Later dit jaar, op 18 september 2020, is het precies 50 jaar geleden dat Jimi Hendrix stikte in zijn eigen braaksel. De eeuwig 27-jarige virtuoos uit Seattle trad drie keer op in Nederland, waarvan er slechts één keer sprake was van een écht concert. Reconstructie van 36 iconische uren op Hollandse bodem.

STEUN RO

‘Wat gebeurt hier?! Er verschijnen barsten in het plafond!’

Jasperina de Jong, kleinkunstenares bij cabaretgroep Lurelei, is zicht- en hoorbaar in paniek.

Ze is niet de enige die zich op 14 maart 1967 afvraagt wat er in Godsnaam aan de hand is. Ook het publiek in het Lurelei-theater, dat zich in de kelder van theater Bellevue aan de Amsterdamse Leidsekade bevindt, is in lichte staat van ongerustheid. Van de cabaretvoorstelling waarvoor ze kwamen is niets meer te volgen. Wat een herrie!

Wat is het geval? Een verdieping hoger repeteren Jimi Hendrix en zijn Experience (Noel Redding en Mitch Mitchell) voor het VARA tv-programma Fanclub. En dat gaat er hard aan toe. Hard als in luid.

Of het misschien wat zachter kon, vroeg Fanclub-regisseur Ralph Inbar beleefd. ‘Nee’, was daarop het antwoord. Tot ergernis van Hendrix besluit Inbar daarop om de band dan maar te laten playbacken op tv. ‘Met alle respect voor Jimi Hendrix’, verklaarde Inbar zijn beslissing, ‘maar als wij met z’n allen door het plafond zakken, lijkt me dat toch wel een beetje teveel van het goede.’

Overdreven? Niet volgens Peter Schroder, die namens Hitweek aanwezig was bij die repetitie. ‘Op dat moment was niemand in de Nederlandse tv-wereld dat volume nog gewend’, zei hij. ‘Purple Haze schalde door de studio, en binnen een mum was die studio half leeggelopen. De borden in Hotel Americain, vijftig meter verderop, stonden te trillen.’

Het gevolg is een ongeïnspireerde Hendrix voor de camera’s van Fanclub. Na twee nummers geplaybackt te hebben, houdt de virtuoos het voor gezien. De avond eindigt, naar verluidt, met een gezellig samenzijn in huize Simon Vinkenoog aan de Noordermarkt in de hoofdstad.

We schrijven inmiddels een half jaar later. In Rotterdam heeft ene Wim van Krimpen het plan opgevat om Jimi Hendrix naar zijn stad te halen. Deze Van Krimpen is pas 26, is rechtenstudent, en zit nog maar sinds kort in het organiseren van evenementen. Maar Van Krimpen is degene die van 10 tot 14 november 1967 de Hippy Happy Beurs in de oude Ahoy’-hallen organiseert, waarbij Hendrix één van de optredende artiesten zou moeten zijn.

De Hippy Happy Beurs? Is het een typische beurs voor hippies?, wil de verslaggeefster van het Polygoonjournaal weten. ‘Ach’, antwoordt Van Krimpen, ‘het beestje moest een naam hebben. Maar het is echt niet zo dat het alleen voor Hitweek-publiek is bedoeld. We willen hier de middelbare schooljeugd, de teens én de twens graag hebben.’

‘Ik was’, blikte Van Krimpen jaren later (in 2007) bij RTV Rijnmond terug, ‘tamelijk argeloos en naïef dat ik een dergelijk evenement durfde te organiseren. Ik had op dat moment alleen nog maar de woonbeurs Binnenshuis georganiseerd. Maar in de zomer van 1967 was er een groot reclamebureau, dat kwam met een rapport. Daarin stond dat jongeren tussen de 12 en 16 ik weet niet hoeveel honderden miljoenen uitgaven aan kleding en muziek en dergelijke. Misschien moeten we daar ‘ns iets omheen organiseren, dachten we.’

Zo gezegd, zo gedaan. De beurs moet worden omlijst met muziek, bedenkt Van Krimpen. Maar omdat hij van muziek nog maar weinig kaas heeft gegeten, steekt hij z’n licht op bij de Haagse Paul Acket, de man die later North Sea Jazz zou bedenken. En waarom klein denken als het ook megagroot kan? Er moeten artiesten naar Ahoy’ komen die nog nooit in Rotterdam hebben opgetreden. Grote namen liefst. De Bee Gees. The Kinks. Pink Floyd. Jimi Hendrix. Dat kaliber.

