu over de nieuwe verblijfplaats van, de voor kindermisbruik veroordeelde, regisseur Karst van der M. nabij een peuterspeelzaal en in dezelfde straat als een van zijn slachtoffers. Zowel van der M. als zijn advocaat weigeren te reageren, dus wat doe je dan? Vier bekende strafpleiters geven hun mening.

STEUN RO

Bij het huren van zijn seniorenappartement is van der M. volgens de betreffende woonorganisatie enkel getoetst op inkomen en zijn hem verder geen andere vragen gesteld. ‘Strafrechtelijke vragenstukken zijn een taak van de politie, wij komen enkel in actie als het de woningen zelf betreft. Dus wanneer deze bijvoorbeeld zonder toestemming worden verbouwd of wanneer er een huurachterstand ontstaat’, aldus de organisatie, die dus niet heeft gekeken naar haar bewoner en het feit dat er vlak om de hoek een inpandige peuterspeelzaal gevestigd is, waar van der M. vanaf zijn balkon geen zicht op heeft. De regisseur zelf wenst ter plekke niet te reageren op vragen. Pogingen zijn advocaat, volgens ex-vrouw Lenie ‘ Hart het kantoor Verhoeff in Den Haag, namens hem het woord te laten doen lopen ook op iets uit. Het bedrijf weigert te bevestigen noch te ontkennen of zij van der M. vertegenwoordigen.

Jan-Hein Kuijpers, verdedigde o.a. Willem Holleeder
‘De privacy van je cliënten bewaken is redelijk normaal, maar ik zou wel altijd met hen in overleg gaan als de pers gaat bellen. De truc is vaak om de wind een beetje uit de zeilen van de media te halen en de angel eruit te trekken door te verduidelijken waarom een dader of verdachte bepaalde dingen heeft gedaan. Misschien moest hij zijn belofte wel breken omdat hij echt nergens anders een woning kon vinden, buiten de vraag of het na zoveel jaren ertussen misschien niet ook gewoon weer oké is dat te mogen. Mensen die levenslang krijgen moeten in principe na 25 jaar ook weer de kans krijgen om vrij te komen. Dat hij echter vlakbij een peuterspeelzaal woont is dan wel weer een saillant detail, maar wees daarin in je verklaring transparant.’

Gerard Spong, verdedigde o.a. Job Gosschalk
‘De wijze waarop de verdediging (verdachte + raadsman) zich in een zedenzaak jegens de media dient op te stellen is afhankelijk van per zaak verschillende factoren. De strafrechter pleegt niet zelden bij de strafmaat de aard en de mate van de publiciteit te betrekken. Verder is natuurlijk ook van belang of sprake is van een reeds aan de verdediging ter beschikking gesteld dossier door het OM. Kortom, een algemeen recept is niet te geven.’

Richard Korver, verdedigde slachtoffers Gosschalk
‘Ik kan deze collega’s complimenteren, want ik zou waarschijnlijk hetzelfde hebben gedaan. De meeste advocaten zijn publiciteitsgeil en bevestigen direct dat ze de persoon in kwestie bijstaan, waardoor er ook een zweem van schuld om zo’n man heen kan gaan hangen. Waarom heeft hij anders een advocaat nodig, zal de gemiddelde burger dan denken. Als je aan damage control wilt doen, dan zou ik vooral stilzitten wanneer je geschoren wordt. Het heeft in dit soort kwesties namelijk alleen zin te reageren als je denkt iets te kunnen toevoegen waardoor het verhaal anders wordt. Is dat niet het geval, dan is mijn advies: mond houden! Hij heeft beloofd om er alles aan te zullen doen zijn slachtoffers niet meer tegen te komen en dan lijkt deze stap opmerkelijk. Wanneer je als journalist echter nadrukkelijk de mogelijkheid hebt geboden te reageren en alles hebt geprobeerd zijn raadsman te achterhalen, dan heb daarin je je taak gedaan.’

Theo Hiddema, advocaat en Kamerlid
‘Per zaak is het afhankelijk wat de omstandigheden zijn en wat de cliënt zelf wil. Wat zijn de voorzienbare gevolgen van een publicatie en zijn de persoonlijke belangen hiermee gediend? Dat weegt mee.’