Gezondheid is een markt waar veel te verdienen valt. Religie en voedsel hebben nog alles met elkaar te maken. Nu is het niet de kerk die uitmaakt wat goed voor ons is, maar slimme zakenlieden en pseudowetenschappers. Vertrouw op uw eigen gezonde verstand.

STEUN RO

Net als diëten komen en gaan ook de inzichten over voedsel. Rode wijn en pure chocolade helpen niet tegen kanker, zegt de wetenschap nu. Een paar jaar geleden namen ouderen juist opgewekt een extra glas rode wijn bij de groenteschotel en een stukje bittere chocolade toe, want toen heette het nog dat die vol antioxidanten zaten. En de mythe dat spinazie ons tot krachtpatsers maakt is ook al een tijdje de wereld uit. Dik werd je eerst van suiker, toen van vet en tegenwoordig van meelspijzen. Ik heb nog iemand gekend die suikervrij gebak kocht om niet dik te worden. In mijn eigen woonplaats had je in de jaren zeventig en tachtig trouwens een huisarts die een speciaal broodrecept ontworpen had tegen kanker. Ondanks de beschuldiging van kwakzalverij vond dit ‘moermanbrood’ breed aftrek. Mensen vroegen in de winkel om ‘een halfje moerman’.

En dan de kuren. Je hebt diëten die typisch passen bij een tijd, het zijn modeverschijnselen waarbij je je vrienden en vriendinnen zichtbaar ziet verschrompelen. Later dijen ze dan weer uit. Nog wel eens van Sonja Bakker gehoord, van dr. Atkins, van die meneer Montignac? Of van de sherrykuur, een levensgevaarlijk menuutje dat elke vrouw met iets te veel kilo’s een prooi van het alcoholisme maakte? Ach, je hoort er nog wel eens van, maar rages zijn het allang niet meer. Daarnaast heb je dan ook nog de  diëten met een levensovertuiging, en die zijn hardnekkiger. Bijvoorbeeld dat je geen vlees mag eten. Of geen brood en pasta, maar alleen wilde granen, of alleen rauwe groente. Of vooral vette vis. Deze overtuigingen zien gezondheid als een levensvisie.

Persoonlijk geluk

Over voedsel en bijgeloof kan een dik boek geschreven worden. Toch kunnen we lachen wat we willen, de diepgewortelde overtuiging dat voedsel te maken heeft met ons persoonlijk geluk lachen we er niet mee weg. Mensen zijn en blijven religieuze wezens en religie gaat nu eenmaal door de maag. Vermoedelijk zit achter elk dieet, zelfs het meest praktische, een geloof. Ook op verjaardagen en in de grote televisietalkshows kan je het bespeuren: het gesprek draait al gauw om het juiste voedsel. En hebben we het eenmaal daarover, dan gaat het ook al gauw over het juiste leven, over natuurlijk leven en het eeuwige leven. Dat ligt allemaal erg dicht bij waar het in de kerk ook over gaat.

Vermoedelijk zit achter elk dieet, zelfs het meest praktische, een geloof

Eeuwig leven is – met een uitzondering misschien voor het boeddhisme – wat we allemaal willen, niet alleen de christenen, joden en islamieten. De gelovigen hebben een hiernamaals ontworpen waar de doden terecht kunnen om toch te blijven bestaan. De meerderheid van niet-religieuzen gelooft niet meer in hemel en hel. Maar onderhuids is de behoefte aan de eeuwigheid gebleven. Daarom hebben we een gezondheidscultus ontworpen. Zielenheil heet nu gezondheid. En goeroes hebben voor ons speciale diëten van stal gehaald die ons een heel lang en heel gezond leven geven. Als je je er aan houdt, althans, en daar gaan vele van de gesprekken tussen de hedendaagse ongelovigen over: hoe word ik gelukkig en hou ik het einde op afstand? In de sportschool zie ik soms 55-plussers met het lichaam van een chippendale. (Ze hamsteren trouwens voedingssupplementen zoals Knabbel en Babbel, naar wie de strippers zijn vernoemd, hun eikels).

Voedseloverschotten

We zijn het vergeten, maar ook in deze hoogmoderne wereld draait alles nog om voedsel. De welvaart hebben we te danken aan een economie die de voedseloverschotten ging verhandelen zodat er ruimte vrijkwam voor andere economische activiteiten en arbeidsspecialisatie mogelijk werd. Als je niet meer met je eigen poten in de blubber hoeft te staan om je dagelijkse maaltje bij elkaar te scharrelen, kun je een handelsmaatschappij opzetten of trompet gaan spelen. Zolang de voedseloverschotten er dus zijn draait de economie wel, crisis of niet.