Het zijn spannende weken voor Van Krimpen, die op dat moment nog een groentje is in het organisatievak. Samen met Acket reist hij naar Londen om het contract te ondertekenen en een voorschot van 12.000 gulden – voor een half uur optreden – te betalen. Een klein fortuin in die dagen. Het contract waar Van Krimpen z’n krabbel onder zet, maakt bovendien menigeen nerveus, bekent hij later op RTV Rijnmond. ‘Als Jimi niet zou komen opdagen, dan konden we niet hemzelf, maar alleen z’n manager aansprakelijk stellen. En dat zou dan via een gerechtshof op Barbados moeten.’

Zelf is Van Krimpen ook best zenuwachtig. Want hoeveel contracten waard zijn, bewijzen de Bee Gees twee weken voor de Hippy Happy Beurs. De Australische broers hebben met Massachusetts nét een knoeperd van een hit gescoord, en vinden een optreden in Rotterdam plotseling niet zo interessant meer. ‘We komen niet’, luidt de korte afzegging.

De Spencer Davis Group, toch ook geen krullenjongens, nemen hun plaats in.

Van Krimpen, tegenover Rijnmond: ‘Ik ben behoorlijk bang gemaakt. Niemand dacht namelijk dat ie daadwerkelijk zou komen. Zelfs de platenmaatschappij belde me op, en zei: wie denkt u wel dat u bent? Hij komt voor ons niet eens!’

Op de ochtend van de 10de november slaakt Van Krimpen een zucht van verlichting als hij het verlossende telefoontje krijgt van Peter Nieuwerf van platenmaatschappij Polydor. Vanuit Londen is op Schiphol een vliegtuigje met Jimi Hendrix, bassist Noel Redding, drummer Mitch Mitchell en regelneef Gerry Stickells geland, mledt Nieuwerf. Poe, denkt Van Krimpen. Da’s alvast een pak van m’n hart.

Er wordt eerst koers gezet naar Bussum. Daar wacht in de Vitus Studio een optreden in het VPRO-programma Hoepla. Hendrix speelt er Foxy Lady, Catfish Blues en Purple Haze. Onder het handjevol toeschouwers bevinden zich Jules Deelder en zijn vriendin Roselie Peeters. Volgens Deelder is hij bevriend met Hendrix. ‘Ik had ‘m een half jaar eerder bij Vinkenoog leren kennen. Hij vond Amsterdam maar niks, dus dat klikte meteen.’

Ook aanwezig in Bussum: Frans Krassenburg, de gewezen zanger van The Golden Earrings. Krassenburg is door Acket aangezocht om Hendrix tijdens zijn 36 uur op Nederlandse bodem te begeleiden. ‘Het was mijn taak om buitenlandse artiesten in Nederland in de watten te leggen’, zegt hij tegen Norbert Pek in de VARA Gids. ‘Maar ook om te zorgen dat ze op tijd bij het optreden kwamen.’

Het contact tussen de twee loopt gesmeerd. Logisch, meent Krassenburg. ‘Ik zit zelf in de muziek. Dan praat je daar ook een stuk makkelijker over.’ De babysitter vond z’n Amerikaanse pupil vrij verlegen, vriendelijk en geïnteresseerd. Hendrix wilde van alles over Nederland en de locatie van het optreden van die avond weten.

Na het optreden bij Hoepla (‘Enorm hard, de ramen sprongen er bijna uit, maar wát een virtuoos, van de verlegen Hendrix zag je niks terug’, aldus Krassenburg) wordt eerst koers gezet naar Grand Hotel Centraal in Rotterdam, en naar de de oude Ahoy’-hallen. Daar verzorgen The Flower en The Motions het voorprogramma. Niet dat daar veel teens en twens in geïnteresseerd zijn. Het wachten is op Hendrix, dat is wel duidelijk.

Maar drie kwartier voordat diens optreden gaat beginnen, slaat bij Krassenburg de schrik om het hart. Jimi is weg. Spoorloos verdwenen. Geen spoor meer van te bekennen.

