Heeft u ze al gespot, de blauwe polsbandjes met daarop ‘Ik Pas’? Vast niet. De nationale onthoudingsactie na carnaval slaat namelijk voor geen meter aan. En echt gek is dat ook weer niet, in een land dat zichzelf zo goed heeft leren drinken. Hoe Joris Driepinter het aflegde tegen iets met een kurk erin.

STEUN RO

Het was zo’n mooi plan. Nederland zou dit jaar massaal een alpje doen, een alcoholloze periode, onder de slogan 'Ik Pas'. Vorige week woensdag, daags na carnaval, zijn 800 diehards begonnen aan hun veertig dagen onthouding – de volle vastentijd, inderdaad. Tot maandag, 2 maart, kan iedereen zich via de website nog inschrijven voor de light versie: dertig dagen niks.

Maar dat doen we dus niet: de teller staat nog niet eens op drieduizend deelnemers. Voor een land waar meer dan tachtig procent van de volwassen bevolking drinkt, is dat een wel heel magere score. Maar waarschijnlijk vormt onze nationale liefde voor de drank daar juist ook weer de verklaring voor.

Zomaar een dinsdagavond in het najaar van 2014. In het monumentale appartement vlak bij het centrum van Haarlem wordt bij het eten vanzelfsprekend een mooie wijn geschonken. Eén van de twee gasten drinkt niet, haar tafelpartner compenseert voor haar met een zekere gretigheid. De gastheer en gastvrouw houden het ieder bij een paar bodempjes.

    'Als drank nu werd uitgevonden, zouden we het een harddrug noemen'

Omdat die ene gast niet meedoet, komt het gesprek al vrij snel op alcoholgebruik. 'Als drank nu werd uitgevonden,' zegt de gastvrouw, 'zouden we het een harddrug noemen.' Zij kan het weten, ze krijgt in haar werk geregeld te maken met jongeren die zichzelf in een coma drinken.

Maar deze avond gaat het vooral over het gebruik van de ouders van deze jongeren, de generatie die is opgegroeid in het derde kwart van de vorige eeuw. Want waarom is het eigenlijk vanzelfsprekend dat bij deze doordeweekse maaltijd wijn wordt geschonken? Hoe zijn wij toch met z'n allen zo aan de drank geraakt?

Voel u vooral niet aangesproken als u behoort tot de nog altijd miljoenen Nederlanders die matig drinken. Maar als lezer van TPO Magazine zit u waarschijnlijker aan de andere kant van het spectrum, waar wijn bij het avondeten eerder regel dan uitzondering is. En als u daar zelf al geen zware drinker van bent geworden, dan kent u er vast eentje in uw directe omgeving. We hebben er namelijk 1,4 miljoen van in Nederland, dus daar zit voor iedereen wel een familielid, een vriend, kennis, of collega bij. Wie is er eigenlijk níet one handshake away van een alcoholist?

Nu hadden ook onze ouders en grootouders allemaal wel een gecertificeerd drankorgel ergens in de familie, of er zwalkte er bijna zeker eentje rond in de buurt. Maar tot in de jaren zestig waren deze Echte Alcoholisten de enige dagelijkse innemers. De rest van Nederland schonk een biertje in het weekeinde en een borreltje op verjaardagen. Totdat de welvaart toesloeg en Joris Driepinter het aflegde tegen iets met een kurk erin.

Zetten we in 1960 per hoofd van de bevolking nog geen tweehonderd glazen drank per jaar om, een decennium later waren dat er ruim zevenhonderd. En terwijl gedestilleerd inmiddels bijna terug is op het niveau van begin jaren zestig, verdrievoudigde de verkoop van bier en verveertienvoudigde die van wijn.

Misschien kwam het wel juist door deze verschuiving van sterk naar zwak alcoholisch dat de groeiende drankconsumptie vele jaren geen alarmbellen deed rinkelen. Wij belandden immers niet in heftige, Mad Men-achtige uitspattingen, met whisky sours en martini's bij de zakenlunch. Nee, wij wachtten netjes tot de vijf in de klok kwam en dan deden we een wijntje. Of twee. En dan bij het eten samen nog een flesje. Een mooi flesje.

