Onlangs stelde de oorlogsjournalist Lennart Hofman de vraag: ‘Waar komen de problemen in Jemen vandaan?‘. “Vredesonderhandelingen mislukken keer op keer”,  schreef hij, “en een oplossing voor de problemen raakt steeds verder uit zicht. Geen van de strijdende partijen is in staat een overwinning op het slagveld te behalen, laat staan de verschillende fracties bijeen te brengen om vrede te bewerkstelligen.”

STEUN RO

Hoe heeft dit kunnen gebeuren? vroeg Hofman zich af.  Hoe kan aan de ellende een halt worden toegeroepen?”

Ook ik stel mezelf deze vragen. Maar ik kijk er toch een beetje anders tegenaan. Eigenlijk kan je de culturele verschil tussen ‘zuid’ en ‘noord’ als de hoofdkwestie in de republiek Jemen niet negeren. Om precies te zijn: de schijnbare eenheid was een politieke zonde tegen de feiten van de geschiedenis en de logica van de werkelijkheid.

De tweedeling die aanving in de oorlog van zomer 1994, met de bezetting van het zuiden door het noorden, was daarom een logische ontwikkeling. Na afloop van deze oorlog ondersteunde de wereld de nieuwe situatie en daarmee het bewind van Ali Abdulla Saleh.

Zuiden buitenspel gezet

Dat de wereld de oorzaken van het conflict baseerde op de tweedeling in noord en zuid leidde mijns inziens tot desastreuze resultaten. Het zuiden – een onafhankelijke staat tot mei 1990 – werd buiten het politieke spel geplaatst. Het ging niet om territoriale verschillen tussen noord of zuid. Het ging om de rijkdommen van het zuiden: aardolie, aardgas, vis. Saleh had zich gedragen als een grootgrondbezitter en hij vergaarde meer dan zestig miljard dollar. Eigenlijk was hij een internationale dief en een oorlogsmisdadiger, die het zuidelijke volk zijn rechten en krachten ontnam.