‘Hij was opeens weg,’ herinnert Krassenburg zich in de VARA Gids. ‘Maar ik hoorde toevallig dat hij met een meisje mee was. Gelukkig kreeg ik haar adres van een paar vriendinnen. Ik ben er als de weerga naar toegereden.’

Alsof het zo moet zijn staat de voordeur open van het adres dat hij heeft opgekregen. Hij stormt de trap op en opent een slaapkamerdeur. En ja hor: daar ligt de gitaarvirtuoos in bed met een bevallige dame. Hij pakt ‘m bij z’n nekvel, sleurt hem van het bed en zegt: Hey man, the performance! ‘Hij ging vervolgens zonder problemen mee, hoor. Hij bleef uiterst vriendelijk.’

Knus? Nee, dat is het woord niet. Eigenlijk is het onvoorstelbaar dat de (tijdelijke) hal waarin Jimi Hendrix z’n enige Nederlandse optreden ten beste gaf uitgroeide tot zulke iconisch proporties. ‘Het was een koude hal waar alle tl-verlichting aanstond’, vertelde een bezoeker. ‘Er was geen enkele sfeer en ook geen lichtshow.’

Wat er wel was? Ordebewakers in overvloed. ‘Een 150 man sterke knokploeg’, zoals het Vrije Volk het een dag later omschrijft. Bang als men was om een herhaling te krijgen van het Stones-concert, drie jaar eerder in Scheveningen. Toen werd bijkans het hele Kurhaus aan gort geslagen. Vandaar dat er ook niet gedanst mocht worden. Stel je voor zeg. De glijdende schaal waar je je dan op bewoog…

Over het aantal aanwezigen verschillen de meningen. ‘Viel tegen, een mannetje of 500’, zegt iemand die er bij was. Het Vrije Volk heeft het over ‘ruim 2500 tieners’ die waren afgekomen op het concert. En dat publiek was, volgens de krant, ‘naar Rotterdamse maatstaven hoogst enthousiast.’ Organisator Wim van Krimpen houdt het op 1500, die allemaal een rijksdaalder hadden afgetikt. Een stuk minder dan waar vooraf op was gehoopt (5000), dat wel.

‘Ik weet niet wat jullie hier gewend zijn’, sprak Hendrix verlegen voor zijn eerste (en enige) Nederlandse gig, ‘maar denk om je oren… je mag best een stukje naar achteren gaan.’

Gebrek aan sfeer en armetierige tl-verlichting? Dat maakte het optreden er niet minder om. Integendeel. Hendrix speelde alsof zijn leven er vanaf hing. Hey Joe, The Wind Cries Mary, Stone Free, Manic Depression, alles kwam voorbij op een manier die deed vermoeden alsof het Hendrix’ allerlaatste optreden ooit was. Zij die er bij waren en het konden navertellen, waren er lange tijd vol van.

Barry Hay bijvoorbeeld, zanger van de Earring, zo vertelde hij tegen Muziekkrant Oor: ‘Het was een waanzinnig optreden.’ Vond ook Jules Deelder: ‘Geen sfeer? Kom nou! Er was een waanzinnige sfeer. Niet veel mensen? Er kon geen kip meer bij man.’ En oud-dj Lex Harding, destijds manager van The Motions: ‘Het was oorverdovend en zeer spectaculair. Hoogtepunt van zijn optreden was Jimi liggend op de grond gitaarspelend met zijn tanden.’ Ook Krassenburg, toch wel wat gewend, wist niet wat hij zag: ‘Het was zó goed. Eigenlijk zoals je hem op Woodstock ziet. Want het maakt Hendrix niet uit op wat voor podium hij staat.’

Eigenlijk zouden Hendrix en de Experience in de kille heliport maar een half uurtje spelen. Maar het trio wil van geen ophouden weten en na bijna een uur zijn ze nóg bezig. Tot ze, tussen twee nummers door, bruut worden gestoord, door een vrouwelijke stem die als een stationsomroeper klinkt: ‘De Hippy Happy Beurs gaan sluiten. Wil iedereen zich naar de uitgang begeven…’

Hendrix luistert beleefd naar de voor hem onverstaanbare stem, en zegt dan: ‘I love you too, baby.’ Waarna hij onverstaanbaar het volgende nummer inzet. Maar niet veel later is het toch écht voorbij.

