In Irak roept na de verkiezingen een “Stop the steal”-beweging dat het buitenland de stembusgang heeft gemanipuleerd. Oud-minister en chef van de VN-missie in Irak Jeanine Hennis-Plasschaert wordt van een “witte coup” beschuldigd.

STEUN RO

Bij de verkiezingen in Irak is, ondanks de lage opkomst, verrassend een aantal gevestigde partijen van hun zetels gestoten. Met name pro-Iraanse partijen met banden met de sjiitische Hashed-milities kregen ervanlangs, terwijl de oppositie die voortkomt uit de jongerenprotesten scoorde.

Dat komt vooral door het nieuwe kiessysteem, waarbij kandidaten ieder voor zich stemmen verzamelen in plaats van als partij, en er meer kiesdistricten zijn gekomen. Sommige partijen wisten daar goed op in te spelen, maar vooral de pro-Iraanse kwamen er slecht vanaf. Ze zijn vooral ook afgestraft voor hun rol in de corruptie en de harde hand waarmee hun milities de protesten hebben neergeslagen.

De partijen vinden niet dat zij dat aan zichzelf hebben te danken. Nee, de schuld is onmiddellijk afgeschoven. Naar de kiescommissie (IHEC) waar fraude zou zijn gepleegd. Waar hun stemmen zijn gestolen. De kiescommissie heeft enkele hertellingen verricht en daarna de officiële uitkomst bekendgemaakt. Er liggen echter nog 1381 klachten waarover de rechter zich mag buigen.

Hertelling

De verschillende verliezers hebben hun aanhangers met bussen aangevoerd om in Bagdad, Basra en tal van andere plaatsen te demonstreren en zo een algehele hertelling af te dwingen. Want daar zouden dan geen buitenlandse waarnemers meer bij zijn, dus is manipulatie simpel.  Terwijl burgers bezorgd toekijken, wetende hoeveel wapens deze groepen samen bezitten, en politici oproepen die vooral thuis te laten, blijven de betogingen meest beperkt tot honderden en geen duizenden zoals de jeugdprotesten eerder.

Maar ook het buitenland krijgt de schuld. Israël wordt er altijd weer bijgesleept in dit soort situaties, de Verenigde Arabische Emiraten zouden een coup voorbereiden. Maar de woede richt zich vooral ook tegen de vele buitenlandse waarnemers, de Amerikanen en de VN-missie in Irak, Unami, die nauw betrokken is geweest bij de organisatie van de verkiezingen. Met name het hoofd ervan, de Nederlandse ex-minister Jeanine Hennis-Plasschaert, krijgt de zwarte piet toegespeeld.  Ze zou voor de Amerikanen een ‘witte coup’ hebben gepleegd.

Hennis is een kop van jut geworden in Irak. Ondanks haar voor Irakezen onmogelijk moeilijke naam is ze veel bekender dan haar voorgangers. Van sommigen was soms lokaal de naam nauwelijks bekend. Ze is meer zichtbaar, spreekt zich op alle mogelijke platforms uit voor transparantie en tegen corruptie. Ze is vast de enige chef van Unami die de sjiitische geestelijk leider ayatollah Sistani binnen een jaar twee keer heeft mogen bezoeken, en nog wel thuis in Najaf. De 91-jarige grootayatollah is heel zuinig met dit soort gastvrijheid.

Ook tijdens de voorbereidingen voor de verkiezingen liet ze zich niet onbetuigd. Ze riep de verschillende partijen op tot hervormingen en samenwerking, “en op te houden anderen aan te spreken op wat jouw eigen schuld is.” Ze liet zich fotograferen terwijl ze de stemmachines checkte en ze deed een diplomatiek rondje door heel Irak om politici ervan te doordringen dat ze hun aanhangers moesten overhalen toch echt te gaan stemmen. Op verkiezingsdag zelf bezocht ze stemlokalen.

Direct

Misschien is ze te Nederlands-direct voor Irak. Of misschien doet ze haar dingen te openlijk. Want op de een of andere manier is ze bij een deel van de Irakezen toch heel onpopulair geworden. Ze zou niet onpartijdig zijn en zelfs net zo corrupt als de Iraakse politici. Ze is de vijand van de Irakezen genoemd.  Er kwam zelfs een Twittercampagne voor haar vertrek, met de Nederlandse hashtag #rotopPlasschaert.

