Vroeger geloofde Miloe van Beek in de familie Leentjebuur, tegenwoordig laat haar dochter sleutels, bankpassen, nachtcrème en oorbellen op wonderbaarlijke wijze verdwijnen.

STEUN RO

‘In elk huis woont onder de vloer een familie van hele kleine mensjes, een soort dwergjes: de familie Leentjebuur. Ze lenen allerlei handige gebruiksvoorwerpen: scharen, pennen, elastiekjes en plakband.’ Mijn vader vertelde dit verhaal vroeger vaak als ik weer eens iets kwijt was: dat lag bij de familie Leentjebuur onder de vloer. Vond ik mijn schaar/pen/elastiekje maanden later ineens terug, dan hadden de Leentjeburen er genoeg mee gespeeld. Ik geloofde heilig in het bestaan van een volkje onder de vloer, het is fijn om iets anders dan jezelf de schuld te geven van je eigen chaotische karakter.

Heksensoep

In mijn huidige huishouden is iedereen de hele dag alles kwijt, maar dit komt niet door de familie Leentjebuur. Die zijn namelijk verjaagd door mijn dochter, wat best jammer is want mijn dochter leent geen voorwerpen, maar laat ze voorgoed verdwijnen. Zo was laatst de zilverkleurige sleutel van mijn archiefkast spoorloos verdwenen. Mijn dochter wist me precies te vertellen hoe dat kwam. ‘Dat is een magische sleutel mama, en die is weggetoverd.’ De al dagen vermiste bankpas ‘moest mee met de knuffels op vakantie en zij hebben hem in de zee laten vallen’ en mijn verdwenen pot peperdure nachtcrème bleek ineens een essentieel ingrediënt voor haar heksensoep. ‘Samen met gras en tandpasta. En zeep uit die glimmende tube’, waarbij ze trots wees naar de eveneens tamelijk prijzige shampoo met zeldzame Marokkaanse bergoliedinges. Ik sprak haar natuurlijk ernstig toe, maar glimlachte inwendig vertederd, zo schattig die levendige fantasie van peuters.

Van die warme gevoelens bleef weinig over toen ik ineens een van mijn favoriete fonkelend rode oorbellen mistte: een cadeau van mijn beste vriendinnen voor mijn veertigste verjaardag. Ik had ze na een avond uit op het badkamermuurtje gelegd en de volgende ochtend lag er tot mijn schrik nog maar één. Verwoed zocht ik tussen badeendjes, wc rollen en paracetamol, lag op de grond en tuurde onder kastjes en badmatten. Niks. Ik overhoorde mijn dochter.

‘Heb jij de andere rode oorbel van mama ergens gezien?’

‘Nee hoor.’

‘Echt niet? Ik zag dat je een tekening hebt gemaakt op het schoolbordje, daar lagen ze naast.’

‘Ik heb echt niks gedaan.’

‘Ik ben niet boos liefje, is er misschien één in de wc gevallen toen je tekende? Ik heb dat ook een keer per ongeluk gedaan.’

‘Ik zag wel iets in het water. Iets glimmends.’

‘Was dat misschien mama’s oorbel?’

‘Ja ik denk het wel.’

‘En wat heb je daarmee gedaan?’

‘Doorgespoeld. Hij wilde graag zwemmen.’

Ik zweeg, vroeg me even af of het heel raar zou zijn om slechts één oorbel te dragen en bedacht me daarna bij elke roodgekleurd kledingstuk weemoedig hoe mooi de oorbellen daarbij hadden gestaan. Een week of vier na de verdwijning lag mijn dochter zoals altijd na het douchen op haar buik op de badmat (de achterliggende reden van zulke gewoontes kennen alleen driejarigen) en riep:

‘Kijk mama, je oorbel!’

‘Wat bedoel je?’

‘Daar, onder het kastje.’

Ik ging naast haar liggen en zag iets roods en fonkelends.

‘Mijn oorbel! Het is ‘m echt!’

Euforisch knuffelde ik mijn dochter en maakte een rondedansje.

‘Hoe kan ‘ie daar nou liggen? Ik heb echt alles afgezocht.’

‘Gewoon. Hij was aan het zwemmen door die buis onder de grond en die is heeeeeel lang dus dat duurde ook heeeeeel lang en nu is ‘ie weer naar boven gekomen.’

Ik wist wel beter. De familie Leentjebuur is terug.

Miloe van Beek is twaalf jaar freelance journaliste en zes jaar moeder. Ze heeft nog nooit een roze wolk gezien, ze past niet in het perfecte plaatje en is chronisch chaotisch. Schrijft rauwe, eerlijke, licht ironische stukken over alle aspecten van het moederschap. Daarnaast schrijft ze verhalen die van ondernemers mensen maken.