Journalisten worden door alle in Syrië strijdende partijen steeds minder in het land toegelaten. Oorlogsjournalist Arnold Karskens kwam het land toch in. Lees hier zijn bloedstollende verslag.

STEUN RO

(Eerder verschenen op 20 augustus 2013)

Niet alleen militair, ook aan het mediafront verloopt de strijd in Syrië moeizaam. Het Vrije Syrische Leger laat uit angst voor ontvoering geen westerse journalisten toe. Islamistische rebellen pakken wie ze pakken kunnen en ook de Koerden zijn erg onvoorzichtig.

“Paspoort en perskaart!” De jonge medewerker van het journalistendepartement aan de grensovergang kijkt niet blij. Niks opzienbarend. Niemand kijkt verheugd aan de Syrische grens. Niet in de lange rij mensen, wachtend onder de brandende zon voor de Turkse grenspost om het oorlogsgebied te verlaten. Evenmin in de veel kortere rij van mensen, zelfs een paar gezinnen met kinderen, die Syrië willen binnengaan.

Dus ook niet de man in de houten keet die voor de rebellen van het Vrije Syrische Leger werkt. Deze oppositiegroep tegen alleenheerser Bashar al-Assad heeft de grenspost in handen. Haar wil is wet.

“Waar reis je naar toe?”

“Aleppo', zeg ik.

“Dat gaat niet. Er zijn wegversperringen opgeworpen door het Al Nusra Front en andere extremisten.” Na de kidnap van de Franse radiojournalist Didier François en fotograaf Edouard Elias begin juni houden de rebellen westerse journalisten tegen.

Ik puf. Ik heb net een koffer met 25 kilo aan apparatuur en voedsel een kilometer achter me aan gesleept. Terwijl het zweet over mij gezicht gutst, suggereer ik: “Misschien iets dichterbij? Zeg Afrin.”

Opnieuw schudt de man zijn hoofd. “Daar zijn de Koerden de baas en die werken samen met het regime van Bashar al-Assad. Ze zullen je gevangennemen en uitleveren aan Damascus.”

Hij bladert nog even het paspoort en maakt een kopie. “Het is beter als je over een paar maanden terugkomt.”

Ontvoering

Helemaal onlogisch klinkt zijn waarschuwing niet. Syrië is voor mediamensen bijzonder gevaarlijk. Vorig jaar werden naar schatting 21 journalisten ontvoerd en 39 gedood, waaronder overigens ook lokale activistische burgerjournalisten. Volgens gegevens van de Franse organisatie Reporters Zonder Grenzen zijn er momenteel 15 collega's in het land ontvoerd. De daders zijn een mix van moslim-extremisten, criminelen en aanhangers van de regering.

Het vrije Syrische Leger laat al een maand uit angst voor ontvoering geen westerse journalisten meer toe.

Het laatste slachtoffer is de Poolse verslaggever Marcin Suber. Eind juli werd hij door gewapende mannen uit een mediakantoortje in de stad Saraqeb met onbekende bestemming weggevoerd. Rond dezelfde tijd hernam de Franse fotograaf Jonathan Alpeyrie na 81 dagen gevangenschap – en het betalen van 450.000 dollar losgeld – zijn vrijheid. Deze medewerker van Paris Match werd bij een roadblock niet ver van Damascus gevangenen genomen, wellicht na verraad door zijn fixer.

DSC03262

Taxi

In de zich al ruim twee jaar voortslepende Syrische burgeroorlog staat één feit als een strak wapperende vlag boven het slagveld vast: als je informatie wil vergaren, vertrouw dan niemand. En verwacht ook niets. De regering in Damascus verstrekt mondjesmaat visa. Dus daarop hoeft een verslaggever niet te rekenen. Maar ook bij de Koerden, een etnische minderheid in het noorden, wordt lichtjes met journalistenlevens omgesprongen. Al hoeft dat niet altijd met opzet te gebeuren.

Zo vertelden Koerdische vertegenwoordigers dat ik de Syrische grensovergang Bab al Hawa, in de buurt van de Turkse stad Antakya, moest oversteken. Daar zouden ze me even verder opwachten. Een paar uur voor vertrek belt een contact met op.

“Hoe is je relatie met Al Nusra Front?”

Ik antwoord: “Wat denk je? Als ze me pakken, snijden ze mijn hoofd af!”

Deze grenspost blijkt al maanden in handen van de extremisten. Waarom sturen ze me daar dan langs, vraag ik me af. Het contact komt met een alternatief. Een paar uur rijden verder moet ik de grensovergang nemen bij de Turkse stad Kilis. Die is in handen van het Vrije Syrische Leger. Niet dat ze daar vrienden mee zijn, maar die hebben niks tegen buitenlanders.

“We halen je op bij de grens,” belooft het contact.

Even voor Kilis rinkelt opnieuw de telefoon. “Nee, we kunnen geen auto sturen. Neem maar een taxi.”