Na afloop is Wim van Krimpen één van de gelukkigen die samen met Hendrix in Grand Hotel Centraal nog een slaapmutsje neemt. ‘We hebben nog een biertje gedronken,’ vertelt hij tegen RTV Rijnmond. ‘Jimi was ongelooflijk aardig. Heel lief. Hij ging uiteindelijk om elf uur naar zijn kamer.’

Tenminste, dat denkt Van Krimpen. Jules Deelder komt later namelijk met een andere lezing. De Rotterdamse nachtburgemeester vertelde tegen een ieder die het wilde horen dat hij zijn vriendin Roselie Hendrix met succes vermurden mee te gaan naar zijn huis. Met twee witte taxi’s – ook Redding en Mitchell waren van de partij plus naar verluidt ene ‘Wilhelmina uit Den Haag’ – zou daar vervolgens naartoe zijn gereden. Bij hem thuis zou Deelder vervolgens Charlie Parker, Hank Mobley, Art Pepper en andere obscure jazzgrootheden voor Hendrix hebben gedraaid, alvorens de laatste zich samen met voornoemde Wilhelmina op de zolderkamer van Deelder terugtrok.

De volgende ochtend belde Deelder een taxi voor Hendrix, en stuurde hem met twee krentenbollen weer richting z’n hotel. Weer binnen vindt hij op z’n eettafel een door Hendrix ondertekend bedankbriefje: ‘Let your mind and fancy roll on. Jimi Hendrix.’

Omdat Deelder het briefje in de decennia die volgden nooit kon tonen, zetten velen vraagtekens bij deze smakelijke anekdote. Een fraai staaltje dichterlijke vrijheid en typisch Jules Deelder, meenden ze. Ook in de documentaire Mind and Fancy die in 2004 door Thorvald Kleve en Jeroen Kostense over de die ankedote werd gemaakt, kon de Rotterdamse dichter het briefje tot zijn spijt en frustratie niet produceren.

‘En leugenaar, die Deelder’, concludeerden de documentairemakers dan ook. Maar zie: weer vier jaar later, tijdens een uitzending van Top 2000-a-gogo, bleek Deelder er dan tóch in geslaagd om vanuit de krochten van zijn huis de door Hendrix beschreven notitie op te duikelen. Waarvan akte.

Naarmate de jaren vorderden, kreeg het Hippy-Happy-optreden van Jimi Hendrix natuurlijk almaar epischer proporties. Vooral omdat het, naar later zou blijken, enige concert van hem in Nederland was. Jazeker, er waren nog verscheidenen bijna-optredens van Hendrix in Nederland, maar die gingen om uiteenlopende redenen niet door. Die op 28 december 1968 in de Jaarbeurs in Utrecht bijvoorbeeld, op het A Flight to Lowlands Paradise-festival, toen Hendrix op het laatste moment afzegde. Kort voor zijn dood zou hij ook nog twee concerten geven in de Rotterdamse Doelen, maar vanwege ziekte van zijn bassist Billy Cox kwamen ook die optredens te vervallen.

Wim van Krimpen bleef na de Hippy Happy Beurs zitten met een strop van maar liefst 80.000 gulden. ‘Eigenlijk waren we er nog iets te vroeg mee’, bekende Van Krimpen later tegen RTV Rijnmond, doelend op Jimi Hendrix. ‘Hij was op dat moment namelijk alleen nog maar in de hippe, Amsterdamse kringen bekend. Het was in 1967 nog iemand in de verte die heel bijzonder was.’

Aan dat gat van 80.000 gulden werd hij echtter nog maar zelden herinnerd. Aan het epische optreden van Jimi Hendrix des te meer: ‘Nog altijd word ik hierover aangesproken op straat. Die mensen zeggen: we waren erbij en het was magisch. Dat klopt ook. Het was echt geweldig.’

Bronnen: Hendrix in Holland, VARA Gids/Perfects , RTV Rijnmond, Vergeten Verhalen, YouTube, Muziek en Film.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
De interesses van Geert Jan Darwinkel zijn legio. Van (Amerikaanse) sport, tot film, human interest, lifestyle, muziek en reizen. GJ is old skool, maar toch reuze bij de tijd.