Meeproosten werd steeds vaker de norm: op de vrijmibo, na de training, zelfs op het schoolplein

Samen is overigens een belangrijk woord in dit verhaal, want meeproosten werd in steeds meer situaties de norm: op de vrijmibo, na de training of wedstrijd, in de zon op de stoep bij de buren voor het huis, zelfs op het schoolplein bij de jaarlijkse braderie-voor-het-goede-doel. Welvarend Nederland vertelde zichzelf dat drank eigenlijk overal wel bij past. In feite leerde welvarend Nederland zichzelf drinken. En de babyboomers waren de ijverigste leerlingen.

Betalen zij, met in hun kielzog vele vijftigplussers, daar nu de prijs voor? De laatste cijfers van de verslavingszorg wijzen in die richting. Terwijl het aantal aanmeldingen over de hele linie licht daalt, zoeken juist fors meer 55-plussers professionele hulp. En zeven van de tien melden zich met een alcoholverslaving.

Gelukkig kun je cijfers ook altijd optimistisch interpreteren, in dit geval als signaal dat de kinderen van de jaren vijftig en zestig in de gaten beginnen te krijgen dat al dat (door)drinken niet normaal is. Daarmee zouden ze dan het voorbeeld volgen van jongere generaties, bij wie deze bewustwording al eventjes aan de gang is. Dat schrijven althans de glossy's. Onder koppen als 'Alcoholvrij leven is de trend' verschijnen verhalen over hoe je als hipster in Amsterdam rustig een prosecco kunt afslaan omdat je zo'n alpje doet, of de variant aapje: alcoholarme periode. Niemand die je uitlacht, niemand die roept: 'Doe niet zo on-ge-zél-lig!'

In Harderwijk zit een eenzame ambtenaar te wachten op niet-drinkgezelschap

Maar wil die trend ook buiten de hipsterzone een beetje aanslaan? Dat laat zich in elk geval nog niet aflezen uit de belangstelling voor Ik Pas. Sinds de actie loopt, een week nu, heeft ze op Twitter nog geen tweehonderd #ikpas-berichten gegenereerd. Het enthousiasme voor de Facebookpagina is al even schraal en om nu te zeggen dat de lokale deelnemersgroepen uit de grond schieten… Er zijn er nog maar 36, met als grootste die van het Amsterdamse GGD- en Jellinekpersoneel: 140 leden. De meeste groepen buiten die van de gezondheidsinstellingen om komen niet verder dan een tiental leden, met de gemeente Harderwijk als recordhouder sneu: hier zit al twee weken en zes dagen een eenzame ambtenaar te wachten op niet-drinkgezelschap.

Op IkPas.nl houdt 'Paul' (30, fulltime kantoorbaan, dagelijks twee tot drie bier) intussen een dagboek bij van zijn veertigdagenpoging. Uit zijn eerste notities: 'Ik heb mij afgelopen dagen toch wel erg verbaasd over de mensen die niet mee willen doen aan deze actie.' De argumenten die hij te horen kreeg, liepen van: 'Twee drankjes per dag is juist gezond,' tot: 'Ik heb de aankomende weken allemaal feestjes en daar moet ik drinken.'

Pauls conclusie: 'Eigenlijk ben ik erachter gekomen dat heel veel mensen niet kunnen leven zonder drank.'

Jóh…

Zin

Dit artikel is een bewerking van een verhaal dat eerder is gepubliceerd in Zin. In dit maandblad schrijft Tanja van Bergen een column over stoppen met drinken. De eerste twee afleveringen zijn hier en hier terug te lezen.

Tanja van Bergen (1961) heeft voor de rest van haar leven genoeg gedronken. In 2016 deed zij verslag van haar nieuwe, onbenevelde bestaan.