Voedsel zit diep, nog dieper dan seks

Diep van binnen weten we dat voedsel zo de spil van alles blijft. Voedsel verbindt ons met de aarde. En daarom hadden de oude religies hun spijswetten: je mag dit niet eten, en dat wel. Varkens zijn onrein, koeien heilig, en daarom voelen strenge dieetfanaten zich ‘zondig’ wanneer ze in plaats van hun biologische verantwoorde producten een keer een bakje kapsalon naar binnen schuiven. Voedsel zit diep, nog dieper dan seks.

Een paar jaar geleden stierf de stokoud geworden Duitse filosoof Hans-Georg Gadamer (1900-2002), grondlegger van een invloedrijke literair-filosofische stroming die ervanuit gaat dat in literatuur, verhalen, films en andere producten van de verbeelding veel verborgen wijsheid over onszelf te vinden is. Maar daar gaat het niet om. Gadamer vertelde in interviews aan het eind van zijn leven dat hij zich interesseerde voor de lekenkennis van onze gezondheid. Volgens hem hebben mensen een impliciet gevoel voor wat wel en wat niet gezond is.

Het is jammer dat hij nog niet een paar jaar langer heeft geleefd, want alleen al vanwege zijn leeftijd (102 jaar) is Gadamer de levende aanwijzing dat zijn vermoeden wel eens juist zou kunnen zijn. Intuïtief weten we wat we voor onze gezondheid moeten doen: niet te veel stilzitten, voldoende slaap, geen eenzijdige hoeveelheden van een bepaald soort voedsel. De natuurlijke intuïtie kan verstoord worden bijvoorbeeld als de alcohol, slaappillen en afhaalchinees de dienst gaan uitmaken, maar in principe weet een gezond mens wat het is gezond te zijn en hoe dat ongeveer in stand te houden.

Plofkip

Misschien gaat Gadamer’s idee nog veel verder en verklaart het ook de aanwezigheid van impliciete medische kennis in traditionele gemeenschappen, maar aan die veronderstelling hoeven we ons niet eens te wagen; ik hou het erop dat mensen van nature een soort gezond verstand hebben voor hun voedsel. Daarvoor hebben we geen dieetgoeroes nodig, geen religies en geen ethische theorieën. Het zit gewoon in ons en het komt eropaan die kennis levend te houden.

Voorlopig werkt het voedselgevoel nog. De term ‘plofkip’ is genoeg om ons intuïtief te doen begrijpen dat je dat soort beesten maar beter niet kunt eten. (Publicitair was het woord alleen daarom al een vondst.) En iedereen weet ook dat als je af wilt vallen je minder en gevarieerder moet gaan eten en meer bewegen. En wie beweegt, houdt behoefte aan beweging. Je lichaam vraagt er om. Pas als de balans verstoord raakt, raakt ook de intuïtie ontwricht. Als je teveel op de bank ligt, zoals de aardsluiaard Oblomov, kom je er nog maar moeilijk af.

Het wordt alleen tijd om weer naar ons gevoel te leren luisteren

Vertrouwen op je eigen gevoel, daar gaat het om. En dat is wat de voedselindustrie probeert te ondermijnen. Want die ziet natuurlijk liever dat zij vertelt wat wat goed voor ons is, net als de priesters en dominees van toen. Dat is het principe van reclame. Maar dat  vier glazen cola en drie snickers per dag niet goed is hoef je niemand uit te leggen. Dat verse groenten uit de volkstuin en volkorenbrood al veel beter is ook niet. Het wordt alleen tijd om weer naar ons gevoel te leren luisteren. Voedsel gaat om onze gezondheid. Gewoon zelf nadenken dus.

Gezond verstand, heet dat. Niet voor niets. 

    Dr. Jan-Hendrik Bakker, journalist en filosoof. Specialist in media, literatuur en de moderne stedelijke cultuur waaronder architectuur en ruimtelijke ordening. Was in het verleden verslaggever bij het AD, criticus voor de GPD-bladen en won de Jan Hanlo Essay Prijs Klein 2007. Auteur van de boekenŒ 'GrondŒ' enŒ 'Welkom in Megapolis'.