Hij deed, naar eigen zeggen, alles van God verboden heeft, maar kort na de verschrikkelijke foto van het aangespoelde Syrische jongetje Aylan in 2015, besloot Johnny de Mol (40) het roer om te gooien en af te reizen naar Lesbos om aangekomen bootvluchtelingen te helpen. Vier jaar later is die missie nog steeds niet volbracht en schetst de presentator een beeld van de situatie. ‘Ik heb het geluk van goede komaf te zijn en nooit iets te klagen te hebben gehad.’

STEUN RO

Sommige mensen zullen denken: Johnny heeft makkelijk praten. Eerst zuipen en snuiven en nu ineens de wereld verbeteren. Hij is Moeder Teresa niet.
‘Gelukkig kan het wel. Niet tegelijkertijd natuurlijk, maar al toen ik wat jonger was en als ambassadeur van Het Vergeten Kind op zondag tehuizen bezocht, stond ik ook op vrijdagavond tot vier uur in de kroeg. Ik heb nooit begrepen waarom dat niet samen kan gaan en heb me er dus ook nooit iets van aangetrokken. Anderen helpen is goed, maar je moet bovenal wel het leven blijven vieren en stilstaan bij de leuke dingen.’

Terwijl je, met jouw vermogen, nu op je 40e ook al kunt gaan rentenieren.
‘Helemaal waar, daar is geen woord aan gelogen. Toch probeer ik ergens wel het verschil te maken. Ik zeg weleens: ik heb het zakelijk instinct van mijn moeder en de stem van m’n vader, maar misschien is dat juist wel andersom. Ik heb het geluk van goede komaf te zijn en nooit iets te klagen te hebben gehad. Daarnaast ben ik ook nog eens man, blank en heteroseksueel, dan sta je in deze wereld al met 3-0 voor. Met dat allemaal in het achterhoofd, ben ik het aan mijn stand verplicht om de kwetsbare medemens een hand toe te reiken en mijn tijd en aandacht te geven. Er gaat een hoop goed in de wereld, maar ook een heleboel niet. Polarisatie, armoede, eenzame ouderen, noem maar op. Hard werken en sociaal zijn kan voor iedereen hand in hand gaan.’

Zelfs de schoonmaakster die 12 uur per dag moet bikkelen?
‘Zelf die, ja. Toen ik voor het eerst op Lesbos kwam, ontmoette ik met name mede-vrijwilligers die in het dagelijks leven zelf ook rondkomen van een schamel salaris. Ik wil niet iedereen over een kam scheren, maar misschien staan deze mensen er juist wel omdat ze uit eigen ervaring weten hoe fijn het is dat er voor je gezorgd wordt. Ook in Nederland kun je helpen, als is het maar op een zorgboerderij of bij een vrouwtje in je eigen straat waarvan je weet dat ze net haar man is verloren. Dat staat voor mij gelijk aan vrijwilliger worden op Lesbos.’

Waarom Lesbos?
‘De echte verandering bij mij kwam na die, inmiddels beroemde, foto van het Syrische jongetje Aylan op het strand. Met vrienden had ik dat jaar net mijn jaarlijkse feestvakantie naar Ibiza geboekt, maar ik vond het na die foto toch een beetje lastig om op de middellandse zee te gaan feesten, terwijl er in diezelfde zee, een paar honderd kilometer verderop, dode kinderen aanspoelden. Samen met een aantal bevriende ondernemers, Adil Izemrane, Marnix Bal van het Loveland Festival en Charlie MacGregor, CEO van The Student Hotel, reisde ik af naar Lesbos waar we een busje huurden en met een voorraadje water en koekjes naar het strand reden. Zo is het begonnen, maar eenmaal daar stelden al onze zakelijke functies natuurlijk helemaal niets meer voor. We zagen enkel bootjes aankomen met daarin grote groepen vluchtelingen met angst en twijfel in de ogen. Een onvergetelijke ervaring die veel indruk op me heeft gemaakt.’

Lukte het een band met die mensen op te bouwen?
‘We hebben het de eerste keer dat ik kwam helpen vrij ongebruikelijk aangepakt en de aankomst van vluchtelingen benaderd als een muziekfestival. Het ‘vluchtelingenkamp’ bestond uit een parkeerplaats met daarop twee dixi-toiletten en een winderig tentje, maar kon in onze ogen beter. Zeker met het oog op de jaarwisseling waarop wij er waren om al die mensen op te vangen. Hen met min zes graden celsius op een koud strand aan hun lot overlaten was geen doen. Met behulp van twee grote vrachtwagens, tenten, hekken, lampen, verwarming en lange tafels met eten en drinken zorgden we op die 31e december voor een warm welkom, waarbij we voor het idee zelfs zogenaamde VIP-bandjes uitdeelden. Groen voor Syrië, rood voor Irak. In de hele omgeving viel op dat moment de stroom uit, maar ons kamp werd toevalligerwijs overgeslagen. Het werd dus een leuk, klein feestje op Lesbos, al klampte een van de vluchtelingen me even later nog wel aan om een opmerking over de muziek te maken. ‘Blijf je de hele avond Justin Bieber draaien, want dan pakken we de eerste boot direct weer terug’, grapte hij. Je kunt zeggen wat je wilt, maar die mensen hebben dus wel goede smaak, haha. Terug in Nederland liep ik met een vluchteling over straat en werd ik door een voorbijganger aangehouden voor een selfie. Niet wetende welk werk ik hier doe, zei hij: ‘He? Jij bent een wel heel beroemde vrijwilliger.’

Welke lessen heb je uit dit werk getrokken?
‘Dat je nooit moet wachten te doen of staan waarin je geloofd. Ik ben destijds bij RTL zelfs later teruggekomen van vakantie omdat ik nog wat langer op Lesbos wilde blijven. Erland Galjaard wilde dat ik terugkwam voor opnames maar ik weigerde dat al zo snel te doen. Hij wachtte maar. Je moet je nek durven uitsteken, ondanks het feit dat je daardoor misschien de wind van voren krijgt. Dat zou men, zeker in deze tijd waarin je haast niets meer over niks of niemand lijkt te mogen zeggen, eens wat meer mogen doen. Ik vergelijk het altijd maar met mijn schooltijd waarin ik weleens iemand flink gepest zag worden door een groepje kinderen. Je kunt dan na afloop als toeschouwer niet zeggen dat jou geen blaam treft als je ook niets deed om het te stoppen. Durf dus je mening te verkondigen, met een gematigde toon en zie dat je echt mensen aan je kunt binden. Bovendien is het goed voor je karmapunten.’