Onthoofding

Aangekomen blijkt dus dat de mediaman van het Vrije Syrische leger in het houten hutje mij tegenhoudt.

Ik vertel hem dat ik even telefonisch met “mijn redactie” moet overleggen. Ik gris mijn papieren van het bureau, loop naar buiten en in plaats naar links, terug naar Turkije, sla ik rechts af. Syrië in.

Een taxichauffeur vraagt me waar ik heen wil.

“Afrin,” zeg ik?

Na een paar honderd meter bel ik het Koerdisch contact in Afrin met de vraag of de weg wel veilig is. Op huizen in de stad Azaz waar ik langs rij wapperen zwarte vlaggen, het banier van de islamisten.

“Wel of niet. We kunnen je niet komen halen,” klinkt het gedecideerd.

Rommelig

Bij oorlogsverslaggeving loop je risico, dat weet ik inmiddels. Maar deze 35 kilometer zijn wel super spannend. Een paar mannen kunnen de auto op de nagenoeg verlaten weg eenvoudig doen stoppen, je het voertuig uitslepen en wegvoeren. Het gebeurt tientallen malen per dag in de anarchie die Noord-Syrië heet.

Maar ik heb mazzel. De roadblocks liggen verlaten. Zeker lunchtijd. De eerste post van de Koerdische strijders, te herkennen aan de geel/groene vlaggen, laat me passeren. Die zijn ingeseind over mijn komst. Ik ben in een Koerdische enclave, en dus veilig.

Alleen knelt al snel de vraag: Hoe kom ik hier weg? Dezelfde route? Tweemaal je geluk proberen is niet slim. In een mediakantoortje, wat computers op kleine tafels en een fan aan het plafond, schudt de chef hartgrondig zijn hoofd. Nee, hij zal niemand meesturen als gids. “Bij een roadblock van de extremisten wordt zo'n man eruit gehaald en doodgeschoten. Je moet alleen verder.” Het ontgaat hem dat mij hetzelfde lot wacht. En ver kan ik niet reizen. Het eerst front ligt op acht kilometer afstand.

Hoe kun je zo informatie inwinnen? De wereld inlichten? De man toont mij een video-opname van een onthoofding, buitgemaakt op een Al Nusrastrijder vier dagen eerder. Het illustreert de situatie. De Syrische oorlog is de ergste die momenteel op deze wereld woedt. En toch zien we de excessen vooral via onscherpe beelden, waarvan de afkomst en locatie niet traceerbaar is. Rommelige oorlogen en rommelige beeldvorming gaan blijkbaar hand in hand.

De chef lacht. “Tussen de beelden vonden we veel porno.” Hij toont blonde vrouwen met blote armen en losse haren, waarvan de boezems overigens bedekt blijven. “En dat noemt zich een goede moslim.”

Mensensmokkelaar

De wegen blijven ook na een paar dagen gevaarlijk. Dus rest, als enige optie, de grens illegaal oversteken naar Turkije. Dat het betreden van no man's land gevaarlijk kan zijn, bleek vorig jaar juli toen fotograaf Jeroen Oerlemans plots in een extremistenkamp belandde. Hij werd gevangen genomen en raakte bij een ontsnappingspoging gewond in lies en voet. Na een korte rit door een geel landschap met rollende heuvels pakt een man mijn koffer. We lopen een pad af door een olijvenboomgaard naar een soort heideveld. “Er liggen mijnen,” waarschuwt hij. Achter wat bosschage belt de mensensmokkelaar zijn kornuit aan de Turkse zijde. Terwijl die in een witte Japanner over de onverharde weg komt aanrijden, doemen Turkse militairen in een truck op. Ze stoppen pal voor ons, zodat we moeten wegrennen. Buiten adem, zwetend als een otter, halen we de heuveltop.

Ernie Pyle

Bij de tweede poging lukt het. Een geblindeerd pantservoertuig op een heuvel kan ons niet spotten in een droge sloot die we uitlopen. We springen in de wachtende auto en rijden weg. Aan het einde van het pad staat de truck met militairen. Opnieuw even paniek. Hetzelfde weekeinde is de Nederlandse camjourno Bud Wichers met een Syrische vrouw gearresteerd na het nemen van een zelfde soort crossing.

Ik trek mijn pet over mijn ogen. Ik kijk de militairen niet aan. En of ze mij aankijken weet ik niet, maar terwijl we doorrijden denk ik aan de woorden van mij illustere voorganger Ernie Pyle, de beroemde Tweede-Wereldoorlogverslaggever: “Het gevaar komt in vlagen, het ongemak is er altijd.”

    Arnold Karskens is Neerlands meest onafhankelijke en ervaren oorlogsverslaggever. Muckraker. Nachtmerrie voor nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. Auteur van tienŒ boeken. Onderzoeksjournalist die nooit ‘nee!’ als antwoord accepteert. Lastig, dwars & gehaat door zijn vijanden, maar Last Man Standing voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.

    Geef een antwoord