Stemmers, filmmakers en politici zijn gek op sterke mannen. En nu is het Pasen. Hoe zat het eigenlijk met Jezus, was dat ook een sterke man, een goddelijke held? Alain Verheij denkt er het zijne van.

STEUN RO

We leven in het tijdperk van de sterke man. Dat lezen we al jaren in analyses en opiniestukken, en daarbij zet men dan plaatjes van Donald Trump of Vladimir Poetin. Nieuwe stromingen als alt-right, met min of meer aanverwante politici als Thierry Baudet en denkers als de immens populaire Canadese psychiater Jordan Peterson, benadrukken dat de man zijn klassieke rol als strenge ordebewaker, heldhaftige heerser, verantwoordelijke gezagsdrager moet terugclaimen. Mannelijkheid is hét thema waar we ongemakkelijk bij worden, zoals Sunny Bergman en Theo Maassen onlangs demonstreerden in de Volkskrant.

Ook Jezus van Nazareth is niet veilig voor deze maatschappelijke touwtrekkerij. Als religieus symbool voor de ultiem goede mens ontkomt hij er niet aan, voor cultureel-politieke karretjes te worden gespannen. Zo zien we dat juist de genoemde mannen -Trump, Poetin, Baudet, Peterson- zich met regelmaat opwerpen als beschermheren van de christelijke wortels van onze beschaving. Maar hoe zit het met Jezus’ mannelijkheid? Past zijn miserabele kruisdood, die we deze week gedenken, wel bij hun nieuwrechtse preoccupatie met testosteron?

In het boek van Jordan Peterson, 12 Rules For Life, schrijft hij dit over de kruisiging. ‘Dat is het archetypische verhaal van de man die alles geeft voor het goede doel. Dat is het model voor de eervolle man.’ Twee zinnen, twee keer man, we kunnen er niet omheen dat Jezus een echte vent was. En een held: ‘Christus’ archetypische dood is een voorbeeld van hoe we eindigheid, verraad en tirannie op heldhaftige wijze kunnen aanvaarden’. Aansluitend haast hij zich te zeggen dat de kruisdood van Jezus niet betekent dat wij allemaal altijd maar opofferingsgezind moeten zijn – de moraal is: dapper je verantwoordelijkheid nemen.

Keihard bloeden

Een goede illustratie van die zienswijze is Mel Gibsons film over Jezus, The Passion of the Christ. ‘Kijk eens hoe goed ik bloeden kan!’ is de algehele teneur van die film. Martelen in het kwadraat, en Jezus is maar een echte man dat-ie dat allemaal kan verdragen. De gelauwerde Tsjechische professor en priester Tomáš Halík zag Jezus in de bioscoop tot een biefstuk gereduceerd worden en fileerde de film. Hij schreef: ‘Jezus wordt hier geheel Amerikaans gepresenteerd als een kampioen pijn verdragen, die in de boksring met de duivel, na duizend keer knock-out te zijn gegaan, weer opstaat – om uiteindelijk verdiend op het podium van de overwinning te staan’. Het is de ‘opstandingskracht’ waarover Thierry Baudet orakelt zodra hij over het christendom begint. Het is de ‘winnaarsmentaliteit’ waarmee Trump graag pocht. Maar het is ook een geheel verkeerde manier van kijken naar Jezus’ kruisiging – het mist de pointe volledig.

Hoe moeten we dan wel naar het Paasfeest kijken? Een sleutelwoord is hier: afhankelijkheid. Goede Vrijdag was geen klassiek heldhaftige daad van Jezus. Zijn opstanding bestond niet uit een fraai staaltje mannelijke wilskracht. Hij was niet de afstandelijke halfgod die ‘FREEDOM’ gilde en zijn volkje redde, zoals Mel Gibson decennia geleden al deed toen hij William Wallace speelde. Jezus leed niet meer, of stoerder, dan deze Braveheart – of de mensen in Auschwitz. Nee, hij zweette bloed van angst. Hij wilde dat zijn vrienden met hem waakten voordat hij werd opgepakt. Hij bad tot God of deze beker aan hem voorbij mocht gaan. Hij schreeuwde het uit van verlatenheid. Een voorbijganger droeg zijn kruis een tijdje voor hem, en Jezus vroeg om wat drinken terwijl hij hing te sterven. Er is weinig fysieke bravoure te bespeuren, noch had hij een fantastische laatste redevoering in de geest van Socrates. Hij werd juist het ultieme Slachtoffer -een bij alt-right zo gehaat woord- en vereenzelvigde zich zo met de ontelbare slachtoffers van de wereldgeschiedenis. God, zo zegt het christendom, koos hun zijde.

Zachte krachten

Het trouwst aan hem waren de vrouwen. Het opstandingsverhaal is als eerste toevertrouwd aan twee vrouwen met de naam Maria. Het bekende beeld van de pièta toont Jezus voor altijd in de schoot van zijn moeder als het antibeeld van een held (maar God verhoede, geen antiheld). In Gods handen beval hij zijn geest, op het laatst. Dat is geen moedig wilsbesluit om op te klimmen uit zijn hel – het is het afhankelijke vertrouwen dat hij zou worden opgewekt van de doden. Een cruciaal verschil.

Vanaf zijn kruis gaf Jezus zijn laatste lessen in zachtmoedigheid. Hij dacht nog aan het welzijn van zijn vriend en zijn moeder na zijn dood. Hij vroeg om vergeving voor zijn beulen. Hij troostte een veroordeelde crimineel, die naast hem hing en berouw had en bang was. Goede Vrijdag is geen dag voor giftige mannelijkheid, voor je gedroomde vergelding, maar het is de dag dat de zachte krachten winnen. Probeer er maar aan te wennen, want dat is het dwarse Paasevangelie in de vezels van onze christelijke cultuur.

Over dit stuk:

Een uitgebreide versie van dit essay verscheen op Lazarus.nl. Deze korte versie verscheen donderdag in de Volkskrant. De animatie bij dit stuk is van Jorge Villar.

Alain Verheij is gefascineerd door alle plaatsen en momenten waar tijd en eeuwigheid elkaar ontmoeten. Denk daarbij aan kunst, cultuur, religie en schoonheid in de breedste zin van die woorden. Verder heeft hij een groot zwak voor taal en promoveert hij op het Ugaritisch.