Toch was Hennis niet lang geleden nog heel populair in Irak. Vooral bij de jeugdige demonstranten die zich vanaf oktober 2019 in heel zuid-Irak tegen corruptie keerden, want ze steunde hun zaak openlijk en herhaaldelijk. Ook sprak ze zich keer op keer hard uit tegen de manier waarop betogers in elkaar werden geslagen, gekidnapt en vermoord. Ze bezocht gewonden in het ziekenhuis en liet zich zien bij de demonstraties.

De ommekeer kwam toen ze een jaar geleden Abdul-Aziz al-Muhammadawi ontmoette, beter bekend als Abu Fadak, de stafchef van het Hashed-militieplatform. Openlijk anti-Amerikaans en pro-Iraans leidt hij Kataib Hezbollah, de belangrijkste dader achter het harde optreden tegen de demonstranten.

De Amerikanen hebben hem zelfs op hun terroristenlijst gezet. Want pro-Iraanse groepen als Kataib Hezbollah worden verantwoordelijk gehouden voor aanvallen op Amerikaanse troepen in Irak, op bases waar ze aanwezig zijn maar ook op het vliegveld van de Koerdische hoofdstad Erbil waar internationale troepen gelegerd zijn in de strijd tegen ISIS. Hennis-Plasschaert sprak zich namens Unami keer op keer uit tegen deze aanvallen.

Vredesmissie

Achteraf lekte uit dat zij op een vredesmissie was, en dat ze Abu Fadak tijdens dat gesprek zover had gekregen dat hij een staakt-het-vuren van twee maanden toezegde, in ruil voor een belofte dat een datum zou worden vastgesteld voor Amerikaans vertrek uit Irak.

Het gesprek, waarvan de foto’s de sociale media in Irak overgingen, schoot de protestbeweging echter in het verkeerde keelgat. Het maakte haar medeplichtig aan de misdrijven van de pro-Iraanse groepen jegens de betogers –  hoeveel ze zich er ook tegen uitsprak, was het harde oordeel.  Dat ze iets bereikt had met dat omstreden bezoek, maakte niet uit.

Daarom kreeg ze tijdens een condoleancebezoek aan de familie van de vermoorde activist Ihab al-Wazni de wind van voren van diens broer. “Als je alleen maar veroordeelt zonder actie te ondernemen, geloven we alle beschuldigingen dat je medeplichtig bent en steekpenningen van de partijen aanneemt,” riep hij woedend.

De woede onder de betogers is groot over het uitblijven van gerechtigheid. In de vele gevallen van moord in hun geledingen is bijna niemand vervolgd, hoewel er video’s zijn waarop duidelijk te zien is dat pro-Iraanse groepen erachter zitten. De oproep van de broer van de activist om actie, moet ook in dat licht worden gezien. Maar tegelijkertijd is diplomatie een lastig begrip in Irak, waar praten met de vijand wordt gezien als verraad. Terwijl anderzijds Hennis haar werk als Unami-chef bloedserieus neemt, door met alle spelers op het politieke schaakbord te willen praten.

Onder vuur

Daardoor heeft zich het opmerkelijke verschijnsel voorgedaan, dat ze nu onder vuur ligt aan de andere kant van het politieke spectrum. Niet meer van de protestbeweging, die haar zin heeft gekregen met vervroegde verkiezingen en de aanpassing van de kieswet, maar van de pro-Iraanse partijen die deze aanpassingen juist de das heeft omgedaan.

Verrast zal ze waarschijnlijk niet zijn. Want in december 2019 waarschuwde grootayatollah Sistani haar al. Ze vertelde na dat eerste gesprek met hem dat hij zijn zorg had uitgesproken “dat de belangrijkste actoren niet serieus genoeg zijn om echte hervormingen door te voeren. Hij voegde eraan toe dat ‘de situatie niet kan voortgaan zoals het was voor de demonstraties’.”

Al zal ze misschien niet verwacht hebben dat die ‘belangrijkste actoren’ hun verzet zouden vormgeven in aanvallen op haar persoon. Dat ze haar bemoeienis met de protestbeweging nog eens zouden aangrijpen om haar op hun beurt van partijdigheid te beschuldigen. En dat ze proberen de aandacht van hun eigen falen af te wenden door haar als schuldige aan te wijzen. Van een ‘witte coup’. Wat dat dan ook mag zijn.

Ze kan die kritiek als een medaille op haar jasje spelden. Want welk beter bewijs van onpartijdigheid is er, dan door twee tegenovergestelde partijen van partijdigheid beschuldigd te worden?

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Judit Neurink is schrijver en journalist die vooral schrijft over Irak en het Midden-Oosten